sabato

Het passieproject van kunstverzamelaar Hubert Bonnet

Hubert Bonnet verzamelt kunst, design én huizen. Na Brussel opent de Forges de Clabecq-erfgenaam donderdag in Saint-Paul-de-Vence zijn tweede Fondation CAB. ‘Dit project kan nooit rendabel zijn. Ik heb daar vrede mee.’

Kunstcollectioneurs verzamelen zichzelf’, zegt men wel eens. Hun verzameling is een zelfportret. En dat is soms best gênant: je kunt er hun interesses, passies, verlangens, driften en interesses zo in aflezen. Maar of die theorie ook opgaat bij Hubert Bonnet, is – op het eerste gezicht – een raadsel.

De Belgische vastgoedondernemer houdt van immateriële, conceptuele kunst, maar is zelf heel erg fysiek ingesteld. Hij verzamelt minimalistische kunst, maar leidt een maximalistisch bestaan. Bergtoppen beklimmen, dagelijks 20 kilometer lopen, globetrotten voor de kunst, pendelen tussen verschillende huizen: Bonnet haalt het maximum uit zijn leven.

'Ik leef tegen 200 procent, dat klopt. Sporten is mijn religie. Ik ben altijd in beweging. En in mijn hoofd zitten altijd tien projecten tegelijk.'
Hubert Bonnet
Kunstverzamelaar

‘Ik leef tegen 200 procent, dat klopt. Sporten is mijn religie. Ik ben altijd in beweging. En in mijn hoofd zitten altijd tien projecten tegelijk. Een boek uitlezen lukt me zelden, maar bij kunst verlies ik mijn geduld veel minder gemakkelijk. Minimalistische kunst kalmeert me zelfs. Het brengt me in evenwicht’, zegt hij als hij ons in de vooravond begroet aan zijn Fondation CAB. Niet die in Brussel, maar zijn gloednieuwe vestiging die op 24 juni opent in het Zuid-Franse kunstdorp Saint-Paul-de-Vence. 

Bonnet stamt uit de familie die decennialang staalreus Forges de Clabecq leidde. Maar wie dacht dat hij ons in kostuum zou verwelkomen, schat hem verkeerd in. In zijn sportshortje en op loopschoenen gooit hij de deuren voor ons open. Buiten ruikt het naar warm asfalt, binnen naar verf. In de zaal rechts horen we medewerkers de openingstentoonstelling afwerken van curator Béatrice Gross, een Sol LeWitt-autoriteit.

Maar in de grote zaal links, waar Bonnet een deel van zijn privécollectie toont, is de ‘accrochage’ al afgerond. ‘Gisteren heb ik hier nog tot 3 uur ’s nachts mijn werken staan installeren. En plezier dat we gemaakt hebben’, zegt hij zichtbaar trots. En dan plots: ‘Bon, mensen, over een kwartier moet ik weg om een bouwpromotor te ontmoeten hier in de buurt. Morgenochtend sta ik om 6 uur op om te gaan lopen. Ga je mee? Of zien we elkaar nadien, rond 8 uur, bij het ontbijt? Of had je geen vragen meer?’

De grote zaal van de fondation CAB in Saint-Paul-de-Vence waar Hubert Bonnet zijn privécollectie toont, gecureerd door Joost Declercq. Met werk van Carl Andre, Michelangelo Pistoletto, Donald Judd, On Kawara en Gabriel Kuri. Het Scandinavische vintage meubilair kocht hij bij designdealer Stanislas Gokelaere. ©Antoine Lippens

Saint-Paul-de-Bonnet

Toch wel. Waarom hij precies in Saint-Paul-de-Vence zijn tweede fondation opent, na Brussel in 2012? Wat hij in Frankrijk zal tonen dat niet in Brussel kan? En wat zijn businessplan is? ‘Eén vleugel van het CAB is hier bestemd voor wisselende tentoonstellingen met internationale curatoren. In de andere vleugel selecteerde Joost Declercq, ex-directeur van Museum Dhondt-Dhaenens, conceptuele en minimalistische werken uit mijn privécollectie. In Brussel kon ik die nooit op die schaal tonen. Michelangelo Pistoletto, Niele Toroni, Carl Andre, Dan Flavin, Gabriel Kuri, Lawrence Weiner: Joost koos vooral werken die een relatie aangaan met de kijker. De kunstwerken kunnen niet bestaan zonder de interventie van de toeschouwer of de artiest in de ruimte’, vertelt Bonnet ’s anderendaags aan het ontbijt.

