analyse

Hoe krijg je een gigant als Facebook klein?

©Filip Ysenbaert

We zijn er met z’n allen steeds meer van overtuigd dat we de macht van Facebook aan banden moeten leggen. Maar hoe pak je zo’n gigant aan? Drie opties.

Veel vragen, amper antwoorden. De hoorzitting met Facebook-baas Mark Zuckerberg in het Europees Parlement was een maat voor niets. De topman van het sociaal netwerk, dat in het vizier loopt sinds het datamisbruik door het Britse bigdatabedrijf Cambridge Analytica, hulde zich in nietszeggende antwoorden, die geoefende luisteraars al vaker hoorden opduiken. En Zuckerberg drukte nog eens op het belang van zijn platform voor het Europese continent.

Het inspireerde oud-premier Guy Verhofstadt, fractievoorzitter van de Europese liberalen, om even te freewheelen over een minder belicht topic: de problematische almacht van Facebook. ‘Stel, u moet de berichtendiensten Messenger en WhatsApp afstoten, maar u mag Instagram houden. Wat denkt u?’

Is het tijd om het monopolie van Facebook, een collectie van vier miljardenapps, op te breken, of op een andere manier aan banden te leggen?

Zuckerberg ging niet in op de suggestie en Verhofstadt is geen expert in monopolievorming. Maar de geest is uit de fles. Is het tijd om het monopolie van Facebook, een collectie van vier miljardenapps, op te breken, of op een andere manier aan banden te leggen?

Meerdere Amerikaanse burgerrechtenorganisaties zeggen luidkeels ‘ja’. Deze week lanceerden ze de petitie ‘Freedom From Facebook’, waarin ze de Amerikaanse handelswaakhond FTC vragen de drie dochterapps van Facebook af te splitsen van het moederbedrijf. In concurrerende sociale netwerken. Facebook, goed voor zelf 2,1 miljard gebruikers, zou plots stevige rivalen krijgen: WhatsApp (1,5 miljard gebruikers), Messenger (1,3 miljard) en Instagram (800 miljoen). Maar kan dat zomaar? Of zijn er andere opties?

Optie 1: Breek Facebook op

Data worden wel eens de ‘olie van de 21ste eeuw’ genoemd. Uw persoonsgegevens laten adverteerders op Facebook toe hypergepersonaliseerde reclame aan te bieden. Ze zijn ook de brandstof voor artificiële intelligentie, dat almaar slimmere internetdiensten mogelijk maakt.

Om het monopolie van Facebook in te dijken zou het steekhouden het bedrijf op te breken langs de lijnen van de overnames.

De vergelijking met olie kan regelgevers op ideeën brengen. In 1911 gaf het Amerikaanse hooggerechtshof de opdracht om Standard Oil op te breken. De oliemaatschappij produceerde destijds bijna 90 procent van de geraffineerde olie in de Verenigde Staten.

In de techsector neemt Facebook vandaag eenzelfde dominante positie in. Samen met Google trok het sociaal netwerk vorig jaar bijna 80 procent van de nieuwe digitale advertentiedollars naar zich toe.

Door in 2012 Instagram (1 miljard dollar) en in 2014 WhatsApp (22 miljard dollar) in te lijven maaide Facebooktopman Mark Zuckerberg de concurrentie weg nog voor die goed en wel tractie kreeg. En het gevaar van Snap, de moeder van de tienerapp Snapchat, wendde hij af door alle essentiële elementen van de app razendsnel te kopiëren.

Om het monopolie van Facebook in te dijken zou het steekhouden het bedrijf op te breken langs de lijnen van de overnames. De moederapp zelf in twee splitsen is door de datastroom in het netwerk haast onmogelijk. Dat brengt Instagram en WhatsApp in het vizier, want Messenger groeide voort uit Facebook.

Maar de kans dat de Amerikaanse autoriteiten een initiatief nemen, is klein. ‘De VS volgen een handen af-aanpak. Ze zijn economisch liberaler en gaan niet in tegen eigen bedrijven’, zegt Friso Bostoen, die aan de KU Leuven doctoreert over competitierecht.

De VS volgen een handen af-aanpak. Ze gaan niet in tegen eigen bedrijven.
Friso Bostoen
Doctoraatsstudent competitierecht

Het opsplitsen van bedrijven verloopt in de VS bovendien altijd via juridische weg. Een fel gemediatiseerde rechtszaak, zoals in de jaren negentig tegen Microsoft, is nu niet aan de orde, aldus professor economisch recht Wouter Devroe. ‘In technologie zijn de Amerikanen erop gefocust gelijke tred te houden met de Chinezen. Ze zijn bang dat ze het pleit verliezen als de Amerikaanse bedrijven kleiner worden.’

In Brussel is de appetijt groter om Facebook op te breken. Zowel de Europese christendemocraten als de socialisten willen de optie op de agenda houden. ‘Het frustreert enorm dat de Europese Commissie daar niet op kan ingrijpen, zegt Katleen Van Brempt, europarlementslid voor de sp.a. ‘Facebook is een horizontaal monopolie, dat meerdere diensten en producten aaneenrijgt.’

De CD&V’er Tom Vandenkendelaere denkt er ook zo over. Zijn Europese fractieleider, Manfred Weber, vroeg aan Zuckerberg om hem te overtuigen waarom een break-up niet op tafel zou moeten komen. ‘Daar is geen afdoend antwoord op gekomen’, zegt Vandenkendelaere.

De eensgezindheid verrast niet. In 2014 keurde het Europees Parlement, onder impuls van beide fracties, een resolutie goed om Google op te splitsen in twee bedrijven: de zoekmachine en de advertentieactiviteiten. Verder dan een resolutie kwam het niet, de Europese Commissie wilde er niet in meegaan.

In Europa kijkt iedereen naar concurrentietsaar Margrethe Vestager. ©REUTERS

Ook nu is snelle actie van de Commissie niet te verwachten. De diensten van Europees Commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager kunnen in theorie in actie komen bij een ‘misbruik van machtpositie’. Vorig jaar legde Vestager de Google-moeder Alphabet om die reden nog een miljardenboete op. Maar tot het opbreken van een bedrijf overgaan is iets anders, zeker omdat Europa zijn zegen gaf aan de overnames die bij een opsplitsing in het vizier zouden komen.

In 2014 keurde Europa de overname van de berichtendienst WhatsApp goed. Later legde het Facebook wel 110 miljoen euro boete op, omdat het misleidende informatie zou hebben gegeven tijdens de controle van de overname. Zuckerberg beweerde de databases van Facebook en WhatsApp niet te kunnen koppelen, wat hij later wel deed. Europa keurde dus eerst de overname goed om daarna een boete op te leggen. Nu een afsplitsing vragen zou vreemd zijn.

Optie 2: Wakker de concurrentie aan

Het stimuleren van de concurrentie is een andere optie. Het is een no-brainer, maar bij sociale netwerken is het geen evidentie. Want zolang uw vrienden op Facebook blijven en daar de evenementen voor hun verjaardagsfeestjes organiseren, blijft u ook. Een overstap naar de berichtendiensten WhatsApp en Messenger of de fotodeelapp Instagram, waar velen nu bij zweren, verandert weinig aan de kern van de zaak.

Voorts speelt de ‘kleverigheid’ van data. Mensen vinden het moeilijk om hun zorgvuldig opgebouwde digitale leven te verplaatsen. ‘Mensen bouwen dat leven uit bij een bepaalde dienst, maar zitten er daarna aan vast. Aan hun Facebook-profiel met hun vrienden, hun Spotify-account met hun afspeellijsten, hun Airbnb-profiel met hun goede ratings’, zegt Jef Ausloos, onderzoeker in IT-recht aan de KU Leuven.

Het datamapje van Facebook valt niet zomaar te vertalen naar de algoritmen van een ander netwerk.
Jef Ausloos
Onderzoeker IT-recht

Hij maakte de vergelijking met de telecomsector. ‘Als je vroeger van operator wilde veranderen, moest je ook van telefoonnummer veranderen. Dat weerhield mensen ervan over te stappen. Met de intrede van ‘nummerportabiliteit’ veranderde dat: je kon je nummer meenemen naar een nieuwe operator. Dat wakkerde concurrentie aan.’

Eenzelfde idee leeft nu rond gegevens. De invoering van ‘dataportabiliteit’ zou betekenen dat u niet langer geketend zit aan een bepaalde dienst. U neemt uw profiel gewoon mee naar een ander netwerk. Althans, dat is het idee. Hoe dat praktisch in zijn werk moet gaan, is een andere kwestie. De architectuur van sociale netwerken is niet een-op-een vergelijkbaar.

Toch is de portabiliteit als principe al opgenomen in de Europese databeschermingsregels (GDPR), die vrijdag van kracht werden. De koepel van Europese privacycommissies moet nu voorstellen doen om het concreet te maken.

‘Klanten kunnen nu al hun data opvragen bij Facebook, maar dat mapje data valt niet zomaar te vertalen naar de algoritmen van een ander netwerk’, zegt Ausloos. ‘Om dat beter af te stemmen, moet de industrie standaarden ontwikkelen. Het is zoals mailen; mensen die een account hebben bij verschillende mailoperatoren kunnen elkaar toch berichten sturen.’

Optie 3: Verstrak het toezicht

Een mogelijke tussenstap richting de opsplitsing van Facebook of dataportabiliteit is een strakker toezicht op hoe het sociaal netwerk met de gegevens van zijn gebruikers omspringt.

De eerste aanzet werd al gegeven. De invoering van de GDPR dwong het sociale netwerk om aan zijn gebruikers opnieuw toestemming te vragen om bepaalde gevoelige informatie - politieke, religieuze of relationele voorkeuren - te kunnen verwerken. Het vereenvoudigde ook de formulering van zijn gebruiksvoorwaarden en het databeleid. Toch had Facebook vrijdag alweer een rist klachten aan zijn broek, van de Oostenrijkse privacyactivist Max Schrems.

Het Europees Parlement en de Raad van Ministers werken intussen al aan een nieuw pakket regels: de ePrivacy-richtlijn. Die gaat breder dan zuivere persoonsgegevens en omvat alle mogelijke data die worden opgeslagen op uw computer, telefoon of tablet.

Europa gebruikt de toegang tot 282 miljoen Europese Facebook-gebruikers als hefboom om van bedrijven toegevingen te vragen rond privacy, databescherming of fiscaliteit. Maar Europa kan niet overgaan tot een opsplitsing van het bedrijf.

Het gaat onder meer om de beruchte cookies, kleine bestandjes die internetdiensten aan uw browser vasthechten om uw online ervaring te optimaliseren. Om dat te kunnen doen monitoren de cookies ook uw online gedrag, een omstreden praktijk. ‘De ePrivacy-richtlijn nog voor het einde van de legislatuur goedgekeurd krijgen, heeft voor ons absolute prioriteit’, zegt Van Brempt.

Het is een stap in de goede richting. Europa gebruikt de toegang tot 282 miljoen Europese Facebook-gebruikers als hefboom om van bedrijven toegevingen te vragen rond privacy, databescherming of fiscaliteit. Maar Europa kan niet overgaan tot een opsplitsing van het bedrijf. Daarvoor ligt het initiatief bij de Amerikaanse handelswaakhond FTC. Die startte in maart, in de nasleep van het datamisbruik door Cambridge Analytica, een onderzoek naar het databeleid van Facebook.

Als de ‘Freedom From Facebook’-petitie aan vaart wint, kan dat een momentum creëren. Maar zelfs dan is de weg hobbelig. Andrew Smith, de nieuw benoemde directeur van de FTC-divisie voor consumentenbescherming, was in het verleden nog advocaat van... Facebook.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content