sabato

Van kleermaker voor criminelen tot crimineel geliefde modemaker

Dapper Dan kleedde de eerste sterren van de hiphop. De Fat Boys kwamen in de jaren tachtig zijn boetiek binnen met stapels biljetten van honderd dollar. Op zijn 73ste krijgt de modeoutsider nu eindelijk erkenning van de luxe-industrie. ©Martin Scott Powell / Telegraph Media Group

Criminelen, boksers en de fine fleur van de hiphop... In de jaren tachtig was het semi-clandestiene coutureatelier van Dapper Dan dé plek voor wie in New York op zoek was naar Afro-Amerikaanse topmode. Maar namaak en het oneigenlijk gebruik van logo’s van luxemerken leidden uiteindelijk tot een stoet van deurwaarders, inbeslagnames, processen én de sluiting van zijn zaak. Vandaag, op zijn 73ste, is diezelfde Dapper Dan dé ster van een nieuwe boetiek die Gucci in New York heeft geopend.

23 augustus 1988. Bokser Mitch Green roept de pers bijeen om zijn gehavende oog te tonen. Collega Mike Tyson heeft hem zopas een mep verkocht, ergens op straat in New York. Plots verschuiven de schijnwerpers naar de boetiek waar de twee zwaargewichten het om 4.30 uur ’s ochtends aan de stok kregen. En iedereen vraagt zich af: welke winkel slaagt erin op dat tijdstip nog twee ongewone gasten als Green en Tyson over de vloer te krijgen? Een naaiatelier, zo blijkt. Waar gangsters en rappers hun kleren op maat laten maken. Boksers dus ook.

De boetiek is die van ene Daniel Day, beter bekend als Dapper Dan. Open zeven dagen per week, de klok rond. Een goed bewaard geheim, misschien zelfs het best bewaarde geheim in Harlem. Maar als Mike Tyson zich later laat zien met een blouson van Fendi dat ze bij het Italiaanse huis niet kunnen thuisbrengen, weet advocate Sonia Sotomayor - vandaag rechter bij het hooggerechtshof van de VS - bij wie ze moet aankloppen. Er volgt een inval. En later inbeslagnames en rechtszaken. In 1992 moet hij de boeken neerleggen en zijn boetiek sluiten.

Dapper Dan werd niet gespaard van het geweld dat Harlem jarenlang teisterde. Hij kreeg zelfs een kogel in de nek - en die zit er nog altijd.

Dertig jaar na de noodlottige vuistslag heropende Dap­per Dan - Dap voor zijn bewonderaars - begin dit jaar zijn atelier langs Lenox Avenue, op een boogscheut van waar hij vroeger zijn ding deed. Ironisch genoeg wordt zijn avontuur deze keer gefinancierd door Gucci, een van de merken die destijds een batterij advocaten op hem af stuurden omdat hij jarenlang was gaan stropen in de intellectuele eigendom van het huis. 

De boetiek mag er zijn: drie verdiepingen in een herenhuis waar de vroegere outlaw zich helemaal in zijn sas voelt. Gucci liet er naaimachines installeren in de kelderverdieping, zoals Dapper Dan het wilde. De andere twee verdiepingen liet hij volstouwen met fluwelen fauteuils, lederen chesterfields en gecapitonneerde schermen. En als het alleen van hem zou afhangen, zou er voor de deur een Jeep staan met een koetswerk vol GG-logo’s. ‘Ik zou graag hebben dat de mensen zich omdraaien’, legt Dap uit, kaal en slank als hij is in zijn perfect gesneden maatpak dat zijn enkels laat zien. ‘In de grote jaren had ik een Mercedes met een interieur in Gucci-leder voor de deur staan, en een Jeep met een MCM-binnenkant’, zegt hij. Inderdaad, MCM is dat huis uit München, gespecialiseerd in luxueus leder dat zeer populair is in de hiphopwereld.

Op het dak van een gebouw iets verderop, op de hoek van 125nd Street, staat het nieuwe label Gucci × Dapper Dan in grote, gele letters op een reusachtig reclamebord. Gucci dat zich in deze buurt komt vestigen. ‘De Kerstman is aangekomen in Harlem’, lacht Dapper Dan.

©Martin Scott Powell / Telegraph Media Group

Eindelijk erkenning
Het verhaal van Dapper Dan is dat van een outsider die op zijn 73ste eindelijk erkenning oogst. Erkenning van een modewereld die maar blijft recycleren, en van een industrietak - de luxe - die niet meer kan zonder ‘street culture’ - zeg maar de kledinggewoonten die jaren geleden ontstonden in de zwarte, Amerikaanse getto’s maar nu overal groeien en bloeien. 

Hoe Gucci en Dapper Dan elkaar opnieuw gevonden hebben, is nog een verhaal apart. Het laatste hoofdstuk begint in mei 2017 in Firenze, wanneer artistiek directeur Alessandro Michele van Gucci een blouson van nerts op het podium stuurt. Sterk geïnspireerd op een extravagant ontwerp  van Dapper Dan uit 1989 voor sprintster Diane Dixon. Met dat verschil dat op het originele jasje een logo van… Louis Vuitton stond. 

Aan de andere kant van de oceaan zijn velen not amused met deze ‘culturele roof’. In de dagen na de voorstelling schreeuwen de bewonderaars van Dap hun woede uit op de sociale media, de vroegere olympisch kampioene op kop. ‘Het begon te lopen als een bosbrand’, zegt Dapper Dan. ‘Bijzonder hevig. Rapper Young Paris klampte me aan in een nachtclub en zei dat hij woest was.’

Gewoon even geciteerd of schaamteloos gepikt? Eerbetoon of uitbuiting? Niets van dat. ‘Hulde aan de bekende kleermaker Daniel ‘Dapper Dan’ Day en de culturele invloed van Harlem’, heet het een paar dagen later in een persbericht dat Alessandro Michele naar The New York Times stuurt. En om te bewijzen dat hij te goeder trouw handelde, biedt hij de Ame­rikaanse couturier een samenwerking op lange termijn aan. En een atelier. Voilà. Happy end.

Vandaag is zijn nieuwe atelier op Lenox Avenue veel luxueuzer, met fluwelen fauteuils en lederen chesterfields. En Gucci is zijn stoffenleverancier. ©Martin Scott Powell / Telegraph Media Group

Veertig rovers
Mike Tyson dacht dat hij Afrikaan was, maar Daniel Day werd geboren in Harlem. Waar zijn vader moederziel alleen aankwam, op zijn twaalfde, helemaal vanuit het verre Virginia. Als kind al droomt Daniel Day van mooie kleren, waarvoor er helaas geen geld is: de zeven broers en zussen dragen schoenen die opgelapt zijn met linoleum. Als adolescent slaagt hij erin zijn kleerkast deftig te vullen omdat hij samen met een bende, die zichzelf ‘Ali Baba en de veertig rovers’ noemt, winkels ‘ontlast’ van overtollige spullen. Hij raakt ook aan de drugs, brengt een paar maanden door in de gevangenis. 

Tot zijn politiek geweten ontwaakt, samen met zijn nieuwsgierigheid naar wat in de wereld gebeurt. In 1968 reist hij naar Afrika met een programma van de Columbia-universiteit, om jonge delinquenten weer op het rechte pad te krijgen. Zes jaar later duikt hij opnieuw op in Afrika, maar dan om de legendarische bokskamp tussen Mohammed Ali en George Fo­re­man in Kinshasa bij te wonen. In Zaïre ruilt de jonge Afro-Amerikaan al zijn westerse kleren voor beeldjes, en laat daarna in Liberia een paar maatpakken maken met Afrikaanse stof.

In de mode zijn criminelen de grootste influencers. Dat is altijd zo geweest.

Terug in Harlem brengt Day de dag door op straat met gokken, vooral dan Lenox Avenue, waar hij zijn bijnaam krijgt, Dapper Dan. Maar nadat hij Malcolm X leert kennen, wil hij zo snel mogelijk weg van de straat en doet zijn eerste ervaring op als handelaar. Eerst met een kleine boetiek op 125nd Street. De enige groothandel die met hem wil samenwerken, is die van Fred Schwartz, alias Fred de bontwerker. ‘Joden hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in mijn leven’, zegt hij. Fred bezorgt hem jassen van omgekeerd schaap die in Harlem razend populair zijn. Maar zelfs daar is de bontjas een seizoensgebonden product.

Dapper Dan gaat op zoek naar een stabieler economisch mo­del en klampt de straatverkopers van Afrikaanse spullen aan. ‘Ik gaf hun mijn kaartje en zei dat ze moesten bellen als ze iemand kenden die kon naaien. Zo nam ik uiteindelijk iemand in dienst, dan nog iemand, dan een derde. Allemaal Senegalezen.’ Dan gaat het snel. Twee keer moet hij verhuizen naar een groter pand. Op zijn hoogtepunt doet Dapper Dan zijn ding in een gebouw met drie verdiepingen waar de bedienden elkaar dag en nacht aflossen. 

Boxershort van exotisch leder
Zijn zakenidee? Dapper stikt de logo’s van lederspecialisten uit het oude continent op confectiekleding. Het idee ontstond toen op een dag iemand met een tasje van Louis Vuitton in zijn boetiek kwam, en iedereen daar wild over deed. ‘Ik dacht bij mezelf: als een tas al zo’n effect creëert, wat zou dat geven als ik volledige outfits kon maken?’

In het begin koopt hij al de kledingtassen van luxemerken die hij kan vinden, knipt er het logo uit om het in zijn creaties te zetten. Maar die logo’s zijn klein en de mogelijkheden dus beperkt. Daarom begint Dapper Dan te experimenteren met andere technieken, test hij allerlei soorten inkt, de ene al toxischer dan de andere, tot hij met zeefdruk op leder en stof begint te werken. Vanaf dan zijn de mogelijkheden onbeperkt. Grote kappen, gepofte mouwen, omkeerbare jassen: Gucci aan de ene kant en Louis Vuitton aan de andere voor wie dat wil. Dapper introduceert luxesymbolen in een gemeenschap die zich uitgesloten voelt. 

©Martin Scott Powell / Telegraph Media Group

‘Die merken richtten zich niet tot ons, hun crea­ties waren niet meteen wat wij wilden’, zegt Steve Stoute, de consultant uit New York die in de zomer van 2017 als tussenpersoon fungeerde in de deal tussen Gucci en Dapper Dan. De klanten van Dapper, die zelfs vanuit Detroit komen, willen baggy kleren, flashy spullen. Hij vervaardigt Alfa Romeo-blousons, ‘want met je auto kun je de nachtclub niet binnen.’ Hij ontwerpt boxershorts met exotisch leder. ‘Ik zou alles gemaakt hebben en maakte ook alles’, zegt hij. ‘Ik gaf vorm aan de ideeën van mijn klanten en waakte erover dat ze niet op elkaar leken.

’Zelf is hij veeleer een dandy, maar hij draagt vooral streetwear met subtiele details: ‘Als je je eigen product niet draagt, dan is dat omdat je product waardeloos is’, zegt hij en toont een foto van zichzelf in de jaren tachtig. Hij heeft een baard en kijkt zeer serieus, draagt een regenjas met groen en rood en een hoed die er perfect bij past. Met de prijzen die hij hanteert, verkoopt Dapper Dan in die periode vooral aan gangsters, zoals Alberto ‘Alpo’ Martinez, de jonge drugsbaron die in 1991 wordt veroordeeld voor 14 moorden. Voor hem ontwerpt hij een lederen parka met het logo van LV, met oranje inzetstukken en een kap van vossenbont. ‘In de mode zijn criminelen de grootste influencers’, zegt Dapper Dan. ‘Dat is altijd zo geweest, al van in de tijd van de film noir.’

Hij kleedt ook de eerste sterren van de hiphop, want die kopiëren de misdadigers. Eerst de Fat Boys, die komen de boetiek binnen met stapeltjes biljetten van honderd dollar. LL Cool J is ook een van zijn klanten. Net zoals het duo Eric B. & Rakim, dat gekleed is in identieke blousons van Dapper Dan op de hoes van ‘Paid in Full’, een van de grootste albums uit de gouden rapjaren. Een paar meisjes ook, zoals de leden van Salt-n-Pepa. ‘Als je de middelen had om te shoppen bij Dapper Dan, was je geslaagd, dan was je iemand’, zegt Steve Stoute. ‘Voor ons waren zijn spullen veel prestigieuzer dan Europese luxeartikelen, want alles werd hier op bestelling gemaakt.’

©Martin Scott Powell / Telegraph Media Group

Kogel in de nek
Dapper Dan ontkent het niet. De crackepidemie, die precies even lang duurde als zijn boetiek bestond (1982-1992), speelde een rol in zijn succes. Hij blijft er filosofisch bij: ‘Was het geen crack geweest, dan was het wel iets anders. Sinds de emancipatie werd verkondigd in 1862 hebben alle generaties gekampt met verslaving. Drugs hebben altijd deel uitgemaakt van de ondergrondse economie.’ En Harlem was nooit gevaarlijker dan tijdens die periode, weet Dapper Dan. ‘Toen ik mijn winkel opende, waren het de Italianen die de drugswereld controleerden. Dat leidde tot stabiliteit. Maar toen John Gotti in de gevangenis vloog, gaven de kartels aan iedereen de toestemming om te verkopen. Vanzelfsprekend kwam daar oorlog van.

’Ook Dap werd niet gespaard van het geweld dat de buurt teisterde. Tegen het eind van de jaren tachtig werd zelfs eens geprobeerd hem te ontvoeren. Dapper verweerde zich en kreeg een kogel in de nek - die zit er nog altijd. 

Besefte hij in die tijd eigenlijk wel dat hij vervolgd kon worden voor het gebruik zonder toestemming van bekende logo’s? ‘Ja hoor. Maar ik maakte me geen zorgen, omdat de namaak­bu­siness floreerde in Chinatown. Ik had nooit de indruk dat ik een misdaad beging. Ik be­schouwde het als een manier om creatief te zijn.’ De deurwaarders waren ook creatief, toen ze bin­nenvielen. Het kostte Dapper een kwartmiljoen dollar. ‘Ze waren heel beleefd, maar ze namen wel unieke stukken mee. Het waren peperdure bezoekjes.’

De agressie, de financiële sores: het werd Dap­per Dan allemaal te veel. Hij besliste zijn zaak te sluiten en ging clandestien. ‘Dat was cooler. Niemand die wist waar ik produceerde.’ De klanten ging hij zelf zoeken, in Chicago of Atlanta, en onderweg stopte hij even in een of ander getto. Hij heeft nog altijd veel contacten in de hiphop. Tijdens de Grammy Awards komt af en toe een outfit van hem voorbij.

Levenselixer
Dat hij invloed had, besefte hij pas midden jaren negentig. Toen zag hij op de cover van een modeblad een foto van een trenchcoat met het logo van ‘Tom Ford voor Gucci’. De Texaan was toen door het Italiaanse label aangetrokken om het merk nieuw leven in te blazen, en hij imiteerde Dapper Dan. 

Vandaag is streetwear het levenselixer van de luxehuizen. Ze maken zelfs hoody’s. Volgens conservator Paola Antonelli van het MoMA in New York is die evolutie te danken aan de kleermaker van Harlem. ‘Hij heeft die huizen getoond hoe ze konden regenereren. Ik groeide op in Italië. Gucci maakte leuke mocassins, riemen en damestassen. Maar het merk was niet cool. Daar heeft Dap voor gezorgd. Ik weet niet waar die huizen nu zouden staan zonder de hiphopcultuur.’

Intussen is Dapper Dan helemaal klaar voor het voetlicht. Niet alleen Gucci heeft hem herontdekt. Uitgever Random House wil zijn memoires publiceren. En Sony kocht al de rechten om die te kunnen verfilmen. De prijzen in zijn nieuwe boetiek zijn ernaar. Gucci doet vaag over de prijskaartjes, die ‘afhangen van de keuze van de klant’. Als in de jaren tachtig een paar honderden dollar volstonden, gaan de prij­zen voor de klanten bij Dapper Dan nu snel in de duizenden. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie