sabato

De man die de pen van de Rothschilds vasthoudt

©Thibault Montamat

Hij heeft zowat het minst bekende beroep ter wereld, maar hij is de chouchou van het Elysée, Prada en de hele Franse modewereld. Kalligraaf Nicolas Ouchenir over slapeloze fashion weeks, inspiratie in afrokapsels en schrijven als dans. ‘Je moet jezelf pijn willen doen. Het is iets waar je voor leeft.’

Nicolas Ouchenir (34) is lid van een select clubje mensen dat een lichaamsdeel liet verzekeren. Bij Ouchenir zijn het zijn handen: zijn meest waardevolle bezit. ‘Ik was vroeger linkshandig, maar na een zware val moest ik opnieuw leren schrijven met mijn rechterhand’, zegt Ouchenir terwijl hij - gekleed in een vervaarlijk wit hemd - in een grote bak vol donkere inktpotjes en mengschaaltjes rommelt. ‘Als je iets twee keer aanleert, leer je het misschien beter. Vandaag schrijf ik de grote letters met mijn linkerhand, de kleine met mijn rechterhand.’ Hij wijst ter illustratie naar enkele van zijn schetsen die in de hoek van zijn kantoor liggen gestapeld. Zijn Parijse studio ligt te midden van luxeboetieks, kunstgaleries en Franse bars-tabac in de chique Rue Saint-Honoré.

©Sophie Delaporte

‘Ik had als kind permanent een pen in mijn hand. Ik schreef en tekende altijd lijnen’, vervolgt hij. ‘Maar mijn familie was helemaal niet artistiek, hoewel ze veel van muziek en cinema hield.’ Hij groeide op in de Parijse Oberkampf-buurt als zoon van een Algerijnse slotenmaker en een Franse moeder Na de middelbare school, waar hij zich toelegde op klassieke dans en studies bedrijfskunde, begon Ouchenir met verzamelaar César Pape een eigen galerie van oude kunst in Parijs, waar hij de financiën behartigde. Even later kon hij aan de slag als kunstenaarsagent in de hedendaagse-kunstgalerie van Jean-Gabriel Mitterand.

Opgesloten met fles wijn

©Noel Manalili

De kalligrafische klik kwam er tijdens een Andy Warhol-tentoonstelling in Parijs. Terwijl hij er wachtte, kriebelde hij wat lettertypes na. ‘Ik realiseerde me: dat ziet er wel goed uit voor enkele seconden werk.’ Diezelfde avond sloot hij zich op in de galerie met muziek en een fles wijn en schreef de hele gastenlijst voor de volgende opening van galerie Jean-Gabriel Mitterrand op: 1.800 namen in totaal, tot 4 uur ‘s morgens. Toen besefte hij: dit wil ik doen. ‘Maar tegelijkertijd dacht ik: daar kan je toch niets mee doen? Wist ik veel dat het beroep van kalligraaf überhaupt bestond?’, blikt Ouchenir terug.
In plaats van een vliegende start te nemen als kalligraaf volgde een break. Ouchenir had het even gezien met Parijs - hij noemt het lachend zijn ‘tienercrisis’ - en vertrok naar Brazilië voor een jaar, volgde er sambalessen, werkte voor de Braziliaanse Vogue en leefde er bij een bevriende kunstenares. Na een jaar smeekten galeriehouder Jean-Gabriel Mitterand en public­relationsvrouw Pia de Brantes hem om terug te keren. Het werd tijd om iets te doen met dat schrijftalent.
Ouchenir noemt De Brantes, een Franse socialite die vooral bekendstaat om haar grote feesten voor de bourgeoisie, zijn professionele moeder. De Brantes gaf hem bij zijn terugkeer in Parijs niet alleen zijn eerste opdracht - 250 uitnodigingen voor een huwelijk in het kasteel van Versailles-, maar ook het nodige financiële duwtje om zijn eigen studio te beginnen. Maar nog belangrijker was dat hij toegang kreeg tot haar indrukwekkende adresboek, gevuld met de Pinaults en Rothschilds van deze wereld. ‘Pia hielp me meer dan financieel: ze voedde me ook op als ondernemer. Hoe ik met dat soort mensen moest omgaan en mijn contacten moest verzorgen.’

Kasteel van Versailles

Twaalf jaar later is Ouchenir nog altijd de kalligraaf van het kasteel van Versailles, maar ook van het Elysée en een rist rijke Franse families. Voor hen bedenkt hij een specifiek lettertype en verzorgt de uitnodigingen en naamkaartjes voor chique diners. Tegelijk groeide Ouchenir uit tot de meest gewilde kalligraaf van de grote modehuizen. Hij bedacht een nieuw logo voor Rick Owens, een schriftuur voor Prada en werkte voor Louis Vuitton, Dior, Chloé en Cartier, om maar enkele namen te noemen. Zowat alle uitnodigingen voor de Parijse modeshows worden door hem geschreven.

Heel vaak krijgt hij daarbij carte blanche. Bij zijn opdrachten voor de modehuizen peilt hij naar het thema van de collectie. En de ene richtlijn is al wat vager dan de andere. ‘Giambattista Valli vraagt 150 lettertypes om er uiteindelijk één uit te kiezen’, grijnst Ouchenir. Maison Martin Margiela vroeg hem op wit doek te schrijven, terwijl Rick Owens zwart leer wilde. Maar de meest veeleisende klanten zijn de Russen. ‘Ze willen de gekste dingen. Ik heb ooit met bloed moeten schrijven.’

