leading story

Onderwijsbegeleider is te weinig in de klas

De uitdagingen voor scholen nemen toe, waardoor ze meer nood hebben aan pedagogische ondersteuning. ©AFP

De overheid betaalt de onderwijskoepels om leerkrachten te ondersteunen. Maar het effect van die honderden begeleiders reikt te weinig tot in de klas zelf, blijkt uit een evaluatie die de Tijd kon inkijken.

Leerkrachten of directeurs die hulp nodig hebben, kunnen bij de pedagogische begeleidingsdiensten aankloppen. Zij helpen de leerkrachten en de scholen om de kwaliteit van het onderwijs zo hoog mogelijk te houden. Ze organiseren nascholingen en begeleidingen of gaan in op specifieke vragen van scholen. Ook scholen die na een bezoek van de inspectie opmerkingen krijgen, worden door die pedagogische begeleidingsdiensten ondersteund.

Maar het effect is nog te weinig merkbaar in de klassen, blijkt uit een kritische evaluatie van de pedagogische begeleidingsdiensten die vandaag door Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) wordt voorgesteld.

Scholen kennen de begeleidingsdiensten wel beter dan vroeger. Die proberen ook meer aanwezig te zijn op de werkvloer, maar dat gebeurt volgens de evaluatie nog altijd te weinig. De ondersteuning moet nog meer in de praktijk worden omgezet en op de klasvloer gebeuren. De commissie die de evaluatie uitvoerde, vraagt dat de begeleiders minstens de helft van hun tijd aanwezig zijn in scholen. Of dat doel nu gehaald wordt, is onduidelijk.

Er moet ook nog meer aandacht gaan naar de begeleiding van jonge leerkrachten. Het onderwijs kampt met een groeiend lerarentekort terwijl veel jonge starters de schoolpoort al na een paar jaar achter zich dichttrekken. Daarom is aanvangsbegeleiding essentieel, waarschuwt de commissie die werd geleid door Georges Monard, de voormalige topambtenaar van Onderwijs.

De evaluatie is belangrijk omdat het om een grote groep mensen gaat die door de overheid wordt gefinancierd. 324 begeleiders worden rechtstreeks door de Vlaamse overheid betaald. Bijna 200 van hen werken voor Katholiek Onderwijs Vlaanderen, de grootste onderwijskoepel. Ter vergelijking: de onderwijsinspectie bestaat uit ongeveer 180 mensen.

Bovendien nemen de uitdagingen voor de scholen nemen toe waardoor ze nog meer nood hebben aan ondersteuning. De onderwijskoepels zetten daarom extra mensen in voor de pedagogische begeleiding. Ze doen dat met projectmiddelen of geld dat door de scholen ter beschikking wordt gesteld. In totaal gaat het om ongeveer 200 extra begeleiders. De commissie waarschuwt ervoor dat die inspanning niet ten koste mogen gaan van het onderwijs zelf.

De begeleidingsdiensten stellen dat ze nog altijd onderbemand zijn. Ze kunnen niet op alle vragen ingaan of alle scholen opzoeken. Zelfs het uitvoeren van de taken die ze wettelijk moeten vervullen, blijkt niet elk schooljaar mogelijk. Er moet dus meer worden geïnvesteerd in de pedagogische begeleiding, zegt de commissie, maar ze beseft dat het moeilijk is daarvoor extra geld vrij te maken. Daarom pleit ze voor meer samenwerking.

Dat ligt erg gevoelig. Elke onderwijsverstrekker, zoals het katholiek onderwijs, het gemeenschapsonderwijs en het onderwijs van de steden en gemeenten, heeft een eigen pedagogische begeleidingsdienst. Voor de koepels is die pedagogische begeleiding een belangrijk element van de vrijheid van onderwijs. Ze hangt volgens hen samen met hun uniek pedagogisch project.

Bovendien maken de begeleidingsdiensten deel uit van een historisch compromis uit het begin van de jaren 90 toen de begeleiding werd losgekoppeld van de onderwijsinspectie. De Vlaamse overheid voerde toen de eindtermen in, een minimumnorm voor wat leerlingen moeten en kennen. Dat lag gevoelig bij de onderwijsnetten die op hun vrijheid stonden. Toen is afgesproken dat de overheid de pedagogische begeleiding door de onderwijskoepels zou financieren om de onderwijskwaliteit te waarborgen.

De pedagogische begeleiding bij de onderwijskoepels weghalen zou een flinke streep door hun rekening betekenen. Letterlijk, want het gaat om heel wat mensen die rechtstreeks door de overheid gefinancierd worden. Maar ook figuurlijk, want de pedagogische begeleiding is een belangrijke ‘dienst’ die de onderwijskoepels aan hun scholen aanbieden. Als dat niet meer het geval is, zou dat de positie van de onderwijskoepels verzwakken, zeker nu al kritische vragen over hun rol worden gesteld.

Toch is volgens Vlaams Parlementslid Jo De Ro (Open VLD) meer samenwerking nodig. ‘Dit rapport legt duidelijke pijnpunten bloot. De pedagogische begeleiding heeft niet per se meer mensen nodig, maar moet betere prioriteiten stellen en meer samenwerken om zo meer scholen te kunnen helpen en meer in de scholen zelf aanwezig te kunnen zijn. Sommige dingen moet je apart blijven doen, maar de begeleiding rond leerstoornissen of een taalbad kan je toch perfect samen organiseren?’

Ook minister Crevits neemt de aanbeveling van de commissie-Monard ernstig. ‘Ik zal de onderwijsverstrekkers uitnodigen voor overleg. Het is belangrijk dat ze zo snel mogelijk de aanbevelingen op de werkvloer toepassen.’

Wellicht belandt de toekomst van de begeleidingsdiensten bij de regeringsonderhandelingen na de verkiezingen opnieuw op de tafel. Open VLD is daar alvast vragende partij voor. ‘De overheid moet de samenwerking stimuleren. Meer samenwerking moet een voorwaarde worden voor de financiering van de begeleiding vanuit de overheid.’

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud