sabato

Interview met Isabel Marant: de rebelse ontwerpster die zonet een eerste boetiek in België opende

Modeontwerpster Isabel Marant opent eerste boetiek in België. ©Martina Bjorn

‘Als het aan mij lag, had ik nooit gekozen voor een winkel aan de Louizawijk’, zegt Isabel Marant. Die opende in Brussel zonet haar eerste Belgische boetiek aan… Louiza. ‘Wat een lelijke buurt!’ De Française maakt echte kleren voor echte mensen. De echte meningen krijg je erbij.

‘Of je me als ‘no bullshit’ zou kunnen samenvatten? Helemaal. Er zijn al te veel mensen die écht bullshit zijn.’

‘Kijk naar Instagram en naar al dat zie-eens-hoe-fantastisch-mijn-leven-eruitziet. Mon cul, ja. Op hun 25ste wensen die Instagrammers zich allemaal dood omdat hun gezicht scheef staat van de plastische chirurgie.’

Om haar uitspraak te verduidelijken, plet Marant haar wangen tussen haar handen. Het is de modeontwerpster ten voeten uit: geëngageerd en mét een mening. ‘Ik weet altijd wat ik wil en hoe ik het wil.’

Isabel Marant is een buitenbeentje in de modewereld. Niet wegens haar kleren, maar wegens haar downto-earth houding. ©Martina Bjorn

Trasher

Aan de hippe Parisiens die op de stoep van hun sigaret nippen, weet je welke statige deuren toegang verschaffen tot Marants hoofdkantoor en ateliers. Lodewijk XIV kijkt vanaf zijn rotonde uit over de Place des Victoires. De Zonnekoning is te paard. De modekoningin komt naar kantoor met de Vespa. Als de rode brommer waarop iemand ‘Trasher’ kriebelde - vermoedelijk haar tienerzoon Tal, de dader signeerde onder eigen naam - op de stoep staat, weet je dat de ontwerpster in huis is.

Met een horloge dat systematisch vijf minuten voor staat, is Marant meestal iets vroeger - ‘Ik haat het als iemand te laat komt, zoiets getuigt van een slechte opvoeding’. Meestal, want vandaag is ze 20 minuten te laat als ze vanuit haar bureau naar beneden spurt op haar gele pumps en in een gebleekte jeans die de romantische broderie op haar bloesje moet compenseren.

Ze heeft net een weekje vakantie achter de rug - ‘om te bekomen van de fashion week’ - maar het tempo zit er al meteen stevig in.

Isabel Marant heeft zopas haar eerste boetiek in België geopend, meer bepaald op de chique Brusselse Waterloolaan. ‘Zelf zou ik liever een winkel gehad hebben in de Marollen.’ ©Martina Bjorn

Deze week openen bijna gelijktijdig boetieks in Brussel en Barcelona, terwijl de deadline voor de nieuwe collecties alweer op haar afstevent. Zo steekt de tijd je weleens voorbij. ‘In de volgende vier weken maken we twee collecties vanaf nul. We staan op de rand van zelfmoord.’ Ze lacht. ‘Ik weet niet hoe we het klaarspelen, maar het is telkens een mirakel.’

Sinds ze in 1994 met haar kledingmerk begon, klom Marant op in de eredivisie van de Franse mode. Haar stijl werd het cultuniform van de nonchalante Parisienne met losse haren, losse blouses en stoere laarsjes. Een stijl die ze wereldwijd met succes exporteerde, dankzij fans als Emmanuelle Alt, de hoofdredacteur van de Franse Vogue, en regisseur Sofia Coppola.

Die losse minijurkjes, westerngeïnspireerde boots met franjes, grote motorjekkers in leder of übercomfortabele knitwear? Allemaal Isabel Marant of Isabel Marant Étoile, de goedkopere zijlijn die sinds 2000 bestaat.

Echt exploderen deed ze met de lancering van Bekett, een sneaker met sleehak uit 2009. Die gaf haar populariteit een zodanige boost dat, toen ze in 2013 een designercollectie voor H&M lanceerde, de website eerst crashte en de lijn daarna in enkele uren uitverkocht was. Sinds 2017 maakt ze ook mannenkleren.

Halve sigaret

Toch blijft Marant een buitenbeentje. Niet wegens haar kleren, maar wegens haar down-to-earth houding binnen de chique Parijse modewereld. Ze stelt zich niet voor met een hand, maar met een knuffel en twee kussen. Als ze spreekt, ondertitelt haar gezicht haar woorden met levendige grimassen. Wat ze zegt, komt er vurig uit. Niet ‘je n’aime pas’, maar ‘je déteste’.

Of ze de foto’s wil zien voor publicatie? ‘Nee joh, ik doe mijn werk, en vertrouw erop dat jullie dat ook doen.’ Marant is even go with the flow als de kleren die ze verkoopt.

©Martina Bjorn

Gefrustreerd doordat sommige multimerkenwinkels haar collectie niet selecteerden zoals zij dat voor ogen had, opende ze in 1998 haar eerste boetiek. ‘Zo kun je je eigen universum presenteren.’

De eerste was in de rue de Charonne, in 1999 volgde een tweede in Saint-Germain-des-Prés. ‘Ik heb altijd gezocht naar plaatsen die wat ‘off’ waren. Rond Charonne was er geen mode op Jean Paul Gaultier na. In Le Marais zaten we wat verstopt omdat ik een hekel heb aan commerce. Maar je moet een kat een kat noemen: nadat we vorig jaar een boetiek openden op de rue du Faubourg Saint-Honoré werd die binnen een maand ons grootste verkooppunt.’

Ze steekt een sigaret op. Ja hoor, op kantoor. Deodorant heeft ze verbannen - ‘want die zit vol kankerverwekkende stoffen’ - maar roken houdt ze vol. Dus heeft ze steeds een kommetje bij, waarop ook de naam van haar zoon Tal staat. Erin: haar bril, een aansteker en een blauw pakje American Spirit-sigaretten.

©Martina Bjorn

Tijdens het interview scheurt ze een filtersigaret in twee, om met de tabak en een vloeitje een nieuwe sigaret te rollen: ‘Zo rook ik maar een halve sigaret per keer.’ Een kettingroker, op de een of andere manier met mate: tijdens het hele gesprek blijft ze afwisselend van dat ene peukje roken en gesticuleren.

Terug naar de winkels: ‘In Frankrijk zaten we lange tijd alleen in Parijs, nu openden we ook in Lyon en Toulouse. In eerste instantie ben ik een modeontwerper, geen marchand.’ De zakelijke kant van haar merk wordt overzien door Sophie Duruflé en Nathalie Chemouny - al sinds jaar en dag haar CEO en haar retailverantwoordelijke - én sinds 2016 ook door Montefiore Investment.

De Franse investeringsgroep die 51 procent van het bedrijf in handen heeft, zag mogelijkheden in de verdere uitbouw van het merk Isabel Marant. Met prijzen tussen 200 en 1.500 euro passen de kleren van het modelabel binnen het groeiende segment van de ‘betaalbare luxe’. Sinds de overname lanceerde Isabel Marant behalve een mannenlijn ook een wereldwijde webshop, een handtassenlijn en kwamen er winkels bij. Veel winkels: vandaag is het merk wereldwijd verkrijgbaar in 850 verkooppunten en in 33 eigen boetieks in 15 landen.

Hard werken

Sinds kort dus ook in België, op de Brusselse Waterloolaan, in de buurt van Chanel, Dior en Louis Vuitton. ‘Die plaats zou ik zelf nooit uitgekozen hebben: zo lelijk! Liever de Marollen: véél charmanter, maar da’s misschien eerder een wijk voor jonge ontwerpers.

©Manon Riff-sbrugnera

Spijtig genoeg hebben we vandaag een bepaald imago en hebben we daarom, tegen mijn gevoel in, gekozen voor het gemakkelijkste adres. Brussel is een internationale stad waar je ons vlotter op een boulevard vindt dan ergens verstopt, als ‘destination shop’. Aan mijn kleren hangt een bepaald prijskaartje: onze doelgroep hangt nu eenmaal graag rond in de Louizabuurt. Zo zijn we, met een beetje pijn in het hart, iets minder rebels geworden.’

Ze was vorige week nog in Brussel, ‘om op een meubelbeurs opkomende designers te spotten van wie ik de namen alweer vergeten ben’. ‘Het was pas mijn tweede keer dat ik naar Brussel kwam. Maar ik heb altijd iets met Belgen gehad. Martin Margiela, Jean Paul Knott, Véronique Leroy met wie ik op school zat, maar ook Christian Wijnants en A.F. Vandevorst.

‘Ik hou van de gevoeligheid van de Belgen: ze zijn zoals Fransen, maar dan zonder al dat extra gedoe: cooler en met meer humor. En ik hou wel van die Germaanse kant van rechtdoor gaan, hard werken en oprecht zijn.’

Marant kan het weten. Ze groeide op in Parijs als dochter van een Parijse mediaman en zijn tweede vrouw Christa Fiedler, een Duits model en de oprichtster van het modellenbureau Elite.

Minder en beter kopen is het credo van Isabel Marant. ‘Als ik één goeie jeans in mijn kleerkast heb, moet ik er geen vijftig andere hebben.’ ©Martina Bjorn

Kleenex-mode

‘Die plaatsen met boetieks-boetieks-boetieks en hun hypnotiserende consumptie deprimeren me. Vooral ook omdat ik het gevoel heb dat ik mensen nog meer tot consumeren aanzet. Daarom doe ik er alles aan om geen Kleenex-mode te maken, maar echte kleren die je jarenlang bijhoudt.’

Minder en beter kopen is haar credo. ‘Voor die uitspraak heb ik al veel bagger over mij gekregen.’ Ze verwijst naar een interview in het Franse weekblad L’Express waarin ze kop van Jut was. ‘Ik zou de consumenten zogezegd aanvallen, maar dat is helemaal niet zo. Liever iets dat wat duurder is en lang meegaat dan de snelle bevrediging van een belabberde impulsaankoop.’

‘Ik draag vooral mijn eigen merk. Daarvoor betaal ik niet. Ik zou dus mijn hele kast kunnen volhangen, maar dat degouteert me: als ik een goeie jeans heb, moet ik er geen vijftig andere hebben.’

Minder en beter

Dat minder-principe hanteert ze ook bij het ontwerpen. ‘Geïnspireerd door de hiphopwereld van de eighties maakte ik de Bekett-sneakers met een sleehak die wat hoogte gaven, comfortabel aanvoelden en toch stylish waren. Nog vóór die sneaker klaar was, wist ik dat de schoen een hit zou worden.’

‘Met die enorme Balenciaga-sneakers die vandaag zo in zijn, had ik gemakkelijk weer zo’n schoen kunnen maken. Maar ik heb er gewoon geen zin meer in.’

Al heeft die laatste beslissing wellicht ook wel wat te maken met de grootschalige manier waarop de Bekett destijds is geïmiteerd. ‘En dan nog op een lelijke manier’, trekt ze haar hoofd vies weg, ‘dat het me totaal heeft doen walgen.’
‘Het is beter om gekopieerd te worden dan helemaal niet gekopieerd te worden. Maar er zijn merken die me simpelweg plagiëren, die niet zouden bestaan zonder mijn merk: dat is echt schandelijk.’

©Manon Riff-sbrugnera

Al is het een mes dat langs twee kanten snijdt. ‘Het dwingt me om steeds naar iets nieuws op zoek te gaan. Toen ik begon, bleven sommige stukken meerdere seizoenen in de collectie, nu gaat dat niet langer omdat alles gekopieerd wordt.’

En nu we het toch over kopiëren hebben. Marant werd er in 2015 zelf van beschuldigd dat ze de kleding van een Mexicaanse bevolkingsgroep zou hebben geplagieerd. Nog datzelfde jaar werd ze echter volledig vrijgepleit.

Elk ontworpen stuk past Marant zelf. ‘Om te zien of de zakken diep genoeg zijn, of het valt zoals ik wil. Om te zien of het ‘chien’ heeft. Ja, dat is een Franse uitdrukking die moeilijk te vertalen valt.’ En voor de mannencollecties? ‘Iets moeilijker, maar die stukken pas ik ook, omdat ze me op hun beurt kunnen inspireren voor de vrouwenkleding.’ Ze is zelf haar eerste klankbord.

Lampje voor chaoten

Marant besloot mode te gaan studeren aan Studio Berçot in Parijs nadat ze met Christophe Lemaire kledingstukken had gemaakt en erin was geslaagd die aan de man te brengen.

©Frederique DUMOULIN

Nadat ze afgestudeerd was en juwelen en knitwear had gemaakt onder de naam ‘Twen’ richtte ze in 1994 haar gelijknamige label op. ‘Ik ben een autodidact omdat ik nooit in een ander atelier of voor een ander merk heb gewerkt. Mijn eerste collecties waren nogal naïef. Als ik terugkijk, merk ik dat ik professioneler ben geworden. Zien dat mijn stijl zich perfectioneert, maakt me ondanks mijn frustraties trots.’

Zoals het een gedegen perfectionist betaamt, is Marant zelfs na 25 jaar nooit tevreden op het moment dat de collecties gepresenteerd worden. ‘Dan zie ik alleen wat niet goed is, maar misschien is dat wel mijn echte motor: steeds zin hebben om het beter te doen.’

Beter en anders. ‘Als je me twintig jaar geleden had verteld dat ik vandaag gek zou zijn van de eighties, had ik ‘jamais de ma vie’ gezegd. Ik hield van Patti Smith, maar haatte de Yves Saint Laurent van toen en de grote Claude Montana-epauletten.’

Clochard

Haar strikte scheiding tussen werk en privé noemt ze haar medicijn tegen de gekke modewereld. Privé is ze al meer dan 25 jaar samen met Jérôme Dreyfuss - die is in Parijs al even bekend, wegens zijn al even bohemien handtassen en schoenen. Soms ontwerpt hij met haar in het achterhoofd: zoals een handtas met sigarettendoosje, of een tas met ingebouwd lampje voor chaoten. ‘Hij observeert me vaak, ik ben zijn muze’, glimlacht ze.

