sabato

Geen collabs, geen mensen en nooit op bestelling: de beestenwereld van streetartkunstenaar ROA

Van de Braziliaanse favela’s tot de Australische outback: in tien jaar tijd werd de Belgische streetartist ROA wereldberoemd met zijn gigantische zwart-witdieren. ©ROA

Wie ROA’s dierengraffiti wil zien, moet op ‘spraycation’: zijn bestiarium staat verspreid van Gent tot Seoel, van Tasmanië tot Amerika. Al kan je de gigantische zwart-witdieren van de Belgische muurkunstenaar nu ook thuis bekijken. Want eindelijk vond ROA de tijd rijp voor een monografie. En een gesprek met Sabato. ‘Soms overspuit ik mijn eigen werken meermaals per dag.’

ROA is de Belgische Banksy niet. Geen mysterieus gedoe dus met geheime interviewlocaties, gemaskeerde telefoonnummers of onherkenbare portretfoto’s in hoody. Als we ROA de hand schudden, stelt hij zich gewoon voor met zijn eigen naam. Kat-en-muisspelletjes spelen met de media wil hij niet. ‘Ik wil gewoon met rust gelaten worden. Het gaat om de kunst, niet om mij’, zegt hij.

ROA schildert altijd met de vrije hand, direct op de muur, zoals hier in New York City. ‘Het idee voor een tekening ontstaat meestal ter plekke, als de architectuur interessante elementen heeft.’ ©Martha Cooper

‘Als kind was ik al mega gefascineerd door dieren. Ik kwam vaak thuis met skeletten of botten die ik gevonden had. Aan de kunsthumaniora was ik geen briljant student. Het leven kwam in de weg te staan. Maar dat is nog altijd de beste leerschool.’

‘Op mijn dertiende had ik mijn eerste spuitbus al vast. Ik leerde alles op straat, maar ook uit kunstenaarsboeken.’

In plaats van te studeren hing ROA liever op straat rond met skaters, rappers en graffitispuiters. ‘Op mijn dertiende had ik mijn eerste spuitbus al vast. Ik leerde alles op straat, maar ook uit kunstenaarsboeken. Al heb ik later wel nog cursussen anatomietekenen en workshops grafiek en zeefdrukken gevolgd.'

'Het was de tijd van Madonna, Keith Haring en hiphop. In Gent was de graffitiscene heel klein. Iedereen kende iedereen, ook al werkte je onder verscheidene schuilnamen en in uiteenlopende stijlen. Onder de naam ROA spoot ik uitsluitend grote dieren in zwart-wit. Het was de perfecte samenvatting van mijn interesse in biologie, anatomie, kunst en het skatemilieu waarin ik rondliep.’

‘Waarom ga je spuiten op plekken waar niemand komt?’, vroegen zijn vrienden toen hij op muren van verlaten fabriekspanden begon te verven. Voor ROA was dat ‘the perfect crime’: in die vergane panden kon hij zoveel experimenteren als hij wou. ‘Het was avontuurlijk en niemand zag me bezig. Die vergane industriepanden werden dankzij mijn dieren een oase waarin er weer leven kwam’, zegt hij.

Reiger, Gent, 2010. ©ROA

Zijn eerste XL-dier spoot hij in 2009 op de site van Interbeton aan de Gentse Dokken. ‘De silo was enorm hoog, maar ik had geen hoogtewerker, dus moest ik via de bestaande trap en deuren mijn beest op de muur krijgen: een dode reiger, naar beneden bengelend als in een jachtstilleven.’

Nagelbommen

De internationale doorbraak kwam er nog datzelfde jaar. Mee dankzij een urban explorer dan nog, die binnendrong in een Gentse fabriek om er een filmpje te maken. Het stond er vol immense dierenschilderijen van ROA op de muren. ‘Die gast gooide zijn video online. En dat filmpje werd opgepikt door Wooster Collective, in die tijd ‘s werelds grootste streetartblog.'

'Mijn ommuurde schetsboek wou ik eigenlijk nooit naar buiten brengen, omdat het één groot experiment was. Maar dankzij die urban explorer ontstond er plots interesse van buitenaf. In geen tijd haalde dat filmpje massaal veel views’, blikt ROA terug.

Amerikaanse zeearend, Tucson, 2012. ©ROA

Tot in Londen, waar streetart al furore maakte, vroeg men zich af wie die ‘animal guy’ was. ‘Ik had mijn stijl gevonden en vanaf toen gooide ik zelf al mijn nieuwe werk systematisch op Fotolog, een intern netwerk. Bijna dagelijks verscheen er iets nieuws. Overal waar ik kwam, in binnen- of buitenland, zocht ik koortsachtig naar muren. Ik bekostigde mijn reizen meestal zelf. Ik barstte van de energie en had massa’s ideeën. Ik zat in een momentum waarin ik onstopbaar was.’

‘Het werd een sport: als ik mijn ideeën niet snel uitvoerde en claimde, zou iemand anders ze wel pikken, dacht ik. Soms overspoot ik mijn eigen werk zelfs meermaals per dag: ik maakte dan bijvoorbeeld een timelapse van een dode haas, die elk uur een beetje meer ontbond tot hij een skelet werd.’

Al in 2009, kort na dat virale filmpje, kreeg ROA aanvragen om in Parijs, Londen, New York en Los Angeles muren te komen verven. In Londen schilderde hij bijvoorbeeld een kraanvogel - ook een gelukssymbool - voor de Bengaalse gemeenschap in Brick Lane, als memorial op de plek waar in 1999 aanslagen hadden plaatsgevonden met nagelbommen.

Pure Evil

In diezelfde periode kwam er ook interesse uit de museumwereld - ROA’s werk was in 2011 onder meer te zien op de expo ‘Art in the Streets’ in het MOCA Los Angeles - en uit galeriekringen. ‘De eerste die me een kans gaf voor een solotentoonstelling in Londen was galeriehouder Pure Evil.

Landslak, Lagos. Portugal, 2013. ©ROA

‘Ik zegde spontaan toe op galerieshows, omdat ik het uitdagend vond in combinatie met mijn muurwerk. Maar ik had eigenlijk niets verkoopbaars. En ik wou toen absoluut geen edities of werken op canvas maken, dat was te evident. Dus zocht ik naar stukken bouwafval of industriële relicten in leegstaande fabrieken of op rommelmarkten. Daarmee maakte ik dan wandinstallaties en kunstwerken.’

‘Het boek is een manier om een periode af te sluiten. Al bouw ik wel verder aan mijn oeuvre. Maar het zal niet meer in het tempo van drie verschillende plekken en drie grote muurschilderingen per week zijn.’

‘Multipels heb ik altijd afgehouden, omdat ik een originele muurschildering veel krachtiger vind. Op een lp-hoes, een skateboard voor de non-profitorganisatie Skateistan en een roman van Nick Cave is mijn werk weleens afgebeeld, maar dat zijn uitzonderingen. Samenwerkingen met grote commerciële brands of met MTV ketste ik af. Een oeuvre is een baby die je wil beschermen, zodat die levenslang kan groeien en meegaan.’

Geen fouten

Over ROA kunnen we duidelijk zijn: hij is geen collectief. Hij schildert alleen. Desnoods op een hoogtewerker van 45 meter. Altijd met de vrije hand, direct op de muur. Vaak zonder voorbereidende schets zelfs.

‘Het idee voor een tekening ontstaat meestal ter plekke, als de architectuur interessante elementen heeft. Ik verwerk graag stukken trap, deuren, ramen of daken in de compositie, zodat elk dier specifiek op die muur past. Ik werk ook zonder achtergrondkleur. Dat betekent dat ik geen fouten mag maken. Spuit ik een lijn te veel op een muur, dan kan ik dat niet meer corrigeren.’

Walvis, Vardø, Noorwegen, 2012. ©ROA

Artiesten die alleen in hun atelier werken, lopen weinig risico. Maar wie, zoals ROA, de openbare ruimte als canvas gebruikt, lokt de buurt uit zijn kot. En dat kan weleens uit de hand lopen, zeker als je je op gevaarlijk terrein begeeft. ‘Toen ik op een verlaten olietanker buiten Moskou aan het schilderen was, ben ik beschoten door wapenliefhebbers die diezelfde plek als ‘target practice’ hadden uitgekozen.’

‘95 procent van mijn muurwerken is onbetaald. Soms krijg ik kost en inwoning, soms wordt mijn materiaal of het vliegtuigticket gesponsord. Maar that’s it. Ik verf wat ik wil.’

Ook de favela’s in Rio betreed je beter niet als je er niemand kent. ‘Het is een wereld met eigen regels, waar je je niet moet opdringen. De baas van die favela gaf me de toestemming om een mural te komen zetten. Tussen de zelfgebouwde barakken liepen ministraten waar overal wapens en drugs werden verhandeld.'

'Ik kreeg er een muur toegewezen. Toen ik aan mijn muur begon, kwamen jonge gastjes me meteen bedreigen. Maar zodra ze door hadden wat de bedoeling was, ging het nieuws als een lopend vuurtje rond. Diezelfde gasten lieten even later tafels, stoelen en bier aanrukken. En in geen tijd was het daar een feest. Prachtige herinneringen heb ik eraan.’

Vijf werelddelen

Van de Braziliaanse favela’s tot de Australische outback: in tien jaar tijd werd ROA wereldberoemd met zijn gigantische zwart-witdieren. Zijn nieuwste murals worden gretig gedeeld op gespecialiseerde blogs. Zijn ouder werk is moeilijker te vinden.

Springspitsmuis, Kigali, Rwanda, 2017. ©ROA

Daarom bundelde hij voor de allereerste keer zijn werk in de ‘ROA Codex’, een monografie van dik 350 pagina’s. ‘Ik heb ermee gewacht tot ik overal ter wereld voldoende diersoorten had geverfd. Vandaar dat het boek niet chronologisch, maar geografisch is opgebouwd. ‘No photo, no train’, zeggen ze weleens in de graffitiwereld: soms is een foto nog het enige spoor van een werk dat allang verdwenen is.'

'Al die beelden vormen nu samen een coherent reisverhaal. Het boek is een manier om een periode af te sluiten. Al bouw ik wel verder aan mijn oeuvre. Maar de komende tien jaar zal het wel niet meer in hetzelfde tempo van pakweg drie vluchten per week en drie grote muurschilderingen zijn.’

U2-clip

ROA houdt er zich al een decennium aan, maar bladerend door zijn ‘Codex’ vallen zijn vier basiswetten des te meer op.

Eén: hij herhaalt zichzelf nooit. Twee: hij maakt nauwelijks edities, doet geen collabs met grote merken en schildert geen fauna, x-rays of skeletten op bestelling. ‘95 procent van mijn muurwerken is onbetaald. Soms kreeg ik kost en inwoning, soms werd mijn materiaal of het vliegtuigticket gesponsord. Maar that’s it. Ik verf wat ik wil’, zegt hij. Drie: hij beeldt nooit mensen af. ‘Behalve in mijn U2-animatieclip ‘Sleep Like a Baby Tonight’ uit 2014. Maar die haalde het boek niet, omdat het alleen kunstwerken en muurschilderingen bevat. Maar ook omdat er naar mijn gevoel meer in die U2-clip zat.’ Vier: in elk land schildert hij alleen de lokale diersoorten. ‘Ik wou altijd al eens olifanten schilderen. Maar dat kon niet in Gent of New York. Dus wilde ik naar Afrika of Azië’, lacht hij.

Amerikaanse zeearend, Richmond, VS, 2012. ©ROA

Toch is ROA’s werk geen verticale zoo of een biologielesje van een ‘urban naturalist’. Het gaat hem altijd om de dieren en hun complexe relatie met de plek waar hij ze verft. In Richmond, VS, vlak bij de plaats waar de eerste Amerikaanse presidenten begraven liggen, schilderde hij een Amerikaanse zeearend, getroffen door een pijl van de native Americans.

‘In het Oostenrijkse Linz, een stad waar veel chemische producten en staal werden geproduceerd voor de nazi’s, kon ik toch geen braaf konijntje op een fabriek verven? Omdat het een probleemmuur was met een bizarre uitstulping, schilderde ik een steenbok die doormidden gezaagd is.’

In de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh zette ROA een levensgrote vuurvlieg - een lokaal gelukssymbool - op een school waar Skateistan zijn skatepark voor kinderen opende. ‘Met fluorescerende verf schilderde ik het achterlijf, zodat kinderen er zich in het donker op kunnen oriënteren.’ En in Nieuw-Zeeland verfde hij een moa: de reuzenstruisvogel die snel uitstierf toen de eerste mensen er 600 jaar geleden aan land gingen en begonnen te jagen. ‘Graffiti als standbeeld voor de onbekende soldaat’, noemt hij dat.

Hip sausje

Streetart is de jongste jaren mainstream en commercieel geworden. Graffitikunstenaars krijgen soloshows in ‘white cube’-galeries. Er worden streetartfestivals georganiseerd als pure citymarketing. En projectontwikkelaars die een oud pand willen afbreken voor een nieuwbouw, nodigen soms nog snel wat streetartiesten uit om er een hip sausje over te kappen. Is graffiti zijn streetcredibility kwijtgeraakt?

Wasbeer, Reuzenmiereneter, Negenbandgordeldier, Eekhoorn, New York City, VS, 2015. ©ROA

‘Het is logisch dat kwaliteit op een bepaald moment uit de underground komt en commercieel wordt. Je kan daar niet kwaad om zijn. Maar de scene is wel compleet anders dan begin 2000. De bedragen die jonge muralisten nu krijgen voor opdrachten heb ik in mijn carrière amper gekregen. Jaloers ben ik niet. Ik ben al blij dat ik dit leven kan leiden: ik heb een job die me gelukkig maakt. De Brit Banksy heeft alles veranderd. En de media hebben zijn verhaal helemaal plat geschreven. Maar hij is het die de mensen anders naar streetart heeft doen kijken. En daarom zal hij over 50 jaar misschien in de kunstgeschiedenisboeken staan.’

‘ROA Codex’ is uit bij Lannoo (65 euro) en wordt op 1 december vanaf 14.30 uur voorgesteld bij Keteleer Gallery, Pourbusstraat 3, 2000 Antwerpen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie