Sabato’s insidertips voor Zürich, de nieuwe city of cool

Zürich heeft de voorbije jaren een gigantische metamorfose ondergaan. Van kunst tot mode, van gastronomie tot uitgaan: de stad aan het gelijknamige Meer is de nieuwe city of cool.

Natuurlijk blijven sommige clichés overeind. In de kunstgalerie Gmurzynska, op de Paradeplatz pal in het centrum van Zürich, zijn de door Zaha Hadid ontworpen muren getooid met Picasso’s. Een knap geklede vrouw kijkt op een zaterdagnamiddag naar een van de werken, stapt naar de jongeman aan de receptie, wijst naar een tekening van Picasso zoals klanten bij de slager doen als ze die ene lamskotelet willen, en vraagt: ‘Is die te koop?’ ‘Helaas niet’, antwoordt de man. ‘Het werk is al verkocht.’ De dame haalt even de schouders op en stapt naar buiten. Of dit vaak gebeurt? ‘Wel’, zegt de galeriemedewerker, ‘je mag niet vergeten dat we ons hier te midden van plaatsen als die bevinden.’ En hij wijst naar de hoofdzetel van een Zwitserse bank aan de andere kant van de straat. Vermoedelijk is dat zijn manier om ‘ja’ te antwoorden.

Sabato’s insidertips voor Zürich

TO SLEEP

TO DRINK + TO EAT

Advertentie

TO SEE

TO SHOP

Nieuwe uitbreiding van Kunsthaus Zürich, door architect David Chipperfield. Rechts staat de licht- en video-installatie “Tastende Lichter” van Pipilotti Rist, die overal op het plein in het donker kan worden ervaren.
©Beat Schweizer
Advertentie
Advertentie

Los en speels

Zürich, de grootste stad van Zwitserland, staat al eeuwen bekend als zeer welvarend. Eerbiedwaardig, ook. Maar ze heeft ook de reputatie van een stijve, burgerlijke stad. Terwijl er achter die strakke façade ook een speelser Zürich schuilt. Dat is trouwens niet meer dan logisch voor een stad die razendsnel aan het uitbreiden is.

De geldsector is zich gaan verspreiden, maar Zürich is wel nog altijd een hub voor bedrijven als Google, dat hier zijn grootste kantoor op het Europese vasteland heeft, en trekt nog altijd internationaal talent aan.

Advertentie
Advertentie

Intussen hebben nogal wat mensen die in Zürich opgroeiden, maar later de stad hebben verlaten – ‘Zürcher’ zoals ze hier zeggen – beslist om terug te keren. Symbolisch: in het almaar verder uitdijende westen van de stad, vroeger een industriegebied waar jonge Zürcher naartoe gingen om stevig te fuiven, ging onlangs On Labs open, de flagshipstore van het sportkledingmerk On. Niet minder dan 651 werknemers van 54 nationaliteiten komen er iedere dag werken, sporten en lunchen in het veganistische restaurant. De gemiddelde leeftijd, weet oprichter David Allemann van On, is 31 jaar. Allemann is een Zürcher, en trots op zijn roots.

Vorig jaar opende het Kunsthaus de deuren, een ontwerp van David Chipperfield.
©Ricardo Gomez Angel / Unsplash

Seks voor het brein

Het zal niet verbazen dat die groeispurt gepaard gaat met een indrukwekkend aanbod van kunst, eten en mode. Demna Gvasalia is de uitzondering die de regel bevestigt: de artistiek directeur van Balenciaga woonde hier lang, maar is nu blijkbaar weggetrokken. Galerie Gmurzynska is een van de zowat honderd galeries en andere oorden voor cultureel en ander vertier: duizelingwekkend veel voor een stad die relatief klein is, met nog altijd máár 440.000 zielen. In 2021 opende het gigantische en door David Chipperfield ontworpen Kunsthaus de deuren, en in januari 2023 gaat er een dynamische directeur aan de slag die al ophef maakte met zijn uitspraak dat kunst ‘seks voor het brein’ is. Aan de andere kant van het plein, in het negentiende-eeuwse Schauspielhaus, vindt de Amerikaanse regisseuse en performancekunstenares Wu Tsang klassiekers als ‘Pinocchio’, ‘Carmen’ of ‘Moby Dick’ opnieuw uit, met finesses die ze oppikte in de queere clubs van Los Angeles.

In het mode-aanbod zijn er felle contrasten, zoals een Trunk Clothiers-boetiek van Mats Klingberg en de high fashion van Molly Goddard, Martine Rose of Marine Serre bij Tasoni, gerund door de zusjes Taya en Tary Sawiris.

De backstageruimte van het negentiende-eeuwse Schauspielhaus, dat momenteel wordt gerenoveerd.
©Beat Schweizer

Zürich Art Weekend

‘Onder die glimmende huid voel je altijd een hectische polsslag’, zegt Matthieu da Rocha, ‘art buyer’ voor Bottega Veneta. ‘Dit is een stad vol onverwachte contrasten. Je kunt de dag beginnen met een wandeling langs het gelijknamige Meer en dan gaan lunchen in de Kronenhalle, een echt instituut’, zegt hij over het restaurant waar de muren bekleed zijn met Picasso, Chagall en Miró en de meubels ontworpen zijn door Giacometti. ‘Of je komt terecht in een fuif onder een brug.’

Het Zürich Art Weekend, van 11 tot en met 13 november, is toe aan zijn vijfde editie. Het is een minifestival met meer dan honderd gratis evenementen, drie dagen lang. En ook een handige en snelle manier om Zürich te verkennen, want er is nu in bijna iedere hoek van de stad een kunstgalerie. Sommige bevinden zich in de historische centrale wijk, andere in de buurt van de Löwenbräu, die in de jaren 2000 werd gerenoveerd tot cultureel centrum: een klassiek voorbeeld van de ‘verzaveling’ die zich verder naar het zuiden en westen is gaan verspreiden, tot ver in de voormalige rosse buurt – of toch niet zo ‘voormalig’, zoals een vriendelijke dame op straat bewijst, zo ergens rond 15:00 uur in de namiddag.

Zürich is, zo vertelt iedereen, behept met een notoire hang naar discretie. Dit is een stad die zich niet verkoopt. Omdat Zürich dat niet wil en niet nodig heeft.

Geen limieten

Van de briljant genoemde kunstvereniging Last Tango, in een voormalig industrieel gebouw, loop je in een mum van tijd naar de nieuwhippe Weiss Falk Zürich, een kunstgalerie in een herenhuis in de noordelijke buitenwijken. Toen Charlotte von Stotzingen het Art Weekend opzette, was ze stomverbaasd: ‘Waarom bestond dit nog niet?’ Het verhaal van von Stotzingen is typisch voor wat in Zürich gebeurt. Ze kwam in 2017 vanuit Kenia naar hier en was behoorlijk sceptisch. Ze besliste om in het weekend vóór Art Basel een evenement te organiseren: kleiner en informeler, maar perfect op maat om de onderbelichte kant van de stad voor het voetlicht te brengen. Want Zürich is, zo vertelt iedereen, behept met een notoire hang naar discretie. Dit is een stad die zich niet verkoopt, omdat ze dat niet nodig heeft. Vandaar die reputatie dat het een verheven stad is. Of een saaie stad. Of beide.

De waarheid is dat Zürich een centrum is voor innovatie. Zo opende een van ’s werelds grootste centra voor artificiële intelligentie hier twee jaar geleden de deuren. Natuurlijk helpt het ook wel dat Zürich een rijke stad is. Von Stotzingen herinnert zich dat ze een onderzoeker in een laboratorium vroeg naar de limiet van zijn budget. ‘Er is geen limiet’, antwoordde de man. ‘De enige limiet is mijn brein.’

Demna Gvasalia, artistiek directeur van Balenciaga, in restaurant Kronenhalle, een instituut.
©Beat Schweizer

Dadaïsme 2.0

Zürich heeft een rijke culturele geschiedenis. Hier kiemde het dadaïsme. De Kronenhalle is een toevluchtsoord voor kunstenaars. En op de heuvels van de stad hebben vooraanstaande verzamelaars hun huis volgestouwd met het allerbeste van de 21ste-eeuwse kunst. ‘Er is nu een nieuwe dynamiek’, zegt Marie Lusa, die samen met haar man Galerie Gregor Staiger – zijn naam – runt. Hun eigen programma omvat de voor een Turner Prize genomineerde Britse kunstenares Monster Chetwynd, de veelbelovende Britse Somaya Critchlow en een lokale topper, fotograaf Walter Pfeiffer.

Dat kunstenaars als Chetwynd of Tsang zich hier hebben gevestigd, bewijst volgens Lusa dat Zürich een aantrekkingspool is geworden. ‘Dat had ik me vijf jaar geleden nooit kunnen voorstellen’, zegt ze. ‘Noem het een terugkeer naar 1916, toen ze van overal naar hier kwamen en het dadaïsme ontstond. Zürich kan een laboratorium zijn voor nieuwe ideeën.’

Hotel La Réserve Eden au Lac, met aan de overkant van de straat het Meer en bar Bad Utoquai.
©Hotel La Réserve Eden au lac

Het Meer en de Kronenhalle: dat zijn de twee musts die bijna iedereen de argeloze bezoeker aanbeveelt. Op de meeste plaatsen kun je zwemmen, vanaf de rivier Limmat die zich door de stad kronkelt tot aan het uitgestrekte Meer zelf. Sommigen leggen hun kleren keurig opgevouwen op de rotsen en duiken meteen in het water, maar de meesten trekken liever naar de ‘Badis’, zwemclubs die vaak ook een bar hebben, zoals Panama Bar, Rimini of Bad Utoquai. Die laatste was de eerste plek waar we naartoe trokken toen we ingecheckt waren in La Réserve Eden au Lac, een hotel dat amper een paar jaar geleden de deuren opende en zijn interieur tooide met fris, 21ste-eeuws design, met dank aan Philippe Starck en zijn dochter Ara. We staken gewoon de straat over en zaten geen drie minuten later in het Meer.

Zürich bezoeken is ook snel vaststellen dat de gemeenplaatsen die over de stad worden verteld wel degelijk kloppen. Alleen kun je ze op een andere manier bekijken. Te klein? In nauwelijks vijf minuten kun je van het traditionele centrum naar het mondaine westen, met parels als Hotel Helvetia, een bijzonder kunstzinnige plek met boeken over kunstenaars in iedere kamer. Te duur? ‘Vergeet niet’, zegt een curator, ‘dat een kassierster in de supermarkt hier 50.000 euro per jaar verdient.’ Te veel regeltjes? ‘Misschien is dat ook goed’, zegt chef Zineb Hattab, van wie Kle en Dar van de meest frisse aanwinsten zijn op de culinaire scene van Zürich. ‘Ik bedoel: het is goed als de regels in het voordeel van iedereen zijn. Er heerst gemeenschapsgevoel.’

Eerst in Kle en daarna in Dar, serveert de Spaans-Marokkaanse Hattab een volledig plantaardig menu. En dat is toch wel een prestatie in ‘het land van melk, vlees en chocolade én kaas’, gniffelt ze. ‘Ze vinden havermelk in de koffie prima’, zegt Hattab. ‘Maar kaas, tja: daar ligt toch wel de grens.’

Restaurant Dar: de Spaans-Marokkaanse chef Zineb Hattab kookt hier volledig plantaardig.
©Beat Schweizer

Negroni en pasta

Fijnproevers zijn ook enthousiast over Gamper, het restaurant van Marius Frehner, die vergelijkbare waarden hanteert als Hattab. Of Bar Lupo, eerder dit jaar geopend, waar je negroni’s kunt drinken en verse pasta kunt eten tot diep in de nacht.

Zürich heeft ook heel wat boeiende pop-ups zien opduiken, zoals die van de Zwitsers-Dominicaanse chef Olivier Bur. Zhorigo, een project dat hij samen met zijn partner Nikita Glasnovic oprichtte, organiseerde evenementen in bars en op markten, waarbij de Mexicaanse, Peruaanse of Caribische keuken werd geserveerd. Vandaag legt Bur de laatste hand aan een eigen pand. ‘Er zijn hier veel mensen die zich aan leuke projecten durven te zetten’, zegt Bur als we brunchen bij Dar. Hij heeft het ook over de heropening enkele jaren geleden van restaurant Bauernschänke, onder leiding van chef Nenad Mlinarevic: ook dat was een keerpunt. ‘Bauernschänke’ is een term voor een plek waar boeren na de markt op eenvoudige banken stevige, typisch Zwitserse gerechten aten. Vandaag, onder Mlinarevic, is de inrichting zo goed als ongewijzigd. Maar wat op het bord komt, is zeer verfijnd, en de kaart met natuurlijke wijnen eindeloos lang.

Zoals veel jonge Zürchers wil Bur niet bekrompen zijn – hoewel hij ook een Zwitserse strengheid heeft als het op principes aankomt. Toen hij zijn familie bezocht in de Dominicaanse Republiek werd hij zo moe van de vraag om Zwitserse chocolade mee te brengen, dat hij besloot om zijn eigen pure variant te maken, op basis van slechts twee ingrediënten. Iedereen die het op zijn events heeft gegeten, is er dol op, maar hij rolt met de ogen als mensen zeggen dat hij zijn chocolade ‘op de juiste manier’ moet verkopen. Waarom, zo leggen hij en Glasnovic geduldig uit, moet alles om winst draaien? Het zou naïef kunnen lijken om dat in Zürich te zeggen. Maar als we op de lommerrijke binnenplaats van Dar zitten, tussen zijn klanten uit alle lagen van de bevolking, voelt het ook heerlijk en radicaal.

Advertentie
Gesponsorde service

Lees Meer