sabato

Binnenkijken bij het excentrieke kunstenaarsduo Gilbert & George in Londen

Gilbert & George is een Engels-Italiaans kunstenaarsduo, bestaande uit Gilbert Prousch (links) en George Passmore. Hun carrière als kunstenaarsduo begon in de late jaren zestig en duurt nog altijd voort. ©Filippo Bamberghi

Het kunstenaarsduo Gilbert & George is volgende week de eregast van de Brusselse kunst- en antiekbeurs Brafa. Sabato keek binnen in hun al even excentrieke Londense atelierwoning.

Als Gilbert & George praten, maken ze elkaars zinnen af, weliswaar met een ander accent. George is quintessentially British. Gilbert heeft Noord-Italiaanse roots, en dat hoor je nog steeds goed. Heel hun leven is één grote gezamenlijke performance in het teken van de kunst.

©Filippo Bamberghi

‘Levende sculpturen’, noemen ze zichzelf sinds ze elkaar in 1967 tegen het lijf liepen aan de Saint Martin’s School of Art in Londen. Liefde op het eerste gezicht was het. Sindsdien leven en werken de twee in totale symbiose in Londen. Ze verschijnen nooit apart in het publiek. Kiezen hun maatpakken assorti. Gaan nooit op reis, omdat hun wijk Spitalfields, in het oosten van Londen, als microkosmos hun genoeg inspiratie biedt. Al 51 jaar lang zijn zij excentrieke personages in hun eigen leven.

Al een halve eeuw spelen ze een permanent rollenspel, waarin fictie en realiteit door elkaar lopen, met routine en discipline als rode draad. Ze staan elke dag om 5 uur op. Eten om 7 uur altijd toast met marmelade in een koffiebar.

©Filippo Bamberghi

Hoewel hun keuken volledig gerestaureerd werd, koken ze nooit en gebruiken ze die - naar eigen zeggen- alleen om water te koken voor instantkoffie. Ze eten altijd op restaurant. Door hun alledaagse keuzes te minimaliseren, kunnen ze in alle vrijheid de kunst maken die ze willen.

Britser kan de atelierwoning van het kunstenaarsduo Gilbert & George niet zijn: dankzij de lambriseringen, de loodverf en de oude pleistertechnieken is de klok er driehonderd jaar teruggedraaid. ©Filippo Bamberghi

Dat doen ze al een halve eeuw in Fournier Street, waar ze een 18de-eeuws ‘townhouse’ restaureerden tot atelierwoning. Hun atelier bereik je via een binnenplaats met fontein, hun kraaknette huis baadt in een nostalgische sfeer. Britser kan bijna niet: dankzij de lambriseringen, het behangpapier, de loodverf en de oude pleistertechnieken is de klok er driehonderd jaar teruggedraaid.

De kamers hebben iets museaals, tjokvol antieke vazen, glaswerk, wandtapijten en periodemeubilair, waarvan het gros 19de-eeuws en Brits is. Op hun enorme collectie design van de Brit Christopher Dresser is elk museum jaloers. En ook hun arts-and-craftskunstobjecten, keramiek van Edmund Elton en meubilair van architect-designer Edward William Godwin overstijgen het decoratieve niveau ruimschoots.

De kamers hebben iets museaals, tjokvol antieke vazen, glaswerk, wandtapijten en periodemeubilair, waarvan het gros 19de-eeuws en Brits is. ©Filippo Bamberghi

Gigantische schaamluis

Op een herbeklede antieke stoel van architect-designer Augustus Pugin lieten de kunstenaars hun zelfontworpen wapenschild borduren: een gigantische schaamluis. ©Filippo Bamberghi

Een bijzondere boon hebben de twee voor Augustus Pugin, de victoriaanse architect-designer van wie ze een keukentafel, boekenkasten en stoelen in huis hebben. Op een daarvan, een stoel afkomstig uit Westminster Palace, lieten ze naast hun initialen een zelfontworpen wapenschild borduren: een gigantische schaamluis.

De luis in de pels zijn: dat is al sinds hun ontmoeting in 1967 de favoriete bezigheid van het contraire Britse kunstenaarsduo. Toen wijlen curator Harald Szeemann hen in 1969 niet uitnodigde voor zijn legendarische expo ‘When attitudes become form’, kwamen ze toch - in het brons geschminkt - opdagen voor de vernissage. Urenlang stonden ze roerloos in een hoekje. Hun radicale performance leverde hen de aandacht op van de verzamelde kunstwereld.

Elegant maar subversief: zo kan je het werk van deze kunstenaars het best omschrijven: ze wonen, kleden en gedragen zich zeer voornaam, maar tegelijk maken ze zeer expliciet werk over religie, seks, geld, ras, geweld, alcoholisme en uitwerpselen. ©Filippo Bamberghi

Dat soort elegante subversiviteit typeert hen al vijf decennia. Ze wonen, kleden en gedragen zich zeer voornaam, maar tegelijk maken ze zeer expliciet werk over religie, seks, geld, ras, geweld, alcoholisme en uitwerpselen.

‘Belgium shall be free’

Aankondigingsfilmpje Brafa

Al even ambigu is hun hilarisch Brafa-aankondigingsfilmpje, ingeblikt in hun atelier. Daarin vertellen Gilbert & George, stijf als een standbeeld, dat ze altijd al een bijzondere band hadden met België.

Ze zeggen het met een halve pond ironie, waarna ze lichtjes spottend ‘There will always be a Belgium, and Belgium shall be free. If Belgium means as much to you as Belgium means to me’ zingen. Als ‘singing sculpture’ lijken Gilbert & George hun passage op Brafa - ze tonen vijf grote werken in de wandelgangen van de beurs - wat te ridiculiseren.

Al is die band met België er sinds de begindagen wel degelijk. Topverzamelaars zoals de Brusselaar Herman Daled en de Gentenaar Anton Herbert waren bij de eersten in Europa om het controversiële werk van het Britse duo te kopen. En in 1971 - vier jaar na hun eerste ontmoeting aan de Saint Martin’s School of Art - kwamen Gilbert & George al hun ‘singing sculpture’-performance in Brussel uitvoeren. In brons gemaquilleerd zongen ze ‘Underneath the arches’ voor een handvol mensen.

De Amerikaanse galeriehoudster Ileana Sonnabend was toen aanwezig, net als de Belg Albert Baronian. Sonnabend was zo onder de indruk dat ze het duo instant vroeg om haar New Yorkse galerie in 1971 te openen.

©Filippo Bamberghi

Beleefde kunstenaars

Baronian was toen nog freelancekunstjournalist voor ‘Chroniques de l’art vivant’, pas in 1973 zou hij zijn galerie openen. ‘Ik volg hun parcours al van bij het prille begin’, zegt hij. ‘In 1986 wonnen ze de prestigieuze Britse Turner Prize, in 2005 vertegenwoordigden ze Groot-Brittannië op de Biënnale van Venetië.

©Filippo Bamberghi

Pas in 2009 kon ik, na heel lang aandringen, eindelijk met hen samenwerken in mijn galerie. In totaal deden we al drie soloshows met hen: ‘Jack Freak Pictures’ (2009), ‘London Pictures’ (2012) en ‘The Beard Pictures’ (2017) - uit de drie series zijn trouwens werken te zien in de gangen van Brafa.

Ze zijn onvoorstelbaar gedisciplineerd en klagen nooit. Het zijn de meest beleefde kunstenaars die ik al heb ontmoet. Ze signeren consequent al mijn catalogi en affiches, omdat ze onder het motto ‘Art for all’ hun kunst zoveel mogelijk willen verspreiden.’

Dat heeft modeontwerper JW Anderson intussen ook begrepen: de Brit lanceerde zopas een eerste capsulecollectie waarop rauwe werken van Gilbert & George staan afgebeeld. De collectie, verkrijgbaar via de website van JW Anderson, bestaat niet uit stijve maatpakken, wel uit tassen, lange hemden en zelfs een lederen jekker: een kledingstuk met een punky én naughty connotatie, net zoals het werk van Gilbert & George.

Steekt het kunstenaarsduo met deze modecollab zijn kostuumbroek niet te ver af? Of is het een zoveelste democratisering van hun kunst? En mag je jezelf dan een ‘living sculpture’ noemen, als je zo’n jekker koopt? Stof voor de vragenronde tijdens hun lezing, op 24 januari in Tour & Taxis.

Gilbert & George geven op donderdag 24 januari tussen 12 en 13 uur een lezing in het auditorium van Leefmilieu Brussel op de site van Tour & Taxis, Havenlaan 86c, Brussel. Een ticket kost 8,5 euro, te koop op www.brafa.be of aan de deur (indien niet uitverkocht). Brafa: van 26 januari tot en met 3 februari.





Lees verder

Advertentie
Advertentie