Hotel Mix, Brussel | Megalomaan hotelproject in oud AXA-gebouw

Op 23 juni opent in Watermaal-Bosvoorde, Brussel, het viersterrenhotel Mix. Van ijscabine tot foodmarket, van zwembad tot fietstocht: Sabato ging op verkenning.

‘Wie de toeristische highlights wil bezoeken, boekt beter iets anders.’ Met Mix krijgt ook Brussel over twee weken zijn belevingshotel. Een hotelproject dat al even megalomaan is als het gebouw van 54.000 vierkante meter, het vroegere hoofdkantoor van Royale Belge in Watermaal-Bosvoorde. Sabato ging op verkenning en kwam tot de conclusie: van ijscabine tot foodmarket, van gigazwembad tot fietstocht... gasten zullen inderdaad al vlug een weekendje zoet zijn met alles uit te testen.

Manneken Pis en de Grote Markt liggen op 45 minuten trammen. Op vrijdagavond zit je zeker drie kwartier in de auto op weg naar Bozar. Naar het Atomium ben je meer dan een uur onderweg. Dus waarom zou je in vredesnaam in Watermaal-Bosvoorde logeren als je Brussel bezoekt? Toch opent hier over twee weken, op vrijdag 23 juni, het viersterrenhotel Mix met 140 kamers en veertig studio’s. ‘Wie de toeristische highlights wil bezoeken, boekt beter een ander hotel’, zegt uitbater Jean-Michel André meteen. ‘Meer dan een slaapplaats zijn we een bestemming. Een hotel waar je niet meer buiten komt.’

Advertentie
Advertentie

Mix palmt de onderste helft in van de oude kantoren van Royale Belge, de verzekeraar die in 1999 werd opgeslokt door AXA. Goed voor bijna 25.000 vierkante meter. Ruim genoeg voor een duplexgym van vijfduizend vierkante meter, een wellness met ijscabines, hamams, sauna’s, jacuzzi’s en twee 25 meterzwembaden (een binnen, een buiten). En ook drie restaurants, een bar met deejaybooth, een coworkingplek, een vijvertuin van acht hectare, vijftien vergaderzalen, een auditorium voor driehonderd man, de foodmarket Fox met dertien luxueuze eetstalletjes – open sinds 1 juni – en dan vergeten we vast nog iets.

De kamers kijken uit over het Zoniënwoud. De ronde hanglamp is van Roxane Lahidji, het  wandlampje van Studio Élémentaires, de houten kruk van Thomas Serruys. De sofa’s kun je omtoveren tot volwaardig extra bed.
©Mireille Roobaert

Tractorbedrijf

Het valt meteen op: in het megalomane kruisvormige gebouw is met ruimte gemorst. Dat was ook al zo toen de architecten René Stapels en Pierre Dufau het in 1967 ontwierpen als nieuwe hoofdzetel van Royale Belge. Hun gebouw moest toen vooral indruk maken. En dat doet het nog steeds met zijn uitwendige skelet in cortenstaal en zijn gevel in getint spiegelglas en beton. Weinig geweten is dat Stapels en Dufau hun inspiratie haalden in de States. Meer bepaald bij het hoofdkwartier van tractorfabrikant John Deere in Illinois, in 1964 ontworpen door Eero Saarinen.

Advertentie
Advertentie

Lange tijd zag het ernaar uit dat het gebouw tegen de vlakte zou gaan. Want in 2016 kocht de VS het kantoorpand, omdat het hier zijn ambassade wilde vestigen. In een nieuw­bouw weliswaar. Want het bestaande pand was verouderd, moeilijk te beveiligen, weinig energiezuinig en te groot. Maar via een spoedprocedure liet de Brusselse regering de site in 2019 beschermen, waarna Amerika de deal opblies.

Datzelfde jaar nog kocht een Antwerps vastgoedconsortium van Cores Development, Urbicoon en Foresite de site voor vijftig miljoen euro. Ze renoveren niet alleen het hoofdgebouw, in samenwerking met het Londense Caruso St John Architects en het Belgische Bovenbouw Architectuur. Ze bouwen er vlak naast ook nog eens 165 nieuwbouwappartementen en penthouses – kwestie van de dure renovatie te financieren. Mix pacht de helft van de Royale Belge voor de komende 47 jaar. De overige vierkante meters verhuren de eigenaars als kantoorruimte aan verschillende bedrijven.

Deze ruime studio heeft een kitchenette, een bureau en een aparte slaapkamer.
©Mireille Roobaert

Vergeet Conrad Hilton

‘Hier, dit is de kleinste maat. Lukt dat? En zet deze ook maar op.’ André giet zijn laatste slok groene thee naar binnen en reikt ons werfkledij aan. Getooid met stalen tippen en een veiligheidshelm trotseren we samen de modder, die over een paar weken de gemeenschappelijke tuin moet zijn. ‘Conrad Hiltons adagium ‘location location location’ is voorbijgestreefd. Ik zit al ruim dertig jaar in de hotelbusiness en volg de hospitalitytrends door veel te reizen. Vandaag is beleving belangrijker dan locatie. Andere tendensen zijn bestemmingshotels, kor­te verblijven in eigen land en meer appreciatie voor groen’, zegt hij. Mix vinkt ze allemaal keurig af.

Terwijl André uitlegt waar de gasten zullen binnenkomen en hoe je buiten yoga zult kunnen doen, komt er een Kreidler-oldtimermotor aangereden. Dat moet Lionel Jadot zijn, de Brusselse interieurarchitect die Mix volledig inrichtte. Geroutineerd wisselt hij zijn motorhelm voor een knalgeel werfexemplaar. Het afgelopen anderhalf jaar was hij hier dagelijks. Zijn hele bureau – goed voor tien man – werkt non-stop aan dit project. Van een protserig sixtieskantoorgebouw een hip hotel maken, is dan ook geen opdracht voor een beginner. Het pand is volledig beschermd én heeft een zware architecturale erfenis. ‘Dit is voor mij een droom. Al mijn hele leven ben ik zot van dit gebouw. Al is het wel mijn grootste en meest complexe project tot nog toe.’

De bar is het kloppende hart van het hotel. Het plafond is origineel. De tafels zijn van Arthur Vandergucht.
©Mireille Roobaert

Papier-maché en regenwater

De tandem is niet aan zijn proefstuk toe. Jadot toonde eerder al zijn kunsten bij het Jam Hotel in Brussel en Domaine de Ronchinne in de Naamse gemeente Assesse: twee hotels uit het portfolio van André, de man die in 2002 de hotelgroep Limited Edition oprichtte. Nog uit Andrés mouw komen onder meer Jardin Secret, Le Berger en The White Hotel, ‘probably’ het eerste boetiekhotel van Brussel.

Maar dit keer pakt Jadot het totaal anders aan. In plaats van het laken helemaal naar zich toe te trekken, maakte hij er een groepsproject van met maar liefst 52 andere ontwerpers. Hij inviteerde vooreerst alle artiesten uit zijn Zaventem Ateliers: een oude papierfabriek waarin meer dan dertig designers en kunstenaars een werkplek huren. En hij engageerde ook nog 25 andere designers uit België en (ver) daarbuiten.

Van de receptiebalie van Maison Armand Jonckers, langs de gordijnen van Atelier La Gadoue, de krukjes van Thomas Serruys naar de bedlampjes van Studio Elémentaires: tijdens de rondleiding ontpopt Jadot zich als een volwaardige museumgids. ‘Alles wat je ziet, is speciaal voor deze plek gemaakt. Het is allemaal lokaal geproduceerd collectible design, gesigneerd én genummerd. Of pièce unique, zoals het bas-reliëf in papier-maché van Papier Boulettes, dat de vergaderruimtes verbergt. Ze gebruikten daarvoor regenwater en karton van op de werf’, zegt Jadot.

‘Ik wilde trouw blijven aan de originele functionalistische en brutalistische architectuur. Maar wel op een hedendaagse manier. Vandaar dat je hier geen vintage vindt. Momenteel maken we een boek over het project waarin alle designers aan bod komen. Dat zal vanaf september in alle kamers liggen.’

Het binnenzwembad met links een bas-reliëf ontworpen door Lionel Jadot.

Werf maal twee

Ons werftenue blijkt geen formaliteit. De werken zijn nog volop bezig. Al maanden lopen hier vierhonderd werklui rond. Maar Jadot en André blijven opvallend relaxed. Ze wande­len geroutineerd door de gangen, op weg naar de hotelkamers en de studio’s. We kunnen ons nog amper voorstellen dat dit vroeger de open kantoorverdiepingen waren. Inmiddels zijn we ook al lang verdwaald. Door de kruisvorm van het gebouw zijn er per verdieping vier identieke gangen. Voor je het weet, ben je de weg kwijt. ‘Weet je hoe je je kunt oriënteren? Met de originele symbooltjes boven elke gang’, lacht André.

Sinds hij in 2020 telefoon kreeg of hij hier een hotel wilde uitbaten, is er veel gebeurd. Dankjewel, corona. André zou verantwoordelijk worden voor het hotel en de restaurants; David Lloyd zou zich bekommeren om de fitness; en het Franse Comet om de conferentieruimtes. Door de aanslepende pandemie trokken die laatste twee zich terug. In een flits besliste André om hun deel ook in zijn kar te leggen. ‘Ik zag het vooral als een opportuniteit. Al werd mijn werf plots wel meer dan twee keer zo groot’, vertelt hij.

Prompt zocht hij extra partners en inves­teerders. Op die lange lijst prijken naast zijn Limited Edition-vennoten Philippe Bonnet en Eric Jacques, ook serieondernemer Thibaut Dehem (87seconds, Cameleon, Bike 43), Eric Mestdagh van de Waalse retailer Groupe Mestdagh, René Beltjens en Gérard Becquer van de parti­cipatiemaatschappij Alter Domus en een team van het eventbureau D-Side Group.

©Mireille Roobaert

Nieuwe way of life

De rondleiding eindigt in de gelijkvloerse gym, die huist in de oude bedrijfskantine en -keuken. Een enorme ruimte, of wat dacht je. We treffen er Corentin Poels, medeoprichter van Mix én verantwoordelijke voor de gym en wellness, die gratis zullen zijn voor hotelgasten, maar waarvan je ook als buitenstaander lid kunt worden. ‘Daar is onze bokszaal, daar de tatamistudio voor onder meer yoga, en hier komen de Technogym-toestellen. Beneden zijn er nog vier lokalen voor groepslessen, samen met de kleedkamers, het zwembad, de wellness en bar-restaurant ‘Joule’. We hebben ook veertig fietsen om mee te gaan rijden in het Zoniënwoud’, zegt hij. ‘Zelf heb ik jarenlang op topniveau gezwommen. En ja, de sporters zullen hier kunnen gebruikmaken van coaches, kinesisten, osteopaten, podologen en diëtisten – echt een onestopshop. Toch wordt dit geen sportclub waar alles draait om prestatie. Evengoed zul je hier een film kunnen bekijken in de jacuzzi en een pintje drinken.’

Die mix is dé filosofie van – ahum – Mix. ‘Postcoronacrisis ziet ons leven er anders uit. De grens tussen leven en wer­ken is vervaagd’, vindt Poels. ‘Mix speelt in op die nieuwe way of life. Tijdens het cowerken kun je in de pauze een duik nemen, samen met een klant een fietstocht door het Zoniënwoud maken en achteraf aperitieven met vrienden.’

Jean-Michel André is de man achter een hele reeks atypische hotels: onder meer The White Hotel, Le Berger, Jardin Secret en nu dus ook Mix.

Mixed feelings

Dat klinkt allemaal mooi, maar hoe doe je voor iedereen goed? Hoe vinden de mensen de weg naar het afgelegen Watermaal-Bosvoorde? En concreter: hoe zorg je ervoor dat gasten met hun bezwete sportoutfit in de high-end designmeubels gaan zitten zonder zich ongemakkelijk te voelen? ‘Het verlagen van de drempel is misschien wel onze grootste uitdaging’, geeft Poels toe. ‘Maar we zijn daar heel actief mee bezig. Door ons personeel te trainen én door veel verschillende formules aan te bieden. Je kunt een suite boeken met massage en uitgebreid diner. Of gewoon een pint komen drinken. En voor tweehonderd euro met drie crashen in een standaardkamer. Elke kamer heeft namelijk een zetel, die je omtovert tot volwaardig derde bed. Ideaal voor vrienden of een gezin. En naast het standaardsportabonnement hebben we een goedkopere lightformule voor wie jonger is dan dertig of in de daluren komt.’

Intussen wandelen we al bijna twee uur door het gebouw en ontdekken we nog altijd verborgen hoekjes. ‘In de kelder hebben we nog een feestzaal’, verklapt Poels. De vroegere ondergrondse parking is nu een evenementenverdieping. Op de gelijkvloerse etage is er nog een groot restaurant dat eind deze zomer moet openen, maar waarvoor ze nog een partner zoe­ken. En dan is er nog het seventieskunstwerk van Pierre Sabatier, die een tinnen auditoriumwand bewerkte met zuren.

Als de mayonaise hier pakt, droomt het team van nieuwe locaties. ‘Bijvoorbeeld in Antwerpen, Charleroi of een andere stad’, aldus Poels. ‘Al denken we ook aan plattelandsedities in de Ardennen of aan de kust.’ Iemand nog een leegstaand kantoorpand veil? De locatie doet er niet toe.

Mix

| Een hotelnacht | Vanaf 200 euro exclusief ontbijt
| Een fitnessabonnement | Vanaf 149 euro per maand
| Adres | Vorstlaan 25, 1170 Watermaal-Bosvoorde
| Website | mix.brussels / fox.brussels

Advertentie