©Antoine Lippens

‘Ik moet zeggen: ik ben blij dat ik eens zo veel collectiestukken samen zie op één plek. Mijn Donald Judd komt na drie jaar nog eens uit zijn kist. Die sculptuur wilde ik absoluut tonen, net als de drie werken van Carl Andre, Lawrence Weiner en Haim Steinbach. Die kocht ik uit de collectie van wijlen Roger Matthys en Hilda Colle uit Deurle.’ 

'Kunst delen of doorgeven aan mensen: ik zie dat als een van mijn levensmissies.'
Hubert Bonnet
Kunstverzamelaar

‘En dan nog je vraag over dat businessplan. Kijk, dit is een passieproject dat me veel geld heeft gekost. Te veel geld misschien. Maar dat is een keuze en ik heb daar vrede mee. Rentabiliteit is hier niet de eerste prioriteit. De ‘winst’ ligt elders. Dit project was mijn kans om mijn passie voor kunst en design op één plek te bundelen. Dit project laat me toe om samen te werken met belangrijke actoren in de kunstwereld: artiesten, galeriehouders, curatoren, verzamelaars, mensen die kunstenaarsnalatenschappen begeleiden. Dat alleen al is een enorme verrijking, want die ontmoetingen verfijnen mijn kennis en ervaring enorm. Maar het belangrijkste: ik vind het zalig om deze plek en deze kunst met andere mensen te kunnen delen. Hier, in Saint-Paul-de-Vence, wil ik bij het publiek een artistieke emotie teweegbrengen.’

Dus, de Fondation CAB mogen we niet beschouwen als een half privémuseum? ‘Ik vind het persoonlijk nogal pretentieus om een volledig gebouw te vullen met je eigen collectie. Kunst accumuleren en bezitten: wat is daar de zin van als je ze niet deelt met of doorgeeft aan mensen? Ik zie dat als een van mijn levensmissies.’

©Antoine Lippens

Flagey

Hubert Bonnet kreeg zijn passie voor kunst niet doorgegeven van zijn ouders. Zijn vader Pierre Bonnet had niks met kunst, zijn moeder Berthe Germeau verzamelde vooral juwelen. Zij was de dochter van Eugène Germeau, de ondernemer die de Tubeekse staalproducent Forges de Clabecq voor de Tweede Wereldoorlog leidde. De Germeau-Bonnet-tak van het bedrijf verkocht in 1974 zijn aandelen aan de holding Cobepa, waarvan de familie tot 1999 partner was.

Toen zijn moeder in 1996 overleed – hij studeerde nog – besloot hij in de familiebusiness te stappen. Na zijn businessopleidingen in Zwitserland en Dallas trok Bonnet naar New York, waar hij trader werd voor Cadogan Management. Hij bleef actief in de financiële sector, maar onder de naam H-Group begon hij ook te investeren in high-end vastgoed, een sector waarin hij nog altijd actief is. Zo heeft Bonnet, samen met de familie Moortgat, het iconische Flagey-gebouw in Brussel voor
70 procent in handen.

‘Toen ik in New York was, ontdekte ik voor het eerst minimalistische kunst. Er ging een totaal nieuwe wereld voor me open. Kunsthandelaars zoals Simon Lee, Xavier Hufkens en Rodolphe Janssen begeleidden me bij mijn eerste aankopen. Minimalisme en conceptuele kunst zijn de ruggengraat van de collectie gebleven. Ook de programmatie van het CAB in Brussel en Saint-Paul-de-Vence draait daarrond.’

Lunchen met Charlotte Perriand

Dat Bonnet in Saint-Paul-de-Vence terechtkwam, is absoluut geen nostalgie naar de vele reizen met zijn ouders naar de Côte d’Azur. ‘Ik heb wel honderd panden bezocht. Van Italië tot Zwitserland en Frankrijk, soms drie per week’, zegt hij. ‘Het scheelde niet veel of we hadden een palazzo in Toscane omgebouwd tot kunsthotel. Tot de Franse kunstenaar Bernar Venet me tijdens een etentje vertelde dat ‘die galerie van die Belg’ te koop stond in Saint-Paul-de-Vence.’

Die Belg, dat bleek de Latemse kunsthandelaar Guy Pieters te zijn. Met veel bombarie opende die in 2013 zijn galerie in het kunstdorp. Maar twee jaar later trok hij er alweer weg.

Bonnets CAB kun je niet vergelijken met een commerciële galerie zoals die van Pieters. Of die van Alexandre de la Salle, de legendarische kunsthandelaar die het gebouw vóór Pieters inpalmde en hier Picasso en Yves Klein exposeerde. ‘Het gebouw had een rijke geschiedenis, maar moest echt worden aangepakt’, zegt Bonnet. ‘Voor het CAB in Brussel werkte ik samen met architect Olivier Dwek, hier in Frankrijk wou ik een lokale topper inschakelen: Charles Zana.’

Hij renoveerde het gebouw, inclusief de bookshop en het café-restaurant ‘Sol’, waar je luncht aan vintage Charlotte Perriand-tafels onder een wandsculptuur van Sol LeWitt. ‘We hebben ook een beeldentuin met werk van Bernar Venet, Jonathan Monk, Richard Long en Peter Downsborough. En vier hotelkamers, die ingericht zijn met vintage meubilair van topkwaliteit. Ik heb zelfs mijn noodbarak van Jean Prouvé uit 1944 in de tuin van het CAB laten opbouwen. Je kunt erin overnachten. Of je kunt het paviljoen afhuren voor events. Geef toe: waar beleef je zoveel kunst en design van dat niveau op één plek?’

Bonnet liet in de tuin van zijn Fondation CAB een noodbarak van Jean Prouvé uit 1944 opbouwen. Wie wil, kan erin overnachten. Of het pand afhuren voor events. ©Antoine Lippens

'De Fondation Maeght lokt jaarlijks 130.000 bezoekers. Als vijf procent van hen bij ons binnenstapt, ben ik al content.'
Hubert Bonnet
Kunstverzamelaar

Het is Hubert Bonnets stille wens dat de Fondation CAB in het kunstparcours van Saint-Paul-de-Vence zal worden opgenomen. Kan ook bijna niet anders: La Colombe d’Or, het beroemde hotel-restaurant waar Pablo Picasso, Joan Miró en Fernand Léger hun rekeningen vaak met kunst betaalden, is 400 meter stappen van het CAB. De kapel die Henri Matisse beschilderde en van glasramen voorzag, ligt op 5 kilometer.

En de wereldberoemde Fondation Maeght ligt nog geen 500 meter verder in dezelfde straat. ‘Maeght lokt jaarlijks 130.000 bezoekers. Als vijf procent van hen bij ons binnenstapt, ben ik al content’, zegt Bonnet. ‘Anders dan in Brussel zijn we hier maar open van april tot oktober. ’s Winters houden we hier artiestenresidenties en verhuren we de fondation voor events. Uit de kosten komen we daar niet mee, natuurlijk. Een derde CAB kan ik me dus niet permitteren. Mijn volgende avontuur wordt een holistisch kunsthotel met een twintigtal kamers. Iets wat wél rendabel is.’

Huizenverzamelaar

Ook dit huis zit in de Bibihome-collectie. Het ligt op Panarea, het kleinste van de Eolische Eilanden.

Zelf komt Hubert Bonnet niet in Saint-Paul-de-Vence wonen. Zijn hoofdverblijfplaats blijft zijn chalet in het Zwitserse skioord Verbier, vlak naast dat van kunsthandelaar Axel Vervoordt. ‘Tijdens de covidcrisis heb ik acht maanden lang Zwitserland niet verlaten. Ik ben nog nooit zo lang daar gebleven. Corona heeft me dichter bij mijn vrouw Severine – een antropologe – en mijn gezin gebracht’, zegt hij.

Behalve in Verbier heeft Bonnet nog huizen in de Dominicaanse Republiek, Panarea, Genève, Londen en Knokke waartussen hij pendelt. Hij koopt die panden ‘als veilige investering’ en ‘als uitvalsbasissen voor zijn familie’, zegt hij. ‘Het zijn huizen waarbij ik spontaan een vakantiegevoel krijg, ook al ben ik er vaak om te werken.’

Als hij er zelf niet is, verhuurt hij de luxewoningen via zijn platform Bibihome. Al moet die site nog een update krijgen: zijn Knokse huis, waar een ‘Wall Drawing’ van Sol LeWitt op de muur stond, heeft hij intussen van de hand gedaan. Maar Bonnet kocht intussen de modernistische pakketbootvilla van Louis-Herman De Koninck in de Sparrendreef, een van de meest iconische privéwoningen in Knokke.

'Mijn volgende avontuur wordt een kunsthotel. Iets wat wél rendabel is.'
Hubert Bonnet
Kunstverzamelaar

‘Ik wil mijn Sol LeWitt uit Knokke daar op de muur laten zetten. Hier in Saint-Paul-de-Vence is er al een wandsculptuur van LeWitt in het restaurant, dat Sol heet. Had je nog vragen eigenlijk? Want anders ben ik weg. Ik zou naar Parijs moeten vertrekken voor een vastgoedproject.’ En weg is hij. In kostuum deze keer, maar even ongrijpbaar als een conceptueel kunstwerk.

Fondation CAB Saint-Paul-de-Vence opent op 24 juni, fondationcab.com

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie