column

Het stof van Algiers, waar de droefgeestige denker nog gewoon doelman was

Denken wij aan Algerijnse voetballers, dan gaan onze gedachten meteen uit naar schrijver-filosoof Albert Camus. Als Franse pied-noir in toenmalige kolonie Algerije groeide Camus op in bittere armoede. Voetballen in de stoffige straten van Algiers bood verstrooiing, al wil de overlevering dat de kleine Camus van zijn strenge grootmoeder enkel in het doel mocht staan. Dan versleet zijn enige paar schoenen minder snel. Niettemin schopte keeper Camus het tot de beloftenploeg van Racing Universitaire Algerios, in de jaren 20 en 30 een van de beste teams van Noord-Afrika. Toen zijn beste vriend Charles Poncet hem op latere leeftijd eens vroeg wat hij verkoos, voetbal of literatuur, antwoordde Camus dan ook: ‘Voetbal, tiens.’