sabato

In het spoor van ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache naar Antarctica

©Olivier Blaud

Precies 120 jaar geleden keerde de Belgische ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache terug van ‘s werelds eerste wetenschappelijke expeditie naar Antarctica. Het werd een helletocht. Zijn schip, de Belgica, kwam in het pakijs vast te zitten en De Gerlache moest zelfs overwinteren op de Zuidpool. In De Gerlaches spoor wordt volgend jaar een nieuwe reis naar de Zuidpool georganiseerd, in het bijzijn van zijn achterkleinkinderen. Sabato ging nu al poolshoogte nemen.

‘Dear passengers, chers passagers.’ Het is zondagochtend kwart voor zes en de Frans-Libanese kapitein Charbel Daher (32) wekt ons met gedempte stem. Dan weten we dat we ons maar beter vliegensvlug naar de brug haasten. In dit geval voor twee blauwe vinvissen die zich bij zonsopgang van hun mooiste kant laten zien.

‘Ik werk 15 jaar in Antarctica, maar dit heb ik nog maar één keer gezien’, zegt expeditieleider Gérard Bodineau, een wiskundige die in 1986 voor het eerst naar Antarctica kwam en niet veel later natuurgids werd in de polaire gebieden. ‘En dit zijn de eerste vinvissen die ik aan ‘lunge feeding’ zie doen’, voegt hij eraan toe. We zien de beesten in vol ornaat ontbijten. Ze duiken honderden meters de diepte in en keren daarna met opengesperde bek terug, waarbij ze scheppend boven het water uitschieten.

©Clement Vial

Het water dat ze met die beweging happen, bedraagt 140 procent van hun eigen gigantische massa. Met hun baleinen filteren ze daar vervolgens het krill uit en spuwen de rest weer weg. Ze eten zowat 4 ton kleine kreeftachtigen per dag. We bewonderen het spektakel een vol uur. Eveneens met open monden.

Het gevoel is onbeschrijflijk. De Balaenoptera musculus is het grootste dier ooit op aarde. ‘Soms 30 meter lang of zes olifanten achter elkaar, en met een gewicht tot 190 ton - hun hart is als een kleine auto’, zegt een dolgelukkige Marilla Olio, die aan boord ‘The Princess of Whales’ wordt genoemd.

De Braziliaanse marien biologe werkt behalve als natuurgids ook al twaalf jaar als onderzoekster op schepen en landstations die walvissen opvolgen in de Azoren, Argentinië, Italië en IJsland. Ze zal ons uren onderhouden. Over hun ingenieuze sonarsysteem. Over het oudst waargenomen exemplaar van naar schatting 110 jaar. Over hoe meer walvissen de klimaatverandering kunnen tegengaan. ‘Meer walvissen betekent meer plankton, en meer plankton betekent meer CO2 die uit de atmosfeer gehaald wordt. Het is een vorm van geo-engineering.’

©Olivier Blaud

We zijn pas terug in onze hut als de stem van Daher opnieuw weerklinkt. Er volgt een tweede ongezien schouwspel. Op 200 meter ligt een groot, dik en vlak stuk zee-ijs, met daarop: één eenzame keizerspinguïn.

Douche en ontbijt skippen we, we worden per zodiac naar het platform gebracht. ‘Het is een jong exemplaar, zo’n zes maanden oud’, weet Christophe Gouraud, een Franse wereldreiziger en de ornitholoog van dienst op Le Soléal. ‘Op heel Antarctica zijn er zowat vijftig kolonies. Deze komt wellicht van Snow Hill Island, 80 kilometer hiervandaan. Hij zal afgedreven zijn. En is aan het rusten. Hij vindt zijn weg wel terug.’

De zomerse temperatuur bedraagt -3 °C. Op een tafeltje worden champagne en makarons geserveerd. ‘Zo’n stuk zee-ijs vinden we geregeld, een keizerspinguïn ook, maar de twee samen is uniek’, zegt de kapitein. Van puur geluk wentelt een Australische gaste zich rollend in de sneeuw. Wat een zondagochtend.

Golven tot 20 meter

Bemanningsleden van Adrien de Gerlache kregen scheurbuik of gingen mentaal eronderdoor.

De ellende van gisteren en eergisteren zijn we meteen vergeten. Vanuit Ushuaia, in het uiterste zuiden van Argentinië, duurt de oversteek naar Antarctica bijna twee dagen. Die gaat via de 800 kilometer lange, mythische Straat Drake, tussen Kaap Hoorn en de Zuidelijke Shetlandeilanden. En Straat Drake is een venijnige poel: een smalle zeeweg waar de Stille en de Atlantische Oceaan elkaar ontmoeten en waar het koude met het warme water botst. Een enorme watermassa perst zich door de smalle straat, en door de afwezigheid van land krijgen de stromingen en de wind vrij spel.

Het begint een beetje bumpy, waarbij de Corsicaan Dominique Venturini, met 91 jaar de oudste passagier, al op zijn zij valt. Ik hou m’n hart vast voor de man. De nacht is stormachtig, met golven van zes, zeven meter hoog. Ik doe geen oog dicht. Bij het ontbijt is de helft van de passagiers zeeziek. ‘Drake kan veel erger zijn - echt verschrikkelijk’, zegt Bodineau. ‘Enkele jaren geleden maakte ik een storm mee die ik niet wil herbeleven: windstoten van 110 knopen gedurende vijf uur en golven van 15 tot 20 meter hoog. De hel.’

Maar als je de tip van het Antarctisch Schiereiland bereikt, ben je in een andere wereld. Het contrast is immens. De gematigde omgeving van Vuurland heeft plaatsgemaakt voor een polair universum. Bij het ontbijt kijk ik naar ijsbergen. Ze zijn soms gigantisch, en dan zit 90 procent van hun volume nog onder water. Ze zijn grillig gevormd, drijven stuurloos rond en smelten traag maar zeker volledig weg. Metaforen voor het leven zelve zijn het.

Op zodiac-cruise in Paradise Bay. ©Olivier Blaud

‘Vergeet het programma’ is een cruciale regel op Antarctica. Het weer is de baas, en het weer kan snel omslaan. Oorspronkelijk zouden we de Weddellzee op het einde doen, maar ze komt eerst aan bod. De koudste zee ter wereld, en de ijsbergfabriek.

Intussen krijgen we ook andere regels ingepeperd. Die zijn deels ingegeven door het Antarcticaverdrag, dat in 1959 werd ondertekend door twaalf landen en sindsdien gradueel is uitgebreid. Er staat onder meer in dat niemand Antarctica kan claimen en dat het alleen voor de wetenschap mag worden gebruikt. In de praktijk wordt toerisme beperkt toegelaten.

Sinds 1991 is er de International Association of Antarctic Tour Operators (IAATO): een systeem van zelfregulatie dat voor alle schepen geldt en bepaald streng is. Laat je zakdoek niet wegwaaien of je krijgt een uitbrander. En vóór onze eerste landing volgt een biosecurity-procedure. Alle kledij en tassen die van boord gaan, moeten we stofzuigen, zodat er geen resten van uitheemse flora zoals micro-organismen, zaden en sporen in de naden of op de velcro blijven zitten en het fragiele inheemse ecosysteem niet wordt verstoord.

Er mogen niet meer dan honderd mensen tegelijk aan land. Dieren opjagen is een zware zonde. We mogen niets achterlaten en niets meenemen - ook geen pinguïnbotje voor een petekind.

Skeletten en kadavers

De volgende dag kijken we op Charlotte Bay, aan de westkust van het schiereiland en vlak bij de Gerlachestraat, naar een groep van een tiental orka’s en bultrugwalvissen die wel een uur lang hoog opspringen. Vlak onder mijn hut zie ik er wat later een haar kleintje zogen.

Zeekajakken op Antarctica: nóg dichter bij de natuur komen, is moeilijk. ©Olivier Blaud

Vandaag gaan we zeekajakken. We doen het nabij Pleneau-eiland en Petermann-eiland. De stilte wordt alleen doorbroken door het klotsen van rustig water, het kraken van ijsbergen en de geluiden van pinguïns, zeeluipaarden, zeeleeuwen en walvissen. Dichter bij de natuur zijn wordt moeilijk.

In de Zuidelijke Shetlandeilanden gaan we aan land op Walker Bay, een eiland met een vulkanisch strand waarop zeeolifanten liggen. We zijn verbaasd van de snelheid waarmee een van de beesten - drie ton, droog aan de haak - zich in beweging zet. ‘Hij kan zich ook oprichten en is dan drie meter hoog - het is al gebeurd toen toeristen een selfie wilden nemen’, zegt Bodineau.

Het ligt hier vol skeletten en kadavers - van pinguïns tot een walvisskelet - en er is een openluchtmuseum met fossielen van 160 miljoen jaar oud. De Mexicaans-Franse marien bioloog Rodrigo Rocha Gosselin brengt ons het besef bij dat simpele stenen talloze sporen van het vroegere leven bevatten. ‘Antarctica ligt vol fossielen, en dat is een schat. Dat dezelfde fossielen op verschillende continenten werden teruggevonden, toonde bijvoorbeeld aan dat die continenten ooit samen hoorden en op drift zijn. Fossielen leren ook veel over hoe de omgeving eruitzag. Ooit waren er bossen op Antarctica, om maar iets te zeggen.’

Later die dag landen we in Whalers Bay op Deception Island, een actieve vulkaan. Aan het strand borrelt warm, dampend water op. Er is een volgelopen vulkaankrater waarin je kan zwemmen. Je moet hier wel oppassen dat je niet over een van de tientallen zeehonden struikelt. Vanaf 1925 was dit een belangrijke uitvalsbasis voor de walvisjacht, bevolkt door 300 Noren en Britten. De resten van het station staan er nog, met enorme verroeste olietanks, werktuigen en vervallen gebouwen. Het werd vernietigd door een eruptie in 1969, net als de begraafplaats - met 35 graven de tweede grootste van Antarctica.

We beklimmen de vulkaan: een fikse kuitenbijter, maar het panorama maakt alles goed. Het eiland krijgt een nog rigoureuzere bescherming. Je mag alleen aangewezen paden bewandelen. Op windstille plekken zouden nog voetstappen van vijftig jaar geleden te zien zijn.

Verkrachte pinguïn

Met een zwembad, een spa en een filmzaal is Le Soléal een luxecruiseschip. Er zijn ook twee restaurants aan boord, met de Antwerpenaar Olivier Rillof als executive chef. Het culinaire luik is cruciaal voor de Franse rederij Ponant, en Rillof kwijt zich aardig van zijn taak. Maar een casinocruiser is dit niet. Relatief klein ook, met plaats voor 264 passagiers.

Voor deze reis zijn er slechts 188 gasten, wegens de Antarctische beperkingen. Het dertienkoppige, internationaal samengesteld expeditieteam spant de kroon. Het bestaat vooral uit biologen en microbiologen, ieder met z’n specialisatie.

Behalve begeleiding van de landingen verzorgen ze aan de lopende band lezingen. Na zeven dagen in het zuidpoolgebied weet je álles over walvissen, orka’s, zeehonden, pinguïns, albatrossen, plankton en algen.

Christophe Gouraud lééfde tussen de pinguïns en presenteert een wetenschappelijke studie over het kakgedrag van de verschillende soorten, inclusief de diameters van de cloaca en een formule om te berekenen onder welke druk ze hun gevoeg afvuren en hoe ver het vliegt. Ook de wrede natuur mijden ze niet. We krijgen te zien hoe een zeehond op een pinguïn jaagt, hem verkracht en finaal opeet. Seksuele stress opheffen, heet dat.

Zeeolifanten in Walker Bay, op de Zuidelijke Shetlandeilanden. ©Olivier Blaud

Bottleneck

Voor ons duikt het onnoemelijk mooie Lemaire-kanaal op, voor velen the place to be. Het gladde, donkere wateroppervlak vormt een perfecte spiegel voor de gletsjers en ijsbergen. Ook hier geraken niet alle schepen door. De doorgang is smal en vormt een bottleneck voor ijsbergen.

De Belgische ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache de Gomery (1866-1934) noemde het kanaal naar zijn collega Charles Lemaire, die focuste op de tropische wouden van Congo. Terwijl we er bij ondergaande zon doorheen varen, is er een poolparty met luide muziek. ‘De Gerlache draait zich nu om in zijn graf’, zegt Dmitry Kiselev, een Russische historicus. Als ik vraag of hij iets meer weet over De Gerlache ontsteekt hij in bewondering en vertelt zowat de hele Belgica-expeditie in detail.

‘Ze produceerden onder meer de eerste accurate kaarten van het gebied en deden de eerste weerobservaties. De expeditie was ook het begin van de carrière van Roald Amundsen, de Noor die later - in 1911 - als eerste mens de geografische Zuidpool bereikte. ‘En slechts twee bemanningsleden stierven’, voegt hij eraan toe.

Bemanningsleden van Adrien de Gerlache kregen scheurbuik of gingen mentaal eronderdoor.

Het was op 16 augustus 1897 dat de Belgica met een 19-koppige bemanning in Antwerpen de eerste wetenschappelijke expeditie naar Antarctica aanvatte. Aanvankelijk liep alles lekker, maar op 22 januari 1898 viel matroos August-Karl Wiencke in een storm overboord en verdween. Op 28 februari kwam de Belgica vast te zitten in het ijs. En zou daar ruim een jaar blijven.

De poolnacht duurde van 17 mei tot 23 juni. Bemanningsleden kregen scheurbuik of gingen mentaal eronderdoor. Om te overleven werd op pinguïns en zeehonden gejaagd. Op 5 juni stierf de Belgische fysicus Emile Danco aan een hartaandoening. Danco-eiland werd naar hem genoemd. Op woensdag, halverwege onze cruise, gaan we daar aan land. Na een forse klim van drie kwartier door de sneeuw worden we er getrakteerd op een van de beste panoramische vergezichten van de reis.

Op 15 februari 1899 kon het schip een klein kanaal worden binnengetrokken waaraan de bemanning weken had gegraven. Elf kilometer afleggen duurde bijna een maand. Op 14 maart lieten ze het ijs achter zich en op 5 november voer het schip Antwerpen binnen. Adrien de Gerlache en zijn team gaven 87 geografische ontdekkingen een naam. Zo is er ook een Antwerpeneiland, Genteiland, Luikeiland, Brabanteiland en een Vlaanderenbaai.

Crowdfunding avant la lettre

Adrien de Gerlache. ©Famille de Gerlache

De Gerlache was 34 toen hij vertrok. ‘Ja, hij was roekeloos, en een tikje gek, maar ook zeer georganiseerd’, zegt regisseur Henri de Gerlache, de 45-jarige achterkleinzoon van Adrien. ‘Hij had rond zich de beste Noorse zeelui, mannen die het ijs echt kenden.

De Belgische vlag planten interesseerde hem niet zo. Hij wilde een internationale equipe met de beste wetenschappers aan boord. Hijzelf was voor alles een zeeman. Als tiener droomde hij ervan om maagdelijke zeeën te bevaren. Tijdens de vakanties ging hij als matroos werken. Het was een tijd van optimisme: de wetenschap zou alle problemen oplossen.

Toch steunde de Belgische staat weinig of niet. Leopold II was met Congo bezig. Adrien de Gerlache kreeg wel sponsoring van de Société royale de géographie d’Anvers en van industrieel Ernest Solvay. Ook het publiek kon inschrijven - een soort crowdfunding avant la lettre. De rijken deden dat, maar er was ook een postbode die 1 franc gaf. Zo haalde hij de meeste fondsen op.’

Weer tot leven

©Famille de Gerlache

Van 9 tot 19 februari 2020 organiseert Ponant de tiendaagse cruise ‘In de voetsporen van de Belgica’, waarbij de route zo precies mogelijk wordt nagevaren. Henri de Gerlache zal de reis begeleiden, samen met zijn broer Gauthier (41) en zussen Astrid (47), Savina (37) en Adélie (30). ‘We willen de expeditie weer tot leven brengen’, zegt hij. ‘Al zullen we niet overwinteren, vermoed ik. En de omstandigheden zijn natuurlijk anders. Het tegenovergestelde, eigenlijk. Maar behalve de impact van de klimaatverandering is het landschap nagenoeg hetzelfde gebleven - en dat is zeldzaam.’

In 2009 maakte hij de film en het boek ‘Antarctica als Nalatenschap’. ‘Die film zal ik uiteraard tonen. Dat avontuur is moeilijk voor te stellen. Ze hadden een houten zeilboot van 33 meter, met een motor van 35 pk die alleen in de havens gebruikt werd. We zullen ook dieper ingaan op hun wetenschappelijk werk, mét hun boordnotities.’

Zestig jaar later trad baron Gaston de Gerlache in de voetsporen van zijn vader Adrien. In 1957-1958, tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar, creëerde de vliegenier de eerste Belgische basis op Antarctica. De Koning Boudewijnbasis bleef tien jaar overeind. Sinds 2009 is er de Prinses Elisabethbasis, waar een internationaal team van wetenschappers vooral de klimaatverandering bestudeert. ‘Binnenkort komt er de stichting Belgica Polar Memory’, zegt Henri de Gerlache. ‘Om het erfgoed te bewaren en de archieven open te stellen. Misschien komt er ook een museum.’

Natuurramp

Er zit enige ironie in het feit dat zo’n cruise een drijvende natuurramp is. Blijf daar gewoon weg als toerist, opperen sommigen. Jaarlijks verliest het continent miljarden tonnen ijs. Onlangs nog ontdekten NASA-wetenschappers een enorme holte onder de Thwaites-gletsjer in West-Antarctica, waardoor hij sneller smelt. Mocht de hele gletsjer zo groot als de staat Florida wegsmelten, dan stijgt de zeespiegel naar schatting met 65 centimeter.

‘Het lijkt erop dat er rampen aankomen’, zegt kapitein Daher na de - bijzonder rustige - terugreis richting Ushuaia. ‘En ja, wij zijn betrokken. Maar wij doen alles om onze impact te reduceren. Op niet één schip gebruikt Ponant nog bunkerolie, alleen diesel. En nu bouwen we het allereerste elektrische hybride schip voor de polaire gebieden, aangedreven op vloeibaar gas (lng), dat in 2021 te water gaat.’

‘De evolutie naar gasschepen is geen revolutie’, zegt een sceptische Gérard Bodineau. ‘Gas is cleaner, maar blijft een fossiele brandstof. Soms ervaar ik wel een schuldgevoel, ja. In zekere zin dragen we bij tot de vernietiging van deze fragiele omgeving. Daarmee in het reine komen is niet gemakkelijk.’

Van 9 tot 19 februari 2020 organiseert rederij Ponant de tiendaagse cruise ‘In de voetsporen van de Belgica’, waarbij de route van Adrien de Gerlache zo precies mogelijk wordt nagevaren. Vanaf 10.000 euro per persoon, zonder vluchten en zonder excursies (een kajaktocht kost 500 euro).




Lees verder

Advertentie
Advertentie