Advertentie
sabato

Een tuinhuis voor je kunstverzameling: drie next level kunstpaviljoenen

De architect stemde het maatwerk in wengé af op de houtsoort van het bureau van Jules Wabbes. ©Jan Verlinde

Drie Belgische verzamelaars vroegen hun architect om een kunstpaviljoen in de tuin te ontwerpen. Om hun collectie anders te kunnen beleven. Of om nog meer werk te kunnen accumuleren.

1 | Bruno Erpicum

The green green grass of art

De architectuur

Voor een textielondernemer en een kunstenares bouwde AABE, het Brusselse architectenbureau van Bruno Erpicum, een tuinpaviljoen met de oppervlakte en voorzieningen van een volwaardig huis.

Architecturaal sluit het hedendaagse paviljoen niet aan bij de klassiekere woning van het koppel uit de groene rand rond Brussel. ‘Dat was ook de bedoeling. Ik wilde een paviljoen in beton, dat opgaat in de tuin’, zegt de verzamelaar, die liever discreet blijft. ‘We kwamen in contact met Bruno Erpicum, omdat ik goed bevriend ben met zijn zus. Maar ook zijn architectuur lag ons uiteraard. Zijn bureau kreeg carte blanche van ons, maar het paviljoen moest wel aan drie voorwaarden voldoen: voldoende ruimte voor onze kunstcollectie, een werkruimte voor mij én een schilders­atelier voor mijn vrouw. Een glazen doos mocht het absoluut niet worden, want we hadden veel wanden nodig om onze verzameling te presenteren.’

Het kunstpaviljoen is nagenoeg onzichtbaar in de glooiende parktuin van landschapsarchitect Michel Delvosalle geschoven. ©Jan Verlinde

‘In tijden van compacter wonen, is het misschien decadent om zo’n extra volume te bouwen, puur voor je collectie en als bureau. Maar het paviljoen is opgevat als een passiefwoning. Dat compenseert al een beetje.’

Het paviljoen is geknikt en dat creëert een spannende binnen-buitendynamiek, zeker aan de kant van de glazen gevel. ‘Heel het paviljoen is opgetrokken uit betonplaten, die ter plaatse bekist zijn. Op de vloer ligt blank douglasparket in extra brede planken. In de Saatchi Gallery in Londen ligt hetzelfde parket, we hebben ons daarop geïnspireerd. In het atelier van mijn vrouw zit die vloer al helemaal onder de verfspatten’, vertelt de eigenaar. De rest van het houten maatwerk – de pivoterende binnendeuren en de bibliotheekkast – is uitgevoerd in wengé. ‘Dat sluit mooi aan op het bureau in wengé van Jules Wabbes, dat ik al in mijn bezit had.’

Bruno Erpicum ontwierp een paviljoen in ter plaatse bekist beton, waar binnen en buiten perfect op elkaar afgestemd zijn. ©Jan Verlinde

De collectie

Zelf noemen de eigenaars hun collectie ‘heel eclectisch’. ‘We beschouwen onze kunstwerken niet als een investering, het zijn allemaal coups de coeur’, vertelt hij. ‘Soms doe je dan een goeie zaak, maar meestal niet. Ach, het belangrijkste is dat wij kunnen leven in een ruimte waar we omringd zijn door schoonheid. We kopen minder dan vroeger, maar blijven toch kunstgourmands. Daarom verander ik hier ook de ophanging van de werken zo graag. De architectuur leent zich daar perfect toe.’

De spartaanse architectuur in glad beton contrasteert mooi met de ruwe stapstenen en de textuur van het schrijnwerk in wengé. ©Jan Verlinde

Mid-century design behoort tot de vele dada’s van de eigenaars. De betonnen annex richtten ze in met meubilair van Poul Kjaerholm, William Katavolos, Arne Jacobsen, Jules Wabbes en Eero Saarinen.

De kunstverzamelaar heeft een zeer eclectische smaak, die gaat van modern design tot Afrikaanse kunst. ©Jan Verlinde

Wandelend door het paviljoen herkennen we werken van de Zuid-Afrikaanse fotograaf Pieter Hugo, de Roemeense surrealist Victor Brauner, maar ook van schilder Dominique Ijak, hondenfotograaf William Wegman, de Oostenrijkse symbolist Alfred Kubin en de Kameroense schilder Barthélémy Toguo.

