interview

De balans | Kris Hoflack

©BELGA

Kris Hoflack (54) was hoofdredacteur van de nieuwsdiensten bij VRT en VTM. Vorig jaar verliet hij Medialaan na een intern conflict, waarna hij communicatiedirecteur van het Vlaams Parlement werd. Deze week ontstond ophef nadat hij op de Vlaamsgezinde website doorbraak.be het VRT-programma ‘Vandaag’ bekritiseerde. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Ik heb weinig met materiële zaken, maar ben wel gehecht aan mijn huis op een berg nabij Malaga. Immaterieel zijn dat uiteraard mijn drie kinderen en vriendin, die er ook is op moeilijke momenten, zelfs als ze het niet eens is met mij. Professioneel is mijn netwerk het belangrijkste bezit.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Materieel niemand eigenlijk. Wat ik bezit, heb ik aan mezelf te danken. Als mens hebben mijn ouders in me geïnvesteerd. Mijn vader was leraar en inspecteur geschiedenis, mijn moeder een maatschappelijk assistente die het grootste deel van haar leven huisvrouw is geweest. Professioneel heb ik veel gehad aan de socioloog Luc Huyse, een erg wijs man bij wie ik vijf jaar assistent was en met wie ik nog af en toe op de koffie ga. Voorts denk ik aan Guy Mortier, Eric Defoort - die ik als mijn geestelijke vader beschouw - en mijn bazen bij Medialaan Erwin Deckers, Peter Bossaert en Dirk Lodewyckx.’

Investeert u ook in anderen? 

‘Ik hoop dat er een paar jongere journalisten zijn die vinden dat ik in hen heb geïnvesteerd, en dat dat gerendeerd heeft. Een aantal van hen heeft het toch echt gemaakt. In mijn twee jongste kinderen heb ik te weinig geïnvesteerd, doordat ik te veel met mijn carrière bezig was. Dat spijt me erg. Ze zijn 15 en 17 en wijzen me er af en toe op. Maar ik heb ook niet het gevoel dat ik geweldig gefaald heb als vader.’

Wanneer bent u het meest gegroeid? 

Ik heb vijftien jaar lang de twee grootste redacties van het land geleid. Ik zou liegen als ik zeg dat dat ‘a walk in the park’ was.

‘Toen ik in 2001 mee aan de wieg stond van Bonanza, het weekblad van Woestijnvis. Het werd een flop, maar ik heb er gigantisch veel uit geleerd dat later van pas is gekomen. Onder meer over omgaan met tegenslag en hoe je dingen niet moet doen. Het project had alles om een succes te worden, maar we waren te veel met onszelf bezig en te weinig met het blad.’

Gaat u soms in het rood, fysiek of mentaal? 

‘Eigenlijk niet. Een van mijn zeldzame goede eigenschappen is dat ik zelden of nooit wakker lig van professionele zaken. In mijn privéleven is dat wel gebeurd. Dat had met de liefde te maken.’

Wie hebt u afgeschreven? 

‘Met ouder worden word ik vergevingsgezinder. Iedereen verdient een tweede kans. Al heb ik daar enkele uitzonderingen op gemaakt. Ik heb maar een paar vijanden gemaakt, en dat was in het recente verleden.’

Wie zijn uw raadgevers?  

‘De rentmeester van mijn huis in Spanje. Een paar oude studievrienden met wie ik jaarlijks op reis ga. Een professor, een gewezen politicus en onvermijdelijk: mijn advocaat. Een advies dat ik altijd ter harte heb genomen, is een van de ontelbare quotes van Winston Churchill: never, never, never give up. Voor ik in het Vlaams Parlement kwam werken, had ik vijftien jaar lang de twee grootste redacties van het land geleid. Ik zou liegen als ik zeg dat dat ‘a walk in the park’ was.

Staat er winst op uw balans? 

‘Alleen winst. Tot dusver heb ik een geweldig leven. Als ik morgen sterf, zal ik niet zoveel hebben gemist, al streef ik ernaar 100 jaar te worden. Aan mijn nieuwe rol ben ik nog volop aan het wennen. Aan carrièreplanning heb ik nooit gedaan, maar ik weet wel dat ik de komende jaren nog veel wil schrijven. Tot spijt van wie het benijdt.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud