sabato

Ontroergebied: staalcultuur en kolenkunst in het Duitse Ruhrgebied

De skyline van Duisburg. ©Herman van Heusden

Waar eens 500.000 mijnwerkers kolen mijnden en staalfabrieken oorlogstuig maakten, ontspruit nu een cultureel en toeristisch walhalla waar Goethe trots op zou zijn.

Vroeger was dit het smerigste gebied van Europa, waar ijzer- en staalfabrieken land en lucht vervuilden, torenhoge schoorstenen pikzwarte rook uitstootten, eindeloos lange goederentreinen gloeiend staal vervoerden dwars door de dichtbevolkte steden en steenkolenmijnen aarde en hemel zwart kleurden.

Nu hebben we daar hele andere benamingen voor: nationaal erfgoed, beschermd stadsgezicht, industrieel monument, wat in het Duits nog veel mooier klinkt: Denkmal, Weltkulturerbe, gefeierte Stadtgeschichte. Zelfs de Unesco heeft er haar oog op laten vallen en heeft het Ruhrgebied op haar werelderfgoedlijst geplaatst, opdat het voor eeuwig gekoesterd en bewaard zal blijven.

Een oude buisconstructie. ©Herman van Heusden

Versteende slangen

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de kolenmijnen gesloten en liggen de staalfabrieken stil. Maar wat moet je vervolgens met al die duizenden hectaren vervuilde grond waar geen grasspriet meer wil groeien? En met al die gigantische fabrieken en treintrajecten die verroesten en zijn stilgevallen?

De Duitsers noemen die last van vroeger, die bodemverontreiniging en oude meuk ‘Altlast’. Oude last dus. De last van vroeger. Hoe poëtisch klinkt dat. Ik ben dol op de Duitse taal. Met name Johann Wolfgang Goethe. Dwalend door dit eens vergane landschap waaruit een nieuw is ontsproten, moet ik hem wel even citeren:

Natur schafft ewig neue Gestalten,
Was da ist, war noch nie,
Was war, kommt nicht wieder,
Alles is neu und doch immer das Alte.

En zo drink ik dus een glaasje sekt uit een kristallen coupe tijdens een copieus diner met truffelrisotto en een stukje zacht sidderend wagyuvlees in een voormalige fabriekshal, waar gigantische stalen buizen met daarop in grote letters ‘KRUPP STAHL’ en ‘AEG’ als versteende slangen kriskras door de ruimte kronkelen.

Het buizenstelsel in restaurant Casino. ©Herman van Heusden

Aan het plafond, heel hoog boven me, hangen immense katrollen en kabelbanen met schroeven en moeren die zijn gemetamorfoseerd in antiek aandoende kroonluchters. Oude meuk is chic. Machines zijn trendy. Verroeste stalen balken en door roet aangeslagen betonzuilen zijn onontbeerlijk in het eigentijdse interieur. En het moet gezegd: het is allemaal overdonderend imposant.

Rauwe souvenirs

Ik bevind me op het voormalige fabrieksterrein Zollverein in Essen. Naast het restaurant Casino, waar ik net at, ligt het Red Dot Designmuseum, gevestigd in een oud ketelhuis, waar dit jaar honderd jaar Bauhaus wordt gevierd en gelauwerd design wordt tentoongesteld. Even verderop worden souvenirs verkocht van een heel andere orde dan Mannekens Pis of miniatuur-Atomiums: brokken steenkool als presse-papier, minimijnschachten, turbinebouwpakketten, sleutelhangers en ijskastmagneten met daarop met roet bevuilde mijnwerkers zoals wij nu onze roetpieten uitbeelden.

Het grootste archief van Duitsland, in een oude graansilo in Duisburg. ©Herman van Heusden

Het gebied is rauw, dus waarom de souvenirs niet? Toeristen kennen langzamerhand de weg: jaarlijks komen er ruim 1,5 miljoen naar dit gebied. ‘Stahlkulturtourismus’ heet dat in het Duits. Goethe zou trots zijn op die term. In 2010 werd het Ruhrgebied aangewezen als culturele hoofdstad van Europa. Toen gingen kunstenaars aan de haal met de streek, werden beelden opgericht, balletten gechoreografeerd, wandkleden geweven, toneelstukken geschreven en liederen gecomponeerd. Ene Herbert Grönemeyer schreef de mooiste meezingstrofe: 

Von klarer offner Natur
Unverlässlich, sonnig stur,
Leichter Schwur:
Komm zur Ruhr!

Essen, Dortmund, Bochum, Duisburg, allemaal Ruhrgebiedsteden die zichzelf na de mijnsluitingen opnieuw hebben uitgevonden. Overal in de oude, monumentale gebouwen en verlaten loodsen verrijzen designhotels, clubs, restaurants, start-upbedrijven, galeries, jonge modedesigners, theaters en musea.

Moderne kantoorbouw in Duisburg. ©Herman van Heusden

Er zijn toeristische fiets- en wandelroutes, zwemvijvers, stadsparken, beeldentuinen, kinderspeelplaatsen, muziekfestivals, zelfs iets wat lijkt op een natuurlijk meer. Maar schijn bedriegt. Hier wordt maandelijks 540.000 kubieke meter water omhooggepompt om de streek van schoon natuurwater te voorzien. Van hier wordt het naar de Emscher-rivier geleid. Het meer is bijvangst. Door het hele Ruhrgebied loopt een uitgestippelde autoroute, genaamd Die Route der Industriekultur. Klinkt toch zo veel mooier dan ‘De Panne-Koksijde in tien hoogtepunten’?

Nepbloed

‘Soms ontsnapt een fabriek’, vertelt René Papier, operations manager van World of Walas Projects, een door de Nederlander Gerben van Straaten opgericht bedrijf dat oude fabrieken omtovert tot moderne en vooral duurzame woon- en werkwalhalla’s. In Dortmund bezit hij een heel traject aan fabrieken die via een ijselijk hoge loopbrug met elkaar verbonden zijn. Daar kun je over wandelen (tenminste, wie geen hoogtevrees heeft), een geliefde toeristische bezigheid.

Hier is ook ooit iemand naar beneden geduwd en te pletter gevallen, op het plaveisel vijf verdiepingen lager. Althans in een aflevering van de televisie-detectiveserie ‘Tatort’, die hier werd opgenomen. Het nepbloed bleef nog lang zichtbaar in het beton.

Een kunstinstallatie in een oude fabriekshal; designbankjes op het Zollverein. ©Herman van Heusden

‘Er stond hier een fabriek die door Chinezen is opgekocht’, zegt Papier. ‘Ze hebben elke steen en schroef apart genummerd en gerubriceerd, en daarna afgebroken en overgebracht naar China om daar exact herop te bouwen. Net zoals rijke Amerikanen vroeger met Europese paleizen en kastelen deden. Nu doet die ontmantelde fabriek weer op volle toeren dienst als moderne staalfabriek in China.’

Dit gebied, Phoenix West, zit vol met start-ups en andere jonge initiatieven. Dat betekent een enorme opleving voor Dortmund, waar zich nu alle nieuwe ondernemers vestigen. Ze stichten gezinnen en verjongen het hele gebied. Op de grondvesten van de oude industrie vindt de streek zich helemaal opnieuw uit.

Een groepje voetbalsupporters met geel-zwarte sjaals zwalkt over het terrein. Vanavond is er een voetbalwedstrijd die ertoe doet, men juicht voorbarig en joelt. Geel-zwart zijn de kleuren van thuisclub Borussia Dortmund, vernoemd naar het oude Pruisische (Borussia) rijk dat de stad in 1609 inlijfde. De kleuren worden uitgevent op een wijze waar andere voetbalclubs nog wat van kunnen leren: overal in de regio zijn winkels die clubparafernalia verkopen, van geel-zwarte sokken tot geel-zwarte vliegenmeppers.

Een moderne kerkaanbouw in Dortmund. ©Herman van Heusden

Oh’s en ah’s

Het is een mooie lenteavond in het Landschaftspark in Duisburg-Noord. De terrassen zitten vol. Schnitzel vom Landschwein staat op het menu, met Kartoffel-Speckstampf en een glaasje Grauburgunder. Ik begin eraan te wennen dat de skyline in het Ruhrgebied bestaat uit stalen spookgebouwen zover de horizon reikt.

De verlichte oude mijnen van Duisburg. ©Herman van Heusden

Langzaam zakt de zon achter doelloos hangende loopbruggen, stalen torens en tientallen meters hoge buisconstructies. Het wemelt van de mensen met duur uitziende camera’s en statieven die massaal in beweging komen als de sprookjesachtige verlichting aangaat.

Rood, paars, groen, geel: een artificieel lichtspel dat van de gebouwen een bijna feeëriek sprookjestafereel maakt. Men beklimt heuvels voor het beste uitzicht, hangt in bomen, klautert op muren. De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht, alsof vuurwerk wordt afgestoken. Een verliefd stel selfiet zichzelf al zoenend, met een geel verlichte hijskraan als romantische achtergrond.

Hier werkten ooit 500.000 mijnwerkers onder erbarmelijke omstandigheden. Hier stierven velen in de schachten. Hier bevond zich ooit het hart van twee wereldoorlogen, met het staal als de grondstof voor wapentuig, kanonnen, tanks. Hier bezetten Franse en Belgische troepen de streek in 1923 om de herstelbetalingen af te dwingen die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog waren opgelegd. Hier vonden zware bombardementen plaats na de Tweede Wereldoorlog en werd vervolgens het gebied en de industrie de Duitsers ontnomen en onder Europees toezicht geplaatst.

De oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal was hier een direct gevolg van. Deze EGKS geldt op haar beurt als de aanzet tot de stichting van de Europese Unie. De bron van een verenigd Europa ligt dus eigenlijk hier, gegrondvest op de ruïnes van kolen en staal.

Nu komt men hier naartoe om zich cultureel en romantisch te verpozen. En zijn het de coulissen voor een stapelverliefd stel. Het kan verkeren. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie