Dit is waarom je in de herfst naar de Zwitserse Alpen moet

Locals weten dat de Zwitserse Alpen op hun best zijn in het najaar. We trokken erheen voor een unieke tocht langs kliffen, azuurblauwe kloven en gouden bossen.

Het maanlicht legt een zilveren sluier op de velden, de bergen kleuren donker en ogen massief. Er zit maar weinig volk op de kabelbaan van Mörel, die vanuit de vallei naar Riederalp gaat, een dorp ruim 1,2 kilometer hoger. Het voelt alsof we door de herfstnacht glijden, langs kliffen vol schaduw en stilte. De verwachtingen zijn hooggespannen – we zijn gekomen om in een panorama van prachtige herfstkleuren te wandelen en een gletsjer te zien – maar deze kabelbaanrit tussen dennen en sterren is al een betoverend begin.

‘Beleeft iedereen die hier opgroeit in zijn leven weleens een passioneel moment in deze gondel?’, vragen we aan de hotelbaas. Hij lacht de vraag weg. ‘Ons probleem vandaag is vooral de koers van de euro’, antwoordt hij nuchter. ‘Het is hier bijzonder rustig.’

Advertentie
Advertentie
De herfst is betoverend in de Zwitserse Alpen. De lariksbomen, de enige naaldbomen die hun blad verliezen, worden dan goudkleurig.
©Getty Images

Slang van sneeuw

Zelfs zonder een sterke Zwitserse franc is de herfst hier, in het kanton Wallis, het laagseizoen. De zomergasten zijn alweer aan het werk en het duurt nog een poos vooraleer de skiërs binnenstromen. Maar voor veel Zwitsers is de herfst het meest magische moment dat de Alpen kunnen bieden. De lariksbomen, de enige naaldbomen die hun blad verliezen, worden immers goudkleurig, terwijl de zon koppig blijft schijnen en de bergtoppen zich laten bestuiven door de eerste sneeuw.

De verrassende ‘surf and ski’-combi in de Zwitserse Alpen
Advertentie
Advertentie

Dit is het moment waarop de Zwitsers en masse in actie schieten. Ze plannen boswandelexpedities, volgen het verkleuren van de lariksbladeren via een ‘online-bladerenkaart’ met voorspellingen, live updates en links naar tientallen webcams. Of ze trekken naar de Aletschgletsjer: een slang van sneeuw en rotsen van iets meer dan 22 kilometer lang, 800 meter dik, als een stille getuige van de ijstijd. Je hoeft maar een beetje romantische ziel te zijn om te zien hoe de natuur hier alle verwachtingen overtreft.

De zomergasten zijn vertrokken en het duurt nog een poos voor de skiërs komen. Maar voor veel Zwitsers is de herfst het meest magische moment dat de Alpen kunnen bieden.
©Alamy

Grootste gletsjer

De volgende ochtend nemen we opnieuw de kabelbaan vanaf Riederalp, maar deze keer om nóg hoger te gaan, tot op 2.300 meter hoogte. Om van daar neer te kijken op de plek waar de Aletschgletsjer, de grootste van de Alpen, ligt opgerold rond de bergtoppen. Enkele andere wandelaars – vooral Zwitsers – zijn muisstil, misschien wel verstild door het uitzicht. Op de Moosfluh-bergkam komen we helemaal in het licht te staan, helder als de ochtendhemel. De Alpen liggen stil, als zonnekloppers met sneeuw als factor 50 op de neus. De ijzige toppen van de Monte Rosa reiken tot over de Italiaanse grens.

Kijk binnen in de meest afgelegen berghut van de Italiaanse Alpen

En beneden liggen de bossen, ze voeren een concert van kleuren op. De lariksen zorgen voor het koper dat uitdijt in tinten van goud. Roosrode esdoorns produceren vermiljoen en scharlaken. Een koor van door de zon gekleurde berken en koperkleurige beuken maken de voorstelling compleet, terwijl iedere boom zich als een solist maar wat graag laat aftekenen tegen het ochtendblauw van de hemel. Alles wat zo mooi is aan de herfst, lijkt hier nu samen te komen.

Blik op de Aletschgletsjer: een slang van sneeuw en rotsen van iets meer dan 22 kilometer lang, 800 meter dik, een stille getuige van de ijstijd.
©Getty Images

Azuurblauwe kloven

‘De gletsjer heeft zijn eigen weer’, zegt Dominik Nellen, onze gids. ‘Het wordt koud en winderig.’ Het pad kronkelt naar beneden over grond die het ijs geleidelijk vrijgeeft. Hogerop groeien dennen en grassen op grond van verrotte planten. We dalen af tussen korstmos en gele steenbreek. Beneden zien we alleen gestripte rotsen. Twee eeuwen geleden nog kwam het ijs tot op 200 meter boven ons hoofd.

‘Doe maar je stijgijzers aan’, zegt Nellen. ‘We zullen ons aan elkaar vastmaken met een touw. Probeer precies te stappen waar ik stap.’ We ritsen onze jas dicht. De lucht koelt af en daalt neer over het ijs, waardoor een ijskoude luchtstroom ontstaat. We schoppen onze stijgijzers tussen kristallen richels en turquoise spleten in het oppervlak, en kijken in azuurblauwe kloven terwijl we afdalen in een bevroren kolk van richels en kommen.

De Aletsch draagt zijn jas van gemalen stenen als een beschermend pak. Je giet water op een vuil stukje heuvel en het stof spoelt weg, om vervolgens een diepe, juweelblauwe kleur te onthullen. De gletsjer is het hart van de Aletsch Arena, Unesco-werelderfgoed dat momenteel een noodkreet slaakt. ‘Met dit tempo is er over zeventig jaar nog maar tien procent van over’, zegt Nellen.

We schoppen onze stijgijzers tussen kristallen richels en turquoise spleten in het oppervlak, en kijken in azuurblauwe kloven.
©Getty Images

Middellandse Zee

De tocht terug naar boven is een bloemlezing van vergulde berken, roestige bosbes en mos op rotsen die glanzen van mica. Een gevlekte notenkraker vliegt tussen de dennen. Het gaat nu steil omhoog, de lucht is ijl. Hier is het gewoon onmogelijk om niet gelukkig te zijn.

‘We komen elk jaar naar Wallis’, vertelt een medewandelaar, een leraar uit Zürich die een zwak heeft voor de herfst. De esdoorns gloeien nu op tot anthocyaanrood: als de productie van chlorofyl stilvalt, stijgt het gehalte van deze stof, zodat de bladeren beschermd zijn tegen schadelijk ultraviolet, en de boom warm gekleed blijft voor de harde wind die komt. De natuur blijft ons verbazen en benevelen. ‘Hier vind je het beste weer van het land’, zegt de man. ‘Dit is onze Middellandse Zee.’

De gevlekte notenkraker voelt zich hier thuis tussen de dennen. De tong van het vogeltje heeft wat weg van een Zwitsers zakmes, ideaal om naaldboomzaden te bemachtigen.
©Alamy

Heerlijke wereld

Die avond reizen we westwaarts door de Rhônevallei en zuidwaarts naar Saas-Fee, een bergdorp waar het leven zich ontvouwt onder de Dom, een reus van 4.545 meter hoog. Inderdaad, de hoogste piek van Zwitserland. Op de gletsjer boven het dorp bereiden professionele skiërs zich voor op het nieuwe seizoen. Tieners die we de volgende ochtend naar de skilift zien pendelen, blijken Canadese kampioenen.

‘Mijn grootvader zette ooit een kruis op de top van de Dom’, zegt Alex Supersaxo. Hij is hotelbaas en zijn familie heeft hier altijd gewoond. ‘Hij behoorde tot het groepje locals dat de eerste buitenlandse klimmers naar de top begeleidde’, zegt de hoteleigenaar terwijl hij zijn dochter helpt om zich klaar te maken voor school.

Buiten het seizoen is dit een rustige, heerlijke wereld. Een wereld waarvan je samen geniet met ontspannen hoteliers, onbekommerde gidsen en wandelaars. Tikkende en kletterende hamers verraden herstellingen en voorbereidingen op wat komt. Veel gebouwen in Saas-Fee staan nog op paddenstoelvormige, stenen palen die ze vroeger moesten beschermen tegen knaagdieren.

Lopen langs land art tijdens de Smach-biënnale in Italië

In plaats van de skiërs naar de gletsjer te volgen, nemen we de kabelbaan naar de Hannigalp, 2.350 meter hoog en startpunt van talloze wandelingen. Er is een café met breed terras en verbluffend uitzicht. De stille ochtend zindert nog na, op het ritme van luidruchtige sprinkhanen en kwetterende, glanzend zwarte alpenmeeuwen. Het zonlicht doet hun felgele snavel oplichten, terwijl ze in duikvlucht gaan. Verderop spelen peuters in de zon, terwijl de bergen toekijken als grootouders op een bankje. Hoog in de lucht exploderen pluimen en stofwolken op de flanken van de Distelhorn, in een geroffel van neerstortende rots en sneeuw. De lawine zit meer dan een kilometer naar het westen, maar een jongeman die koffie serveert, werpt de berg een verwijtende blik toe. ‘Je moet de rotsen altijd in het oog houden’, sist hij.

Saas-Fee heeft zowat 350 kilometer aan gemarkeerde wandelpaden, waar het op sommige ook klauteren is. We kiezen voor de Old Chamois Trail in westelijke richting, een lusvormig pad in een indrukwekkende kloof tussen de bergen, alwaar de Triftbach en Torrenbach samenstromen en zich in de Feeru Vispa-rivier storten. De wandeling is adembenemend mooi. In de ijzig stille lucht speelt het licht als langzame muziek, en verplicht je om herhaaldelijk te stoppen en te staren. Nooit eerder of elders zagen we hoe helder blauw of goud kan zijn, dankzij die alpenlucht die zich laat omlijsten door bijna lichtgevende, oude lariksen. Deze met korstmossen getatoeëerde stammen zijn zo groot en hoog als Europese lariksen kunnen groeien.

Nooit eerder of elders zagen we hoe helder blauw of goud kan zijn, dankzij die alpenlucht die zich laat omlijsten door bijna lichtgevende, oude lariksen.
©Alamy

Geur van fondue

Er komen andere wandelaars langs en we grijnzen als kinderen. Honderden meters hoger vormt het ijs van de Hohbalm-gletsjer een vervaarlijk ogende klif die we schuifelend over een loopbrug oversteken. Iets lager spotten we een kolonie marmotten die hun vreemde kop aarzelend naar buiten steken.

Herfst is het jachtseizoen in Zwitserland en dan verschijnt wild op de kaart in dorpsherbergen en gastronomische restaurants. Er is hert en everzwijn, patrijs en snip. Rode bessen, kastanje en paarse kool bij alles. Het hertenvlees in de Arvu-Stuba is heerlijk, net als de gigantische salades bij Da Rasso in de hoofdstraat. In ieder restaurant hangt die kaasachtige geur van fondue en raclette.

We schoppen onze stijgijzers tussen kristallen richels en turquoise spleten in het oppervlak, en kijken in azuurblauwe kloven.
©Getty Images

Aan een katrol

De volgende dag ronden we onze verkenning van Saas-Fee af met een tocht langs de Vispa-rivier. We hadden een gewone wandeling in gedachten, tot gids Danny Stoffel harnassen begint uit te delen. Hij laat ons zien hoe we op en van de via ferrata moeten klimmen: een systeem van kabels, dunne planken en springladders die over en langs de flanken van een kloof zijn geschroefd. Voor we het beseffen, hangen we in de lucht tussen dennenappels, kruipen we langs rotswanden met daar beneden de rivier die lonkt.

‘We hebben dit al overal in de Alpen gedaan, maar deze plek is de beste’, zegt een medewandelaar enthousiast. Het wordt een begeesterende tocht, op een vrolijke manier dwaas (waarom zou je jezelf twintig keer in drie uur tijd de stuipen op het lijf jagen?), maar ook overweldigend. ‘Het licht is fantastisch in deze periode van het jaar – de lage hoek, de schaduwen en de vormen’, zegt Stoffel, terwijl hij me aan een kabel over de kloof slingert. De lariksen, de kliffen en watervallen glinsteren allemaal in hun helderste helder als je er bengelend aan een katrol naartoe slingert.

Les Celliers de Sion

Terug in de richting van de Rhône liggen de lagere hellingen van Wallis bezaaid met wijnranken. We snuiven de laatste zonsondergang op vanuit Les Celliers de Sion, een oenotoeristisch park dat er kwam op initia­tief van Bonvin 1858 en Philippe Varone Vins, twee gevierde wijnmakers die tussen de ranken hutjes zetten waar je wijn kunt proeven en raclette eten.

David Héritier, directeur van Les Celliers, walst een frisse en minerale fendantwijn, de citrusachtige lokale favoriet. ‘We exporteren heel weinig’, zegt hij. ‘De meeste van onze flessen worden in Zwitserland gedronken.’ Die fendant is nóg een reden om naar deze mythische plek tussen de bergtoppen en gletsjers terug te keren.

| Voor logeeradressen in de Aletsch Arena en Saas-Fee | myswitzerland.com

Horatio Clare, 2023, “Why autumn is the time to visit Switzerland”.
© Financial Times / ft.com. Alle rechten voorbehouden. Mediafin is verantwoordelijk voor de vertaling.
The Financial Times Limited is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid en kwaliteit van de vertaling.

Advertentie