Advertentie
sabato

Zien en níét gezien worden: dat is de luxe van de Salento

©Bert Teunissen

In het uiterste zuiden van Apulië, aan de kaap tussen de Ionische en de Adriatische Zee, hebben ze de mooiste stranden en het lekkerste eten van Italië. Dat was lang een goedbewaard geheim, maar nu niet meer. De Belgen Charles Adriaenssen en Diane de Spoelberch, aandeelhouders van AB InBev, hebben in de Salento intussen hun palazzo. En ook modeontwerper Raf Simons bracht hier lange vakanties door.

Het station van Andrano-Castiglione, in het hartland van de Salento. Dit is de plek vanwaar mijn schoonmoeder in december 1952 - ze was toen zeven jaar - vertrok met haar ouders en zus. Hier lieten ze de uitzichtloze Zuid-Italiaanse armoede achter zich, een onzekere toekomst in het Noorden tegemoet. Een paar dagen later kwamen ze aan in België. Het was er grijs en bitter koud, herinnert ze zich als de dag van gisteren. De grachten langs de weg waren dichtgevroren. In de laadbak van een vrachtwagen van het leger hobbelden ze naar een barakkenkamp op een Limburgse mijncité. Maar dat is een ander verhaal.

Vandaag is de geboortestreek van mijn schoonmoeder voor steeds meer mensen een paradijs vol ongeziene luxe. Dat is een beetje vreemd, want de Salento is in alle opzichten de antipode van het geëxalteerde, mondaine Italië dat we kennen van de plaatjes op glanspapier. Luxeresorts met een privéstrand, zoals in Portofino, Porto Cervo of aan de Amalfitaanse kust? Zijn er niet. Sterrenrestaurants, of wat daarvoor zou kunnen doorgaan? Zijn er nauwelijks. Een alleenstaande villa op een heuvel, met bijbehorende wijngaard en ruim zwembad? Dit is Toscane niet. Luxe, zei u?

Het station van Andrano-Castiglione, in het hartland van de Salento, was in de jaren 50 de vertrekbasis voor Salentijnen die de uitzichtloze armoede achter zich lieten en naar het Noorden trokken. ©Bert Teunissen

Speling van de schepping
Mare, sole, vento: Salento. Land van zon, zee en wind: zo verkopen de lokale toeristische diensten dit stukje Apulië, dat zich uitstrekt van net boven de provinciehoofdstad Lecce tot aan de kaap tussen de Ionische en de Adriatische Zee bij Santa Maria di Leuca. De punt van de hak van de laars, zeg maar.

De kusten - kliffen en rotsen aan de Adriatische kant, zandstranden aan de Ionische Zee - zijn van de mooiste van Italië, en vrijwel overal vrij toegankelijk. De zon kan ongenadig hard schijnen in de zomer, met gemiddelde temperaturen royaal boven 30 °C en pieken tot 40 °C. Maar de wind maakt alles draaglijk. Behalve als de sirocco komt aanwaaien vanuit de Sahara.

Een groot deel van die 'ongeziene luxe' - dat weldadige klimaat, met een nazomer die soms blijft duren tot in december - is dus gewoon een gelukkige speling van de schepping.

Voorts is er de zichtbare schoonheid van nagenoeg alle historische binnensteden. Lecce geniet ondertussen enige faam als 'het Firenze van het Zuiden'. De Santa Croce-kerk daar is onmiskenbaar een van de hoogtepunten van de Italiaanse barok. De Piazza del Duomo is 's avonds ronduit feeëriek. Otranto, de meest oostelijk gelegen stad van Italië, heeft behalve een prachtige 'lungomare' met een idyllische jachthaven, een kathedraal met een mozaïekvloer uit 1166 en een kapel met een opmerkelijke 'relikwie': honderden schedels van 'martelaren' van de slag tegen de Ottomanen (1480, 17.000 doden). Plus de steen waarop ze de nekslag kregen.

Maar in elke stad en elk dorp van de Salento staan er aan de piazza wel een mooie kerk, een eeuwenoud kasteel en een paar fraaie palazzi. En meestal is er ook een schaduwrijk terras vanwaar je daar zo goed als gratis op kunt uitkijken.

Zijn daar wereldschokkende dingen te zien? Niet echt. Het is geschiedenis die er vaak al honderden jaren onaangeroerd staat of ligt. En ze ligt daar goed. Maar luxe?

De echte luxe komt in de Salento vers uit de grond of recht uit de zee. Ze hangt in de lucht en ze kruipt, idealiter, in je hoofd.

Prinses op het strand
Toch kopen, bouwen en verbouwen steeds meer vermogende buitenlanders - ondernemers, renteniers, celebrity's - hier huizen, masseria's (herenboerderijen die er niet zelden uitzien als versterkte burchten, met landerijen rondom), palazzi, kastelen en villa's aan zee.

De Engelsen kwamen het eerst, in de slipstream van Lord Alistair McAlpine, de gewezen schatbewaarder van Thatchers Conservatieve Partij die rond de eeuwwisseling een voormalig klooster in Marittima, het Convento di Santa Maria di Costantinopoli, opkocht en ging uitbaten als een luxueuze B&B. McAlpine stierf in 2014, zijn veel jongere vrouw Athena exploiteert de B&B nog altijd, en de Engelsen zijn er blijven rondhangen. De Scandinaven, de Duitsers en zelfs de Amerikanen zijn aan het komen.

Actrice Helen Mirren en haar echtgenoot, de Amerikaanse regisseur Taylor Hackford, kochten een masseria in de buurt van Tricase. Belgen zitten er ook. Charles Adriaenssen en Diane de Spoelberch, aandeelhouders van AB InBev, hebben een palazzo in de Salento en verblijven er voortdurend. Jenny Meirens, de vrouw achter modeontwerper Martin Margiela, kocht met de opbrengst van haar deel van Maison Martin Margiela een huis nabij Santa Maria di Leuca. Haar Belgische modevrienden, onder wie Raf Simons, brachten er lange vakanties door.

En in augustus zakt zowat de helft van het Italiaanse celebritybestand af naar de zandstranden rond Gallipoli, voetballers en tv-presentatrices voorop. Ook de Belgische prinses Astrid en haar gezin worden elk jaar opnieuw op Lido Pizzo gesignaleerd. Dat is mondain naar Salentijnse normen, maar wie Porto Cervo gewend is, zal het vast veeleer met Blankenberge vergelijken.

Ziekte
Baron Francesco Winspeare werkt voor z'n kost, wil hij graag beklemtonen. Hij beheert de bezittingen van de familie vanuit het palazzo in Depressa, maar tegelijk is hij actief in de wijnbouw - op 41 hectare grond maakt hij 3.000 hectoliter wijn onder de merknaam Castel di Salve -, hij exploiteert vijf wijnshops verspreid over de Salento, en met een lokale zakenpartner en met Taylor Hackford, de echtgenoot van Helen Mirren, opende hij dik twee jaar geleden een cocktailbar aan de levendige Piazza Pisanelli in Tricase: Bar Balboa, een verduiveld goed adres.

Winspeare stamt van een geslacht van Engelse origine dat zich 300 jaar geleden in Italië vestigde. Zijn overgrootmoeder was Amerikaans, zijn grootmoeder half Deens. Zijn vader is Italiaans, zijn moeder Oostenrijks-Hongaars met Pools bloed. Zelf studeerde hij in Engeland en woonde in Firenze, en nadien ook in Australië en Nieuw-Zeeland. Zijn artistieke broer Eduardo, een bekende filmregisseur in Italië, studeerde in Oostenrijk en Duitsland. En toch kwamen ze allebei opnieuw in de Salento terecht, waar ze naar gevreesd wordt niet meer zullen weggeraken.

'Mijn broer en ik lijden aan een lokale variant van wat schrijfster Karen Blixen 'Mal d'Africa' noemt', grijnst hij. 'Onze ziekte heet Mal di Salento. Ik denk dat het de natuur zelve is die ons naar huis heeft teruggeroepen. Ik weet niet of u dat al heeft opgemerkt, maar de natuur is hier hard en dramatisch. Het licht is sterker dan elders, alsook de luchten, de geuren, de smaken, ja zelfs de karakters. Alles is hier van zo'n intensiteit, dat ervoer ik echt nergens anders ter wereld.'

©Bert Teunissen

'En natuurlijk: als je kindertijd gelukkig was, is de kans groot dat die levenslang aan je blijft trekken. En of onze jeugd onbekommerd was! (glimlacht) Mijn ouders waren erg, euh, internationaal georiënteerd, dus ze reisden veel. Wij bleven hier achter met onze Duitse gouvernante en met het personeel, allemaal mensen van het dorp. Wij zijn goeddeels in het Frans opgevoed, en we spreken vloeiend Duits en Engels, maar het plaatselijke dialect beheersen we ook feilloos. In vergelijking met mijn kinderen, die veel meer beschermd zijn opgevoed, waren wij wilde beesten.'

Francesco Winspeare is goed bekend met de Belgische koninklijke familie, ook al zijn ze niet met elkaar verwant. Koning Filip is een generatiegenoot met wie hij vroeger wel eens ging skiën. En toen Albert en Paola hier een tijd geleden een paar keer op vakantie kwamen, huurden ze de villa van de Winspeares, aan zee bij Marittima. Een neef van Francesco is - zoals dat gaat in die kringen - ondertussen getrouwd met de zus van koningin Mathilde.

Verborgen rijkdom
Dat er nog zo veel sporen van rijkdom zijn in de Salento, en dat er ook nog veel verborgen rijkdom is, ligt volgens Francesco Winspeare maar aan één ding: olijfolie. De olie uit de Salento gold eeuwenlang als zowat de beste ter wereld. Vloeibaar goud was het, waarvan de prijzen werden bepaald in Napels en Londen. Eerst was de olijfolie levensnoodzakelijk als bewaarmiddel, naast zout en azijn, nadien ook als lampenolie, om de huizen van de opkomende bourgeoisie en later ook de wolfabrieken in Engeland te verlichten. In Moskou mochten de iconen in de orthodoxe kerken alleen worden bijgelicht met olie uit Gallipoli, omdat die zo zuiver was, minder rook afgaf en helderder licht. Ook de salons van het Winterpaleis in Sint-Petersburg werden uitsluitend verlicht met Salentijnse olie.

 

MARE, SOLE,VENTO
Hotspots van de Salento

Must sees
Steden: Lecce en Otranto.
Badstadjes: Santa Maria di Leuca en Gallipoli.
Schilderachtig mooi: de baai van Castro, Ponto del Ciolo, het kuuroord Santa Cesarea Terme.

Verse vis
Zee-egels in Porto Badisco.
De vismarkt van Gallipoli (elke ochtend).


Shoppen
Maglie en Tricase.
De markt van Poggiardo (op woensdagochtend).

Eten
Duur en lekker: L'Altro Baffo in Otranto.
Specialiteit vlees: La Bettola in het prachtige Specchia.
Een belevenis: Masseria Le Stanzie in Supersano.
Tot je erbij neervalt: Agriturismo Gli Ulivi in Marina Serra.

Uitgaan
Vineria Santa Cruz in Lecce.
Bar Farmacia Balboa. 
Piazza Pisanelli in Tricase.

Slapen
Sui Tetti Luxury Rooms in Lecce. 
Hotel Piccolo Mondo in Castro. 
Er zijn heel veel B&B's in oude palazzi en kastelen.

Maar dat echt iedereen nu naar de Salento wil afzakken, betwijfelt Winspeare toch: 'Wij trekken gelukkig geen nouveaux riches aan. Rijke Russen zul je hier niet aantreffen. Daar zijn we niet flashy genoeg voor, en onze beachclubs zijn te goedkoop. En onze historische centra mogen dan wel mooi zijn, daarrond is het toch maar een ordeloos, rommelig zootje. Bovendien gaat iedereen hier op dezelfde plekken eten, mijn vrienden en ik zowel als de kapper en de schilder uit ons dorp: waar het lekker is, namelijk. Geloof me, wie Portofino, Porto Cervo of Toscane gewend is, houdt het hier geen drie weken uit. Er is namelijk een zeer fundamenteel verschil: daar ga je om te zien en om gezien te worden, hier kom je om op je gemak te genieten en vooral níét gezien te worden. Helen Mirren kan 's morgens rustig een duik in zee nemen in Tricase Porto. Niemand kent haar. En wie haar wel kent, valt haar niet lastig. Sergio de barman, of Gianluca de kapper: díé vinden ze interessant!'

Boereneten
'Alora, oggi abbiamo...' 'Dus vandaag hebben we...' Zo begint Salvatore van Trattoria Vardaceli in Castiglione elke keer zijn betoog. Soms staat wat hij zegt op de menukaart, soms ook niet. Meestal is het een opsomming van gerechten die de landarbeiders vroeger meenamen naar het land, of die ze aten als ze terugkwamen van het land. Zuppa di cavoli neri, bijvoorbeeld: soep van donkergroene koolbladeren, met bonen en pikante kruiden. Of ciceri e tria: een mengeling van gekookte en gefrituurde pasta met kikkererwten, een heerlijke bereiding van Arabische oorsprong. En natuurlijk de lokale 'signature dish': fave e cicorie, een puree van groene fave-bonen met bovenop gestoofde cichorei.

Met die vaak eeuwenoude bereidingen wist de Salento jaren geleden al slim aan te haken bij de slow-foodbeweging, zonder daar veel voor te hoeven doen. Het gevolg is dat de streek nu bekendstaat als een walhalla van culinaire verfijning en een paradijs voor vegetariërs en liefhebbers van vergeten groenten en kruiden. Met boereneten, dat bovendien niets kost. Je moet al moeite doen om voor een lunch met twee meer dan 25 euro te betalen. De plekken waar je meer dan 50 euro neertelt voor een uitgebreid diner met twee zijn dun gezaaid, en doorgaans niet de beste restaurants.

Vlees wordt in de Salento inderdaad weinig gegeten, afgezien dan van pezzetti di cavallo: paardenstoofvlees in pikante tomatensaus. Vis des te meer, met ricci di mare - zee-egels -, en gamberi rossi di Gallipoli - grote, rooie garnalen - als absolute lekkernijen. De echte luxe komt in de Salento vers uit de grond of recht uit de zee. Ze hangt in de lucht en ze kruipt, idealiter, in het hoofd. Buitenlanders beginnen nu bij de vleet zwembaden uit te graven in hun tuinen. De locals begrijpen er niets van. Waarom met graafmachines en drilboren aan de slag gaan - een halve meter onder de aarde stoot je al op rotsen - als de mooiste zee ter wereld vlakbij is? Volstrekt overbodige luxe, noemen ze dat.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie