Wie niet mee is, is gezien

Van breineconomie tot hypermeritocratie

Uw brein is meer dan ooit de sleutel tot succes, maar de concurrentie wordt razendsnel slimmer. Intelligente technologie maakt miljoenen middenklassejobs overbodig. Het zet eeuwenoude zekerheden op losse schroeven. Economen maken zich zorgen. 'We rijden op een muur af.'

Door Wouter Van Driessche

Techniek en design: Raphael Cockx - Video: Jan Rombouts

'Dit boek is allesbehalve goed nieuws.' Zo'n onheilstijding als eerste zin doet hier doorgaans binnen de kortste keren de papierversnipperaar zoemen. Maar niet als de auteur Tyler Cowen is, volgens The Economist één van de invloedrijkste economen van het voorbije decennium. Als zo'n man apocalyptisch wordt, dan is lezen de boodschap. En een voorraad niet-bederfbare etenswaren inslaan.

'Average is Over' - 'Goed genoeg is gedaan'. Dat is de titel en meteen ook de niet zo blijde boodschap van Cowens jongste boek. Nu machines almaar slimmer worden, wordt excellentie voor mensen het olympische minimum, stelt hij. Medailles zullen er alleen nog te verdienen vallen voor een kleine elite. De happy few met de brains en de wilskracht om artificiële intelligentie minstens één stap voor te blijven.

Tyler CowenTyler Cowen'Werkende mensen zullen hoe langer hoe meer in twee categorieën onderverdeeld worden', schrijft Cowen. 'De hamvraag zal zijn: kun je goed met intelligente computers werken of niet? Zijn je vaardigheden een aanvulling op wat een computer kan, of kan de computer het beter zonder jou? Of erger nog: moet je ermee concurreren?'

Afhankelijk van het antwoord, wordt onze toekomst volgens Cowen grandioos glorieus, of deerniswekkend deprimerend. De explosie van intelligente machines 'is de golf die je zal optillen of dumpen', voorspelt hij. Het zal ook de kloof tussen haves en havenots nog verder uitdiepen. Cowen schat de verhouding op 15 - 85. 'Wij zijn de 85 procent!' zal niet zo catchy klinken als de originele slogan van Occupy Wall Street. Maar de ongelijkheid zal volgens Cowen niet minder dramatisch zijn. En ze ís al zo groot.

Na de survival of the fittest: die van de smartest. 'Welkom in de hypermeritocratie', luidt het op de eerste pagina van 'Average Is Over'. Het klinkt een beetje als de aanhef van Dantes 'Inferno': 'Laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt.' Maar Cowen moraliseert nadrukkelijk niet. 'Ik analyseer gewoon', zegt hij me, aan de telefoon. Net dat maakt zijn voorspellingen ijskoud angstaanjagend.

Hoeveel mensen lezen nu dit artikel?Wie in de smart new world wel een job heeft, zal permanent geëvalueerd worden, voorspelt hij. Slimme technologie zal middelmatigheid genadeloos detecteren. 'Als jij dit artikel online zet', zegt hij, 'weet je baas precies hoeveel mensen lezen, en hoe lang. Zo zal alles hoe langer hoe meer gemeten worden. Populariteit wordt belangrijk. Reputatie, ook. En toegewijdheid. Er zullen steeds minder tweede kansen zijn. Maar bovenal zal excellentie doorslaggevend worden.'

Plus: de juiste skills. 'Een deel van de nieuwe elite zal uit tech people bestaan', zegt Cowen. 'Dat is nu al het geval. Een ander deel zal ze managen. En nog een ander deel zal creatief zijn, of goed met mensen. Ook daarin blijven we beter dan computers.'

Hersenhefboom

Eric SchmidtEric SchmidtWat is nog de toegevoegde waarde van mensen in een hightech-wereld? Het was één van dé vragen op het jongste Wereld Economisch Forum in Davos, de jaarlijkse après-ski van the powers that be. Google-topman Eric Schmidt had het er over 'een race tussen computers en mensen [die] mensen moeten winnen.' 'In die kamp', zei hij, 'is het uitermate belangrijk dat we dingen vinden waar mensen echt goed in zijn.' Hij noemde het jobvraagstuk 'bepalend' voor de komende decennia.

Volgens een recente paper van de Universiteit van Oxford loopt ongeveer de helft van de huidige jobs in de VS een hoog risico om tegen 2035 geautomatiseerd te worden. Specifiek voor kenniswerk kwam het McKinsey Global Institute tot een al even onthutsend cijfer. Clevere algoritmes zouden tegen 2025 het equivalent van 140 miljoen kennisjobs aankunnen - vandaag zijn er wereldwijd 230 miljoen. Hun rapport noemt de potentiële economische impact 'dramatisch'.

De 21ste eeuwse technologie zet alle zekerheden op losse schroeven, stellen ook economen Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee van het Massachusetts Institute of Technology. Zij schreven er een spraakmakende must read over: 'The Second Machine Age'. 'Digitale ontwikkelingen', schrijven ze, 'doen voor onze mentale kracht - het vermogen om onze breinen te gebruiken om onze omgeving te begrijpen en vorm te geven - wat de stoommachine en zijn opvolgers deden voor onze spierkracht.'

Brynjolfsson en McAfee over hun boek

De computer als hersenhefboom. Anno nu kunnen de best & brightest razendsnel op wereldschaal opereren. Het leidt volgens Brynjolfsson en McAfee tot een superster-economie, met de bijbehorende blitzcarrières en instantfortuinen. Twee whizzkids maakten fotodeeldienst Instagram in amper een kloek jaar een miljard dollar waard voor Facebook.

Instagram

En het strafste moet nog komen, als we Brynjolfsson en McAfee mogen geloven. De voorbije jaren waren volgens hen nog maar een 'opwarmertje'. De combinatie van 'intelligente machines en miljarden breinen die met elkaar verbonden zijn (...) zullen wat voorafging tot een lachertje herleiden', voorspellen ze. Ze noemen een en ander 'mind melting' - letterlijk: 'hersensmeltend'.

Wordt de grimmige toekomstvisie van 'Average Is Over' werkelijkheid? 'We zouden wel willen dat vooruitgang in digitale technologie een golf is die alle bootjes overal in gelijke mate optilt, maar zo is het niet', stellen ook Brynjolfsson en McAfee. 'Er is nooit een slechtere tijd geweest om een werknemer te zijn met alleen maar 'gewone' skills en vaardigheden.' En omgekeerd. Wie wél mee is, heeft bij wijze van spreken alleen WiFi nodig om te heersen.

Leuke vs. luizige jobs

Maarten GoosMaarten GoosHoogleraar Economie Maarten Goos van de KU Leuven beaamt. 'Brainpower is dé sleutel tot succes in de 21ste eeuw', zegt hij. Tien jaar al voert hij onderzoek naar de impact van technologie op de arbeidsmarkt. En net zo lang al stelt hij vast dat computers precies datgene doen wat Tyler Cowen zegt. Ze diepen de kloof tussen the best en the rest in ijltempo uit.

Goos bedacht er voor zijn doctoraat een term voor die economen sindsdien wereldwijd hanteren: arbeidsmarktpolarisatie. Het is het fenomeen waarbij middenklassejobs, met middenklasselonen, geautomatiseerd worden. Door zelfscans in warenhuizen. Door automaten in bankkantoren. Enzovoort. Blijven over: de 'lovely jobs' en de 'lousy jobs', zoals Goos ze noemt. Leuk versus luizig.

Een enkele grafiek, drie lijnen en drie kleuren. Meer heeft hij niet nodig om zijn punt te maken. De jongste jaren, laten ze zien, zaten twee soorten jobs in de lift. Aan de laagbetaalde kant: niet-routineuze handenarbeid, zoals onderhoud en opdienen - de groene lijn. Aan de hoogbetaalde kant: complexe hersenarbeid, zoals management en hightech-beroepen – de blauwe lijn. 'Het gaat telkens om jobs die computers niet kunnen - of nóg niet', zegt Goos. 'Dit zijn cijfers voor België, maar je ziet dit in alle ontwikkelde landen.'

Maarten Goos legt de arbeidsmarktpolarisatie in België uit

Evolutie van de drie types arbeid in België, telkens tegenover het eerste kwartaal van 2005 (=100).

Precies dat fenomeen, legt Goos uit, is het effect van de IT-revolutie op de arbeidsmarkt. 'De routinejobs, de rode lijn, gaan er tussenuit. Die kunnen we automatiseren, precies door hun voorspelbaarheid. De groei zit in jobs die daar te complex voor zijn. Teams aansturen, bijvoorbeeld. Maar ook schoonmaken. Stofzuigen kan een robot. Maar een krant opplooien, of onkruid wieden, dat is al veel moeilijker. Veel te veel onvoorziene omstandigheden. Precies daar hebben onze hersenen nog een 'comparatief voordeel', zoals economen dat noemen.'

'Alleen: die laatste jobs worden weinig betaald. Precies omdat ze 'low skill' zijn, zoals dat dan heet. Iedereen heeft er in principe de vaardigheden voor. Het aanbod overstijgt dus de vraag op de arbeidsmarkt. Voor de zogenaamde 'high skill' jobs is dat net omgekeerd. Wat daarvoor nodig is, is schaars, en dus meer waard.' Recent onderzoek van Goos naar hightech-jobs bevestigde dat. Die groeiden in Europa met 20%, van 2001 tot 2011, meer dan dubbel zo snel als andere jobs. En ze betaalden gemiddeld een vijfde meer.

Technologie

Het nettoresultaat van al die verschuivingen is en blijft wel winst, benadrukt Goos. De tewerkstelling blijft groeien. Dat doet ze - op wat dipjes na - al sinds de stoommachine de Industriële Revolutie rond 1780 op gang pufte. 'Technologische vooruitgang stuwt de mensheid vooruit', zegt Goos. 'Voor de 19de eeuw was ons leven 'nasty, brutish and short', zoals filosoof Thomas Hobbes schreef. Het was de Industriële Revolutie die het gros van de mensen uit de gore armoede tilde.'

Modern Times

Erik BuystErik BuystZijn Leuvense collega Erik Buyst, economisch historicus, beaamt. Ook hij heeft aan één grafiek en drie kleuren genoeg om zijn punt te maken. De hele economische geschiedenis van België zit erin vervat, van de Eerste Industriële Revolutie tot vandaag.

'Machines veranderen alles', zegt hij. 'De landbouw kan vanaf eind 19de eeuw met een fractie van de mankracht. Ook dankzij betere zaden. En: de maak-economie explodeert. Mensen gaan in fabrieken werken, voor betere lonen.

Er ontstaan scholen. Kinderen worden niet langer mee ingeschakeld, maar leren, en maken sociale promotie. Intussen groeit ook de dienstensector. Treinen, auto's, fabrieken en de opkomst van stedelijke middenklasse doen heel nieuwe activiteiten ontstaan.'

Erik Buyst overloopt de evolutie van de Belgische tewerkstelling per sector

Tewerkstellingsaandeel per sector in Belgie, 1846-2012

De samenvatting leest als een hoera-verhaal, de realiteit was vuiler, benadrukt Erik Buyst. Toen, net als nu, verloren hele horden mensen de race tegen machines. Charlie Chaplin had dat in 1936 al begrepen. Hij maakte er een weergaloze film over: 'Modern Times'. Een arbeider geraakt verstrikt in de lopende band – letterlijk. Hij verliest zijn hoofd – figuurlijk. Zenuwinzinking, oordeelt de psychiater. Nu zou het 'depressie' heten. De ziekte waar in die tijd de hele wereldeconomie aan leed.

De oorspronkelijke trailer voor Modern Times uit 1936

De geschiedenis rijmt, ook in de economie. Lopende band toen, digitale omwenteling nu. Overgang van landbouw naar industrie toen, transitie van industrie naar diensten nu. Grote Depressie in 1929, Grote Recessie in 2008. Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz trok de parallel een tijdje geleden in een artikel in Vanity Fair. De dieperliggende oorzaak van beide crisissen, schreef hij, waren de schokken die die beide transities teweegbrachten: 'het soort jobs dat we nodig hebben, het soort dat we hebben, en het soort dat we verliezen.'

Ook Nobelprijswinnaar Paul Krugman schreef onlangs een opmerkelijke opinie, in The New York Times. Titel: 'Sympathy for the Luddites' - de textielwerkers die eind 18de eeuw machines vernielden. Scholing, stelt Krugman, maakt niet langer immuun voor automatisering. Zelfs bij hogeropgeleiden niet. Hij signaleert nog iets: de verhouding arbeid-kapitaal, al decennia stabiel, kantelt. Het aandeel arbeid wordt kleiner - 'precies wat je verwacht als globale technologische trends zich tegen de werkenden keren.' Of nog: de winsten van de nieuwe machines gaan vooral naar de kapitaalkrachtigen.

Luc SoeteLuc Soete'Dat is inderdaad aan de gang', beaamt Luc Soete, innovatie-expert en rector van de Maastricht University. Hij bestudeert het effect van computers op de arbeidsmarkt al sinds het prille begin, en adviseerde er de Europese Commissie over. 'Het grote verschil tussen deze technologische revolutie en de voorgaande, is dat machines nu slim zijn', zegt hij. 'Dat geeft heel nieuwe uitdagingen. Maar de oplossingen die we daartegenover stellen, dateren vaak nog uit een vorige eeuw.'

'Neem de ongelijkheid, die razendsnel toeneemt. Wat is het logische antwoord daarop? Beter herverdelen. Via minder belastingen op arbeid, en meer op consumptie. Alleen: veel van het nieuwe wat we nu consumeren, vooral in de immateriële sfeer, is gratis, of zo goed als. Kocht je vroeger voor 25 euro één cd, met 8 tot tien liedjes van één en dezelfde performer, dan heb je nu voor een paar euro's legaal toegang tot zowat alle muziek die ooit is gemaakt. Dat wordt niet meegenomen in onze traditionele manier van meten van onze welvaart. En het levert de schatkist ook niets op. Gevolg: de koek van waaruit herverdeeld kan worden, stijgt niet evenredig. En daar is vooral de middenklasse het slachtoffer van. Vergeet niet: in de hemel is het door economen gemeten Bruto Binnenlands Product veel lager dan in de hel.'

Anders dan in de hel, waar alleen al de energiefactuur hoog oploopt, heerst in de hemel immateriële welvaart, legt Soete uit – voor economen ongrijpbaar. En zo is het ook met veel van wat de digitale omwenteling ons aan extra's oplevert. Eenmaal de internetaansluiting en de computer betaald, kunnen we met de hele wereld communiceren, en krijgen we instant toegang tot zowat alle informatie die de mensheid ooit vergaarde. Het doet onze immateriële welvaart immens toenemen. Maar anders dan een stijging van onze materiële welvaart, valt het dus veel moeilijker te herverdelen.

Soete pleitte begin jaren '90 al voor een bit-belasting. The Wall Street Journal sprak er schande van, vertelt hij. 'We rijden nochtans op een muur af als we dat soort debatten niet aangaan. Veel van de nieuwe economie blijft onzichtbaar in de cijfers. Omdat ze gratis is. Maar welke prikkel krijgt een beleidsmaker, als hij amper belastingsinkomsten kan verwerven uit deze nieuwe consumptie? De lasten op arbeid verhogen. En wat is het gevolg? Werknemers worden nog duurder. En dat maakt het nog aantrekkelijker om ze te vervangen door machines. Zie je de vicieuze cirkel?'

Slimme revolutie

'Een relict uit het industriële tijdperk', noemt Soete de huidige herverdelingspolitiek. En zo doet de slimme revolutie ook andere dingen naar mottenballen ruiken. Lonen die stijgen met de jaren, bijvoorbeeld. Logisch in een vorige eeuw, waar ervaring alles was. Maar anno 2014, signaleerde techwatcher Peter Hinssen onlangs, investeren durfkapitalisten in de VS het liefst in jonge breinen. Hoe meer in synch met de digitale omwenteling, hoe beter. 35 schijnt de nieuwe bovengrens te zijn.

Studente

'En dan is er nog ons onderwijssysteem', zegt hoogleraar robotica Herman Bruyninckx van de KU Leuven. 'Ook dat moeten we fundamenteel herzien. Dringend' - hij doet het woord klinken alsof hij het in hoofdletters uitspreekt. Bruyninckx ziet onderwijs en technologie vanop de eerste rij met elkaar racen. En hij maakt zich grote zorgen. 'We zien jonge breinen nog altijd als iets waar we voor het leven feiten en skills in moeten beitelen. Precies zoals in de 20ste eeuw. Maar dat is voorbij. We moeten ze stimuleren om creatief te zijn. Flexibel. Om probleemoplossend te leren werken.'

Bruyninckx zat met een beurs aan de topuniversiteit van Stanford toen Larry Page en Sergey Brin daar Google uitvonden. 'De campus hing vol bordjes: Google werft aan. Die spirit, die ondernemingszin, die appetijt voor grootse dingen - zonder schrik om te mislukken - die hebben we hier ook nodig. Dringend' - opnieuw hoofdletters.

'De Googles van deze wereld zitten echt niet te wachten op ingenieurs die de oplossingen voor vraagstukken van 20 jaar geleden kunnen opdreunen. Die willen ondernemende mensen die out of the box kunnen denken. Die zich snel kunnen aanpassen. We moeten de jonge generatie daar veel beter op voorbereiden. We zijn het aan hen verplicht. We moeten hun durven uit te leggen dat vijf jaar lang braaf cursussen vanbuiten leren geen garantie meer is op een comfortabel middenklasseleven.'

Dit is het vierde artikel in de reeks 'Modern Minds', die delft naar de grondstof van de kenniseconomie: ons brein. Hoe worden en werden we de slimste? En hoe blijven we het, nu de race met razend intelligente machines begonnen is? Volgende week: The survival of the smartest. Gaan we naar een breinelite? Bekijk de vorige aflevering in multimedia vorm.

Dit krantenartikel is enkel beschikbaar voor abonnees van De Tijd Digitaal, Digitaal + Weekend of Compleet.