sabato

Ex-eigenaar Aux Armes de Bruxelles veilt curiositeitenverzameling

‘Collectionitis is een hardnekkige ziekte' ©rv

Zijn befaamde restaurant, Aux Armes de Bruxelles, liet hij in 2007 aan Albert Frère over. Zijn befaamde Dogon-beeld verkocht hij in december 2013 voor 325.000 euro bij Christie’s Parijs. En 26 juni gaat ook zijn enorme curiositeitenverzameling onder de veilinghamer bij Millon. Verhuizen van Brussel naar Knokke: het doet wat met Calixte Veulemans.

De wedergeboorte van Aux Armes de Bruxelles: dat wou Calixte Veulemans (78) toch niet missen in oktober 2018. Een familiale verplichting, want zijn vader richtte het beroemde restaurant in 1921 op en hij was er zelf gerant tot 2007. Maar eigenlijk had Veulemans dringender zaken te doen: zijn koetshuis in Brussel leegmaken, bijvoorbeeld.

Een Egyptisch fragment, een hedendaagse houten sculptuur van Nicolas Alquin, een Asmat-schedel, een Romeins voetbeeld, een vaas in gehamerd zilver van Romain Ricci: de huidige collectie van Calixte Veulemans overspant eeuwen en continenten. ©rv

‘Eerst wou ik nog een klein pied-à-terre in Brussel houden. Maar het leven in Knokke is zo comfortabel dat ik besloot hier fulltime te blijven. Restte me gewoon te beslissen welke collectiestukken ik wou verhuizen naar mijn appartement in Knokke. En wat ik zou verkopen.’

Moeilijke keuzes waren het. ‘Ofwel stak ik alles in kartonnen dozen en belde ik een opkoper. Ofwel contacteerde ik een paar veilinghuizen’, zegt hij. Het werd gelukkig die laatste optie. Twee jaar deed hij erover, maar woensdagavond 26 juni valt de hamer onherroepelijk. Dan veilt Millon Belgique zo’n 300 items uit zijn overvolle curiositeitenkabinet, dat zijn Brusselse woning mettertijd randje onleefbaar maakte.

Niet dat er in zijn nieuwe appartement in Knokke helemaal niets meer staat. ‘Een minimalistisch kustappartement in greige tinten en zandkleuren is niet aan mij besteed’, lacht Veulemans. Een understatement van jewelste. ‘Je ziet het: ik heb alweer plaatsgebrek. Het staat hier al bijna even vol als in Brussel. Dat is de tol van een leven lang verzamelen, zeker?’

Hergé

‘Ja, het doet pijn om je collectiestukken te zien vertrekken. Maar is een veiling niet beter dan een kartonnen doos?’

‘Eigenlijk was ik graag antiquair geworden. Maar van mijn 17de, in 1958, hielp ik al in de zaak van mijn ouders in Brussel. Van Expo 58 heb ik helaas niet veel gezien. We verzorgden toen ontelbare banketten op de wereldtentoonstelling terwijl ons restaurant in de Rue des Bouchers overuren draaide’, blikt hij terug. ‘Mijn ouders maakten van een eenvoudige eettent met vooral klassieke frituurbereidingen een beroemd etablissement.

Koning Leopold III at altijd hetzelfde bij ons: moules à l’escargot en sole meunière. Jacques Brel had er zijn vaste tafeltje. En Hergé ontmoette er op 5 mei 1942 uitgever Louis Casterman om zijn Kuifje-deal te tekenen.’

In juni 2007, net voor de financiële crisis uitbrak, verkocht de familie Veulemans haar zaak. ‘Van de Franse brasseriegroep Flo kregen we an offer we couldn’t refuse’, zegt Veulemans. ‘Albert Frère was toen meerderheidsaandeelhouder in die groep en wou het restaurant Parijse flair geven. Maar Parijs is Brussel niet. Je moet Brusselaar zijn om dat te snappen.’

©rv

Ook de overname door de horecabroers Beyaz mislukte. Na hun faillissement kwam het etablissement in handen van Rudy Vanlancker, bekend van Chez Léon.

‘Nog altijd ontmoet ik mensen die de zaak kenden ‘van in de oude tijd’. Ze spreken nog steeds met veel liefde over onze mosselen, die mijn vader als allereerste in individuele porties serveerde. Voor mij, mijn broers en mijn zus was er geen andere keuze dan hem opvolgen, zeker na zijn dood in 1965. Mijn broers Jacques en Gaëtan en mijn zus Chantal hebben met veel liefde de zaak gerund tijdens de hoogdagen.’

Amputatiezaag

De smaak voor bijzondere en waardevolle objecten kreeg Veulemans al op zijn 14de, op weg naar school door de Koningsgalerij. Elke dag passeerde hij twee keer voor de mysterieuze vitrine van de legendarische antiquair Germaine de Brabant, bij wie ook Hergé klant was.

‘Je ziet het: ik heb hier in Knokke alweer plaatsgebrek. Dat is de tol van een leven lang verzamelen zeker?’

