sabato

De roaring twenties door de lens van modefotograaf Man Ray

Man Ray – Bal in het kasteel van Noailles, 1929. ©Centre Pompidou, MNAM-CCI, dist. rmn-grand palais / Guy Carrard © Man Ray 2015 Trust / SABAM, Belgium 2020.

In de jaren 20 maakte Man Ray iconische beelden voor Chanel, Schiaparelli, Vogue en Harper’s Bazaar. Vandaag toont het Musée du Luxembourg in Parijs zijn onderbelichte werk als modefotograaf.

Man Ray – geboren als Emmanuel Radnitzky – móést wel in de mode terechtkomen. Zijn vader was kleermaker in New York, zijn moeder een naaister, die al de kleding voor haar gezin maakte.

Ray senior wou dat zijn kinderen in zijn business stapten, maar Emmanuel weigerde pertinent. Hij wilde kunstenaar worden. Toch bleef mode hem heel zijn carrière achtervolgen. Naaimachines, naald en draad, modellen, modepoppen, strijkijzers: als een surrealistische nachtmerrie duiken ze in heel zijn oeuvre op.

Surrealisme in Parijs

Man Ray woonde in bij Marcel Duchamp en raakte via hem in de kringen rond Brancusi, Picabia, Picasso, Breton en Dalí.

Niet meer dan logisch dus dat zijn foto’s tussen 1921 en 1940 in beroemde modebladen terechtkwamen? Wacht, zo eenvoudig is het niet. Want Man Ray voelde zich helemaal geen fotograaf, maar schilder. In 1911 ving hij zijn schilderscarrière aan in New York.

In zijn hart voelde Man Ray zich schilder. ©Arnold Newman Collection via Getty Images

Pas in 1915 begon hij ook foto’s en films te maken. Aanvankelijk met weinig succes. Gefrustreerd omdat ‘Amerika qua kunst en literatuur zo achterliep op Europa’, verhuisde hij in 1921 naar Parijs. Hij woonde in bij Marcel Duchamp en raakte via hem in de kringen rond Brancusi, Picabia, Picasso, Breton en Dalí.

Om geld te verdienen, begon hij reproducties te fotograferen van hun kunstwerken. Al snel werd zijn studio een ontmoetingsplaats waar artistiek en mondain volk zich graag liet portretteren. Zoals Coco Chanel. ‘Ze heeft haar gezicht half afgewend en houdt elegant, maar toch ook met licht mannelijke bluf een sigaret tussen de lippen’, zo omschreef wijlen auteur Joost Zwagerman een van haar portretten in ‘Americana’.

Man Ray – Zwarte avondjurk van crêpe met print, Elsa Schiaparelli, collectie februari 1936, n°104. Verschenen in Harper’s Bazaar, maart 1936, p.72. ©Galliera / Parisienne de Photographie. © Man Ray 2015 Trust / SABAM, Belgium 2020.

Schiaparelli

Elsa Schiaparelli, Coco Chanels grote concurrente tussen de twee wereldoorlogen, opende in 1927 haar eerste boetiek in Parijs. Ze was close met vele avant-gardekunstenaars en werkte samen met onder meer Salvador Dalí, Jean Cocteau en Man Ray. Schiaparelli’s zwarte crêpejurk uit 1936, hier gefotografeerd door Man Ray, stond in Harper’s Bazaar van maart 1936.

Kiki de Montparnasse en Lee Miller

Man Ray liep in Parijs ook zijn muzen Kiki de Montparnasse, Lee Miller en Dora Maar tegen het fotogenieke lijf. Kiki, een cabaretdanseres, werd in 1921 zijn eerste minnares. Ze was toen al model voor tientallen andere Parijse schilders, maar poseerde ook honderden keren voor Man Ray.

Het bekendste resultaat is ongetwijfeld ‘Le Violon d’Ingres’ (1924): een foto van haar naakte rug waarop Man Ray S-vormige vioolklankgaten tekende. Heel dubbelzinnig natuurlijk, want wie speelt er nu de eerste viool: de tekenkunst of fotografie? ‘Noire et Blanche’ (1926) – Kiki’s hoofd op tafel met een Afrikaans masker in de hand – is al even ambigu. Het iconische beeld verscheen in primeur in 1926 in de
Franse Vogue.

Man Ray – ‘Lee Miller, le visage peint’, circa 1930 - 1980. ©Collection particulière, courtesy Fondazione Marconi © Man Ray 2015 Trust / SABAM, Belgium 2020.

Lee Miller

Het Amerikaanse model Lee Miller zakte in 1929 naar Parijs af met één plan: ze wou per se de assistente van Man Ray worden. Ze werd uiteindelijk ook zijn model, muze en minnares tot 1932. En ze maakte ook veel foto’s in zijn naam, als hij liever wou schilderen. Maar dit portret uit 1930 is helemaal het werk van Man Ray. Hij schilderde zelfs haar gezicht op de foto.

Van Vogue tot Harper's Bazaar

Mode was Man Rays glijmiddel om wild te experimenteren.

Vogue was het eerste modeblad dat Man Rays portretten en modereeksen tussen 1924 en 1928 publiceerde. Sommige van die shoots maakte hij overigens op vraag van het magazine zelf. Maar Vogue was lang niet zijn enige opdrachtgever. In zijn Parijse jaren – van 1921 tot 1940 – haalde zijn fotowerk ook de pagina’s van Harper’s Bazaar, Vanity Fair, Vu en Charm.

Zijn beelden van de collecties van Parijse couturiers genre Paul Poiret, Jean Patou, Madeleine Vionnet, Jeanne Lanvin, Elsa Schiaparelli en Coco Chanel betaalden het vetst. Man Ray maakte de foto’s vooral omdat hij daarmee zijn atelier en schildersbenodigdheden kon betalen.

Peggy Guggenheim in een jurk van Poiret, 1924. ©Centre Pompidou, MNAM-CCI, dist. Rmn-Grand Palais / Guy Carrard © Man Ray 2015 Trust / SABAM Belgium 2020.

Peggy Guggenheim

Paul Poiret was Man Rays eerste modeklant. Poiret overtuigde Man Ray om met modefotografie te beginnen, want modebladen schakelden toen meer en meer over van illustraties naar foto’s. Technisch stond de fotograaf nog nergens. En geld kreeg hij ook niet voor zijn eerste collectieshoots voor Poiret. Maar hij kreeg wel beroemd volk voor zijn lens. De jonge Peggy Guggenheim bijvoorbeeld, in een glimmende Poiret-jurk.

Al ging hij voor dat geld toch niet plat op de buik. Hij infuseerde zijn ‘commercieel werk’ met surrealisme en experimentele technieken. De ‘rayografie’ bijvoorbeeld: objecten kort belichten op lichtgevoelig fotopapier, zodat hun contouren wit blijven. Of ‘solarisatie’: foto’s extra belichten in de donkere kamer, waardoor donkere partijen licht worden en omgekeerd.

Vooral het Amerikaanse magazine Harper’s Bazaar kon Man Rays experimenten smaken. Tussen 1933 en 1944 mocht hij zich er creatief helemaal uitleven. Nadien stopte hij definitief met modefotografie.

Nieuwe regels voor quarantaine

De overheid voert een nieuw systeem voor quarantaines in. Wie symptomen heeft, moet nog altijd zo snel mogelijk een arts raadplegen, zich laten testen en in voorlopige afzondering gaan. Als de test positief is, is vanaf 1 oktober een quarantaine van zeven dagen verplicht. Als de test negatief is, dan wordt de quarantaine opgegeven.

Wie nauw contact heeft gehad met iemand die positief heeft getest op corona, moet zeven dagen in quarantaine. Op de vijfde dag moet die persoon een test ondergaan. Is die positief, dan volgen zeven extra dagen quarantaine. Is die negatief, dan wordt de quarantaine op de zevende dag opgeheven.

Wie terugkeert uit een rode zone, moet nog altijd zeven dagen in quarantaine. Na de vijfde dag volgt een test. Is die positief, dan zijn zeven bijkomende dagen quarantaine nodig. Is de test negatief, dan wordt de quarantaine op de zevende dag opgeheven. Via een zelfevaluatieformulier kan wie naar een rode zone is geweest wel van onder de quarantaine uitkomen.

Fotografie is geen kunst

Man Ray maakte de foto’s vooral omdat hij daarmee zijn atelier en schildersbenodigdheden kon betalen.

Het is bijzonder dat het Musée du Luxembourg in Parijs voor de expo ‘Man Ray et la mode’ nog zo veel originele modebeelden kon vinden. Man Ray stuurde zijn negatieven – allemaal pièces uniques – naar de redacties, die er eigenaar van werden. Als je ze allemaal samen ziet, merk je dat Man Rays modefoto’s niet te vergelijken zijn met hoe klassieke fotografen toen couture in beeld brachten. Mode was zijn glijmiddel om wild te experimenteren.

Sommige beelden zijn zo iconisch dat je vergeet dat ze ooit commercieel waren. Zijn fameuze close-up ‘Les larmes’ – vrouwenogen met dikke glycerinetranen – bijvoorbeeld: aanvankelijk een campagnebeeld van het mascaramerk Cosmécil uit 1934.

©Man Ray 2015 Trust / SABAM BELGIUM 2020.

Elizabeth Arden

Beeldhouwkunst komt vaak terug in de foto’s van Man Ray. Zoals in deze ‘Tête de Vénus maquillée’, een reclamebeeld uit 1932 voor het Amerikaanse cosmeticamerk Elizabeth Arden, opgericht door Florence Nightingale Graham: de grote concurrente van Helena Rubinstein.

Toch bleef het knagen. ‘In de jaren 30 werd ik gevraagd door reclamebureaus en modebladen. Mijn studio stond vol fotogerei om indruk te maken op cliënten, maar de muren hingen vol met mijn schilderijen’, schrijft Man Ray in zijn memoires ‘Belicht geheugen’. ‘Tussen de fotolampen stonden mijn schildersezels. Niemand, behalve de surrealisten en wat vrienden, bekeek die schilderijen.’

In 1937 maakt Man Ray samen met schrijver André Breton zelfs het pamflet ‘La photographie n’est pas l’art’. Maar de titel is wel heel ironisch uitgedraaid. ‘Man Ray is een van de eerste kunstenaars die als fotograaf meer gewaardeerd worden dan als schilder of beeldhouwer’, schrijft fotohistoricus Reinhold Mißelbeck. ‘Zonder hem was fotografie nu geen volwaardige kunstvorm.’ 

Man Ray et la Mode, van 23 september tot 17 januari 2021 in Musée du Luxembourg in Parijs.

Lees verder

Advertentie
Advertentie