sabato

'Surfen is een reinigingskuur'

©Karel Duerinckx

‘Everybody’s gone surfin’. Surfin’ CEO.’ Dit weekend in Sabato: 4 zakenlui die golven zien als opportuniteiten, de zee als een escapistische meditatie en hun surfplank als een springplank naar een duurzame toekomst.

Nathalie Van Reeth is interieurarchitecte en oprichtster van 9D, een Antwerps architectenbureau gespecialiseerd in exclusieve woonprojecten in binnen- en buitenland.

‘Ik was twaalf toen ik begon te windsurfen. Op een plank die zo zwaar was dat je ze bijna met drie in het water moest sleuren. Je zeil moest je met een koord uit het water trekken, zo lomp was het. Tijdens de zomer van 1987, toen Keith Haring in Knokke was, liet ik mijn windsurfplank door hem betekenen. Een roze plank met een gele kangoeroe was dat. Ik heb ze nog altijd, al was ik toen bijlange niet de kunstliefhebber die ik nu ben.’ 

©Karel Duerinckx

‘Nu ben ik een kiter, maar vijftien jaar geleden, toen de sport ontstond, was ik er bang van. Mijn man begon er meteen mee, ik wou liever even wachten tot het materiaal veiliger werd. Hij is sowieso een ‘early adopter’: hij was ook een van de eersten die hier in Knokke windsurften. Wat me vooral boeit aan kiten en windsurfen? Dat je continu in beweging bent. De kick trekt me aan. Maar ook op het water zijn, weg van alles en iedereen, in verbinding staan met de natuur om goeie golven te nemen. Het is een zalig gevoel.’

‘Als je op de Noordzee kan windsurfen of kiten, kan je het overal. De zee is hier vaak onstuimig en onvoorspelbaar, de wind kan hard waaien. Er is geen mooie deining, dus dat maakt het sowieso lastiger om de sport onder de knie te krijgen. Voor windsurfen heb je grote golven nodig. Die heb je soms in Knokke, maar ik ga eigenlijk liever naar Zeebrugge, zeker bij stormweer. Tot 6 beaufort is het zalig, omdat je zo’n superklein zeil hebt. Dat geeft een licht gevoel.’ 

‘Ik zie opnieuw meer windsurfers, ook in Hawaï en Tarifa. Het was een tijdje uit, want alle goeie wind­surfers begonnen te kiten. Maar de sport maakt een comeback. Ze is fysieker, technisch moeilijker, er is meer challenge op het water. Kiten kan je in tien dagen leren. Bij windsurfen duurt het jaren vooraleer je het onder de knie hebt. Kiten of windsurfen in mooie golven vergelijk ik graag met offpiste skiën: volledig overgeleverd zijn aan de natuur en je techniek. De aantrekkingskracht van sneeuw en water is voor mij dezelfde. Het sneeuwt en ik wil op de latten, het waait en ik wil op die plank. De ervaring van vrijheid is eender.’ 

‘Als ik op het werk even vastzit met een ontwerp, klik ik weleens een surf­app open. Je ziet dan in real time vanwaar de wind komt en hoe hard het waait. Als de condities goed zijn, rij ik meteen naar zee. Vroeger paste ik er mijn agenda zelfs voor aan. Het was een obsessie: zodra het een beetje waaide, was ik vertrokken. Op een uurtje sta je aan de kust: hoe zalig is dat? En als ik dan aankwam op het strand van Zeebrugge, zag ik altijd hetzelfde clubje diehards die per se op het water wilden.’ 

‘Surfen is een reinigingskuur. Water purifieert de ziel. Na een intense sessie ben je herboren, voel je je gezond en slaap je beter. Surfen is ook meditatief escapisme. Het houdt me fit en jong, omdat je omringd bent door jonge mensen. Maar tegelijk zet surfen ook de zaken in perspectief. Je neemt letterlijk afstand van je werk en je levert je over aan de natuur. Inspiratie voor mijn werk zoek ik niet per se op zee. Het is niet dat mijn minimalistische stijl geïnspireerd is op de zee of zo. Dan inspireert kunst me bijvoorbeeld veel meer. Of duiken: onder water heb je veel tijd om rond te kijken naar de gekste kleurschakeringen en vormen.’ 

Inspiratie voor mijn werk zoek ik niet per se op zee. Mijn minimalistische stijl is eerder geïnspireerd op kunst, Of op duiken.

‘Ik heb hockey gespeeld en ik golf nu nog. Dat is een mentale sport die een minutieuze techniek vergt. Surfen is minder minutieus, het is meer fun, meer spel. Op een golfterrein zie je weleens zakenlui samen spelen om elkaar beter te leren kennen. Het is een feit: iemands karakter lees je af aan de manier waarop hij of zij golft. Sporten om te netwerken is niet voor mij. Werk is werk, sport is sport. Ik heb aan sporten nooit een zakelijke opdracht overgehouden. Vrienden wel. Maar als iemand me vraagt een surfclub te ontwerpen, doe ik dat met plezier.’ 

‘De surfsport vernieuwt voortdurend, ze blijft niet steken in de traditie, zoals golf. Er duiken constant nieuwe disciplines op, of nog performantere technische materialen. De drang naar vernieuwing is groter in de surfsport dan in de golfsport. Ook de lifestyle die errond hangt, is een stuk van mijn leven geworden. Ik loop op mijn werk liever rond op blote voeten en in T-shirt dan in een mantelpakje. Surfen is het perfecte tegenwicht voor mijn stadse of zakelijke leven. Al vind ik het niet per se gênant om op het strand een klant tegen te komen in mijn wetsuit. Wat maakt het uit? Waarom zou ik me generen? Vriendinnen lachen wel eens als ik met natte haren toekom op een dinertje, omdat ik recht uit de zee kom. So what, dat moet toch kunnen?’  

De drie andere interviews (Didier Engels, Antoine Geerinckx en Alain Spruyt) kan u lezen in de Sabato Special Knokke, bij de weekendeditie van De Tijd. 

Advertentie
Advertentie