‘In een etalage van Germaine stond altijd een dubbele Japanse paravent met bladgoud. En daarvoor telkens één enkel kunstobject op een sokkel. Soms een Afrikaans masker, soms een Aziatisch kunstobject. Altijd trok dat mijn aandacht. Ik wou weten wat het verhaal was achter die geïsoleerde stukken.’

Natuurlijk liep hij als schooljongen niet zomaar de galerie binnen. Ook zijn vader, die eveneens Calixte heette, nam hem nooit mee, want was totaal geen kunstliefhebber. ‘Het duurde tot mijn 20ste voor ik met mijn eerste spaarcenten antieke objecten kocht. Ik ben zeker: ik heb via Germaine mijn collectionitis opgelopen. Het is een hardnekkige ziekte.’

Is het door die ‘ziekte’ dat in zijn collectie zoveel medisch getinte objecten zitten? Of wat boeit hem precies in dat creepy genre? ‘Ik verkoop inderdaad mijn 18de-eeuwse schedelboor’, vertelt hij. ‘Kijk eens hoe mooi die gemaakt is. Ik heb zelfs nog de originele doos met alle opzetstukken erbij. En dit is een 18de-eeuwse amputatiezaag.

Spaans processiekruis in kwartskristal en verguld koper, 13de-14de eeuw, geschat op 15.000-20.000 euro. ©J.P. Serol

Ik verzamel die zaag niet omdat ik kick op horror, maar omdat het zo’n prachtig ding is in staal, ivoor en ebbenhout. Tegelijk is het natuurlijk ook een gruwelijk marteltuig. Zeker als je weet dat verdoving of ontsmetting toen helemaal niet ingeburgerd was. In oude medische verslagen staat vaak aan het einde: de patiënt was zeer moedig, maar heeft het uiteindelijk niet gehaald.’

Veulemans raakt op dreef en haalt er een klein ivoren beeldje van een naakte vrouw bij. ‘En weet je wat dit is? ‘A Doctor’s Lady’, onthult hij. ‘In het oude China mochten vrouwen hun lichaam niet tonen aan hun dokter. En al zeker niet hun intieme lichaamsdelen. Dus had elke geneesheer een ivoren beeldje van een vrouwenlichaam in zijn kabinet, waarop de dames moesten aanwijzen waar ze pijn hadden. Op basis daarvan stelde hij een diagnose. Medisch totaal onverantwoord, maar het werd nog gebruikt tot begin 20ste eeuw.’

Lodewijk XIV

©J.P. Serol

Zulke wetenschappelijke instrumenten, de zogenaamde ‘scientifica’, zijn een van de vier onderdelen van de klassieke Wunderkammer. Veulemans heeft er best veel, zo merken we in de veilingcatalogus van Millon.

We bladeren langs een intact 18de-eeuws armillarium van Charles Desnos: een hemelbol met ringen die de beweging van de planeten rond de zon uitbeeldt. Maar we zien evengoed een grote, zeldzame zonnewijzer van Nicolas Bion, de chef wetenschappelijke toestellen van Lodewijk XIV. ‘Stuk voor stuk meesterwerkjes. Maar wie vindt die nu even mooi als ik? Dat vraag ik me echt af’, zegt hij.

Aan ‘exotica’, nog zo’n traditioneel onderdeel van de wonderkamer, ook geen gebrek bij Veulemans. Sneeuwbrillen van de Inuit, een wereldbol van het beroemde Parijse Maison Delamarche uit 1804, een bas-reliëf van de Hettieten (nu Syrië en Irak), een Japanse imperiale scepter of een monumentaal gebeeldhouwde boomvaren uit Vanuatu, de afgelegen eilandengroep bij Australië en Fiji: ook al reisde Veulemans zelf niet excessief, toch doet zijn verzameling moeiteloos de vijf continenten aan. En die wereldreis is dan nog eens gespreid over minstens vijf millennia.

©rv

Dassen cadeau

Niet alleen antiquair Germaine de Brabant beïnvloedde Veulemans’ eclectische smaak, ook interieurarchitect Jan Vlug had daar een aandeel in. De Nederlandse decorateur, smaakmaker, productontwerper en verzamelaar richtte vooral in de jaren 70 van de vorige eeuw een hele reeks kantoren en privéwoningen in in het Brusselse, vaak in samenwerking met meubelontwerper Jules Wabbes.

Veulemans ontmoette Vlug, die in Brussel woonde en werkte, voor het eerst in 1960: het begin van een lange vriendschap. ‘Ik was compleet overdonderd door zijn woning. Er stond van alles: van Egyptische sculpturen tot antieke medische benodigdheden. Zijn brede smaak is me altijd bijgebleven’, zegt hij.

‘Jan hield van de beste wijnen en de mooiste kleren. En hij kon levendige ruimtes creëren met antieke en oude objecten’, schrijft ook Axel Vervoordt in zijn memoires ‘Verhalen en reflecties’. Ook de Antwerpse kunsthandelaar en woonfilosoof kwam, net zoals Veulemans, vaak over de vloer bij Vlug. Vervoordt noemt hem zelfs zijn ‘mentor en meester in goede smaak’. En Vervoordt draagt naar eigen zeggen nog altijd de dassen die hij na Vlugs dood cadeau kreeg van zijn weduwe.

Zilverwerk en een mortier in porfier, uitgestald op een Italiaanse commode met een schilderij van Valerio Adami op de achtergrond. ©rv

Veulemans heeft weliswaar geen dassen, maar wel mooie herinneringen aan Jan Vlug. ‘Weet je dat hij het interieur bedacht van La Terrasse Martini?’, zegt hij. ‘Die fabelachtige bar van de familie Vastapane - toen importeur van Martini - bevond zich op de 29ste verdieping van de inmiddels afgebroken Rogiertoren.’

Tussen 1958 en 1978 kwam daar de internationale jetset cocktails drinken op 117 meter hoogte. Voetbalster Pelé en de actrices Marlène Dietrich, Jane Fonda of Sophia Loren: allemaal vonden ze het uitzicht op Brussel al even adembenemend als Vlugs interieur featuring een volière met zeven papegaaien!

Veulemans was niet alleen bevriend met Jan Vlug, na de dood van diens weduwe kocht hij in 2002 ook hun woning in Brussel: een koetshuis met tuin van de Brusselse tuinarchitect Erik Dhont. Veulemans behield het interieur grotendeels, en nam zelfs de obsessieve verzamelzucht én de manier van objecten presenteren over van zijn mentor.

‘Antiek kopen was mijn favoriete bezigheid in mijn vrije tijd, zeker in de hoogdagen van het restaurant in de jaren 60 en 70. Bijna alles wat ik verdiende, ging op aan kunst. Ik besliste altijd alleen, en dat is zeldzaam. Ik heb zelden koppels gezien waar de partners met hetzelfde oog collectioneren.’

Politieagent

De horecaondernemer kocht niet alleen stukken bij Germaine de Brabant, maar ook Afrikaanse en Oceanische kunst bij Marc Leo Felix, curiosa bij zijn vriend Jean Richard Bormans, moderne kunst bij René Whithofs, wetenschappelijke meetinstrumenten bij specialist Alain Brieux en zelfs bij de Parijse Galerie J. Kugel.

‘Eva met de appel’, rond 1510-1530, is Duits renaissancehoutsnijwerk, gekocht bij J. Kugel in Parijs, maar afkomstig uit de voormalige collectie van Jan Vlug. Geschat op 14.000-18.000 euro. ©J.P. Serol

‘Toen Vlug stierf, verkocht zijn weduwe zijn prachtige gepolychromeerde Duitse renaissancesculptuur aan de gebroeders Kugel. Toen ik het 16de-eeuwse beeld in Parijs zag staan, herkende ik het uit Vlugs interieur. Ik kocht het als aandenken en verkoop het nu opnieuw via Millon.’

Veulemans kocht wel meer stukken als souvenir aan zijn mentoren. De expressieve Dogon-sculptuur die dertig jaar lang ‘als een politieagent met opengesperde armen’ in de galerie van Germaine de Brabant stond, kocht hij na haar dood op haar boedelveiling in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Exact 180.000 Belgische frank telde hij in 1981 ervoor neer, een enorm bedrag waarmee hij toen de antiquairs in de zaal overklaste.

‘Tijdens haar leven wou Germaine dat beeld nooit verkopen. Na de veiling kreeg ik meermaals bezoek van handelaars die het 14de-eeuwse beeld wilden overkopen’, zegt hij. ‘Uiteindelijk verkocht ik het in 2013 bij Christie’s in Parijs voor 325.000 euro.’

 

‘Antiek kopen was mijn favoriete bezigheid in mijn vrije tijd’, zegt Calixte Veulemans. ‘Bijna alles wat ik verdiende, ging op aan kunst.‘ ©Karel Duerinckx

Veulemans kent de veilingwereld goed, als koper én als verkoper. Hij loste via het veilinghuis Cornette de Saint-Cyr al meubilair van Jules Wabbes en Jan Vlug, maar evengoed originele striptekeningen uit zijn collectie. Op 14 en 15 juni verkocht hij al 70 originele boeken uit zijn bibliotheek bij Arenberg Auctions, 325 andere volgen nog in december.

‘Maar zoveel kunstobjecten in één keer verkopen, zoals nu bij Millon, dat deed ik nooit eerder. Ik weet nog niet of ik in de zaal zal zitten tijdens de veiling. Dat zal me te veel hartzeer bezorgen, denk ik. Ja, het doet pijn om je collectiestukken te zien vertrekken. Zeker als het 50 jaar lang compagnons de route waren. Maar is een veiling niet beter dan een kartonnen doos?’

Le cabinet de curiosités de Calixte Veulemans et collections bruxelloises, veiling op woensdag 26 juni om 19 uur. Kijkdagen op zaterdag 22, maandag 24 en dinsdag 25 juni, van 11 tot 18 uur bij Millon Belgique, Kazernelaan 39b, 1040 Etterbeek, www.millon-belgique.com

©rv

Dit artikel verschijnt in onze 250 pagina’s tellende Knokke Special op zaterdag 22 juni.

Lees verder

Advertentie
Advertentie