Als ik mijn bedrijf op dezelfde manier zou runnen als politici vandaag het land, dan zat ik nu in de gevangenis.

Of ze niet eens zouden samenwerken? ‘Jamais! We zouden elkaar…’ Gorgelend knijpt ze haar keel toe. ‘Te sterke persoonlijkheden: we kunnen samen een huis bouwen en als je ons op de rommelmarkt loslaat, komen we met hetzelfde terug. Maar samen mode maken is uitgesloten. Ik weet nooit waaraan hij werkt en omgekeerd. Zelfs in de aanloop naar een defilé toon ik hem niets. Ik verras hem liever tijdens de show.’

‘Ik heb een erg evenwichtig leven waarin ik me omring met vrienden en familie. Ik werk zeer hard, maar nooit in het weekend.’

Die weekends brengt ze door in de natuur van Fontainebleau, waar het koppel een hutje heeft. Zonder licht en stromend water, maar wel met een grote legertent voor vrienden die op visite willen komen.

‘Ik probeer een leven te leiden dat dicht bij het echte leven staat en zich niet in een soort van modefantasie afspeelt. We wonen in Belleville, een populaire Parijse wijk met gewone mensen. Dat helpt me om mode te maken waarmee ik me noch overdressed voel in Belleville, noch clochard in het chique XVIIde arrondissement.’

Gele hesjes

Als Marant destijds die kleren met Christophe Lemaire niet had gemaakt, was ze waarschijnlijk nooit in de mode beland. Ze wilde immers aan de prestigieuze HEC-businessschool studeren. ‘Ik dacht aan sociaal-economische wetenschappen: ik ben gek van economie, statistieken en alles wat sociaal is.’

‘Als modeontwerper ben je ook socioloog. Ik hou niet van mode als stimulans om te kopen, maar het kan een therapie zijn. Als ik me slecht voel - ‘t’es nulle, ‘t’es moche, ‘t’es nase’ - en ik draag iets moois, dan kan dat me met geluk vervullen: alsof ik naar een psychoanalist ging. Kleren drukken uit wie we zijn en het is enorm fijn om je uit te drukken zoals je bent.’

©Martina Bjorn

Intussen is het gesprek een versnelling hoger geschakeld en krijgt het een gedrevenheid die je normaal alleen ‘s avonds voelt rond een rokerige eettafel met halflege glazen. Over de gele hesjes. ‘Begrijpelijk, de verschillen tussen rijk en arm zijn te groot.’ Over welke presidenten het verschil maakten. ‘Pompidou met zijn langetermijnplannen’, vindt ze.

Over de Franse politiek vandaag. ‘Als ik mijn bedrijf op dezelfde manier zou runnen als politici het land leiden, dan zat ik nu in de gevangenis.’ En de sociale verantwoordelijkheden die megabedrijven zouden kunnen opnemen. ‘Maar dat zijn allemaal des gros enculés de merde die gewoon meer willen verdienen, basta!’

Ze heef haar sigaret intussen al vijf keer opnieuw aangestoken, en het peukje is wonderwel nog niet op.

Die impact van mode op de wereld is haar grootste zorg. ‘Maar mijn werk neemt zo veel tijd in beslag dat ik geen tijd heb om iets anders te doen. Dat is misschien beter zo: als ik de tijd zou hebben, zou ik verschrikkelijk worden. Iemand zei me eens dat ik dezelfde astrologische coördinaten als Hitler heb.’ Ze trekt grote ogen. ‘Dat wil zeggen: als ik op een dag iets anders ga doen voor de maatschappij, dan alleszins niet in de hoedanigheid van politica.’

‘Ik heb altijd gezegd dat ik niet mijn hele leven in de mode ga zitten. Op een mooie dag stop ik ermee en ga ik nadenken. Toen ik mijn bedrijf verkocht aan Montefiore heb ik daar een smak geld voor gekregen, maar dat ga in niet parkeren in België of op de Bahama’s. Ik wil het herinvesteren in iets veel minder sexy dan waterputten graven of bomen planten: research in nucleaire recyclage, of iets anders waar het grote publiek niet bij stilstaat.’

Maar kom, niet te cynisch. Mode heeft ook een goede impact. Marant tikt op de broderie van haar bloesje. ‘Door kleren te maken, houden we savoir-faire in leven dat anders verdwijnt.’

Ze zou nog uren kunnen praten, zegt ze. Maar het werk roept, en er moeten ook nog foto’s worden genomen. De visagist is langer bezig met haar haren in een knotje te krijgen dan met het aanbrengen van twee toefjes poeder. Een pluk komt steeds weer los: ‘Die moest eraf nadat Tal kauwgom in mijn haar had geplakt.’

Isabel Marant, Waterloolaan 63, 1000 Brussel. 




Lees verder

Advertentie
Advertentie