Advertentie
Advertentie
gespot

Nee, armen zijn niet lui, nu nog beleid tegen ongelijkheid

Ooit klaagde alleen de linkerzijde over ongelijkheid. Nu is iedereen begaan met de groeiende kloof tussen rijk en arm. ‘De verdeling van inkomen en vermogen in de VS is al verschillende decennia aan het scheefgroeien, en meer dan in andere rijke landen’, zei Fed-voorzitter Janet Yellen in een toespraak op 17 oktober. ‘Ik denk dat we ons moeten afvragen of die trend verenigbaar is met de historische waarden van ons land.’ Het IMF bestempelt ongelijkheid als een vijand van groei, en president Obama gaf in zijn State of the Union toe dat de ongelijkheid in Amerika is toegenomen, ondanks vier jaar economische groei. En nu blijkt uit een enquête van Pew Research Center in 44 landen dat het overgrote deel van de burgers ongelijkheid een groot probleem vinden in hun land. Uit zes verschillende mogelijke oorzaken van ongelijkheid - economisch beleid, verloning, onderwijs, handel, fiscaliteit en arbeidsethiek van de armen - zijn mensen het er wereldwijd over eens dat de kloof tussen arm en rijk een gevolg is van een slecht economisch beleid en van een ontoereikende verloning. Armoede, zeggen ze, is geen gevolg van een gebrek aan arbeidsethos bij de minder gegoeden, geen gevolg van een of ander karakterieel probleem bij de armen, geen gevolg van luiheid. Deze consensus over ongelijkheid toont dat er een weg bestaat om de kloof te verkleinen: het economisch beleid kan worden gewijzigd en de lonen kunnen naar omhoog. Ongelijkheid staat hoog op de economische agenda, nu veel economen menen dat ze de economische groei stremt die we zo erg nodig hebben.