sabato

Waarom verzamelaars topkunst uitlenen aan het museum

Kunstverzamelaar Jan Coene leverde voor de verjaardagsexpo naar aanleiding van 20 jaar SMAK een werk van de Amerikaanse kunstenaar John Baldessari. ©Wouter Maeckelberghe

Het SMAK in Gent bestaat 20 jaar en viert dat met een grote collectietentoonstelling: 'Highlights for a Future'. Van de 3.000 werken van de vaste collectie zijn er zo'n 250 permanente bruiklenen van privéverzamelaars. Wij zochten twee bruikleengevers op. 'Ik bel het SMAK echt niet elke week op om te vragen wanneer het onze werken eens bovenhaalt.'

'Koop dat maar, Lieven. We hebben toch genoeg plaats in het SMAK.' Jan Hoet, de oprichter van het SMAK in 1999, exact twintig jaar geleden, zette zijn poort graag open voor werken van privéverzamelaars. Hij was vragende partij om privéwerken te stockeren in de depots van het nieuw opgerichte SMAK.

Van de 3.000 werken in de vaste collectie van het SMAK zijn er ongeveer 250 permanente bruiklenen: werken die verzamelaars voor onbeperkte duur aan het SMAK uitlenen. ©Wouter Maeckelberghe

Lieven en Chris Declerck, een bekend en invloedrijk verzamelaarskoppel uit Roeselare, maakten het meermaals mee. 'Ik liet me niet leiden door zijn advies, maar hij toonde zich wel vaak enthousiast bij een aankoop. Ik heb Jan een topwerk van de Amerikaan Richard Serra in bewaring gegeven. En ook twee Panamarenko's, een paardensculptuur van Berlinde de Bruyckere, een Thomas Schütte en een installatie van Didier Vermeiren', vertelt hij.

'Mijn 'Ferro Lusto' van Panamarenko stond jarenlang in kisten in de Floraliënhal, het gebouw dat aan het SMAK paalt. Ik heb het werk zelden opgesteld gezien. Ook mijn andere permanente bruiklenen kwamen de depots niet of nauwelijks uit.'

Te zwaar

In het geval van het werk van Serra is dat enigszins te begrijpen: het werk uit 1973, 'Equal Parallel and Right Angle Elevations', bestaat uit vier superzware platen gewalst staal. 'Als je die installatie wil tonen, moet je de vloer van de expozaal verstevigen', weet Declerck. 'Daarom kwam het maar één keer boven: tijdens 'Corpus Delecti', een expo van Jan Hoet in 1995 in het Museum van Hedendaagse Kunst, de voorloper van het SMAK.

Nu ligt de sculptuur ergens in een hoek van het depot. Ze wordt ook niet bovengehaald voor de collectietentoonstelling naar aanleiding van 20 jaar SMAK, 'Highlights for a Future'. Jammer, maar het is de keuze van de artistiek directeur. Er is zelfs geen enkel permanent bruikleen van mij te zien.'

Het SMAK heeft een jaarlijks aankoopbudget van 130.000 euro - peanuts dus. Door die permanente bruiklenen kan het museum de nieuwste evoluties op de kunstmarkt blijven volgen. ©Wouter Maeckelberghe

Medeplichtig

Van de 3.000 werken in de vaste collectie van het SMAK zijn er nu ongeveer 250 permanente bruiklenen: werken die verzamelaars privé kochten, maar aan het SMAK in bewaring gaven voor onbeperkte duur. Ze parkeerden ze daar omdat ze het museum willen steunen. Of omdat ze zo'n monumentaal werk thuis niet binnen krijgen.

Al zijn de bruiklenen zeker geen eenrichtingsdienstverlening. 'Het SMAK moet geen extern depot voor derden zijn', beklemtoont Philippe Van Cauteren, artistiek directeur van het SMAK. 'Ik wil alleen werk binnenhalen waarmee ik actief kan omgaan.'

©Wouter Maeckelberghe

Vandaar dat Van Cauteren, die als rechterhand van Jan Hoet indertijd zag dat het depot deels gevuld raakte met werken uit privéhanden, sommige verzamelaars vraagt bruiklenen terug te halen. 'Het terugsturen van werken is een proces dat ongeveer acht jaar geleden begonnen is', aldus Van Cauteren. 'Onze depotruimte werd te klein om de eigen collectie goed onder te brengen. Dan kan je niet anders dan bruiklenen van derden evalueren, en in overleg laten terugkeren. Hoeveel werken precies teruggestuurd zijn, kan ik moeilijk zeggen. Dat is telkens in overleg met de betrokken verzamelaar gebeurd.'

Volgens Van Cauteren zijn permanente bruiklenen interessant voor de verzamelaar zelf omdat hij of zij op die manier zijn legitimiteit als verzamelaar aantoont.' Van Cauteren spreekt zelfs van 'medeplichtigheid', want voor hem kan je jezelf pas verzamelaar noemen 'als je iets terugdoet voor de gemeenschap'. 'Hedendaagse kunst kopen is een serieuze bezigheid', zegt hij. 'Er hoort een culturele verantwoordelijkheid bij. Met de verzamelaars met wie ik werk, wil ik een dialoog hebben, ook al strookt hun visie niet altijd met de mijne.'

Snuffelende hondjes

©Wouter Maeckelberghe

Een van die verzamelaars waarmee Van Cauteren al twaalf jaar dialogeert, is Jan Coene. De Bruggeling is een discrete, goed geïnformeerde collectioneur met een heel internationale smaak voor aanstormend talent. Samen met zijn vrouw Karen kiest en koopt hij vaak vroeg in de carrière van een kunstenaar, die daarna niet zelden een succesvol parcours uitbouwt. Ook al had hij inmiddels wel fantastische zaakjes kunnen doen, toch verkoopt Coene nooit, uit respect voor de galeriehouder én voor de artiest. Hij schrikt er ook niet voor terug om enorme werken te kopen, die qua formaat niet in zijn woning passen.