Mid-century design is een van de vele dada’s van de eigenaars. De betonnen annex richtten ze in met meubilair van William Katavolos (foto), Poul Kjaerholm, Jules Wabbes en Eero Saarinen. ©Jan Verlinde

In de tuin staan best wat sculpturen, onder meer recent werk in verbrand hout van landschapsarchitect Michel Delvosalle. ‘We hebben ook nogal wat etnische kunst, zoals je ziet’, vertelt de eigenaar. ‘Dat gaat van Afrikaanse beelden tot sculpturen uit Oceanië. Er zit niet echt een lijn in wat we kopen. In mijn bibliotheek staat bijvoorbeeld een serie ivoren objecten uit China. Ze dienen om een snaarinstrument mee te bespelen. Ik vond ze prachtig.’

©Jan Verlinde

De paviljoenbeleving

Het paviljoen ligt half ingegraven in de glooiende parktuin van vier hectare, ontworpen door landschapsarchitect Delvosalle. Vanuit de woning zelf kun je het volume eigenlijk niet zien liggen. Het blendt perfect met de omgeving. ‘We hebben de toelating om nog een verdieping boven op het paviljoen te zetten. Dan zal het niet meer zo discreet zijn in de omgeving natuurlijk. Maar in principe zouden we hier dan kunnen komen wonen.’

©Jan Verlinde

Het koppel gebruikt het paviljoen nu al dagelijks. Voor een zwempartijtje ’s morgens, om van kunst te genieten overdag of om zakelijke meetings te doen. ‘Mijn woon-werkverkeer doe ik per step’, zegt de eigenaar. ‘Van aan het huis tot hier moet ik zowaar tachtig meter afleggen.’

Het is een ritueel geworden, sinds het paviljoen er staat: elke morgen begint de verzamelaar zijn dag met enkele zwemlengtes. ©Jan Verlinde

Bruno Erpicum | Website: erpicum.org

©Jan Verlinde

2 | BXL-architecten

‘Een kunstbuitenverblijf aan mijn achterdeur’

De architectuur

In de tuin naast zijn atelierwoning in Sterrebeek bouwde architect Tom Jonckers voor zichzelf een slank trapeziumvormig kunstpaviljoen. Langs ronde stapstenen betreed je een compacte, maar erg hoge ruimte, die zich uitstekend leent om kunst te tonen. ‘Aanvankelijk is dit paviljoen gebouwd om een conceptueel werk van de Fransman Xavier Antin te kunnen realiseren. Zijn werk bestaat uit een fictieve barst in de muren van de ruimte. Daarin zijn bronzen schroeven vastgemaakt, waarop je de letters van de zin ‘Perfect Shapes Collapse’ kunt lezen. Op den duur werd het paviljoen een extra ruimte om ook andere kunstwerken uit mijn collectie een plek te geven. Tenminste, als ze een relatie hadden met de thematiek van Xavier’, zegt Jonckers, de oprichter van BXL-architecten.

©Nicolas Schimp

‘Binnenkort komt er een tweede permanent werk in de ruimte: een installatie met gemetste muren van Caroline Van den Eynden, de Antwerpse kunstenares die dit jaar onverwacht overleed. Ze zal letterlijk inbreken in de ruimte, want de bakstenen muren zullen dwars door de buitenmuur lopen, zodat er – net als bij Xavier Antin – littekens ontstaan in de architectuur. Carolines werk zit op de grens tussen architectuur, sculptuur en installatie. Eén wand zal de doorgang in het paviljoen extreem versmallen, waardoor je een ongemakkelijk ruimtelijk gevoel krijgt. Caroline wilde in de ruimte ingrijpen. En ook in de tuin zal haar doorlopende muur het uitzicht belemmeren.’

Pal naast zijn woning trok architect Tom Jonckers een paviljoen op. Hij beschouwt het als een gecureerde galerieruimte, waarin hij een deel van zijn privécollectie exposeert. Onder meer een sculptuur van Anton Cotteleer en conceptueel werk van Xavier Antin. ©Nicolas Schimp

Boven op de gemetste muren komt een stalen balustrade, die doet denken aan een reling uit de pakketbootarchitectuur van het interbellum. Heel Carolines oeuvre – dat vooral uit maquettes bestond – gaat over ‘de connectie tussen herinnering en verlangen’ in architectuur. ‘In deze installatie, die we komende maand zullen realiseren, verwijst ze naar de architecturale impact van schoolgebouwen, die tegelijk richtinggevend, sturend én belemmerend kunnen werken. Caroline kreeg van mij carte blanche voor haar eerste monumentale werk, buiten haar galerie DMW in Antwerpen. Twee weken voor haar dood finaliseerden we de laatste details.’

©Nicolas Schimp

De collectie

‘In het paviljoen hangt maar een deel van de collectie. Maar wel allemaal werken die een inhoudelijke of vormelijke link met elkaar hebben. Meer dan een collectiegebouw is dit paviljoen een plek waar je de ervaring van een ‘gecureerde galerietentoonstelling’ hebt. Ik amuseer me met het zoeken naar een interessante accrochage’, aldus Jonckers.

De ‘barst’ in de muur is een conceptueel werk van Xavier Antin. In de koelkast zitten sculpturen van Nicolás Lamas, over de archeologie van de toekomst. ©Nicolas Schimp

Het textielkunstwerk vooraan is van Xavier Antin, dezelfde kunstenaar van de ‘barst’ in de muur. Het doek is een onderdeel van een grotere ruimtelijke installatie, gemaakt voor de Fondation Hermès Aloft in Singapore.

Een textielwerk van Xavier Antin, een mobile van ijzerdraad van Chaim van Luit, een spiegelend werk ‘Objects in the mirror are darker than they appear’ van Ignasi Aballi. ©Nicolas Schimp

De ‘koelkast’ is een werk van Nicolás Lamas, een Peruaanse kunstenaar die in Brussel werkt rond de archeologie van de toekomst. In de bibliotheekkast staat de rubberen handsculptuur ‘The Invisible Hand’ van Maarten Vanden Eynde. ‘Hij goot de hand van een ruiterstandbeeld van koning Leopold II af, ging met die mal naar een voormalige Belgische rubberplantage in Congo en goot de vorm af in rubber. De kleur van de sculptuur evolueerde van een blanke huidskleur naar een bruinzwarte huidskleur. Het ruwe rubber heeft de geur van Parijse clochards. Door zijn koloniale thematiek zou ik het werk graag in bruikleen geven aan het AfricaMuseum van Tervuren.’ De mobile met gevonden koperdraadjes is ‘Chain of Thoughts’ van Chaim van Luit. ‘Je kunt de slinger op verschillende manieren ophangen, de volgorde van de onderdelen of de lengte maakt niet uit’, zegt Jonckers. Achteraan hangt een spiegelend werk van Ignasi Aballi waarop ‘Objects in the mirror are darker than they appear’ staat. ‘In de spiegel kijken is soms een oefening in je eigen donkere kanten leren aanvaarden’, aldus Jonckers.

Tom Jonckers renoveert momenteel in Noord-Italië een brutalistische villa, die hij als artiestenresidentie én exporuimte voor zijn privécollectie wil gebruiken. ©Nicolas Schimp

De paviljoenbeleving

‘Het aangename van zo’n paviljoen aan je achterdeur is: je stapt je huis uit en drie seconden later treed je binnen in een andere wereld. Het is als een buitenverblijf op drie meter van je huis. Ik trek zeker niet dagelijks naar dit paviljoen. Maar ik heb er wel een zithoek en een bibliotheek geïnstalleerd voor bezoekers. Zoveel zijn dat er niet. Ik zeg altijd: iedereen is welkom, maar je moet het wel vragen. Het paviljoen is meer een rustplek dan een gebouw waar de deur platgelopen wordt. Mijn kunstruimte is niet gebouwd als egotrip. En ook niet omdat ik een extra ruimte nodig had voor een te grote collectie. Ik zie het paviljoen als een platform waar installaties mogelijk zijn, in situ of op commissie. En ik hoef hier niet, zoals een galerie, om de zoveel weken een nieuwe expo te organiseren. Ik heb ook geen commerciële belangen. De kunstruimte is een vrijplaats waar alles kan en niks moet. En zo wil ik het ook houden.’

BXL-architecten | Website: bxl-architecten.be

Naast Anton Cotteleers bronzen werk komt binnenkort nog Caroline Van den Eyndens postume bakstenen installatie, die het paviljoen zal doorsnijden. ©Nicolas Schimp

3 | Vers.A

‘Opruimen hoeft hier niet’

De architectuur

In Ronse staan in de glooiende tuin van kunst- en designverzamelaar Christian Mys twee paviljoenen van het Brusselse architectenbureau Vers.A: een collectiegebouw en, wat lager gelegen, aan de zwemvijver, een sauna. Het opmerkelijke kunstpaviljoen is een geknikt volume, dat net uit het zicht staat van de interbellumwoning van Christian Mys en Martine Sintobin. ‘We hebben in het verleden enkele keren met Robbrecht en Daem gebouwd. Kobe Van Praet, samen met Guillaume Becker de medeoprichter van Vers.A, liep ooit stage bij Paul, dus zijn bureau was een logische keuze. Ik had in Machelen-aan-de-Leie, vlak bij het Roger Raveelmuseum, een mooi huis van Vers.A gezien. Kobe is in dat dorp opgegroeid. Via een gemeenschappelijke vriend uit Machelen kwam ik met hem in contact. En het klikte meteen. De eerste schets was een schot in de roos, ook al kregen we de kelder en eerste de verdieping niet vergund.’

Het paviljoen van Vers.A is een vrijplaats voor Christian Mys’ collecties. Met onder meer Chinese kunst, Japanse keramiek, hedendaags design en fotografie. ©Nicolas Schimp

Het ingenieuze paviljoen is aan de buitenkant afgetimmerd met donker thermowood, maar binnenin kom je in een cocon van bleke berkenmultiplex terecht. ‘Ik wilde een plek waar ik tussen mijn nieuwste aanwinsten – kunstwerken, keramiek en boeken – kan vertoeven, zonder dat ons woonhuis meteen overhoop ligt. Hier kan ik alles ontdekken en aandachtig bekijken vooraleer het ergens een plaatsje krijgt’, zegt Mys. ‘Martine, mijn vrouw, wilde in het paviljoen graag een bureau en een volledig geëquipeerd kookatelier. Dankzij de modulaire tafels van Onbetaalbaar kunnen we hier 25 mensen verwelkomen. Als er hier een familiefeest is, ruim ik niet op. De kunst en de boeken blijven gewoon liggen. Sommige mensen vinden dat rommelig, maar het is de manier waarop ik me graag omring met kunst en design.’

©Nicolas Schimp

De collectie

Ook al heeft hij al twee keer een groot deel van zijn collectiestukken geveild, toch blijft Mys’ verzameling aangroeien. Wie goed rondkijkt in zijn paviljoen, ontdekt historische werken van Jan Vercruysse, Lili Dujourie en Ettore Spalletti. Maar er zijn ook talloze Chinese en Japanse objecten, zowel op de kast als in de lades van het wandmeubel. ‘Boven op die kast staan een paar van mijn recentste aankopen. Een tekening van Lieve Dhondt, bijvoorbeeld. Maar ook de prachtige foto’s van Lara Gasparotto, bewerkt met pastel. En de spiegelwerken van Greet Billet, een kunstenares die intussen ook werd opgepikt door Ann Veronica Janssens.’

Een poëtische fotoreeks van Daisuke Yokota, in dialoog met de volwassen tuin, de mineralencollectie en de ‘Arc Single’-lamp van Jonathan Muecke voor Maniera. ©Nicolas Schimp

Naast het raam hangt nog een poëtische fotoreeks van de jonge Japanner Daisuke Yokota. ‘En Emmanuelle Quertain maakte een reeks werken, geïnspireerd op mijn collectie Chinese objecten. En Matthieu Ronsse haalde ook een stoot uit: hij gebruikte een van mijn mooiste vazen als verfpot. Dat is nu een autonoom kunstwerk geworden.’

Dankzij de modulaire tafels van ‘Onbetaalbaar’ is er plaats voor 25 mensen. Op de collectiekast staat werk van, onder meer, Lieve Dhondt, Matthieu Ronsse en Lara Gasparotto. ©Nicolas Schimp

Vroeger stond in dit paviljoen vooral historisch design, onder meer van Pierre Chapo en Luis Barragán. Maar die vintage stukken zijn grotendeels vervangen door hedendaags design. Te beginnen met Muller Van Severen, die speciaal voor de ruimte een keuken in gekleurd email uitwerkten. Behalve stoelen van het Evergemse duo herkennen we ook een daybed van Chevalier Masson, een stoel van Jonathan Muecke en een ‘Brick Study Bench’ van Bijoy Jain, beide geëditeerd door galerie Maniera uit Brussel.

©Nicolas Schimp

De paviljoenbeleving

‘Ik kom elke dag naar het paviljoen. Als ik alleen ben, installeer ik me zo dat ik in de richting van de tuin kan kijken. Maar als er bezoek is, laat ik mijn bezoekers van het uitzicht genieten. We bevinden ons hier aan de rand van het bos, ingesloten door de natuur. In zo’n context van kunst kunnen genieten is zalig. Mijn vrouw Martine gebruikt het wat minder vaak dan ik. We hebben hier nochtans een keuken en een beamer, dus we zouden in principe naar televisie of films kunnen kijken. Misschien komen we er ooit wonen. Maar voorlopig gebruik ik het paviljoen vooral voor mijn passie.’

Het geknikte paviljoen omarmt de glooiende tuin aan de rand van het bos in Ronse. Op het terras staat meubilair van onder meer Muller Van Severen. ©Nicolas Schimp

Vers.A | Website: versa-architecture.be

©Nicolas Schimp

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie