reportage

‘Soms draag ik een hoodie, om mijn hartslag te verbergen'

©Diego Franssens

Poker heeft het wat schimmige imago van een gokspel. Maar voor wie er zich maniakaal op toelegt, kan het een topsport worden. De Oost-Vlaamse ex-elektricien Kenny Hallaert wist 50 dollar in 8 miljoen te veranderen.

Kenny Hallaert (35) zit voorovergebogen met zijn gsm te spelen. De drukte in de koffiebar lijkt aan hem voorbij te gaan. In zijn jeans en donkerblauwe trui valt hij ook zelf amper op. Hallaert is nochtans een wereldster. In 2016 werd de OostVlaming zesde op de World Series of Poker, het officieuze wereldkampioenschap poker. Het leverde hem in één klap 1,5 miljoen dollar prijzengeld op. Ook vorig jaar deed hij het met een 64ste plaats en meer dan 100.000 dollar lang niet slecht.

Al enkele jaren reist Hallaert, in de pokerwereld bekend als SpaceyFCB, van toernooi naar toernooi. Vorig jaar speelde hij onder andere in Tsjechië, Australië, Panama, Rusland, Las Vegas en de Dominicaanse Republiek. Tussendoor speelt hij thuis, in zijn appartement in Londen, online.

Van opleiding is Hallaert elektricien. Een paar jaar was het ook zijn job, maar zijn pokerhobby stuurde hem een andere richting uit. ‘Ik ben altijd al wel bezig geweest met kaarten. Mijn moeder was cafébazin in Hansbeke, het dorp waar ik ben geboren. Daar werd vaak gespeeld, manillen vooral. En ik heb altijd graag kaartspelletjes op de computer gespeeld.’

Maar pas toen hij online met poker in aanraking kwam, werd er echt iets in hem wakker. In het spannende en ietwat mys-terieuze kansspel kon hij zijn kaartpassie botvieren en zijn wiskundeknobbel inzetten. Na een paar keer online proberen besloot Hallaert zich erop toe te leggen. ‘Ik kocht wat boeken en begon te studeren’, zegt hij. ‘Stilaan ben ik beginnen te spelen, met heel lage limieten, om stap voor stap iets op te bouwen.’

In Vegas zat ik onlangs aan tafel met een Texaanse olieboer en een onderzoeker van de NASA.
Kenny Hallaert
professioneel pokerspeler

Dat studiewerk is de sleutel van Hallaerts succes. Omdat het in casino’s wordt gespeeld, wordt poker wel eens gecatalogeerd als puur gokken. Maar, verzekert Hallaert, geluk is maar een klein deel van het pokerspel. De rest is training. ‘Als wij hier nu tegen elkaar spelen, kan het lot bepalen dat jij het van mij haalt. Maar als we tien keer spelen, trekt de geoefende speler meer dan waarschijnlijk aan het langste eind.’

‘Iedereen kan pokeren. De drempel is laag, je kan het gewoon voor de lol doen. Maar als je een zeker niveau wil halen, wordt het topsport en moet je gewoon veel trainen. Een wielrenner die in de week zijn fiets in de garage laat staan, zal in het weekend ook niet meekunnen met de top. Zo zijn wij ook constant bezig met ons spel te verbeteren.’

Constant analyseren

Professionele pokerspelers analyseren permanent alle mogelijke scenario’s. En die zijn complex, omdat er veel onbekende factoren zijn. Bij het begin krijgt elke speler twee kaarten. Daarbovenop liggen vijf onbekende kaarten op tafel, die gaandeweg open worden gelegd. Eerst drie kaarten (flop), dan de vierde (turn), en tot slot de laatste (river).

Kenny Hallaert (35) groeide opin Hansbeke in Oost-Vlaanderen. Na zijn studies werkte hij enkele jaren als elektricien tot het pokeren de bovenhand nam. Vandaag is Hallaert de beste Belg in het pokermilieu. In 2016 werd hij zesde op het officieuze wereldkampioenschap in Las Vegas, goed voor bijna 1,5 miljoen dollar prijzengeld. In totaal haalde Hallaert al zo’n 8 miljoen dollar aan prijzengeld binnen met online en live poker. Hij werkt ook als organisator van pokertoernooien in Europa. Hij woont in Londen.

Wie uiteindelijk de beste combinatie heeft - of de andere spelers kan overtuigen dat zijn kaarten de beste zijn - wint. Tussendoor kunnen spelers inzetten en elkaar proberen op het verkeerde been te zetten. Omdat de informatie waarover je beschikt constant verandert, moet je in je hoofd elke keer naar een nieuw scenario overschakelen, met wiskunde, logica en kansberekening.

Om sterker te worden brengen topspelers hun dagen door met rekenen, scenario’s instuderen en strategieën blokken. Hallaert: ‘Poker is een kennissport. De gemiddelde kennis wordt steeds groter. Als je mee wil blijven draaien, moet je dus ook beter worden. Stilstaan is achteruitgaan. Door de opkomst van onlinepoker is zo veel informatie beschikbaar. Er is ook steeds betere software die je kan helpen bij het uitdenken van spelstrategieën. Wil je een edge halen op je tegenstanders, moet je constant tot het uiterste gaan.’

Dat de kennis in de pokerwereld zo enorm groeit, is te danken aan steeds betere software, die spelers helpt bij de complexe rekensommen. Hallaert gebruikt software die de handen die hij speelt automatisch opslaat en er berekeningen mee kan uitvoeren. Zo ziet hij achteraf wat hij beter had kunnen doen. Hij houdt ook tabellen bij over tegenstanders.

Omdat er via onlinepoker zoveel data beschikbaar zijn, staat zijn computer bijna de hele tijd te zoemen om berekeningen te maken. Maar computers zullen de mens nooit kunnen vervangen aan de pokertafel, denkt Hallaert. ‘Daarvoor zijn er te veel variabelen in het spel. Mijn computer draait soms uren of zelfs dagen op enkele simpele scenario’s. Dat zegt iets over de complexiteit van het spel.’

Intussen is Hallaert zo gerodeerd dat hij een hoop automatismen heeft aangekweekt. In die mate dat hij online op acht à negen virtuele tafels tegelijk kan spelen. Op twee enorme schermen laat hij de gegevensstroom op zich afkomen. ‘Ik speel vooral ’s avonds en ’s nachts, omdat dan in de Verenigde Staten wordt gespeeld. Maar de rust van de nacht is ook goed voor mijn concentratievermogen.’

©Diego Franssens

De toewijding heeft Hallaert geen windeieren gelegd. Nadat hij in 2004 genoeg vertrouwen had, kocht hij 50 dollar krediet om online te pokeren. ‘Ik heb toen aan mezelf beloofd dat die 50 dollar mijn speelgeld zou worden. Zat ik erdoor, dan was het gedaan. Maar door het heel kalm aan te doen en rustig op te bouwen, werd die 50 dollar gaandeweg meer. Dat begon met een paar dollar de eerste maand, een paar tientallen dollars de maand erna, en ga zo maar door.’

De vraag hoeveel hij intussen al heeft gewonnen, maakt Hallaert verlegen. ‘Maar ik begrijp dat De Tijd graag cijfers wil’, zegt hij lachend. Na enig aarzelen gooit hij ze op tafel. ‘Online heb ik zowat 4,2 miljoen dollar aan prijzengeld verdiend. En met livepoker zit ik aan 3,8 miljoen dollar. Pas op, dat geeft een vertekend beeld. De kosten zie je daar niet in. De inleg voor toernooien loopt redelijk hoog op, daarop verkijken mensen zich wel eens. Zeker omdat je maar in 15 à 20 procent van de gevallen ‘in het geld’ eindigt. In de meerderheid van de toernooien verlies je geld. Maar ik moet er niet flauw over doen: ik kan mooi leven van wat ooit mijn hobby was.’

In de fitness

Hallaert blijft opvallend bescheiden. De wereld waarin hij vertoeft, staat nochtans bol van het foutere soort glamour. Als poker al eens de krant haalt, is het vaak omdat een of andere extravagante miljonair 1 miljoen dollar wint in Las Vegas en dat geld meteen verbrast.

Aan de Oost-Vlaming zijn dat soort uitspattingen niet besteed. ‘Ik heb altijd een job gehouden naast poker. Bewust. Eerst als elektricien, daarna in de marketing voor de casino’s van Namen en Spa. Vandaag organiseer ik toernooien voor Unibet. Ik ken de waarde van geld. Die jobs zijn er om de rekeningen te betalen aan het einde van de maand, ze zijn een zekerheid. Wat ik met poker verdien, investeer ik vooral voor de toekomst.’

Als je alles moet verbieden waar je verslaafd aan kan geraken, moet je alle cafés en fastfoodketens sluiten.

Is het beeld van de pokerwereld met haar extravagante figuren verouderd? ‘Vroeger werd misschien wel iets meer gefeest. Na een toernooidag zakten we door in de bar of de club en daags nadien zaten we aan tafel met een houten kop. Vandaag zitten we ’s avonds handen te analyseren en zien we elkaar ’s ochtends in de fitness. (lacht) Iedereen die het echt meent met poker, beseft dat je op elk vlak goed moet zijn, ook fysiek.’

 

‘Als je dagen aan een stuk tien tot twaalf uur aan een tafel moet zitten, moet je fysiek in orde zijn en scherp zijn. Eén kleine fout kan grote gevolgen hebben. Hoe verder je in een toernooi komt, hoe meer je fouten waard worden. Het gaat dan om honderdduizenden euro’s, hè. Dat zijn misschien geen once in a lifetime opportunities, maar toch uitzonderlijke kansen. Dan wil je goed voorbereid zijn op alle situaties.’

Pokermarkt laat niet in kaarten kijken

Het is amper te achterhalen hoeveel geld in het pokermilieu circuleert. De omzet gaat vaak op in het grotere geheel van casino’s, er zijn wereldwijd enorm veel toernooien en ook op het internet zijn de opties legio. Online valt nog een beste inschatting te maken, omdat één speler zowat 70 procent van de markt in handen heeft. De website Pokerstars draait ongeveer 1,2 miljard dollar omzet.

 Tips van een  professional

 Wees een goede boekhouder.

 ‘Je moet goed zijn in je bankrollbeheer en slim kunnen omgaan met geld. Het spreekt voor zich dat je nooit mag spelen met geld dat je niet kan missen. Maar je mag ook nooit te veel van je reserve in één keer inzetten, omdat altijd een factor geluk meespeelt.’

 

 Twijfel niet aan jezelf.

 ‘Als pokerspeler moet je mentaal weerbaar zijn. Als je kaarten even tegenzitten, mag je niet aan jezelf gaan twijfelen. Met je zelfvertrouwen verdwijnt meestal ook je geld. Ik heb een mental coach met wie ik soms overleg.’

Gebruik je wiskundeknobbel.

‘Iedereen kan pokeren, maar het wordt makkelijker met een aanleg voor wiskunde en logica. Net zoals je met een lengte van 2 meter meer kans maakt om een topper te worden in volleybal.’

Ken jezelf.

‘Wees niet te beroerd om voorjezelf toe te geven dat je boven je niveau speelt. En omgekeerd: denk niet dat je de beste van de wereld bent als je een paar keer wint. Mijn sterkte is dat ik weet dat ik niet het grootste natuurtalent ben. Ik weet dat ik er hard voor moet werken en geen stappen mag overslaan.’

Ook in het spel is Hallaert bescheiden. Hij omschrijft zich als een ‘bankroll nit’, pokerjargon voor iemand die erg voorzichtig speelt. Ook gimmicks als zonnebrillen, hoeden en koptelefoons zijn niet aan hem besteed. ‘Ik kijk mensen liever in de ogen aan de pokertafel. Zoals ik hier nu voor jou zit, zo poker ik ook. Heel soms draag ik een hoodie. Als het echt spannend wordt, kan je hartslag zichtbaar worden in je nek. Met een hoodie kan ik dat verbergen. Maar meestal kom ik gewoon voor de dag. Ik sla meestal een praatje met de andere spelers. Boeiend, hoor. Zo zat ik in Vegas onlangs aan tafel met een Texaanse olieboer en een onderzoeker van de NASA.’

Het fysieke wordt sowieso overschat, meent Hallaert. ‘Als je met amateurs speelt, haal je misschien nog wel een voordeel uit je persoonlijkheid of je houding aan tafel. Je kan er mensen mee op het verkeerde been zetten. Maar zodra je met toppers speelt, maakt dat nog weinig uit. Pas op, er zijn er die het proberen. Je kan analyses gaan maken van lichaamstaal van spelers. Dat ze altijd vooroverhangen als ze goede kaarten hebben of zo. Maar sommigen gebruiken dat ook weer om anderen te misleiden. Het is niet mijn sterkte, dat deel van het spel. Ik laat me liever leiden door het mathematische.’

Taboesfeer

Ondanks de professionalisering van de pokerwereld blijft het spel een wat schimmig imago met zich meedragen. Zeker in Vlaanderen. ‘Ik kom van de boerenbuiten. Als je daar tegen je buurman zegt dat je naar een casino gaat, denken ze dat je niet goed wijs bent. In Nederland zou je buurman je veel plezier en succes wensen. Aan mijn ouders kreeg ik het in het begin ook moeilijk uitgelegd. Maar ze zagen na verloop van tijd dat ik er verstandig mee omging, dat ik het meende. Vandaag steunen ze me onvoorwaardelijk.’

Dat poker nog een taboe is, merkt Hallaert ook op straat. ‘Het gebeurt wel eens dat ik word herkend. Vooral in Vegas dan. Of vorig jaar in Tasmanië, waar ik op café mee op de selfies van pokerfans moest. (lacht) Maar in België merk je dat mensen niet goed durven toe te geven dat ze je kennen. Vroeger, toen poker nog laat op de avond op televisie werd uitgezonden, zeiden mensen altijd dat ze in slaap waren gevallen en toen ze wakker werden was er dan plots poker op tv...’

‘Het taboe is toch wat verwonderlijk, omdat er veel volk speelt. De onlinecasino Pokerstars heeft in België alleen 200.000 accounts. Dat is niet weinig, hè. Iedereen kan het ook doen, met vrienden en een bak bier aan de keukentafel of op hoog niveau. Poker staat open voor iedereen. Dat is ook het leuke eraan. Als je tennist, is de kans klein dat je ooit tegen Nadal of Federer uitkomt. Bij poker kan je vrij aan elk toernooi deelnemen en tegen toppers spelen. Dat maakt het interessant.’

Of het taboe ook niet te maken heeft met het verslavende aspect van poker? Hallaert blaast. ‘Alles kan problematisch worden, toch? Er bestaan instanties die mensen op de gevaren wijzen en hen indien nodig bijstaan. Als je alles moet verbieden waar je verslaafd aan kan geraken, moet je alle cafés en fastfoodketens sluiten en sigaretten bannen. Iedereen zoekt een hobby. Voor veel mensen is dat zonder enig probleem poker. Goed voor hen, denk ik dan.’

Of hij verslaafd is aan de opwinding van het spelletje? Hallaert denkt na. ‘Goede vraag. Voor mij is het mijn job. Kan je verslaafd zijn aan je job? Ik verdien er mijn boterham mee en doe het graag. Het heeft mijn ogen geopend, het heeft me in staat gesteld de wereld te zien. Alleen maar positieve dingen. Dat associeer ik niet meteen met een verslaving.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content