Intussen houdt hij het niet bij pen en papier alleen. Ouchenir werkt samen met juweliers, ontwerpt etiketten voor champagneflessen, maakt illustraties voor magazines, frist logo’s op, tekent interieurs én tatoeages.
Bovendien is hij ambassadeur en adviseur van Montblanc: tijdens events toont hij aan het publiek de nieuwe pennen, papiersoorten en inkten en demonstreert zijn kunnen. Dankzij Montblanc mocht hij afgelopen zomer ook tentoonstellen in New York met zijn eerste abstracte tekeningen en schilderijen. ‘Ik schuif steeds meer op naar de kunst. Maar de link met kalligrafie blijft.’ Nu is hij, in opdracht van een New Yorkse uitgeverij, bezig met een boek over ‘de kracht en schoonheid van woorden’.
Is hij dan de enige kalligraaf? ‘Nee hoor’, zegt Ouchenir geamuseerd. ‘Er zijn nog meer goede kalligrafen in Frankrijk. Maar ze doen altijd hetzelfde. Bandwerk. Of het nu Acne of Maison Martin Margiela is, voor hen is dat hetzelfde. Ik probeer klanten te leren kennen en iets te maken dat bij hen past.’

Korte douche

‘Ik schrijf de grote letters met mijn linkerhand EN DE KLEINE MET MIJN RECHTERHAND.’
Nicolas Ouchenir

In zijn studio zit Ouchenir niet langer alleen. Pia de Brantes verzorgt nog altijd zijn pr. Bovendien heeft hij twee assistenten die hem helpen met administratie, bestellingen en het afwerken van opdrachten. ‘Zodat ik me kan concentreren op het eigenlijke schrijven.’
En schrijven is hard werk, verzekert Ouchenir. Vooral tijdens de modeweken, als het hele fashionwereldje in Parijs zit voor de modeshows, is het zwoegen. ‘Meestal werk ik dan tot ‘s avonds laat door, ga naar huis voor een korte douche en even rust, en begin dan weer opnieuw. Zestigduizend kaartjes met de hand beschrijven, dat is tien dagen en nachten niet slapen.’ In een normale week werkt Ouchenir een tiental opdrachten af. Tijdens de fashion week zijn dat er 250.

Hoeveel zo’n contract dan oplevert, verklapt de kalligraaf liever niet. ‘De prijzen kunnen wel oplopen’, zegt hij ontwijkend. ‘Als ik een logo creëer dat een heel leven meegaat, kost dat wel wat. Het is ook een savoir-faire. Maar ik verdien goed mijn brood.’
Dat het savoir-faire van de kalligrafie aan het uitsterven is, wil Ouchenir niet geweten. ‘Men zegt me soms hoe bizar het is om in deze digitale tijden aan kalligrafie te doen, maar daar ga ik niet mee akkoord. Als je echt iets belangrijks wil vertellen, stuur je toch geen sms? Dan neem je toch de moeite om een brief te schrijven naar een geliefde? Of om je gedachten op te schrijven in een dagboek? Dat is veel echter.’ Ouchenir droomt even weg. ‘Een brief op de post doen en beseffen: hij is vertrokken, ik kan niet meer terug. Dat is toch een zalig gevoel?’

Handmassage

©Noel Manalili

Ouchenirs brede handgebaren en sierlijke stap verraden het: hij is ooit danser geweest. Dans en kalligrafie zijn in wezen hetzelfde: lijnen, arabesken, lussen en snelheid. Net zoals bij dans moet je jezelf pijn willen doen, zegt hij. ‘Kalligrafie is enorm pijnlijk. Je rug, je ogen en handen doen na een dag enorm veel pijn. Het is een fysieke job.’ Ouchenir laat soms zelfs zijn handen masseren. ‘Nog een gelijkenis met het dansen’, vervolgt hij onverstoorbaar, ‘is permanent oefenen. Je moet elke dag trainen. Hoe verder je daarin gaat, hoe meer je uit jezelf kan halen. Het is iets waar je voor leeft.’
Soms leeft hij er te veel voor, zegt hij. ‘Kalligrafie is een heel specifieke wereld. Het kan je opvreten zoals een drug. Daarom omring ik me met mensen in mijn studio. Ik hou er niet van alleen te zijn als ik werk. Ik ben bang dat ik me anders te veel zou opsluiten. Ik zou het kunnen, leven als een anonieme kunstenaar zoals Daft Punk of Martin Margiela, Maar ik denk dat het bij kalligrafie goed is dat mensen er een gezicht op kunnen plakken. Het is immers sowieso moeilijk om zich voor te stellen wat ik precies doe.’
Zijn studio is zijn werkhabitat. Thuis werkt hij nooit. ‘Behalve als ik echt vastzit. Dan probeer ik meteen als ik opsta, half slaapdronken, iets op papier te kriebelen. En kijkt hij wat dat geeft. Af en toe lukt het nog ook.’ (lacht) Heeft een kalligraaf dan ook last van een writer’s block? Soms heb ik meteen een idee of stijl vast, soms duurt het uren en af en toe zelfs een paar jaar.’
Zijn inspiratie vindt hij tijdens zijn lange wandelingen in Parijs. ‘Ik registreer als een camera, ik heb een enorm goed geheugen. Ik lees ook veel boeken, ga naar tentoonstellingen. Maar ook de afrokrullen van een vrouw op straat kunnen mij aan letters doen denken. Alles kan inspiratie zijn. Je moet gewoon je ogen opendoen.’
Een dromer is Ouchenir niet. Ogen openhouden en hard werken zijn z’n credo. ‘Ik hou me niet bezig met roem, want ik doe dit voor mezelf. Kalligrafie is meer dan een passie. Je moet ervoor vechten. En er verliefd op zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie