Advertentie
sabato

Ici Paris: de verbluffende comeback van de lichtstad

De gevel van de ‘Louis Vuitton’-winkel bij de Place Vendôme gaat schuil achter een gouden zon waarvan de stralen uitwaaieren over het gebouw; een duidelijke verwijzing naar de Zonnekoning. ©Stéphane Muratet / Louis Vuitton Malletier

Paris s’éveille plus luxueux que jamais. Na een gitzwarte periode is Parijs uit de as herrezen als een opgepoetste schone slaapster.  Parijs straalt als dé herboren wereldstad, als centrum van de nieuwe gouden tijd. Met een prijskaartje zo lang als een telefoonnummer.

Louis XIV

‘À boire pour le roi!’, schalt de ober door de eetzaal. Hoewel ober, meer een lakei in livrei, gouden jacquet, kuitbroek, witte kniekousen, kanten kraag. Hij stampt met een staf op de grond om zijn leus te beklemtonen. Hulplakeien schieten van alle kanten toe met wijn, de kristallen ‘goblets’ weerkaatsen het kaarslicht, want dat is al wat Lodewijk XIV had, dus hebben ook wij geen elektrisch licht aan tafel. Welkom in Le Grand Contrôle, het nieuwe ultra-exclusieve hotel in Versailles, gelegen in een vleugel van Lodewijks 18de-eeuwse paleis.

©Matthieu Salvaing

Het telt slechts 14 suites, is van buiten niet als hotel te herkennen (‘U weet van ons bestaan of u weet het niet’, zegt de portier ter uitleg) en ontvangt de 28 gasten (maximale bezetting) met een personeelsbestand van honderd mannen en vrouwen. Als je wilt weten wat het kost, kun je het niet betalen, zoals de bekende quote luidt, maar begin te denken bij 1700 euro voor een instapkamer tot vijf cijfers voor de grootste suites. Net als in de tijd van de drie Lodewijken die er resideerden, is het ook nu een plek voor alleen maar de 0,1 procent.

‘Le Roi!’, annonceert de lakei als ik net mijn laatste hapje ‘aspic de homard bleu et herbes iodées’ savoureer met een slokje Dom Pérignon 2012. Men schaaft witte truffel uit Alba over mijn ‘oeuf au caviar’. Dan komt de koning binnen. Hij declameert dat hij zojuist is teruggekeerd van de jacht en wuift een gehandschoende hand waarop een leger lakeien het hoofdgerecht serveert. Wij gasten zijn spelers in een toneelstuk. We doen graag mee. Nous sommes tous Louis XIV.

Le Grand Contrôle, het nieuwe ultra-exclusieve hotel in Versailles, gelegen in een vleugel van Lodewijks 18de-eeuwse paleis.

De Nieuwe Koningen

Parijs is aan een opmerkelijke opmars bezig. Het ontwaakt uit de coronaslaap, beter, mooier en rijker dan ooit. Het lijkt alsof de ‘gilets jaunes’ zijn ondergesneeuwd door de nieuwe welvarendheid. Tijdens de pandemie heeft de stad zichzelf bij de lurven gepakt en is gaan bouwen, renoveren, schoonmaken en vergroenen. En ze heeft haar stem verheven. Eenieder zal weten dat de lichtstad als een schone slaapster is ontwaakt.

Le Grand Contrôle is van buiten niet als hotel te herkennen. ‘U weet van ons bestaan of u weet het niet’, zegt de portier ter uitleg.

Als centrum van (moderne) kunst verdringt het New York en Londen gaandeweg van de eerste plaats. ’s Werelds toonaangevende galeries openen hier grootse filialen en privémusea, want eigentijdse kunst is niet alleen duur, maar meestal ook groot in lengte maal breedte maal hoogte. Dat etaleren van de herwonnen grandeur is mee te danken aan de volksaard van de Parijzenaars. Ze zijn trots op hun voorgeschiedenis, op hun Lodewijken en op hun Napoleon. En ze schromen geenszins de nieuwe koningen te eren en in hun licht mee te deinen in de vaart der volkeren.   

Ook het InterContinental Le Grand Hotel, in 1862 geopend door keizerin Eugenie, is op de schop gegaan. De plafondschilderingen in het inpandige Café de la Paix, een rijksmonument, zijn gerestaureerd en de originele Napoleon III-stijl heeft plaatsgemaakt voor neo-Louis XVI.

De meeste van de 900 unieke meubels van Le Grand Contrôle hebben ook daadwerkelijk in het 18de-eeuwse paleis gestaan. ©Herman van Heusden

Ik vond een brief die mijn overgrootmoeder in 1909 op haar kamer hier schreef aan mijn grootmoeder, haar dochter. ‘Chauffage central dans toutes les chambres’ staat er in groene schreefletters gedrukt onder het indrukwekkende brievenhoofd. Grootmama bejubelt de luxe en het decor van het hotel, maar bekritiseert de stoelen in Café de la Paix: ‘Deze zijn veel te klein; ik heb een andere zetel moeten laten aanrukken om met mijn japon te kunnen gaan zitten’.

Vanuit mijn kamer kijk ik pal op de Opéra Garnier, waarop overal de letter N van Napoleon prijkt, omringd door guirlandes. Nu, in het nieuwe Parijs, beitelt Bernard Arnault in al zijn gevels (en dat zijn er nogal wat) zijn LV-logo. Louis Vuitton rules. De hele gevel van de ‘Louis Vuitton’-winkel bij de Place Vendôme gaat schuil achter een enorme gouden zon waarvan de stralen uitwaaieren over het gebouw; een duidelijker verwijzing naar de Zonnekoning is niet denkbaar.

Even verderop is La Madeleine, de fameuze neoclassicistische kerk anno 1842, gevelgroot ingepakt door een in het oog springende Cartier-reclame; het merk financiert mee de renovatie en schreeuwt dat van de daken. We zagen het eerder al geafficheerd in het Château de Versailles: ‘De renovatie van het Cabinet du Roi wordt u aangeboden door Rolex.’

Le Roi est Mort

Terug in de eetzaal van Le Grand Contrôle onderhoudt een nar ons met goocheltrucs, al valt er ook zonder hem genoeg te beleven: driesterrenchef Alain Ducasse (partner in het hotel) bereidde ‘turbot au naturel’, ‘poularde aux jus’, ‘figues et feuille de figuier avec fromage frais légèrement fouetté’, heerlijkheid na heerlijkheid.

Vóór het diner (en bij de prijs van een overnachting inbegrepen) kregen we, na sluitingstijd voor het publiek, een privérondleiding door het paleis. Alleen kuieren door Marie Antoinettes boudoirs - zelfs die die voor het publiek überhaupt nooit toegankelijk zijn - en tout seul dwalen door de Galerie des Glaces, de schier eindeloos lijkende spiegelzaal.

Luxekoning Bernard Arnault spendeerde ruim 750 miljoen euro aan de restauratie van La Samaritaine, het elegante 19de-eeuwse warenhuis. En hij vulde het met vooral zijn eigen merken. ©Stéphane Aboudaram / We Are Contents

We scheurden in een elektrisch golfkarretje door de verlaten paleistuinen en voelden ons ‘king of the world’. Morgenochtend, na het ontbijt, wacht ons wederom een privébezoek, dan aan Le Petit Trianon. Zelfs Lodewijk XIV heeft zijn eigen paleis nooit zo stil beleefd, omringd als hij was door honderden hovelingen, van opstaan tot naar bed gaan. Mijn butler helpt me ook bij alles, maar aan- en uitkleden mag ik gelukkig zelf doen. Le roi est mort. Vive le roi (moi).

Hoeveel de renovatie van het hotel heeft gekost, wordt niet medegedeeld. Een fabuleus bedrag is het alleszins: toen men eraan begon, was dit voormalige ‘domicile’ van onder meer Madame de Staël uit 1681 een verwaarloosde puinhoop. Voor de inrichting struinde men jarenlang de grote veilinghuizen ter wereld af om ruim 900 unieke meubels uit de 18de eeuw te kopen, bij voorkeur diezelfde die toen in het paleis hebben gestaan. Ik manoeuvreer dan ook in alle voorzichtigheid, bang om iets te breken.

Le Cheval Blanc

Van het eveneens gerestaureerde warenhuis La Samaritaine zijn de kosten wel bekend: monsieur Arnault spendeerde ruim 750 miljoen euro aan dit elegante, 19de-eeuwse gebouw en vulde het met vooral zijn eigen merken (de teller staat op 75). Het is er stampvol, deels met klanten, deels met zich vergapende bezoekers, de iPhone in de aanslag, want net als musea zijn deze luxueuze kooptempels heuse attracties geworden. De teller staat op 35.000 bezoekers per dag.

Boven op het gebouw huist Le Cheval Blanc, het nieuwe vijfsterrenplushotel van Arnault, waar de duurste suite een privézwembad heeft en de goedkoopste ook al ruim boven 1000 euro kost per nacht. Zonder ontbijt. Duur? Ach, het is hoe je het bekijkt. De bezettingsgraad ligt vanaf de opening op liefst 90 procent.

Geld speelt geen rol in het nieuwe Parijs. In de kluisjes op de kamers van hotel Cheval Blanc is er een machine ingebouwd die drie automatische horloges tegelijkertijd kan opwinden.

In Cheval Blanc is zelfs het kleinste tafeltje speciaal voor dit hotel ontworpen. Het zwembad heeft aan de muur een tientallen meters lang bewegend kunstwerk. ©Matthieu Salvaing

De lobby, restaurants, spa en suites baden in het licht. De basistonen zijn wit en lichtbeige, en overal schieten de felle kleuren van de eigentijdse kunstwerken in het oog. Geen meubelstuk komt uit kant-en-klare schappen. Alles – tot het kleinste bijzettafeltje – is speciaal voor dit hotel bedacht en handmatig uitgevoerd, van ponyhuid tot paarlemoer. Geen stof bestond eerder, geen vierkante centimeter muur of plafond is eenvoudig geschilderd, maar alles is beplakt, gebeeldhouwd, verzilverd, behangen of voorzien van welke vorm of welk materiaal dan ook, door kunstenaars bedacht en handmatig uitgevoerd. Elke trap of leuning is een kunstwerk op zich. Ik herken een stoel van kunstenaar Claude Lalanne; een pendant daarvan bracht onlangs op een veiling ruim 1 miljoen euro op.

Beneden, op hetzelfde niveau als de Seine, bevindt zich het hotelzwembad, het grootste van Europa, met aan de muur een tientallen meters lang bewegend kunstwerk dat het moderne Parijs weerspiegelt. De aanpalende Dior Spa werkt met speciaal voor dit hotel ontwikkelde ‘Dior Cheval Blanc’-producten, peperduur bien sûr, maar geld speelt geen rol in het nieuwe Parijs. In de kluisjes op de kamers is er een machine ingebouwd die drie automatische horloges tegelijkertijd kan opwinden.

Fear of Missing Out

De stad lijkt zich te laven aan al het nieuwe. Bijna als uitgehongerde wezens staan er lange rijen voor de nieuwe winkelpaleizen van Louis Vuitton, Gucci, Cartier en soortgelijken. Voor musea moet dagen vooraf een entreebewijs worden bemachtigd, en restaurants puilen uit. En hoewel de Fransen niet dol zijn op buitenlandse taalinmengingen, is het een en al fomo wat de klok slaat: het gevoel van ‘fear of missing out’ waart rond als een nieuwe pandemie.

Waren het vroeger de koningen die de macht uitmaakten en de smaak bepaalden, nu is dat niet veel anders: de beurt is nu aan de ongekroonde selfmade miljardairs, met Arnault en Pinault aan het hoofd. Beiden zijn schatrijk en eigenaars van zowat alle mode- en luxemerken die ertoe doen. Ze vechten elkaar de tent uit op het gebied van brands, kunstcollecties, musea én weldoen.

©Herman van Heusden

De gerestaureerde fresco’s in de koepel van Pinaults privémuseum in de Bourse de Commerce verdienen evenveel aandacht als de daaronder geëtaleerde kunstwerken. ©Getty Images

Kondigde Pinault na de brand in de Notre-Dame aan 100 miljoen euro te doneren voor de wederopbouw, dan schonk Arnault de volgende dag 200 miljoen euro. Opende de ene een privémuseum, dan deed de ander er ook een.

De nieuwste aanwinst is Pinaults privémuseum in de Bourse de Commerce, gevuld met La Collection Pinault, eigentijdse kunst van het allerhoogste niveau. Het oude ronde beursgebouw in hartje Parijs is door de Japanse architect Tadao Ando voorzien van een betonnen binnencirkel, die een fantastische symbiose vormt tussen oud en nieuw. De gerestaureerde fresco’s in de koepel verdienen evenveel aandacht als de daaronder geëtaleerde kunstwerken van grootmeesters als Luc Tuymans, Cindy Sherman, Martin Kippenberger, Maurizio Cattelan, David Hammons, om maar een paar namen te vermelden.

Ook hier het gebruikelijke beeld van lange rijen voor de ingang en massa’s zich vergapende bezoekers met de iPhone in de aanslag. De behoefte zich te vergapen aan luxe en grandeur is schier onverzadigbaar. Of dat nu shoppen is of kunst, gerestaureerd of nieuw, overdadig of bedriegend simpel, het is eenieder om het even. Men wil volop leven en zich wentelen in schoonheid. En Parijs biedt dat alles als geen andere stad ter wereld.

Hotel Incognito

Ook Maison Villeroy catert voor de 0,1 procent. Maison is een eufemisme voor hotel, het beklemtoont de intimiteit en exclusiviteit die men hier nastreeft. De eigenaar, een rijke Rus die de publiciteit schuwt, had eerst een huis in het Zuid-Franse Saint-Jean-Cap-Ferrat, en toen nog een, en toen een in Londen en toen nog een in Londen en toen een op Saint Barth en de Malediven. En toen hij de tel kwijt was, ging hij ze verhuren onder de noemer ‘The Collection’.

Het kan blijkbaar niet op in het nieuwe Parijs, pandemie of milieuvraagstukken ten spijt. Gaan we geldstrooiend en feestvierend te gronde?

Maison Villeroy is zijn eerste hotel. De deur is dicht, het hotel is incognito: je moet aanbellen als gast. Er zijn slechts 14 kamers in dit tot in het kleinste detail gerenoveerde stadspaleisje. De aankleding is strak en neutraal en ingetogen chic, het comfort is weldadig, het knusse restaurant heeft een Michelinster en een manicure-per-uur kost 90 euro, en wordt gedaan met producten van Buly, het sinds 1803 bestaande delicate parfum- en cosmeticamerk dat louter werkt met natuurlijke ingrediënten. Maar ook deze discretie heeft zijn prijs; eerder dit jaar werd het privémerk gekocht door, jawel, wie anders dan LVMH.

‘Je kunt rijkdom beleven zonder die te etaleren’, zegt Candice Berger van The Collection terwijl er roséchampagne wordt geschonken in bijna onzichtbare Zalto-wijnglazen, zo ragdun en doorzichtig dat ze zonder de rosé erin nauwelijks te zien zijn. ‘Mensen die zo’n lifestyle nastreven, zijn onze doelgroep.’ Onnodig te vermelden dat ook Maison Villeroy toujours vol zit. Rijk zijn is duidelijk op vele verschillende manieren te beleven.

Jeunesse Dorée

Wisseling van decor. We staan bij Kith, het zoveelste voorbeeld van welvarend Parijs, een koopparadijs dat grossiert in de aanbidding van de gymschoen, het nieuwe gouden kalf en statussymbool non plus ultra voor de ‘jeunesse dorée’. Gymschoenen uitgevoerd in kristal en geëtaleerd als kunst, in glitters om te dragen of om naar te kijken, met prijzen als telefoonnummers zo lang, schaamteloos vermeld, geen gêne om te laten zien wat het kost. Sterker, de prijs als extra stimulans. Goedkoop is voor losers.

©Herman van Heusden

De jeugd heeft de toekomst, en de toekomst ziet er op het oog louter rooskleurig uit in dit walhalla waar kopers vooral twintigers zijn. Het kan niet op, pandemie of milieuvraagstukken ten spijt. Gaan we geldstrooiend en feestvierend te gronde? Een zin van de Engelse schrijver W.H. Auden schiet me te binnen: ‘And how, in this greedy age of ours, do you separate beauty from value?’

‘We openden als een tijdelijke pop-upgalerie’, vertelt Célia Amara van Galeries Richard Orlinski (Parijs, Londen, Courchevel, St. Tropez), ‘maar we zijn nu vier maanden verder en denken aan een permanente vestiging hier. De kunstwerken - manshoge glimmende gorilla’s - vliegen de deur uit, voornamelijk naar een jong en trendy publiek.’

Het succesverhaal van het herrezen Parijs kent nauwelijks grenzen. ‘A billion dollars doesn’t buy what it used to’, grapt een gast in Le Grand Contrôle, terwijl we in een colonne van drie geblindeerde limo’s door de verlaten tuinen van Le Nôtre in de vroege ochtendstond naar Le Petit Trianon worden gereden. Ik weet niet precies wat hij ermee bedoelt, maar het klinkt als de juiste spreuk op het juiste moment, alsof het de lading dekt van wat zich momenteel in de lichtstad afspeelt. Rijkdom. Grandeur. Opulentie. Richesse sans gêne.

Le Grand Contrôle, airelles.com Le Cheval Blanc, chevalblanc.com, Maison Villeroy, maisonvilleroy.com, Le Grand Hotel Paris, parislegrand.intercontinental.com

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie