sabato

Vergeet die vijfsterrenranch, in Patagonië kruipt u in de huid van een echte cowboy

©National Geographic Image Collection / Alamy Stock Photo

Vergeet die vijfsterrenranch. Diep weggestopt in Patagonië vinden liefhebbers van het genre een nieuwe ervaring, midden door de rauwheid en schoonheid van het achterland. Negen dagen lang in de huid van een echte cowboy.

Hij zit recht tegenover mij. Zijn ogen vlijen zich in de schaduw van zijn 'boina', het favoriete hoofddeksel van Zuid-Amerikaanse ruiters. Sebastián García Iglesias is zijn naam. 'Ik las over je grootoom', zeg ik en hij knikt minzaam. 'Ach ja, Arturo.' We hadden gelezen dat Arturo een zeer bekende 'bagualero' was. Zo'n bink uit het achterland, een specialist in het vangen van loslopend vee in de wildernis van Chileens Patagonië.

De overlevering wil dat Arturo al zijn tanden kwijtspeelde bij een aanvaring met een stier, en dat het beest dan ook nog eens het onfortuinlijke idee had om een paar horens in zijn ballen te zetten. Ach, wat dan nog. Het belette Arturo niet om nadien naar huis te galopperen.

Gaucho's die het leven op de boerderij beu raken, trekken de wildernis in, vangen het wilde vee en verkopen dat. En worden zo bagualero's. ©National Geographic Image Collection / Alamy Stock Photo

Sebastián stelt voor om me alles te leren over de kunst om een goede 'bagualero' te zijn. Noem het een soort test vooraleer hij in november zijn eerste betalende leerlingen over de vloer krijgt. Het voelt al even beangstigend als zou Elon Musk me vragen om hem in de ruimte te vergezellen. 'Heb je ervaring met paarden?', vraagt Sebastián. Welja, een beetje toch, toen ik kind was, antwoord ik. Hij wrijft even peinzend over zijn bultige kin.

Continue strijd

De volgende dag, bij dageraad, pikt Sebastián me op bij mijn hotel in Puerto Natales, een stadje op amper 600 kilometer van Kaap Hoorn. Hij neemt me mee naar de aanlegsteiger, waar zijn jongere zus op ons wacht, Angelica, maar ook zijn oudere broer, Rodrigo.

Fernando, Sebastián en Rodrigo charmeren door de bescheidenheid waarmee ze over mijn veiligheid waken. hier Geen machogedoe.

De 'kinderen' García Iglesias zijn tussen 28 en 35 jaar jong. Samen varen we in een kleine sloep langs het Última Esperanza-fjord en rijden dan een uur lang verderop langs een onverharde weg, tussen chaotisch opgestelde bomen. Beuken uit de streek, 'lenga's' zoals ze die hier noemen, groeien op de betere grond, maar voeren een continue strijd tegen de strakke westenwind. Daarachter ligt alleen maar turfmoeras, en nog verderop steken de gletsjertoppen boven het landschap uit.

We vertrekken bij de poorten van Estancia Mercedes, de ranch van Sebastián en de zijnen, zomaar even 13.000 hectare groot. We passeren een kudde schapen die zich laten beschermen tegen hongerige poema's door een reusachtige, witte hond. Daarna gaat het voort langs een strand dat bezaaid ligt met mosselen. Het hoofdverblijf bevindt zich verderop langs de kustlijn, onbeschaamd badend in dat klare licht dat zo typisch is voor grote hoogtes.

Vanuit een houten hut met stierenschedels langs iedere kant van de deur worden we in het oog gehouden. Een man met gebogen rug, lang zwart haar en een baard. Zijn naam is Fernando Urive, de ranchhelper van de familie García Iglesias. Hij zal de paarden voor ons halen.

Etenstijd. Op het menu staat ribstuk, op een houten spies geroosterd in het houtvuur. Het vlees wordt doorgespoeld met goedkope wijn. ©National Geographic Image Collection / Alamy Stock Photo

De term 'bagualero' is volgens Sebastián een combinatie van Engels en Spaans. De woorden 'back' en 'volver', die zoveel betekenen als 'terugkeren naar het achterland'. Schapen en vee kweken werd in deze contreien populair in de late jaren 80.

Toen veetypes als hereford en angus in het rauwste platteland werden uitgezet, verdwenen ze en gingen ze zich voortplanten in de bossen. Zo evolueerden ze tot wilde 'baguales'. Gaucho's die het leven op de boerderij beu waren, trokken de wildernis in, vingen het wilde vee en verkochten dat. En werden zo bagualero's.

Roman Abramovitsj

De bodem is hier zo arm, zo moerassig ook, dat deze ranch ondanks zijn reusachtige afmetingen amper 150 stuks vee heeft. Vader en moeder García Iglesias houden de zaak in leven door gasten uit te nodigen. Vaak toeristen die een daguitstap maken en eens willen zien hoe het er op een ranch aan toe gaat, of graag eens met een paard langs makkelijk toegankelijke paden trekken om dan hopelijk een condor te zien. Soms komen ook bekende gasten, om er van de omgeving en een goede tafel te genieten, zoals de Russische miljardair Roman Abramovitsj.

Sebastián wil de oude gewoonten niet zien verdwijnen. Hij hoopt dat de gasten bereid blijven om te betalen voor een paar dagen 'into the wild', om er alles te vernemen over de bagualero's. Zodat hij zelf zijn vertrouwde leven kan blijven leiden.
Fernando komt te voorschijn met de paarden. Ik geef hem wat verse kleren die hij samen met andere spullen in een doek verpakt en dan vastmaakt op Pampa, het pakpaard.

Sebastián maakt een groot paard voor me klaar, Turco is de naam, een 'bruta', zegt hij. Het zadel is gemaakt van opgeplooide dekens met een klein, driehoekig frame in het midden en bovenop een schapenvel. Alle lagen worden vastgehouden door een riem, maar ik zie geen knopen of gespen. 'Het moet een beetje beweeglijk zijn, en je moet er voldoende hebben', zegt Sebastián. 'De stieren kunnen er immers gemakkelijk eentje losrukken.'

Dan monteren de broers en zus hun sporen, wat ik niet mag doen, en stoppen ze angstwekkend scherpe messen in hun riem. Als we vertrekken, midden door een veld en door het grijze, ijskoude water van een stroompje, krijgen we het gezelschap van honden. Zestien zijn het er. We beklimmen heuvels, stappen door het woud langs een papperig pad. Een zwerm praatzieke papegaaien komt boven onze hoofden scheuren. Af en toe zien we in het westen hoge klippen. 'Condornesten', hoor ik iemand zeggen.

©National Geographic Image Collection / Alamy Stock Photo

Niet voor vegetariërs

Ik heb me aangepast aan het tempo van Turco, houd de teugels vast met mijn linkerhand en gebruik de rechterarm om bladeren en kleine takken van voor mijn gezicht weg te halen. De uren glippen voorbij. We trekken diep de wildernis in, terwijl mijn gezellen constant de grond afspeuren, op zoek naar sporen van gekloofde hoeven.

Als de zon zin krijgt om onder te gaan, beginnen de honden aan een blafconcert, terwijl we verder rijden over de hoge heide en de eindeloze vlakten van Patagonië zich voor ons openen. De honden hebben een stier en een vaars gespot, maar we laten ze met rust omdat ze zich op de ranch van de buren bevinden. Wij rijden door terwijl de zon spectaculair ondergaat. Het lijkt wel de slotscène van een Lucky Luke-strip.

We gaan over brede, open hellingen, maar ook door een moeras waarin Turco, mijn paard, tot aan zijn schouders wegzakt. Ik moet afstappen.

Mijn handen en benen zijn mishandeld door takken, maar het zal me een zorg wezen. De duisternis is nu bijna helemaal gevallen terwijl we de paarden voorbereiden op de nacht. Ons zadel wordt nu ons bed, met de dekens die onder ons worden opengeplooid. De schapenvacht wordt een hoofdkussen. Ieder van ons heeft een slaapzak, zo opgesteld dat we wel worstjes in een blik lijken. Dit is de klassieke scène zoals in iedere western die ik ooit zag.

Etenstijd, dan. Op het menu: ribstuk van eigen vee op een houten spies die zonet uit dikke struiken is gehakt. Geroosterd in het houtvuur. Het duurt een eind vooraleer het vlees klaar is, en meer dan dat vlees is er niet. Neen, een vegetarische optie op deze trip is er niet. Wel is er goedkope wijn om alles door te spoelen. Te drinken uit een lederen drinkfles.

Een hond, Vikingo denk ik, komt zijn interesse in het vlees wat al te dichtbij tonen en krijgt een tik op de kop van Fernando's lemmet, een mes zo scherp dat het mits negentig graden roteren ongetwijfeld dwars door de hondenkop was gegaan. Fernando, Sebastián, Angelica en Rodrigo staan zeer dicht bij de natuur. Ze leiden hier duidelijk het debat, maar tegelijk charmeren ze met de bescheidenheid waarmee ze over mijn veiligheid waken. Hier geen machogedoe. Alles gebeurt met zorg en overleg.

Als we gaan slapen, komen de honden bij ons liggen. Guapo, die maar één oog heeft, wringt zich tussen ons. 'Goed tegen de kou', zegt Sebastián. 'Welkom in het hotel der miljoenen sterren', zegt Rodrigo. Ik val snel in slaap.

Saunatemperatuur

Pas om halfnegen staan we op. De dag zit dan al strak in de lucht. Guapo laat een stevige wind - ook goeiemorgen! Als ontbijt nog meer vlees, maar deze keer gebakken. En dan is het tijd om weer te gaan rondzwerven met de paarden.

©National Geographic Image Collection / Alamy Stock Photo

Ik begin het te leren: hoe je in het bos een pad moet vinden, hoe je heide zoekt en moeras herkent. Hoe je een spoor moet vinden. Hoe je voor jezelf moet zorgen. Het verbaast me hoe snel ik het allemaal oppik. Alsof ik nooit iets anders heb gedaan.

Al rijdend bedenk ik dat indien mijn leraar wiskunde me vroeger met een tak in het gezicht had geslagen telkens ik een fout maakte, mijn kennis van algebra nu ook beter zou zijn geweest. Als de avond alweer gaat vallen, hebben we nog geen wilde runderen gespot, maar wel adembenemende vergezichten.

Sebastián wil kamperen, maar ik zeg dat ik toch wel graag eens zou proeven van het comfort in het hoofdhuis - ik geef toe, ik ben een watje. Want comfortabel is het daar wel. Er is licht en warm water, tenminste toch als de generator op staat.

Mijn kamer, met muren van houten panelen, is met een kachel opgewarmd tot op saunatemperatuur. Op het menu staat een stoofpotje van worst, aardappelen en mosselen die daarnet van de oever geplukt zijn, bereid door Sebastiáns ouders. In het glas vloeit een heerlijke carmenère. Het wordt allemaal geserveerd in een keuken met grote ramen.

©National Geographic Image Collection / Alamy Stock Photo

Jack Nicholson

's Ochtends trekken we weer op pad, langs een andere rivier tot hoog in de bergen. We rijden door een woud waar zwarte, bladloze stammen nog altijd stille getuigen zijn van een grote brand, vijftig jaar geleden. We gaan over brede, open hellingen en door een moeras waarin Turco tot aan zijn schouders wegzakt, zozeer dat ik moet afstappen om hem te leiden.

Voor mij is het de laatste dag hier, maar betalende klanten blijven hier veel langer. Sebastián wil dat de toeristen hier een week lang komen, en drie tot vijf nachten doorbrengen in de bergen. Die periode moet voldoende zijn om wilde runderen te pakken te krijgen en terug te brengen naar de ranch. Een risicovolle operatie, niet alleen voor de bagualero's, maar ook voor de dieren. Die wilde stieren, opgejaagd als ze zijn door de honden en tegen de grond gebikkeld door lasso's, kunnen zo hard gaan panikeren dat ze volgens Sebastián soms een hartaanval krijgen en sterven. Dat is wanneer de messcherpe messen boven komen: dan worden de dieren ter plaatse geslacht.

Dat heb ik dus niet moeten aanschouwen. Na Sebastiáns uitleg moet ik denken aan 'The Searchers', die western. Omdat John Wayne het wellicht minder moeilijk had om Natalie Wood te vinden dan ik een stier of koe. Het neemt niet weg dat ik een tevreden gevoel heb. En ik heb vooral ingezien dat de authenticiteit hier heel rauw kan worden.

Sebastián vraagt me of dit avontuur krachtig genoeg is voor een plaats in de top vijf van de beste cowboy-ervaringen in de wereld. Ik denk bij mezelf dat het vooral zal afhangen van de 'bagualero's voor één week'. En vooral van hoe ze erin slagen om met die rauwe realiteit om te gaan. Nadat Turco en ik belaagd worden door wespen terwijl we van een klip afdalen, zinderen de woorden van Jack Nicholson in 'A Few Good Men' door mijn hoofd: 'You can't handle the truth!' Je kan de waarheid niet aan.

Een bagualerotoer in Chili kan vanaf november, ongeveer 8.500 euro voor een negen dagen durend verblijf met twee nachten in Santiago, drie in de Estancia Mercedes in Puerto Natales en drie onder de blote hemel, inclusief vluchten. www.estanciamercedes.cl Het hele pakket is te boeken bij www.abercrombiekent.co.uk






Lees verder

Advertentie
Advertentie