sabato

Bekende kunsthandelaar Brocky maakt op zijn 60ste zijn kunstenaarsdebuut

Tijdens de eerste lockdown begon bekende Knokse kunsthandelaar Patrick De Brock te schilderen. Op zijn 60ste is het tijd om met zijn werk naar buiten te komen.

Zeg meneer, hebde gij die tableaus geschilderd?’ De keren dat Patrick De Brock aan dwaze passanten moest uitleggen dat hij de kunstwerken in zijn Knokse galerie niet zelf had gemaakt, zijn niet te tellen. ‘Ik bleef altijd beleefd. Maar ik antwoordde wel kordaat: “Mijnheer, heb ik de kop van een kunstenaar misschien?”’

Sturm und drang

Ja, dus. Want Patrick ‘Brocky’ De Brock heeft zich in oktober vorig jaar geout als schilder. En deze zomer exposeert hij privé bij Patrick ‘Bellerose’ Van Heurck in de kunstruimte aan zijn huis in Retranchement, net over de Nederlandse grens. ‘Covid heeft alles in gang gezet’, vertelt De Brock. ‘Ik lees wel eens een boek. En ik luister graag naar klassieke muziek. Maar na een week lockdown werd ik gewoon gek. Ik miste mensen zien. Ik miste mijn stamcafé, Put 19. Het was zo’n catastrofe dat ik van miserie begon te tekenen en te schilderen op mijn zolder. Citroenen en bananen. En borstjes. Al snel ging ik de abstractere toer op.’

‘Ik ken kunstenaars die een maand moeten nadenken voor ze aan een tableau beginnen. Ik moet er zelfs niet over peinzen’, zegt Patrick de brock. ©Alexander D'Hiet

‘Als autodidact ben ik technisch niet goed genoeg om vlakken te schilderen, dus trek ik lijnen. Gedecideerd. En altijd eerst verticaal. Daarna zoek ik met houtskool en oliepastel naar een compositie, naar een beeldspanning. ’s Morgens zijn mijn werken nog rationeel en braaf. Maar aperitieftijd is het kantelmoment. ’s Avonds, als ik gedronken heb, zit er veel meer razernij in mijn werken. En mijn ‘night paintings’ zijn een en al sturm und drang.

Die energie moet er dan uit. In één keer, want ik kom er nooit meer op terug. Het probleem is: als ik te veel drink, dan kan ik door de roes niet stoppen. Dan maak ik zwaarmoedige rommel. De ochtend erna weet ik vaak niet meer wat ik die nacht geschilderd heb. Ik hou dan mijn hart vast, als ik bovenkom op mijn atelier.’

Het is gelukkig nog maar kort na de middag, als we samen met De Brock de trap oplopen naar zijn studio. Die is duidelijk opgeruimd, al zien we nog sporen van zijn artistieke stormen. Groene vegen op de muur, lege wijnflessen en vooral: heel veel schilderijen, gestapeld tegen de muren en in rekken.

‘Ik heb gemeten wat hier maximaal binnen kan op zolder: 1,60 meter bij 1,30 meter. Ik ben niet bang om te werken op zo’n groot formaat’, zegt hij. ‘Die kleinere werken op papier, die je op de grond ziet liggen, zijn voorstudies voor een fresco in het poolhouse van een Knokse vriendin, interieurarchitecte Pauline Vanthournout. Mijn eerste werk in opdracht. Eerst zal ik haar muren prepareren in gesso, gemengd met roséwijn. En daarna attaqueer ik die met houtskool, pastel en acryl. Het wordt iets zot.’ 

Maturiteit

©Alexander D'Hiet

Intimi wisten al van De Brocks nieuwe obsessie. Zijn vriendin Emelie op kop natuurlijk. ‘Zij is mijn fulltime muze, supporter, klankbord en criticus’, zegt hij. Het Brugse kunstenaarskoppel Jacqy duVal – vrienden aan huis – wezen De Brock als eerste op zijn talent. ‘Ze zijn na een geestige avond naar huis gegaan met een vroeg werk: een stilleven met theepot’, zegt De Brock. ‘Per ongeluk eigenlijk, want ik moest hun de weg naar huis uitleggen en ik tekende die snel op de achterkant van een werk. Het hangt nu in hun salon.’

De scoop van zijn artistieke coming-out bewaarde De Brock voor zijn 60ste verjaardag, vorig jaar in oktober. Omdat een groot feest niet mogelijk was, huurde hij een maand lang het Zwart Huis af: het modernistische icoon van Huib Hoste aan de Dumortierlaan. Op de plek waar zijn vader Roland ooit zijn bouwcoördinatiebureau runde, exposeerde hij voor het eerst een reeks abstracte schilderijen. Vrienden en kennissen mochten volgens afspraak komen kijken.

‘Ik was nerveus. Maar de reacties waren verrassend goed. Sommigen wilden zelfs werk kopen. Ik had geen prijs in mijn hoofd! Ook al heb ik al honderden schilderijen verkocht in mijn leven, toch voelde het raar om een bedrag te plakken op mijn eigen werk. Toen besefte ik: ik ga echt niet schilderen tot mijn zolder vol staat met werk dat niemand ooit te zien krijgt. Die werken moeten geplaceerd worden.’

Galeriehouder Patrick De Brock debuteert op zijn 60ste als schilder. ‘Mijn ‘night paintings’ zijn een en al sturm und drang. Die energie moet er dan uit. In één keer.’ ©Alexander D'Hiet

Ook de Brusselse designgalerist Stanislas Gokelaere kwam de jarige feliciteren in het Zwart Huis. En ook hij zag potentieel. In april en mei toonde hij De Brocks werk als allereerste in zijn Knokse galerie Gokelaere & Robinson, om de hoek bij De Brocks galerie op de Zeedijk. Is het niet logischer dat De Brock zijn eigen werk gewoon in zijn eigen galerie op de Zeedijk verkoopt? ‘We houden die twee gescheiden. Het moet een beetje serieus blijven’, zegt zijn zoon Bertram, die de galerie van zijn vader runt. ‘Papa’s werk moet eerst even goed zijn als dat van de andere kunstenaars met wie we shows doen. Al was het voor mij geen verrassing dat hij begon te schilderen. Ik zag alleen niet aankomen dat hij er zo intens mee bezig zou zijn.’

Initials DB

Is die late kunstenaarsroeping dan een galante manier om de galeriefakkel door te geven aan zijn zoon? ‘Drie jaar geleden nam Bertram de day-to-day in de galerie al over’, geeft Patrick toe. ‘Het is het beste wat mij en de galerie kon overkomen. Ik doe geen facturatie meer, ik weet zelfs niet meer hoeveel geld er op de rekening staat. Alle druk is van mijn schouders gevallen. Ik ben er alleen nog om te verkopen en om de artiesten en verzamelaars te ontmoeten. Daardoor komt er veel tijd vrij om kunst te maken. Een paar uur per week ben ik ermee bezig. Of ik me nu meer artiest dan galerist voel? Ik weet eerlijk gezegd niet hoe dat voelt: kunstenaar zijn. Maar ik ben alleszins geen zondagsschilder. Op zondag sta ik nog altijd in de galerie.’

‘Ook al heb ik al honderden schilderijen verkocht in mijn leven, toch voelde het raar om een bedrag te plakken op mijn eigen werk.’
Patrick De Brock
Kunsthandelaar

Patrick De Brock begon met zijn galerie 30 jaar geleden in Antwerpen. In 1994 verhuisde hij naar Knokke. ‘Als galeriehouder heb ik heel mijn leven gedacht dat bij een kunstwerk het idee het belangrijkste was. Ik heb conceptuele artiesten als Niele Toroni en On Kawara keihard verdedigd bij verzamelaars.

Ik ken kunstenaars die een maand moeten nadenken voor ze aan een tableau beginnen. Ik moet er zelfs niet over peinzen. Het spuit eruit. Schilderen voelt niet als werken, het is noodzaak en intuïtie. Alles begint met verticale en horizontale assen. En wat volgt, is een soort ‘écriture automatique’. Letterlijk, want ik verwerk vaak mijn handschrift en mijn initialen ‘DB’ in de composities. Mijn signatuur wordt deel van het werk zelf. Dat is een revanche op al die mensen die me aanraadden om onder een pseudoniem met mijn kunst naar buiten te komen. Waarom zou ik dat doen? Ik hoef me niet te verschuilen of te schamen.’

Krabbels in de agenda

©Alexander D'Hiet

‘Eerlijk? Ik had het niet zien aankomen’, zegt de moeder van Patrick De Brock als we haar spreken in haar duplexpenthouse in Duinbergen. ‘Patricks grootvader was amateurschilder. Zijn vader burgerlijk ingenieur en kunstliefhebber. Ik heb Patrick vaak genoeg zien droedelen op papier. In Londen ging hij grote agenda’s van Smythson kopen, die hij helemaal vol krabbelde met de mooiste letters. Maar een vel papier nemen om vanaf nul een tekening te maken: dat heb ik hem nooit zien doen. Tot nu. Hij lijkt erdoor bezeten.’

Toch is als artiest debuteren op je 60ste niet zo eenvoudig. En al zeker niet als galeriehouder. Want als je zelf gevestigde namen exposeert, wat heb je dan toe te voegen aan de kunstgeschiedenis? Verkrampt hun repertoire hem niet? ‘Het weegt veel minder dan je zou denken. Eigenlijk houdt het me totaal niet tegen. Ik heb zo veel angsten, maar om te schilderen ben ik niet bang. De grote artiesten zitten in mijn kop, maar ik moet me niet afzetten tegenover hen.’

‘Ik heb zo veel angsten, maar om te schilderen ben ik niet bang.’
Patrick De Brock
Galerist

Bij zijn referentieartiesten behoort zeker Edvard Munch. De Noorse expressionist, bekend van ‘De Schreeuw’, had suïcidale neigingen en was vaak agressief. In zijn existentiële werk voel je zijn rauwe, authentieke emoties. En dat trekt De Brock erin aan. ‘Ik ben ooit in het J. Paul Getty Museum in Californië naar ‘L’Entrée du Christ à Bruxelles’ van James Ensor gaan kijken. Prachtig, daar niet van. Maar als je je omdraait, hangt er nog één ander werk in die zaal: ‘Starry Night’ van Munch. Een klein nachtlandschap dat zoveel intenser is dan die immense Ensor. Er zijn maar weinig tableaus in de wereld die me het zwijgen opleggen. Maar dat was er absoluut een van.’

©Alexander D'Hiet

Muziek en wijn

Hoewel De Brock zijn werk abstract-expressionistisch noemt, zitten er toch vage referenties in aan de realiteit. ‘Een nerf van een blad, een boom, vakwerkhuizen in Saint-Valery-sur-Somme: dat soort structuren inspireren mij’, zegt hij. ‘De zee niet. Mijn werk vertrekt vanuit verticale lijnen, niet vanuit de horizon. Ik heb de nabijheid van de zee wel nodig, maar ik hoef ze daarom nog niet te schilderen. Muziek is voor mij een grotere inspiratiebron dan de natuur. Sjostakovitsj, Keith Jarrett: zonder muziek lukt het schilderen minder vlot. Ik benader de spanningsboog van een kunstwerk zoals een componist dat zou doen in een muziekstuk. En muziek is per definitie abstract. Ik hoef me niet in stilte af te zonderen van de buitenwereld, met muziek en wijn gaat dat vanzelf. Ik moet gewoon nog leren hoe ik moet stoppen.’

Patrick De Brock exposeert zijn werken op 15 augustus in de privékunstruimte van Patrick Van Heurck in Retranchement. Volgens afspraak te bezoeken via patrick@patrickdebrock.com

In de galerie van Patrick De Brock, Zeedijk 758, vindt deze zomer nog een show plaats van Heimo Zobernig (7 tot en met 31 augustus). debrockgallery.com

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie