sabato

Jumpingkampioen Jérôme Guéry is klaar voor Tokio: 'Mijn paarden zijn echte diva's'

Belgische springruiter Jérôme Guéry klaar voor Grand Palais en Olympische Spelen. ©Jef Jacobs

Vorig jaar veroverde Jérôme Guéry goud op het Europees kampioenschap, deze zomer wil hij naar de Olympische Spelen. Een blik in het leven van de springruiter.

‘Sorry voor de vertraging’, zegt Jérôme Guéry wanneer hij ons anderhalf uur later dan voorzien verwelkomt in zijn stoeterij in het Waals-Brabantse Sart-Dames-Avelines. Negentig minuten hebben we op hem zitten wachten in het salon, terwijl twee van zijn honden ons de hele tijd sceptisch zaten aan te kijken. Buiten zagen we de drukte: een dertigtal paarden liep constant heen en weer, hengsten werden van stal naar trainingspiste geleid, en terug.

De paarden van Guéry zijn duidelijk frequent flyers.

Guéry is het salon op zijn sokken binnengekomen - zijn rijlaarzen staan buiten op hem te wachten - maar dat doet niets af van zijn elegantie. Een man van bijna veertig, met een innemende glimlach. ‘Ik kon niet anders dan snel nog wat te trainen met Diego en Evas, de twee paarden waarmee ik van 20 tot 22 maart aan de start kom van de Saut Hermès in Parijs.’ (Noot van de redactie: de Saut Hermès is inmiddels afgelast door het coronavirus.)

Die vijfsterrenwedstrijd, georganiseerd door het gelijknamige Franse luxehuis, verzamelt telkens de beste ruiters ter wereld én enkele beloften voor een hindernissenparcours in het Grand Palais. Het wordt meteen een van de laatste rondjes op de piste daar, want het expopaleis sluit straks zijn deuren voor een renovatie die jaren zal duren. ‘Nog eens mijn excuses dus. Maar morgen vlieg ik alweer naar Spanje. Ik reis mijn 15 paarden die daar al zijn achterna voor nóg een concours.’

Paardensport

De paarden van Guéry zijn duidelijk frequent flyers. Zowat continu reizen ze de wereld rond per Boeing of Airbus. Per twee zitten ze dan in een box die in een speciale cargoruimte gaat, begeleid door zes staljongens of -meisjes én een dierenarts. ‘Na Spanje is de volgende bestemming Doha’, zegt Guéry terwijl hij kaarsrecht op een krukje zit - een houding die typisch is voor ruiters van topniveau.

©Jef Jacobs

Niet dat de Belg uit een ruiter- of paardenkwekersfamilie komt. Hij was al tien toen hij voor het eerst op de rug van een paard werd gezet. ‘Ik vergezelde mijn kinderoppas op woensdagnamiddag naar de manege en smeekte mijn moeder om voor mijn verjaardag ook eens rijles te krijgen.’ Het was liefde op het eerste gezicht: terwijl andere adolescenten het paard al snel weer inruilden voor voetbal of liefjes, bleef Guéry paardrijden.

Zozeer dat zijn moeder hem achtereenvolgens een pony en een paard cadeau deed - iets wat financieel niet voor de hand lag in het gezin. ‘Mijn moeder heeft me jarenlang gesteund, tot ze op een bepaald moment financieel niet langer kon volgen. De bankrekening was leeg en ik moest kiezen tussen mijn studies of mijn paarden.’

De keuze was snel gemaakt. ‘Op mijn achttiende verliet ik het ouderlijk huis en trok voor twee jaar naar Les Hayettes, een Franse stoeterij in België. Daar leerde ik het vak en mocht er deelnemen aan mijn eerste wedstrijden.’ Toen Guéry op zijn twintigste Patricia ontmoette, een advocate die evenzeer gepassioneerd is door paarden, beslisten ze om hun leven helemaal te wijden aan paarden. Zij zegde de balie vaarwel, hij zijn job in de Franse stoeterij. En samen zetten ze zich aan hun grote project: een eigen stal.

Tegelijk trok Guéry naar zijn eerste wedstrijden. In 1998, op zijn achttiende, werd hij Belgisch kampioen bij de junioren, in 2012 weerklonk alweer het Belgische volkslied, maar nu voor zijn titel bij de senioren. Met altijd weer die grote ambitie en dat grote doel: deelnemen aan de Olympische Spelen.

Jérôme Guéry ©Jef Jacobs

Olympische Spelen

Dat deed Guéry vier jaar later met Grand Cru, een paard waar niemand in het wereldje een halve euro op wilde inzetten. ‘Het was een moeilijk paard, een dier dat het aanvankelijk moeilijk had om zelfs over de kleinste hindernissen te raken. Maar toen ik er voor het eerst op ging zitten, voelde ik iets krachtigs, iets wat ik nog nooit had ervaren.'

'Minstens zes maanden lang wilde Grand Cru niets van mij weten, en kieperde me constant tegen de grond. Maar ik bleef ervoor gaan. Het was sterker dan mezelf, hoe ik in dat paard geloofde.’ Guéry en Grand Cru eindigden in de finale van de Olympische Spelen in Rio op een knappe 24ste plaats.

Jérôme Guéry ©Jef Jacobs

Dankzij de overwinning op het Europees kampioenschap vorig jaar behoort Guéry ook nu al tot de grote kanshebbers voor een olympisch ticket voor Tokio. ‘Al is het nog enkele maanden afwachten’, sust hij. ‘Begin juni pas zal worden bekendgemaakt welke vier springruiters er voor België naar de Spelen kunnen.

De ruitersport in België staat al decennialang op een zeer hoog niveau, de concurrentie is dus bikkelhard. We beschikken in ons land al dertig jaar over een selectie van de beste Franse, Duitse en Nederlandse volbloeden, rassen waar we zeer goed mee kweken, ook onderling. '

'Dat onderscheidt ons van veel andere landen, die lange tijd zeer protectionistisch omgingen met hun nationale rassen. En omdat we de beste paarden hebben, trekken we ook de beste dierenartsen, hoefsmeden en ruiters aan. België is simpelweg het beste paardenfokland ter wereld. Veertig procent van alle paarden op de Olympische Spelen zijn gefokt in België.’

Zou hij het erg vinden als hij niet mee kon naar Tokio? ‘Natuurlijk, maar op de uiteindelijke selectie heb ik zelf geen impact. In ieder geval, zodra bekend is wie er uiteindelijk mee mag naar de Spelen, zal er van competitie tussen de Belgen geen sprake meer zijn. Dan staat alles in het teken van het ploegenklassement’, zegt Guéry, die al tien jaar in de Belgische top vijf staat en de voorbije jaren constant tussen plaats 21 en 35 bewoog in de wereldwijde rangschikking.

Mens-paardkoppel

Paardensport is de enige sportdiscipline waarin de mens moet overeenkomen met het dier. ‘Sommigen vergeten dat weleens, maar paardrijden is een duosport tussen twee levende wezens’, zegt Guéry. ‘En een paard heeft net zoals zijn ruiter een eigen karakter, een gemoedstoestand en een verleden. Je moet dat wezen doorgronden, leren begrijpen, om tot een osmose te komen.'

©Jef Jacobs

'Soms slaag je daar niet in omdat je onvoldoende communiceert of omdat het paard op jonge leeftijd misschien een pijnlijke ervaring heeft meegemaakt die nog moeilijk recht te zetten valt. In ieder geval, een relatie met je paard is zoals met je geliefde: je moet met twee zijn om er iets moois van te maken.’

Voor Guéry hangt het succes van een mens-paardkoppel voor 70 procent af van het dier. ‘En als de ruiter goed is, zijn we samen 110 procent waard.’ Hij legt het allemaal rustig uit: ‘Paarden zijn niet alleen superintelligent, het zijn ook echte spiegels: plaats een paard voor tien mensen en je zult tien verschillende reacties zien van het dier. Het komt er dus op aan om vertrouwen te krijgen van je paard, anders zal het je overrulen. En ik kan je garanderen: sommige zijn echte diva’s.'

‘Een springpaard is een interessantere belegging dan een sportauto. Bij zo’n auto weet je wat de maximumsnelheid is, maar een paard is soms tot veel meer in staat dan wat je oorspronkelijk verwachtte.’

'Een topruiter is iemand die erin slaagt om het paard te laten geloven dat het helemaal zelf over alles beslist. Een delicate kunst, temeer omdat een tam paard niet noodzakelijk het paard is waarmee je wedstrijden zal winnen. Het is een beetje zoals in het leven: iemands leemten kunnen op een bepaald moment troeven worden.’

Hermès

Guéry’s troeven werden tijdens de Olympische Spelen van Rio opgemerkt door Hermès. Ze vroegen hem of hij geen ‘cavalier partenaire’ wilde worden. ‘Ik vond dat niet alleen een eer, maar ook een vorm van erkenning. Temeer omdat ik de enige Belg ben die door het Franse luxehuis daarvoor is gevraagd. Ik denk dat iedere ruiter in de wereld ervan droomt ooit tot het Hermès-team te kunnen behoren.'

Le Saut d'Hermès ©Olivier Metzger / modds

'Hermès kleedt mij en mijn paarden niet alleen aan, het staat me ook stelselmatig bij met zijn knowhow, zodat ik m’n prestaties kan verbeteren. Hermès is bijvoorbeeld een van de weinige huizen die het zadel perfect op maat van de morfologie van het paard ontwerpen. Zoiets vormt een wereld van verschil.’