'Kunst is al twintig jaar onze grootste passie, maar ons huis moet wel leefbaar blijven', zegt Coene. 'De eerste keer klopten we aan bij Philippe Van Cauteren met het immense werk 'Door' van Gilbert & George. We kenden elkaar niet, ik was ook geen lid van de Vrienden van het SMAK. We waren als hondjes die aan elkaar snuffelden. We wilden aftasten of er een vertrouwensrelatie kon ontstaan. Ik kon niet leven met het idee om onze Gilbert & George gewoon in een privéopslagplaats te zetten. En het werk paste goed in de collectie van het SMAK, dat al een vroege Gilbert & George uit 1971 én een fotowerk van het Britse duo uit 1992 had.

Mijn 'Ferro Lusto' van Panamarenko heb ik zelden opgesteld gezien. Ook mijn andere permanente bruiklenen kwamen de depots niet of nauwelijks uit.
Verzamelaar Lieven Declerck

Ons werk uit 2004, dat ook op de retrospectieve expo van Gilbert & George in Tate Modern in Londen te zien was, is representatief voor hun overgang naar digitale fotografie. Zo had het SMAK een overzichtscluster van drie werken uit drie verschillende periodes.' 'Het werk was mijn entree bij Philippe. En op de een of andere manier is toen een chemie ontstaan tussen ons.

In het begin heeft hij ons intellectueel en qua contacten zeer veel bijgebracht. We gingen zelfs samen naar de hedendaagse-kunstbeurs Art Basel. Ik ben hem daar ontzettend dankbaar voor. Hij was zowat onze gids, maar wel meteen op hoog niveau. Hij leerde ons ook hoe je met kunstenaars moet omgaan. Respect en vertrouwen is al twaalf jaar de basis voor onze permanente bruiklenen.'

Na de Gilbert & George volgden nog andere permanente bruiklenen voor het SMAK. Bijvoorbeeld een triptiek van Wilhelm Sasnal, een Poolse artiest rond wie het museum een cluster wou opbouwen. 'Philippe had al twee werken van hem, maar hij had niet de middelen om van zo'n gevestigde artiest nog veel werken bij te kopen. Wij hebben dan het drieluik gekocht, om dat ensemble te versterken.

Begrijp me niet verkeerd: het is niet omdat Philippe het goed vindt, dat wij een werk goed vinden. Hij is onze kunstadviseur niet. Het siert hem wel dat hij openstaat voor input van verzamelaars. We praten met hem over onze recentste ontdekkingen. Maar altijd met de nodige professionele afstand, zonder ons op te dringen. Verzamelaars die de agenda van het museum mee bepalen, wil Philippe absoluut niet.'

Verstopte Rauschenberg

©Wouter Maeckelberghe

Het SMAK heeft een jaarlijks aankoopbudget van 130.000 euro. Dat is peanuts, maar de collectie actuele kunst mag niet stilvallen. Door die permanente bruiklenen kan het SMAK gedeeltelijk de nieuwste evoluties op de kunstmarkt volgen. Mee dankzij enkele privéverzamelaars die permanente bruiklenen geven, kan het museum toch zulke namen tonen.

'Zelfs het werk van de Amerikaan John Baldessari, de inhoudelijke bouwsteen van onze privécollectie, hangt nu in het SMAK', zegt Coene. 'Baldessari was een gat in de museumcollectie. Van al onze aankopen was Philippe Van Cauteren daarin het meest betrokken: hij was mee in de galerie toen we het werk kozen', aldus Coene. Goed nieuws: de Baldessari hangt wél op de verjaardagsexpo van het SMAK. En dat doet de bruikleengevers uiteraard groot plezier.

Al heeft Coene ook permanente bruiklenen in het SMAK die nog nooit getoond werden. 'So what', zegt de Bruggeling. 'Er zijn daar ook geen afspraken over. En dat is maar goed ook. Philippe moet zijn programmatie of expo's daar toch niet op afstemmen? Hij heeft een werk van wijlen de Amerikaan Robert Rauschenberg van ons dat hij nog nooit getoond heeft. Maar evengoed een werk van Lydia Ourahmane, een heel jonge artieste die hij via onze contacten in de collectie heeft opgenomen. Zij is absoluut niet aanwezig op de commerciële markt, maar dergelijke vorm van institutionele aandacht kan haar artistieke carrière ondersteunen.

Ik ga Philippe echt niet elke week opbellen om te vragen wanneer hij die werken eens bovenhaalt. Ik blijf dat goeie kunst vinden. Ja, het klopt dat we de fysieke touch met die werken in langdurige bruikleen helemaal kwijt zijn. Om ze eens samen te zien, hebben we backstage in het depot zelfs al een privé-viewingroom georganiseerd. Die bruiklenen doe ik voor de kunst, de kunstenaar en voor Philippe. En het parcours dat we al samen aflegden, is nog niet ten einde.'

Maar wat als Van Cauteren weggaat? Stoppen die bruiklenen dan? 'We hebben er nog niet diep over nagedacht. We hebben een langetermijnengagement met het museum, omdat we het parcours ervan willen steunen. Maar bruiklenen zijn geen voorschot op een schenking. De tijd zal raad brengen.'

De collectietentoonstelling 'Highlights for a future' loopt tot en met 29 september in het SMAK in Gent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie