interview

‘VRT mag onze digitale transformatie niet hinderen'

©Dries Luyten

Met zijn strakke standpunt over de VRT en de sanering die hij in zijn eigen Mediahuis moest doorvoeren, is Gert Ysebaert niet de populairste CEO in medialand. Maar wel iemand die heilig gelooft in de toekomst van kranten. ‘Op voorwaarde dat de overheid ons daarvoor de ruimte laat.’

Mediahuis is amper twee jaar oud, maar in die korte tijd heeft de krantenuitgever wel zijn stempel op het medialandschap gedrukt. En dat is in grote mate de verdienste van CEO Gert Ysebaert.

Hij duwde op een relatief geruisloze manier een sanering door waarbij één op de vijf jobs bij de uitgever geschrapt werd, haalde tussendoor de Nederlandse kwaliteitskrant NRC Handelsblad binnen, en wierp zich de voorbije weken op als de verdediger van de belangen van de krantenuitgevers, onder meer in het verhitte debat over de rol van de openbare omroep. Daarbovenop moet hij er ook nog over waken dat zijn redacties de digitale sneltrein niet missen, en dat zijn aandeelhouders na enkele magere jaren weer uitzicht krijgen op financieel rendement.

We spreken Ysebaert in het Mediahuis-hoofdkwartier op de Antwerpse Linkeroever, op de dag dat de VRT-top in het Vlaams Parlement zijn ‘wishlist’ bekendmaakt voor de nieuwe beheersovereenkomst. En wat hij daar hoort, zint hem niet.

De VRT ziet zich zo’n beetje als het begin en het einde van het medialandschap

‘De VRT wil alles blijven doen wat ze vandaag al doet, én eist zonder kader een rol op in de digitale wereld, met het argument dat ze de mediagebruikers op alle platformen moet volgen. Ze zien zich daar zo’n beetje als het begin en het einde van het medialandschap. En als kers op de taart willen ze ook onbeperkt digitale reclame verkopen, terwijl zowel de uitgevers als de adverteerders zelf zeggen dat dat geen goed idee is. De VRT beweert dat ze zal helpen om de totale reclamemarkt groter te maken, maar dat slaat echt nergens op. De private mediabedrijven bereiken vandaag al 90 à 95 procent van de Vlamingen. Elke euro die naar de VRT gaat, gaat niet naar ons. Dat is de realiteit.’

De VRT pleit voor samenwerking met de privésector. Uw boodschap is ‘blijf van ons erf’.
Gert Ysebaert: ‘Ja, want als je dat niet duidelijk zegt, lijkt alles toegelaten. De VRT zegt wel dat ze het medialandschap wil versterken, maar neemt tegelijk marktverstorende initiatieven, bijvoorbeeld door deredactie.be om te bouwen tot een volwaardige nieuwssite. Terwijl digitaal nieuws voor ons juist een belangrijk element is van ons nieuw businessmodel, waarin we meer betalende diensten proberen te verkopen. Ze hebben al een gigantisch speelveld met radio en televisie, en toch willen ze dat ook nog.’

Het is vreemd dat niemand vertrekt van een wit blad en zich eens afvraagt welke rol de overheid nu moet spelen in het medialandschap.

‘Het is vreemd dat in die discussie niemand vertrekt van een wit blad en zich eens afvraagt welke rol de overheid nu in het medialandschap moet spelen. Je zou bijvoorbeeld programma’s kunnen subsidiëren in plaats van het instituut VRT. Ik pleit daar niet per se voor, maar ik stel vast dat die discussie vandaag zelfs niet plaatsvindt.’

De commerciële tv-omroepen moeten de VRT ook als concurrent dulden. Waarom zou die concurrentie er online niet mogen zijn?
Ysebaert: ‘Dan kan je ook vragen waarom de overheid geen krant of magazines maakt. Waarom moet de overheid iets organiseren dat de privésector perfect invult? Er moet een openbare omroep zijn met nieuws en informatie, in een audiovisuele vorm die digitaal vertaald wordt. Maar dat mag geen vrijgeleide zijn om voortdurend in ons vaarwater te komen.’

Als gevolg van fusies en overnames is er nog weinig concurrentie in de geschreven media. Is er net daarom geen sterke openbare omroep nodig?
Ysebaert: ‘Dat wordt nu gebruikt als argument, maar in de praktijk zijn de media er dankzij die concentratie net beter aan toe. Kijk naar Franstalig België: dat is een veel kleinere markt met meer spelers die er een pak slechter aan toe zijn. Door middelen samen te brengen, kunnen we net volop inzetten op sterkere producten. In vergelijking met twee jaar geleden staat elk van onze vier nieuwsmerken er vandaag beter voor. Bij Gazet van Antwerpen, dat ooit 200.000 exemplaren verkocht en dat al 15 à 20 jaar achteruit ging, is de oplage nu gestabiliseerd en zelfs lichtjes aan het stijgen.’

©Dries Luyten

‘Als de overheid het ons heel moeilijk maakt, zullen we misschien opnieuw moeten saneren, terwijl we dat nu net willen vermijden. Ik ben het ermee eens dat de VRT informatie en duiding moet brengen. Maar niet op de manier waarop wij het doen, door digitale kranten te maken.’

Dat u zo sterk positie neemt tegen de VRT, geeft aan dat de printmedia het moeilijk blijven hebben, zeker in de papieren verkoop.
Ysebaert: ‘Op korte termijn - de komende maanden en volgend jaar - maak ik me geen grote zorgen. We kunnen de globale oplage stabiel houden, en daarbinnen zie je een lichte shift van print naar digitaal. In heel Mediahuis is nu zowat 6 procent van de verkoop digitaal, dubbel zoveel als een jaar geleden, en bij De Standaard is dat al 15 procent. Onze totale printoplage daalt met 1,5 à 2 procent, maar digitaal vangt dat voorlopig op. Op termijn gaan meer en meer mensen helemaal digitaal, en voor ons is het belangrijk dat de lezer daarin zelf het tempo bepaalt.Niet de lezersmarkt, maar de advertentiemarkt is op korte termijn onze grootste zorg. Dat verloop is veel grilliger. Adverteerders zoeken volop naar alternatieven, ze lijken het geloof in klassieke media wat verloren te hebben.’

Dat is toch logisch: mensen besteden vandaag meer tijd aan digitale media dan aan kranten.
Ysebaert: ‘Dat klopt, maar het betekent niet dat het tijdsgebruik van klassieke media op zich daalt. En je moet ook rekening houden met de aandacht die mensen geven aan je medium. Bij een papieren krant is die aandacht - en daarmee ook de impact van een advertentie - veel groter dan bij reclame die voorbij flitst op een mobiele site. Het klopt wel dat die aandacht vandaag niet systematisch gemeten wordt, daar is nog werk aan.’

Wij zullen het einde van de papieren krant niet meemaken.

Wanneer verwacht u het omslagpunt waar de papieren oplages zeer sterk zullen dalen, zoals in de VS is gebeurd? En hoe bereidt u zich daarop voor?
Ysebaert (denkt na): Het is essentieel dat wij - en De Persgroep denkt daar hetzelfde over - heel sterk zijn blijven geloven in het uitgeven van kranten. In de Amerikaanse markt, die voor 90 procent afhankelijk is van adverteerders, heeft men veel minder geïnvesteerd in journalistiek en vernieuwing. Wij zijn blijven innoveren met weekendkranten, magazines, nieuwe journalistieke formats zoals de correspondenten van De Standaard. We zijn het design van De Standaard en Het Nieuwsblad aan het vernieuwen, bij Het Belang van Limburg hebben we dat al gedaan. En bij Gazet van Antwerpen hebben we de Antwerpse edities verschillend gemaakt van de Kempische edities. Ook concurrenten als De Tijd investeren in zo’n journalistieke vernieuwing, en je ziet dat dat loont. We moeten de manier waarop we verhalen vertellen continu aanpassen om aan te sluiten bij wat de lezer verwacht. Als we dat in print en digitaal blijven doen, zie ik geen enkele reden om pessimistisch te zijn over de toekomst.’

Bent u niet bezig met het moment waarop papier echt verdwijnt?
Ysebaert: ‘Zoals ik het nu zie, denk ik niet dat wij het einde van de papieren krant nog meemaken. Er komt natuurlijk wel een punt waarop meer mensen digitaal lezen dan op papier, en dan is de vraag hoe je je productieapparaat en je distributie moet organiseren. Ik denk dat de volgende ‘step change’ (schoksgewijze verandering) van een nieuwe technologie zal komen. De doorbraak van digitaal lezen kwam er met de tablets en het mobiele internet. Is de volgende disruptieve innovatie iets als digitaal papier, of een projectietechnologie? Ik weet het niet. Wij zullen het ook niet uitvinden, dat is onze business niet. We zullen ons wel moeten aanpassen, maar ik denk dat we dat tot nu toe vrij goed gedaan hebben.’

‘Iets dat we wel goed moeten managen, is de enorme informatie-overload van gratis nieuws, waar we zelf ook aan meegewerkt hebben. We moeten mensen die bereid zijn te betalen ook beter bedienen.’

De Standaard heeft nu ook betalende plus-zones op zijn website. Werkt dat?

Gert Ysebaert

Gert Ysebaert (52) studeerde communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en haalde nadien nog een MBA. In zijn studententijd stond hij mee aan de wieg van het studentenblad De Moeial. Hij was er de eerste hoofdredacteur.

Na zijn studies ging hij in 1989 aan de slag bij de VUM, de voorloper van  Corelio. Ysebaert doorliep er verschillende logistieke en marketingfuncties. In 2007 stapte hij tijdelijk over naar de uitgeverij Lannoo, om in 2009 terug te keren als uitgever en lid van het managementteam bij Corelio.

Sinds november 2013 is Ysebaert CEO bij Mediahuis, de groep waarin Corelio en Concentra hun kranten hebben ondergebracht.

Mediahuis

Uitgever van De Standaard, Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen, De Gentenaar, Het Belang van Limburg en de Nederlandse krant NRC.

Aandeelhoudersvoor 62 procent in handen van de mediagroep Corelio, de Limburgse groep Concentra heeft 38 procent.

Omzet: 315 miljoen euro.

Bedrijfsresultaat (ebit): -1,4 miljoen euro.

Nettoresultaat: -8,8 miljoen euro.

Werknemers: 970.

Ysebaert: 'De combinatie van print en digitaal is heel belangrijk. Mensen die vandaag een papieren abonnement op De Standaard hebben, krijgen de digitale krant en de digitale avondeditie dS Avond erbij, en de plus-omgeving op de website. Een abonnement wordt zo meer en meer een soort lidmaatschap dat recht geeft op een rijk informatiepakket. Het is meer een en-en-verhaal dan of-of. Als we dat doortrekken naar de populaire titels, denk ik dat het kan werken. En als we zo fanatiek zijn over de VRT, is het net omdat we dat proces op een goede manier willen uitvoeren. We moeten vermijden dat een speler die het spel niet op dezelfde manier speelt ons stokken in de wielen steekt.'

De digitale shift zet ook druk op de winstmarges, onder meer in de advertentieverkoop. Hoeveel garantie kunt u uw mensen geven dat er over twee jaar niet opnieuw moet worden gesnoeid?

Ysebaert: 'Die garantie geven is op zich onmogelijk, we kunnen alleen keihard werken om succesvol te blijven. Wij en de andere spelers hebben schaalvoordelen gecreëerd om de kosten omlaag te brengen en zo tijd te winnen op weg naar een rendabel digitaal uitgeefmodel. Intussen moeten we heel kostenbewust blijven werken en efficiëntiewinsten boeken, zonder dat de klanten het voelen. Vandaag liggen de resultaten op koers. De nationale advertentiemarkt is een tegenvaller, maar de andere activiteiten doen het goed. Over een jaar kan dat anders zijn. Het is aan ons om lean en mean genoeg te zijn om daarop te reageren.'

Enkele jaren geleden stapte Corelio in De Vijver Media, met de belofte van crossmediale synergie met de tv-zenders Vier en Vijf. Daar is weinig van gekomen.

Als mediamens vind ik het jammer dat we Humo lieten gaan, maar als CEO denk ik dat we daar de juiste beslissing hebben genomen.

Ysebaert: 'We zijn nog maar enkele maanden bezig in de nieuwe constellatie (met Telenet als mede-aandeelhouder in plaats van Sanoma, red.). Dat proces vroeg veel energie. Het management werkt nu aan een plan voor de volgende jaren. Na die lange periode van onzekerheid moeten de zenders nu stabiliseren en werken aan hun marktaandeel. Onze fair share van de advertentiemarkt krijgen is de eerste opdracht. Op lange termijn zijn er wel crossmediale mogelijkheden. Digitale video wordt belangrijker, zij hebben daarvoor de content en wij het bereik. Maar dat mag geen alternatief zijn voor wat we vandaag doen. Het komt bovenop het maken van goede tv en kranten, op een rendabele manier.'

U hebt wel plannen om samen met De Vijver radio te maken?

Ysebaert: 'Absoluut. Het radiolandschap is vandaag een duopolie met vijf openbare en twee commerciële spelers (Q-music en Joe FM van Medialaan), en daarnaast een kleine speler, Radio Nostalgie (Corelio en Concentra), met een marktaandeel van zowat 6 procent. Onze groep heeft dus geen volwaardige toegang tot een radiomarkt die vandaag nog altijd interessant is. We werken met De Vijver Media samen om aan de politiek die toegang te vragen via een bijkomende radiozender, om ook als groep ons deel van het radiolandschap te kunnen claimen. De overheid liet ons al weten dat ze dat een faire vraag vindt.

'Welk type zender zou dat worden?

Ysebaert: 'Dat moeten we nog bekijken. Er zal uiteraard een parallelle doelgroep zijn met de tv-zenders, maar de precieze invulling doen we pas als de mogelijkheid zich aandient.'Was u kandidaat om Humo over te nemen?Ysebaert: 'We hebben de mogelijkheid gehad om dat te doen, maar we zaten toen nog volop in de vorming van Mediahuis en hebben vrij snel daarna NRC Media overgenomen. Het was niet evident om er dan ook nog eens Humo bij te nemen. Bovendien heeft Humo de voorbije jaren veel aan relevantie verloren, onder meer door de lancering van weekendmagazines bij de kranten. Het is niet zo makkelijk om dan een nieuws- en entertainmentmagazine én kranten in één groep te managen. Als mediamens vind ik het wel een beetje jammer dat we Humo lieten gaan, maar als CEO denk ik dat we daar de juiste beslissing hebben genomen.'

U was wél erg gebrand op de overname van NRC Media. Wat is het strategische belang van zo'n titel in Nederland?

Ysebaert: 'Het is een heel sterk mediamerk, met een gelijkaardige positie en DNA als De Standaard, met dezelfde uitdagingen, en een bedrijf dat digitaal wat voorloopt op Vlaanderen. Met zo'n krant erbij staan we een stuk sterker om de weg naar een digitaal uitgeefmodel af te leggen. Daarnaast had Corelio zich met de verkoop van l'Avenir teruggetrokken uit het zuiden van het land. Dan kijk je automatisch meer naar het noorden, waar de jongste jaren veel private-equityspelers aan zet waren. We hadden het gevoel - en dat hebben we nu nog meer - dat we daar toegevoegde waarde kunnen brengen, en tegelijk veel van hen kunnen leren. We zijn nog altijd een relatief klein bedrijf, maar NRC voegt toch een dimensie toe die meer schaal en een bredere kijk geeft. We voelen ons beter gewapend voor de toekomst.'

Wat denkt u van distributiemodellen zoals het Nederlandse Blendle, dat digitale krantenartikels per stuk verkoopt?

©Dries Luyten

Ysebaert: 'NRC verdient zowat 70 à 100.000 euro per jaar met de verkoop van artikels via Blendle. Daar kan je iets meer dan één journalist mee betalen. Die inkomsten blijven vrij marginaal. Ik vind het een heel sympathiek initiatief, met een goede marketing errond. Maar ik heb de jongens van Blendle onlangs nog gezegd dat ze een oplossing bieden voor een probleem dat we niet hebben. De uitdaging zit niet op de lezersmarkt. Het is niet zo dat Blendle de krantenmarkt komt redden, zoals het soms wordt voorgesteld.'

Maar ze spelen wel in op een vraag van lezers om alleen content te kopen die ze interessant vinden.

Ysebaert: 'Ja, maar dat is niet onze business. Wij maken journalistieke producten met een vrij grote redactie. Artikels per stuk verkopen is een model waarin wij niet kunnen overleven. Met alle respect voor Blendle, maar ik denk dat het net ons métier is om onze journalistiek op een zo goed mogelijke manier bij de lezer te brengen. Ik geloof niet dat dat per artikel zal zijn. En als het toch zo is, zullen we daar zelf een initiatief in nemen. We moeten zelf die klantenrelatie houden, dat is net waar we zelf goed in zijn.'

Wie zijn de disruptoren in uw sector?

Ysebaert: 'Dat zijn de grote digitale spelers, die vandaag vooral in de advertentiemarkt zitten. Diensten als Instant Articles (een nieuwe functie van Facebook om artikels van nieuwssites te lezen zonder Facebook te verlaten) of Apple News (een nog te lanceren nieuwsaggregatiedienst voor iPhone) gaan in tegen wat wij zijn. Men degradeert ons tot leveranciers van content, terwijl we merken zijn die zelf een relatie bouwen met onze klanten. We zijn natuurlijk wel aanwezig op Facebook en dat helpt mensen naar onze merken te brengen, maar we gaan de relatie met onze lezers en adverteerders niet uitbesteden. Want dat is wat ze voortdurend proberen. Ze gaan er allemaal van uit dat ze kunnen knippen en plakken bij verschillende bronnen, en dat zij dan de advertentie-inkomsten opstrijken waar wij in mogen delen.'

Zijn er digitale experimenten waar u wel in gelooft?

Ysebaert: 'Het grote debat gaat vandaag over de vraag of we moeten blijven vasthouden aan de bundel - een bepaald pakket nieuwsproducten voor een maandelijkse of jaarlijkse prijs - of dat we daarnaast andere formules moeten ontwikkelen tegen een lagere prijs, waarin we een selectie of iets nieuws brengen. De vraag is of daar een voldoende markt voor bestaat. NRC Reader, een app die elke dag een selectie van de beste artikelen brengt, heeft enkele duizenden extra abonnees bereikt, maar daar blijft het dan ook bij. We moeten die experimenten blijven doen, maar het is essentieel dat we de klantenrelatie behouden. Anders is er voor ons geen toekomst.''We kunnen ook niet alles zijn voor iedereen. Ook succesvolle digitale modellen zoals Spotify of Netflix gebruiken een abonnementsformule. Daarop moeten we blijven inzetten, door er dingen aan toe te voegen en de ervaring te verbeteren.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud