onze mening

Redelijkheid

Juridisch gesproken is er niets mis met wat AB InBev doet. Er zit een keiharde financiële logica achter, die we intussen gewoon zijn van topman Carlos Brito. Door het verschil in betalingstermijnen voor klanten en leveranciers uit te spelen, maakt AB InBev pakken geld vrij, waarmee het zijn dagelijkse werking vlot kan financieren. Maar erg sympathiek is het allemaal niet. Een gigant als AB InBev zou perfect zijn betalingstermijn voor leveranciers kunnen inkorten of klanten meer tijd geven om te betalen zonder dat er een deuk komt in de winstgevendheid van de groep. De wetgeving terzake stelt dat de onderling afgesproken betaaltermijnen ‘redelijk’ moeten zijn. Maar hoe kan er nog sprake van redelijkheid zijn als een kmo voor de keuze wordt gesteld tussen een bijzonder lange betalingstermijn of het verliezen van een gigantische klant als AB InBev? De reactie van de bierreus doet vermoeden dat er daar weinig wil is om veel te veranderen aan de huidige situatie. Dus zou het aan de overheid moeten zijn. Die zou in principe eenvoudigweg een maximale betalingstermijn kunnen opleggen. De manier waarop die hete aardappel echter binnen de regering heen en weer wordt geschoven, doet vermoeden dat we geen snelle actie mogen verwachten.