Momenteel werkt Guéry samen met Hermès aan een soort flinterdunne airbagjas voor ruiters. Hij hoopt hem over veertien dagen al te kunnen dragen. Hij grijpt naar een stuk hout en zegt dat hij nog nooit een ongeval had, maar toch: hij droomt van zo’n airbag die de klap, als het dan toch eens fout loopt, kan opvangen.

Vorig jaar eindigde Guéry zesde in Parijs met Celvin, een temperamentvol paard dat toen voor het eerst mocht proeven van de bruisende sfeer in het Grand Palais. Intussen is Celvin verkocht, net zoals Grand Cru. Want paarden verkopen is volgens Guéry een noodzakelijk kwaad als je wil dat je stal blijft pieken. ‘Gemiddeld wisselt elk paard twee tot zeven keer in zijn leven van eigenaar.’

Paardenfokland

Over de bedragen die er in het jumpingwereldje rondgaan, draait Guéry niet rond de pot. ‘Reken op 500.000 tot zelfs 5 miljoen euro voor een topper.’ Maar niet alleen paarden worden internationaal verhandeld, ook het sperma van onze beste hengsten belandt zowat overal ter wereld. Voor de geïnteresseerden: uit elke ejaculatie kunnen zo’n dertig tot veertig pipetten met sperma worden gehaald. 

Paard van Jérôme Guéry ©Jef Jacobs

Voor een springpaard met een zeldzame bloedlijn kunnen de prijzen voor het sperma gemakkelijk oplopen tot 50.000 euro. ‘De factoren die de prijs vooral beïnvloeden, zijn stamboom, kracht, resultaten, volgzaamheid, maar ook de mogelijkheid om een reproductieve hengst te zijn’, zegt Guéry.

Door die gigantische bedragen zijn er op het allerhoogste niveau maar weinig ruiters die hun eigen paard hebben. ‘Toch probeer ik altijd te rijden met een paard waarvan ik toch ten minste mede-eigenaar ben. Van Quel Homme de Hus, het paard waarmee ik in Rio reed, ben ik bijvoorbeeld voor 40 procent eigenaar. '

'Het interessante is: als het paard en ik goed presteren, stijgt de waarde van het dier. Ik verdien dus niet alleen geld door paarden te fokken, maar ook door er het beste uit te halen tijdens wedstrijden. In dat opzicht is een springpaard een interessantere belegging dan een sportauto. Bij zo’n auto weet je op voorhand wat de maximumsnelheid is, maar een paard kan soms veel meer dan wat je oorspronkelijk dacht.’

Toch vindt Guéry het nog telkenmale triest wanneer hij afscheid moet nemen van een paard. ‘Vooral Grand Cru zag ik niet graag vertrekken. Dat was als een goede vriend verliezen. Ik zoek Grand Cru trouwens nog op telkens ik daar de gelegenheid toe krijg. Wat me vooral helpt om de bladzijde om te draaien, is dat mijn paarden allemaal bij prestigieuze stoeterijen terechtkomen, waar ze goed worden verzorgd.’

©Jef Jacobs

Paardenvlees

Dit jaar doet Guéry zijn ding met Diego en Evas, die met hem meegaan naar de Saut Hermès. Ze zijn respectievelijk elf en tien jaar. Nog heel jong in hun carrière, want paarden kunnen tot hun 25ste op topniveau blijven presteren.

Ruiters dan weer worden, in tegenstelling tot atleten in andere sporttakken, doorgaans beter met de jaren. Topruiters van zestig of meer die in de prijzen vallen, zijn geen uitzondering. ‘Ik rijd minimaal zes uur per dag te paard, maar ga ook dagelijks naar de gym. En neen, ik eet geen vlees. Al een jaar lang trouwens, omdat ik ervan overtuigd ben dat dit mijn prestaties ten goede komt.’

Tussen haakjes: paardenvlees at Guéry vroeger ook al niet. Hij gruwt zelfs bij de gedachte eraan. Elk paard dat in zijn stoeterij wordt geboren, krijgt trouwens een chip ingeplant waarin duidelijk staat dat het nooit ofte nimmer op het bord mag belanden.

In zijn woning zijn de familiekiekjes niet te tellen. Of de opvolging al klaarstaat, willen we nog weten. Guéry hoopt van wel. ‘Mijn oudste van 14 heeft het ruitervirus al te pakken, maar de tweede - die tien is - nog niet.’ Als hij iets van zijn vader heeft, rest er nog wel wat tijd.

Saut Hermès, van 20 tot 22 maart, Grand Palais, Parijs. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie