sabato

Van augustinessenklooster tot meer dan een hotel: Hotel August opent de deuren

Hotelier Mouche Van Hool. 'Gedaan met hotelleke spelen' ©FREDERIK VERCRUYSSE

Het honderd jaar oude augustinessenklooster van het Militair Hospitaal in Antwerpen verpopte de afgelopen jaren langzaam maar zeker als exclusief hotel met restaurant, wellness én winkel. Net voor de opening voert Sabato de drie protagonisten op: hotelier Mouche Van Hool, architect Vincent Van Duysen en chef Nick Bril.

Protagonist 1: Hotelier Mouche Van Hool

'Zeg nu eens wat er precies aan de hand is met die kranen? En raakt dat nog opgelost voor de opening?' Sinds we op de Eurostar zijn gestapt, rinkelt de telefoon van Mouche Van Hool onophoudelijk. Ze blijft ogenschijnlijk kalm, maar de bouwstress lijkt zijn ultieme hoogtepunt te bereiken.

Toen ik hier binnenstapte, was ik meteen verkocht. Ook al stond het klooster al twintig jaar leeg, regende het binnen en groeiden er zwammen op de muren.

'Als ik het woord 'werf' nog maar hoor, krijg ik het al. Ik wou dat we zes weken verder waren', zucht ze. Al vijf jaar lang is ze bezig met het project dat August heet. Hoe dichter bij de meet, hoe spannender het wordt. Als er één iemand is die een relaxerende spa-behandeling verdient, dan is zij het wel. Dat treft, want we zijn op weg naar Bamford, een exclusieve, volledig natuurlijke en biologische spa in hartje Londen. Als ze hier haar bouwzorgen niet professioneel kunnen wegmasseren, zal het nergens lukken.

'Ik ontdekte Bamford een paar jaar geleden, op een reis door Ierland met de trein Belmond Grand Hibernian', herinnert Van Hool zich. 'Ook toen ik in The Connaught-hotel in Londen logeerde, hadden ze daar Bamford-producten.' Ze wist het exclusieve merk uit de Britse Cotswolds te overtuigen om als eerste en enige in België zijn producten in de spa te mogen gebruiken. Ook in alle kamers staan Bamford-producten.

Binnenkort hoeft Van Hool dus het Kanaal niet meer over om te relaxen met haar lievelingsbeautymerk.

©rv

Zwemvijver

Al wordt er vandaag weinig gerust. De werf mag dan dik 400 kilometer verderop liggen. Ook in Londen draait alles om het hotel in spe. In de Bamford-winkel kiest Van Hool welke producten ze in haar badkamers wil, welke geurkaars er in het restaurant komt en welke in de spa. Ze zoekt ook de spullen voor de boetiek uit. Want August, haar nieuwe project in het oude augustinessenklooster van het Militair Hospitaal in Antwerpen, is meer dan een hotel.

Behalve de 44 kamers en suites is er een restaurant met 55 couverts, een bar waar je ook iets kan eten, een shop met food, non-food, een koffiehoek, een takeaway-foodcorner, een spa, een afhuurbaar tuinpaviljoen, drie vergaderzalen en drie ommuurde tuinen waarvan eentje met zwemvijver. Een enorm project. Zeker als je dit vergelijkt met Hotel Julien, dat Van Hool opende in 2004. Toen verbouwde ze het voormalige woonhuis De Drye Copkens uit 1520 in de schaduw van de kathedraal.

'Aan de opening van August werkt er een tiental mensen mee. Bij Hotel Julien was het me, myself and I. Een dag voor de opening stond ik nog handdoeken te kopen in de winkel. Dat was een beetje hotelleke spelen', lacht Van Hool.

Cultplek

Onterecht bescheiden, want in haar eentje ontketende Van Hool een revolutie in de Antwerpse hotelmarkt. Hotel Julien werd als een van de eerste boetiekhotels op slag een cultplek. De discrete en huiselijke plek lokt zakenlui, toeristen en de rich and famous. 'Ik opende met elf kamers', aldus Van Hool. 'In 2010 kon ik verdubbelen, omdat ik een aanpalend pand kocht. Maar verder uitbreiden lukte niet. Omdat de vraag bleef groeien, begon ik te dromen van een tweede locatie.

©rv

Even dacht ik aan Brussel of Gent, maar liever bleef ik thuis in Antwerpen', vertelt ze. 'Ik had nog geen enkel pand bezocht toen iemand mij dit klooster tipte. Ik ging vooral uit nieuwsgierigheid kijken. Veel te groot, dacht ik. Maar toen ik binnenstapte, was ik verkocht. Ook al stond het al twintig jaar leeg, regende het binnen en groeiden er zwammen op de muren. Toch zag ik het potentieel.

Noem mij een atypische hotelier. Mijn ambitie is om oude gebouwen te herstellen en om er iets publiekelijks van te maken. Want ook wie niet in het hotel slaapt, is welkom. Dat is al zo bij Hotel Julien, waar je kan komen ontbijten, aperitieven of de spa gebruiken. De enige horde die je moet nemen, is aanbellen aan de voordeur.'

Bij August neemt Van Hool ook die hindernis nog weg. Hier staat de deur letterlijk open. En de Bamford-spa heeft zelfs een eigen ingang aan de Marialei. Hotelgasten hebben wel een eigen lounge in een bibliotheek met open haard en uitzicht op de tuin. En het oksaal in de bar is ook alleen bereikbaar voor wie hier slaapt.

Uniek

©rv

Vijf jaar geleden kocht Van Hool het pand naast de toegangspoort aan de Marialei van Vanhaerents-Matexi, de projectontwikkelaars die het voormalige Militair Hospitaal dat in de jaren 90 in onbruik raakte, omvormen tot een autovrije woonwijk.

De 8 hectare grote site was 150 jaar lang alleen toegankelijk voor zusters en zieken en is nu een volwaardig stadsdeel met veel nieuwbouw. Maar alle historische panden bleven bewaard: in de paviljoenen - waar de soldaten verzorgd werden - zijn lofts ondergebracht, in de kapel vind je restaurant The Jane, de voormalige stookplaats is nu een co-workingplek en in de generale staf zitten kantoren.

De renovatie van het klooster is het sluitstuk van de herbestemming. 't Groen Kwartier is een aanwinst voor al wie in Antwerpen woont. Maar ligt August voor toeristen niet wat ver van het centrum? De kathedraal is een dik halfuur stappen.

'Ik geloof 100 procent in deze locatie', zegt Van Hool. 'Een heel nieuw stuk stad dat écht opkomt. Bovendien wil lang niet iedereen in het centrum logeren. Daar raak je moeilijk met de auto en veel mensen spenderen hun dagen liever in het hotel dan in de stad. Hier kan je relaxen in de tuinen, de spa bezoeken, eten in ons restaurant of bij The Jane. Ook voor een businesspubliek is onze ligging ideaal. Ik geloof: als je iets unieks neerzet, komen de mensen wel.'

Autodidact

Van Hool lijkt geboren voor de hospitality: warm, gastvrij en attent. Je voelt je op slag op je gemak bij haar. Toch is ze een autodidact in de hotelwereld. Ze studeerde public relations en werkte in de reclame en later voor een interieurarchitect.

©rv

'Mijn grote droom was altijd om een hotel te openen in het buitenland', zegt Van Hool. 'Maar toen ontmoette ik mijn man, een jonge advocaat, voor wie emigreren geen optie was. Hij zei tegen mij: Waarom open je hier niks?' Kort erna vond ze het ideale pand: charmant en goedgelegen.

Van Hool is een naam als een klok in de ondernemingswereld. Haar grootvader Bernard Van Hool was de oprichter van de busfabrikant uit Lier. Zelf heeft ze nooit in het familiebedrijf gewerkt, maar bewandelde haar eigen pad. Al ging dat niet altijd even gemakkelijk.

Toen ze van start wilde gaan met Hotel Julien, moest ze alles uit de kast halen om de bank te overtuigen. 'De gemiddelde kamerprijs in Antwerpen was toen 60 euro. Toen ik zei dat ik 150 euro wilde vragen, lachten ze me uit. Gelukkig was er één bankier die er wel in geloofde.'

Veiligheidshelm

Een dikke week na ons Londense spa-bezoek leidt Van Hool ons rond op de werf. We kruipen onder zwart-gele linten door en negeren 'do not enter'-bordjes. Rubberlaarzen en een veiligheidshelm zijn niet meer nodig, maar 'werf' is nog wel altijd het juiste woord.

Er lopen zeker vijftig vaklui rond, de meubels zitten nog in plastic en op de perfect gerestaureerde originele cementtegelvloer ligt beschermend karton. 'Er slingert nog een balk in kamer 11. De lichtschakelaars in de kamers boven werken niet. En wanneer worden de tuinroosters geleverd?'

Van Hool wenst iedereen vriendelijk goedemorgen, maar ze houdt de touwtjes strak in handen. Onderschat haar niet, ondanks haar kleine gestalte, zachte gelaatstrekken en warme woorden. Terwijl het klooster in de afgelopen jaren verpopte als hotel, transformeerde zijzelf van hotelier naar werfleider. Of toch een beetje.

©FREDERIK VERCRUYSSE

Bijgestaan door haar man, Laurent De Scheemaecker, die zijn eigen advocatenkantoor runt en elke vrije minuut aan August spendeert. De renovatie was een titanenklus waar misschien wel driehonderd mensen aan meewerkten.

Bijna alle sleutelfiguren komen uit Antwerpen: Vincent Van Duysen stond in voor de architectuur, de gebroeders Wirtz voor de tuinen, topchef Nick Bril, van het tweesterrenrestaurant The Jane, bekommert zich om het eten en drinken, en Christian Wijnants ontwierp de kleding van het personeel. Het team van bakkerij Domestic ten slotte levert brood voor het ontbijt en restaurant én al het eten in de takeaway-hoek, zoals soepen, salades en viennoiserie.

Kapel

Van Hool troont ons in een hoog tempo mee door het hotel. 'Kijk, dit was de overdekte kloostergang waarlangs de hospitaalzusters droog naar de paviljoenen konden wandelen. Daarachter schuilt het restaurant, in de oude wintertuin. En hier in de oude kapel komt de bar. De oorspronkelijke gebrandschilderde ramen haalden we eruit. Veel te druk. In de plaats staken we helder glas in lood, iets wat ik ontdekte in een Deense kerk.'

Geen twee kamers in August zijn identiek. Logisch, als je weet dat het hotel is verspreid over vijf panden. ©rv

En hop, ze snelt de trappen op naar de kamers. Geen twee zijn hetzelfde. Logisch als je weet dat het hotel is verspreid over vijf panden: behalve het klooster met het voorhuis zijn er nog twee herenhuizen in de Marialei en de generale staf.

'Het grondplan werd stevig door elkaar geschud, maar enkele ruimtes zijn nog origineel, zoals deze grote kamer van moeder-overste', glimlacht de hotelier. 'En eigenlijk waren de kloostercellen met hun 16 vierkante meter te klein voor een hotelkamer, maar uit nostalgie hielden we er twee. Ze zijn fantastisch: compact maar knus, en alles zit erin.'

Wc-rol

Er zijn dakkamers waar je tukt onder de originele spanten, ruime suites met een bad op pootjes en een afsluitbare slaapruimte en kamers met een prachtig uitzicht op de tuin, de kapel of de Marialei. Maar overal heerst dezelfde sacrale sfeer. Rustig en hedendaags, maar op maat van het authentieke klooster uit 1912. Een contrast met de drukke eclectische architectuur van buiten, die neo-Vlaamse renaissance mixt met neobarok.

De soberheid trok Van Hool door in de benadering van de kamers. Hier geen plastic badges, maar een echte sleutel geeft toegang tot je kamer. 'Voor de kamers keek ik naar wat ik zelf belangrijk vind in een hotel: comfort en kwaliteit, zonder te veel tralala. Dus geen ingewikkelde domotica, maar wel akoestische deuren, zodat er binnen geen ganglawaai is. Een goed leeslampje boven het bed en een toilet apart van de badkamer. Simpele dingen, maar zo belangrijk.'

Voor de zoveelste keer rinkelt haar telefoon. 'Ze hebben me even nodig beneden. Ik moet de hoogte van de toiletrolhouders kiezen.' Terwijl Van Hool discussieert met de werfarchitect en de vaklui, sneaken wij onder de geel-zwarte linten door naar buiten. Tot over een paar weken.

August opent op 12 april, maar je kan nu al een kamer boeken, een tafel reserveren of een spa-behandeling vastleggen via august-antwerp.com

Protagonist 2:  Architect Vincent Van Duysen

Architect Vincent Van Duysen. 'Ik wist dat ze mijn ingetogen stijl zouden eerbiedigen' ©Robert Rieger

Vincent Van Duysen mag dan al een van Belgiës meest gerenommeerde architecten zijn, ook internationaal, sinds hij in 1990 zijn eigen bureau oprichtte, tekende hij nog niet één hotel. Niet dat de Antwerpenaar geen aanvragen kreeg, maar hij zei altijd nee.

'Binnen grote hotelgroepen zijn er te veel beperkingen. Het is onmogelijk om helemaal je eigen ding te doen', legt Van Duysen uit. 'Toen Mouche me belde, zei ik meteen ja. Ik ken haar al jaren en deed het huis van haar zus. Ik wist dat ze mijn ingetogen stijl zou eerbiedigen. En ik vind het fijn om, na de jeugdherberg Pulcinella, opnieuw een publiek project te mogen doen in Antwerpen en zo mijn eigen stad een beetje mee vorm te geven.'

Klinknagel op de kop

'Ik heb altijd gezegd: als ik ooit een tweede hotel open, is het met Vincent Van Duysen', verklapt Mouche Van Hool. 'Ik hou enorm van zijn werk en toen ik dit klooster vond, was ik helemaal overtuigd. Zijn ingetogen stijl matcht perfect met dit klooster.' Maar een gemakkelijke opdracht was het niet. Met een gebouw dat volledig beschermd is, doe je niet wat je wil. En dat terwijl er zo veel moest gebeuren.

Voor architect Vincent Van Duysen is dit het eerste hotelproject. Niet dat de Antwerpenaar geen aanvragen kreeg, maar hij zei tot nog toe altijd nee.

Om van een klooster uit 1912 een hedendaags hotel te maken zónder aan het authentieke architecturale karakter te raken werd alles uit de kast gehaald. Om het monument te vrijwaren (lees: om geen lelijke buizen te zien) is het gebouw volledig onderkelderd: de grootste ingreep van het hele project, maar volledig onzichtbaar voor het publiek.

Voor het project nam Van Duysen erfgoedarchitect Wouter Callebaut in de arm. Die heeft veel ervaring met monumentenzorg en subsidiedossiers. 'Het monument was altijd ons startpunt. We volgden de bestaande sfeer en hiërarchie. De kapel was de belangrijkste ruimte van het klooster en gaat nog altijd met de meeste aandacht lopen. Terwijl de kamers soberder zijn.'

'Maar het is geen retroproject. We voegden - dankzij onze progressieve samenwerking met monumentenzorg - veel hedendaagse elementen toe. Zoals de overkapping aan de entree, het glazen dak van het restaurant en het overdekte terras, maar ook de betonnen landschapstrappen aan de hall', verduidelijkt Van Duysen. 'Daarvoor gebruikten we staal en glas: typische Van Duysen-materialen die bovendien een historische link hebben met de site.

Naast de overheersende baksteenarchitectuur waren er veel stalen elementen, zoals de verbindingsluifels tussen de verschillende gebouwen. In die tijd was Antwerpen, dankzij de haven, immers bekend om zijn vooruitstrevende staal- en klinknageltechniek. Zo hernemen we die traditie, maar wel op onze eigen elegante en gedetailleerde manier.'

©SISKA VANDECASTEELE

Anonieme meester

Als frequent flyer spendeert Van Duysen jaarlijks vele nachten in hotelkamers. 'Ik slaap altijd in dezelfde hotels, zelfs in dezelfde kamer. Dat voelt voor mij als thuiskomen', biecht hij op.

In August heerst een huiselijk-residentiële sfeer. 'August is eigenlijk geen hotel, het is een bestemming. Een publiek gelijkvloers met kamers boven. Als je hier binnenstapt, kom je vanzelf tot rust. Om die contemplatieve sfeer van het klooster vast te houden, bleef de decoratie bewust beperkt. Er hangt geen hedendaagse kunst in de kamers of replica's zoals je vaak ziet. In plaats daarvan kozen we doeken van onbezongen landschapsschilders die we bloot tegen de muur hingen', aldus de Antwerpse architect die zich voor dit project nog extra liet leiden door zijn roots.

'Om ons te onderscheiden van de vele eenheidsworsthotels die wereldwijd openen, bleven we heel dicht bij ons eigen DNA, als Antwerpenaar, als Vlaming en als Belg. Dat zie je in het type meubels, de kleuren en de verlichting. Die aanpak maakt van August een instantclassic.'

 

Debutant

Wat écht uniek is aan August, is dat werkelijk alles op maat werd ontworpen én gemaakt: van de verlichting, de tapijten, de lavabokranen en de meubels tot het servies en de tuinstoelen. Dankzij Van Duysens netwerk kwamen de beste producenten aan boord: Flos maakte de lampen, Molteni&C de meubels en Fantini de kranen.

August is niet alleen Van Duysens hoteldebuut, het is ook de eerste keer dat hij een volledig servies tekent, dat de naam Passe-Partout meekreeg. 'Ik vertaalde de strengheid van het klooster.' ©rv

August is niet alleen Van Duysens hoteldebuut, het is ook de eerste keer dat hij een volledig servies tekent, dat de naam Passe-Partout kreeg. 'Serax had het me al eens gevraagd, maar nu met August was het moment perfect. De strengheid van het klooster vertaalde ik naar servies. Ik vertrok van utilitair horecaservies. Maar die typische hoge witte rand verving ik door een zwart lint, geïnspireerd op de moderne architectuurtoetsen die ook zwart zijn.'

Ook de terrasstoelen en -tafels tekende Van Duysen speciaal voor de tuinen. Ze kregen zelfs de naam August.

Enige minpunt: Tijdens de opening van het hotel is Van Duysen de grote afwezige. 'Dan zit ik op het Salone del Mobile in Milaan. Maar in mei kom ik op mijn gemak eens logeren. Welke kamer ik geboekt heb? Eentje op zolder onder de houten spanten. Dat zijn mijn favorieten.'

Protagonist 3: Chef Nick Bril

Chef Nick Bril. 'The Jane loopt goed en ik had zin in een nieuw project' ©rv

'Toen Mouche vertelde dat ze ook een restaurant ging openen, gingen mijn oren helemaal open. Ik heb meteen mijn diensten aangeboden', zegt topchef Nick Bril. 'Behalve kok ben ik ook ondernemer.'

Op zo'n honderd meter van hotel August runt Nick Bril vandaag het tweesterrenrestaurant The Jane, dat hij samen met chef/ondernemer Sergio Herman oprichtte. Toen Mouche Van Hool tweeënhalf jaar geleden de plannen van August aan het finetunen was, stapte ze naar The Jane omdat ze haar gasten een pakket wilde aanbieden van een sterrendiner met overnachting. 'Zo'n deal is uiteraard interessant voor The Jane. Maar toen Mouche vertelde dat ze ook een eigen restaurant ging openen, gingen mijn oren helemaal open', zegt Bril. 'Ik heb meteen mijn diensten aangeboden. Behalve kok ben ik ook ondernemer. The Jane loopt goed en ik had zin in een nieuw project.'

Moderne brasserie

Toen Mouche vertelde dat ze ook een restaurant ging openen, gingen mijn oren helemaal open. Ik heb meteen mijn diensten aangeboden', zegt topchef Nick Bril. 'Behalve kok ben ik ook ondernemer.

Een aanbod dat niet in dovemansoren viel. Met Van Hool sloot Bril niet alleen een deal voor The Jane. Bril wordt in August ook de verantwoordelijke voor alle 'food and beverage', zoals dat in hoteltaal heet. Behalve het restaurant behelst dat ook het ontbijt, de hapjes in de bar en de roomservice. Doet hij met dit nieuwe avontuur The Jane geen concurrentie aan? 'Totaal niet. The Jane is een tweesterrenrestaurant, August een goede brasserie', countert Van Hool.

'Na 15 jaar op gastronomisch niveau koken verlangde ik naar een keuken zonder poespas die focust op het product. Dat was precies wat Van Hool zocht', vult Bril aan.

'Zelf hou ik niet van urenlang tafelen, een menu met twintig gerechten en aangepaste wijn', aldus Van Hool. Dus mikt ze in August op wat ze zelf een 'moderne brasseriekeuken' noemt, waar de nadruk ligt op verse kwaliteitsproducten, seizoenen en terroir. En met veel invloeden uit wereldkeukens zoals Japan en Italië. 'Met een hotel runnen heb ik veel ervaring. Maar met restaurants niet. Dus zocht ik iemand met veel ervaring: zowel culinair als zakelijk. Nick is de perfecte match.'

Chef Nick Bril maakte destijds naam als souschef in Sergio Hermans driesterrenrestaurant Oud Sluis. Sinds de start van The Jane bepaalt hij er de signatuur. Vorig jaar bracht hij zijn eerste kookboek uit, 'Nick Bril 33'. Bril blijft overigens gewoon chef-kok bij The Jane. Hij schuift zijn souschef Pieter Starmans door als chef van August.

Lees verder

Advertentie
Advertentie