sabato

Belgisch wijnkasteel in vorm van wijnfles

Het basisidee voor de nieuwe bodega schetste Lionel Jadot op de terugvlucht vanuit Carcassonne. Een gebouw in de vorm van een wijnfles, ingepakt in schors en rustend op kloeke stammen. ©Patrick Tourneboeuf

Jadot rijmt op château en op Castigno. Dat kan geen toeval zijn. De Brusselse interieurontwerper tekende voor het Belgische wijndomein in de Languedoc een bodega in de vorm van een wijnfles. Met kurk en Rothko in een bijrol.

'Hey Lionel, ik ben Marc Verstraete. Ik woon in de streek van Carcassonne. Ik zou je willen vragen of je over een project wil nadenken 'pour mes caves'.' Bizar, dacht Lionel Jadot bij zichzelf, maar wel eens leuk om een project te doen voor een kelder. Misschien wel een mancave of zo? 'Kom eens af naar mijn domein. Ik nodig je uit. En breng je vrouw ook mee. Dan kom je maar eens samen mijn wijn proeven.'

Nog viel Jadots frank niet. Maar typerend voor de Brusselse interieurmaker: hij koos voor het avontuur. Hij besliste om op de uitnodiging in te gaan zonder briefing. Omdat hij de energie voelde. En omdat hij de aanvraag van Marc en Tine Verstraete sympathiek vond. 'Van de luchthaven in Carcassonne naar Château Castigno in de Languedoc was het een klein uur rijden door het prachtige Pays Cathare', vertelt Jadot. 'Pas als we op zijn wijnkasteel luisterden naar zijn verhalen begreep ik dat hij een nieuw gebouw wou op zijn terrein. Geen speelkelder dus.'

©Serge Anton

Horizontaal hotel
Marc Verstraete, een succesvolle ondernemer in de industriële-verpakkingssector, kapte in 2007, op zijn vijftigste, met zijn zakelijke carrière en sloeg een nieuwe, stressloze weg in. Samen met zijn vrouw Tine kocht hij een verpauperd wijndomein in de Languedoc-Roussillon: Château Castigno. Een compleet afgelegen terrein. Samen met wijnspecialisten Michel Tardieu en Philippe Cambie resetten ze de wijnproductie, maar op een biodynamische manier.

'Marc, Tine en ik bezochten eerst samen de wijngaarden, praatten met de boeren en oenologen, zagen hoe paarden werden ingezet op de velden. We praatten ook over de bijzondere vorm van hun wijnflessen, over hun biodynamische wijnen en liepen door naar het dorp Assignan, dat Marc en Tine als 'horizontaal hotel' uitbaten. Ze kochten enkele huizen en bouwden ze om tot gastenverblijf. Op het dorpspleintje zijn er drie restaurants, die bij het project horen. Alles hangt op een organische manier aan elkaar. Zodra we aan tafel zaten, vloeide de wijn zo rijkelijk dat pas 's anderendaags de schaal van de opdracht mij duidelijk werd.'

'De Verstraetes wilden een wijnmakerij, die tegelijk het vlaggenschip van het domein kon zijn. Een functioneel gebouw, dat ook als eyecatcher moest dienen. Ik had nog nooit een bodega getekend. Maar ik aanvaardde de challenge.'

De volgende morgen was het enthousiasme niet getemperd. Ondanks de kater had Jadot er meer dan zin in. Op het vliegtuig terug begon hij al te schetsen. 'Een ideaal moment, want niemand komt je storen. Behalve om te vragen of je honger of dorst hebt. Maar dat was niet het geval', lacht hij. 'Het basisidee heb ik volledig geschetst op het vliegtuig: een gebouw in de vorm van een wijnfles, ingepakt in schors en rustend op kloeke stammen.'

In zijn architectuur- en designatelier in Tervuren werden die tekeningen technisch verder uitgewerkt. En een maand later stelde Jadot de maquette voor aan de klant. Opnieuw met een wijntasting erbij. 'De klanten flashten erop en gaven het startschot voor een project van vier jaar. Een ongelofelijk avontuur', blikt Jadot terug.

©Patrick Tourneboeuf

Pritzker-gezelschap
Santiago Calatrava, Frank Gehry, Jean Nouvel, Robbrecht en Daem, Mario Botta, Renzo Piano, Zaha Hadid, Christian de Portzamparc, Foster + Partners: allemaal internationale toparchitecten die zich de voorbije jaren aan wijndomeinen waagden. En allemaal verwezen ze in hun ontwerp ofwel naar het terroir, naar het landschap, naar de lokale architectuur of naar het wijnmaakproces zelf.

Jadot daarentegen koos voor een ontwerp met veel naturel, maar vooral amusant en typisch Jadot. 'Toen ik kort daarvoor op reis was in Portugal, zag ik langs de rand van de weg stapels met gedroogde kurkeikschors liggen. Heel brute vormen, precies pantsers of schilden. Ik had toen meteen een ingeving: we gaan kurk ooit gebruiken voor een project.'

De wijnmakerij verwijst naar Jadots kindertijd. de interieurarchitect deed niks liever dan kampen bouwen.

Voor Château Castigno kwam het al van pas. Daar is het flesgebouw helemaal ingepakt in de schors. Door die ingreep lijkt het volume op een enorm stuk hout dat pardoes tussen de wijngaarden ligt. 'Het materiaal verwijst uiteraard ook naar de kurk op de wijnfles. Maar de gevel heeft ook een functie: hij fungeert als een grot. Het kurk geeft het gebouw een schild tegen de warmte, want het materiaal isoleert. Tegelijk is het een levend product: vogels komen er hun nesten in maken. Zo wordt het kurk een complete biotoop op zich. Net als het dorp Assignan: dat is een biotoop die helemaal rond de beleving van de wijn en het terroir draait. Er zijn restaurants, bars, tentoonstellingsruimtes, overnachtingsmogelijkheden. De energie van de plek heb ik gecondenseerd in mijn ontwerp.'

Het gebouw verwijst ook wat naar Jadots kindertijd: hij deed niks liever dan in het bos droge takken sprokkelen om er een kamp mee te bouwen. 'Nog steeds heb ik een fascinatie voor brute 'cabanes' in het bos. Dat voel je ook in dit project. Het lijkt alsof we de schors hier ter plekke gesprokkeld hebben om het gebouw in te pakken. In die zin heeft mijn geste iets van landart: een sterk statement dat tegelijk in de omgeving opgaat. Popart wil ik het niet noemen: een uitvergrote kopie van een wijnfles tekenen zou al te gemakkelijk zijn. Ik moest eerder denken aan het werk van de Britse beeldhouwer Andy Goldsworthy, die sculpturale installaties doet met natuurlijke materialen zoals in het wijndomein Château La Coste in de Provence. Mijn architectuur speelt met de fragiliteit van de natuur. Maar tegelijk is de schors een pantser voor een heel efficiënte machine.'

©Patrick Tourneboeuf

Vier jaar
Zelfs in het 'machinale' gedeelte van het wijndomein kon Jadot zich laten gaan. Daar maakte hij geen behangpapier van kurk, maar legde wel wijnrode granito. En de betonnen 'cuves' liet hij beschilderen in abstracte kleurvelden à la Rothko, maar dan in wijnkleuren. 'Op de ondergrondse verdieping, waar alle vaten liggen, maakte ik een black box. De weg ernaartoe is afgetimmerd met hout van afgeschreven vaten, van nature doordrenkt met diezelfde roodtinten. En in de degustatiezaal ontwierp ik een reeks van veertig stoelen, die samen het reliëf van het landschap imiteren. De ruimte zelf is aangekleed met bruut hout, rieten vlechtwerk ('cannage') en ruwe tafels van steen met een stuk metaal in. Allemaal heel radicaal en eenvoudig, passend bij de spirit van de plek.'

Jadot vertelt het met een sprekend gemak, alsof het niks is. Hoewel hij zich hier duidelijk heeft geamuseerd, was het toch een pittig project dat vier jaar duurde. 'Het is mijn eerste project in de wijnbusiness. Het heeft me ettelijke gesprekken met het team ter plekke gekost om tot op de draad te begrijpen hoe het delicate wijnmaakproces precies in elkaar zit. Het is knowhow die mensen maar mondjesmaat lossen, heb ik gemerkt. Wijn maken is technisch en poëtisch tegelijk, machinaal en gevoelsmatig tegelijk. Dat is heel inspirerend, want ook mijn architectuur en design zijn zo.'

'Ik ben trots op het resultaat en vooral blij dat ik mijn intuïtie gevolgd heb. Normaal zou ik 'een kelderproject' niet aannemen, maar ik voelde een goeie energie. Ik stel mezelf niet te veel vragen en ik baken niet te veel regels af. Ik ben gewoon op avontuur getrokken. En het resultaat is spontaan gekomen, alsof het idee van die flesvormige bodega al klaar zat in mijn hoofd.'
www.lioneljadot.com www.chateaucastigno.com

Het flesgebouw is ingepakt met schors. Daardoor lijkt het een enorm stuk hout, dat pardoes tussen de wijngaarden ligt. ©Patrick Tourneboeuf

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content