sabato

#firstworldproblems: eerste hulp bij luxeproblemen in lockdowntijden

©Philip Van Bastelaere

Als je ons leest, heb je je piramide van Maslow doorgaans wel op orde: genoeg te eten, een veilige thuishaven en een handvol goede vrienden. Maar zelfs een luxeleventje kon in lockdowntijden weleens een flinke deuk krijgen. First world problems of niet: soms is er simpelweg niets bevrijdenders dan een potje ongegeneerd zelfbeklag. Wij effenen het pad.

“Net nu ik gemotiveerd was om een sportabonnement te nemen, sluiten de fitnessclubs.”
“Bestaat er iets teleurstellenders in het levendan tegenvallende takeaway?”
“Help, een wereldwijde schaarste aan loungewear op Amazon!”

Geen hashtag die dezer dagen beter humor en herkenbaarheid verbindt dan #firstworldproblems. Alleen al op datum van vandaag overspoelt de frase mijn Twitterfeed, van gecancelde reisjes tot in lippenstift gedrenkte mondmaskers. Heerlijk materiaal om me bij te verkneukelen terwijl ik zelf, met slechts een badjas om de lenden, op mijn keukenstoel balanceer, geveld door alweer een dag in monotone grijstinten.

Mijn derrière mist de zachte bureaustoel op kantoor, mijn papillen snakken naar een druppel degelijke (barista)koffie, mijn hersenpan schreeuwt error zodra er weer een e-pero in mijn werkagenda wordt gepleurd. En als klap op de vuurpijl heeft mijn pc besloten dan maar op eigen initiatief die opdringerige update te installeren.

Meer dan een populaire internetterm, is #firstworldproblems een komische indekking voor een ongegeneerde klaagzang.

Nu is het behoorlijk gewaagd dergelijke lockdownkwalen zomaar te etaleren, pal in het oog van de pandemie. Want ja, ‘we weten wel dat we het goed hebben’ en ‘ik heb tenminste geen jengelende kinderen aan mijn been’, of nog, ‘je job of een geliefde verliezen is natuurlijk veel erger’.

Komen daarbij de memes die ons er tijdens lockdown nummer één aan herinnerden dat onze grootouders naar het front geroepen werden, terwijl ons slechts gevraagd werd de crisis al zetelend uit te zitten. En dan is er nog de medemens die het virus aan den lijve ondervond, die ons er fijntjes aan herinnert dat we ‘al van geluk mogen spreken dat we de smaak van koffie überhaupt nog kunnen proeven’.

Gevolg: we slikken onze frustraties al snel weer in, ons terdege bewust van de gezegende situatie die ze verraden. Of, efficiënter, we serveren ze op een bedje van zelfrelativering, haastig onze eigen privileges afhaspelend voordat iemand anders ons erop wijst. Precies daartoe leent #firstworldproblems zich perfect: meer dan een populaire internetterm is het een komische indekking voor een ongegeneerde klaagzang. De ultieme wildcard voor luxeleed, zo je wil.

Politiek incorrect

De eerste vermelding van ‘first world problem’ dateert volgens The Oxford English Dictionary uit 1979, al werd er toen in alle sérieux op huishoudproblemen eigen aan ‘eerstewereldlanden’ gealludeerd. De ironische variant infiltreerde ons lexicon pas een tiental jaar geleden. Op dat moment was het eigenlijk al een anachronisme: vandaag spreekt men eerder van het meer optimistische ‘ontwikkelingslanden’ dan de aardbol op te delen in een ‘eerste’ en een ‘derde’ wereld.

Misschien is het zelfs dat lichtjes politiek incorrecte wat de hashtag nu zo populair maakt – op Instagram is #firstworldproblems inmiddels goed voor bijna anderhalf miljoen posts, op Twitter bij momenten zelfs even trending als #sciensano of #corona.

Al kwam er ook kritiek. Zo kaartte de Nigeriaans-Amerikaanse schrijver en twitteraar Teju Cole aan dat ‘eerstewereldburgers’ niet het alleenrecht hebben op dergelijke frustraties, alsof bewoners van pakweg Nigeria niets anders doen dan verzwelgen in armoede en hongersnood. ‘Dezelfde Nigerianen struggelen net zo goed met banale issues. Maar zij worden uitgesloten van de conversatie’, aldus Cole in een veelbesproken post.

Maatstaf

Los van die semantische discussie is het maar de vraag of het zinvol is onze zogenaamde ‘luxeproblemen’ (ofte, het neutralere synoniem) telkens te minimaliseren, nog vóór ze goed en wel zijn uitgesproken. Akkoord, je mag dezer dagen al lang blij zijn als je een haard hebt om je aan te warmen, een partner (of kat) om ‘s avonds tegenaan te vlijen, enkele goede vrienden verhakt in duizend pixels.

Perspectief of niet, soms is er simpelweg geen beter copingmechanisme dan een flinke dosis zelfbeklag.

En natúúrlijk zijn die thuiswerkperikelen futiel in vergelijking met het wereldwijde menselijke lijden. Maar moet dat dan altijd de maatstaf zijn? Bovendien schuilt er achter al die verzuchtingen vaak een grotere behoefte, zo stellen tal van psychologen. Gaat de jammerkreet om die uitgestelde housewarming immers niet vooral om een gebrek aan sociaal contact? En is die smakeloze pizza niet in de eerste plaats een drama omdat er voor de rest al geen spatje kleur in de dag zat?

Perspectief of niet, soms is er simpelweg geen beter copingmechanisme dan een flinke dosis zelfbeklag. Daarom, beste lezer, mag je het voor één keer gewoon zeggen: die gecancelde wereldreis, die nooit gedragen zomerkledij, dat mislukte bananenbrood, die hardnekkige coronakilo’s of die Zoom-moeheid, het is allemaal één grote kutzooi. Geen hashtag die dat nog hoeft te relativeren.

5 legitieme luxeproblemenin lockdowntijden (en hoe ze te counteren)

1. Wegwee

We kennen allemaal heimwee, een Duits leenwoord dat verwijst naar het verlangen naar onze ‘heimat’. Maar onze oosterburen hebben daarvoor ook een antoniem: ‘fernweh’, in het Nederlands te vertalen als ‘wegwee’, het gemis om te reizen.

Je weet wel, dat gevoel wanneer je zomaar een gerecht aanwijst op een cryptische menukaart, tijdzones traverseert en eindelijk een vreemd land vanuit het vliegtuigraampje (alle vliegschaamte ten spijt) ziet lonken, de lokale radio uittest en in een deuk ligt door de onverstaanbare reclame.

Toegegeven, we konden deze zomer nog op staycation in Ardense chalets en Limburgse boomhutten, of in een kluwen van kleurcodes op zoek naar een quarantainevrije vakantie.

Veilig en ontspannend, maar voor de echte wanderluster lang niet voldoende. Integendeel, de lokroep van een onvervalste cultuurshock en een radicale breuk met elke routine wordt alleen maar luider. En ja, daar kan behoorlijk wat melancholie een bijwerking van zijn.

De magere troost: Nee, we gaan je niet de virtuele tours van Google aanraden, net zomin als een stapel reisboeken – een beetje wegweelijder weet dat dat de reishonger alleen maar groter maakt. Maar waarom niet nu al schaven aan die droomreis voor zomer 2021 (of 2022 voor de pessimisten), inclusief een Pinterest-bord én Excel-bestand? Geloof ons, de helft van de pret zit in de planning.

2. Single but where to mingle?

Begin maart leek het vacuüm van de lockdown nog perfect voor persoonlijke ontwikkeling en me-time. Tien maanden later weten we nauwelijks nog wat het was, een leven buiten de bubbel. Buitenkomen werd een klungelig anderhalvemeterballet. De spontane toogontmoeting een relict uit het verleden. En met een onbekende beginnen dansen op een feestje bijna apocalyptisch.

Zeker voor de niet-meer-zo-happy single een serieuze domper: wat maar een korte pauzeknop leek, werd een diepgevroren datingleven. Extra knuffelcontact of niet, het verlangen naar dat wodkaontbijt wordt voor heel wat alleenstaanden steeds groter. Want waar kom je in godsnaam nog aan een lockdownlief?

De magere troost: Wie zich altijd al eens in een aflevering van ‘Black Mirror’ wilde wanen, kan natuurlijk nog op versiertoer tijdens een virtuele expo of concert – social awkwardness verzekerd.

Op de datingapp Bumble werd dan weer een sticker geïntroduceerd om aan te geven welke date jouw type is: virtueel, op afstand of met mondmasker. En zelfs al beland je toch zonder aanhangsel aan de (al dan niet virtuele) kerstdis, dan is er dit jaar tenminste geen bemoeizieke tante die daar wat van kan zeggen – just blame it on corona.

3. Bingewatch blues

Dat koppels het niet noodzakelijk beter getroffen hebben, bewees de scheidingsgolf in China. Zover kwam het in België nog niet, al bleken rondslingerende mondmaskers of luidruchtig Zoom-gedrag bij ons net zo goed een bron van frustratie. Zo ook het wegvallen van je #selfcare-hoogtepunt van de week: een avondje alleen thuis.

Je weet wel, comfortfood bestellen zonder dat er compromissen gesloten moeten worden, een kuip wijn erbij, om dan tot een gat in de nacht ongegeneerd te bingewatchen. Vandaag zie je lijdzaam toe hoe de nieuwe seizoenen van je guilty pleasureserie zich opstapelen, terwijl jullie samen weer maar eens bekvechten over wat er gekeken zal worden. Een mens zou nog bijna naar kantoor sluipen voor een ongestoord potje hersenloze fun.

De magere troost: De coronaperiode zette onze principes op losse schroeven. Grijp dus je kans en laat je partner mee afdalen in de krochten van je guilty pleasures. En vice versa, leg je eigen lat dichter bij de zijne/hare. Misschien ontdek je wel dat er iets zeer meditatiefs schuilt in de formule 1. Of dat ‘Emily in Paris’ de aanleiding kan zijn voor diepfilosofische gesprekken over het kapitalisme. Jullie gezamenlijk geheimpje.

4. Onopgewarmd huis

Eerst stond het feestje ingepland voor maart. Het interieur was nog niet rond, maar dat gaf niet: zo kwam de brutalistische architectuur van je nieuwe woning extra tot haar recht. Maar dan, de lockdown. Een zegen leek het: gewonnen tijd voor het samenstellen van de perfecte playlist, nog betere catering en wat extra topflessen in de kelder.

Nieuwe datum: eind augustus, op het terras ditmaal. Ondertussen zijn die flessen nog altijd niet gekraakt, hangt de nieuwe pronkjurk ongedragen in de kast en bleef de buitenversiering ongebruikt. Zonde, want met al dat bankhangen is uw limited edition-designzetel binnenkort versleten nog voor iemand hem heeft bewonderd.

De magere troost: Hiervoor hoef je slechts het omgekeerde scenario te visualiseren. Je beste champagne leeggespoten nog voor je twee zinnen over de herkomst kon uitbrengen. De designzetel bezaaid met restjes Ottolenghi-dip. De pasgeboren balkonplantjes koelbloedig platgewalst. Zeker dat het niet fijner is en petit comité een fles met een eenvoudig avondmaal te pairen? 

5. Instagram schaarste

Een selfie met je surfplank, een decadent feestje of een oogstrelend sterrendiner. Gewoonlijk is je Instagram de weerspiegeling van een inspirerend, bruisend leven. Aanvankelijk blies de lockdown daarin een welgekomen frisse wind: zelfgebakken wortelcake, een collage van het kattenbeest in de avondzon of een ontluikende moestuin, ze scoorden bijna evenveel likes als de ‘so 2019’ babyolifantjes in Sri Lanka.

Helaas heeft de gemiddelde volger het nu wel gehad met die poëtische tuinbeelden, valt er geen verrassend wandeloord meer te vinden en passeerde zowat elk baksel wel de revue. Wat overblijft, is een vreugdeloos en voorspelbaar virtueel visitekaartje, waar je met moeite nog een wekelijkse story bij elkaar weet te harken. Hoe nu nog je status als Cool Persoon consolideren?

De magere troost: De tweede lockdown is hét moment om uit te pakken met je fijnmazige humorantennes, en wel dankzij de vele virale (haha) coronamemes. Ook is er een groeiende markt voor het delen van spitante opiniestukken, ideaal om je kritische zin en belezenheid tentoon te spreiden. Maar echte durvers opteren voor een welgemikte socialemediapauze, te staven met enkele scherpe quotes uit ‘The Social Dilemma’. Een goede comebackstrategie is daarbij wel aan de orde.

Lees verder

Advertentie
Advertentie