Echte radiomakers zitten in Schaarbeek

De voormalige radiojournalist Tom Van der Biest is een van de producers van Brandy. ©Dieter Telemans

Als ik Q-Music zeg, wat antwoordt u dan? Juist, ‘Q is good for you’, en meteen zit ook het bijbehorende deuntje in uw hoofd. Het ijzersterke auditieve logo werd geboren in de studio’s van de Brusselse jingleproducent Brandy.

Je zou het niet vermoeden, maar aan de groene laan die uitgeeft op het station van Schaarbeek huist een kleine cluster van audiovisuele productiebedrijven. Op nummer 54 van de Huart Hamoirlaan zit bijvoorbeeld de pinxi, een bedrijfje dat interactieve shows ontwerpt voor musea en pretparken. Aan de overkant, op nummer 105, vestigde voormalig VRT-gezicht Bruno Wyndaele zijn productiehuis De Filistijnen. En in hun vorige pand, amper enkele herenhuizen verder op nummer 111, huist sinds enkele jaren Brandy. Een weinig bekende naam buiten het radiowereldje, maar zijn jingles en auditieve logo’s hebt u wellicht al duizenden malen op de radio horen passeren. Alle grote Vlaamse zenders zijn klant aan huis in Schaarbeek, net als een groeiend aantal buitenlandse radiostations die al zowat een derde van de opdrachten aanleveren.

Brandy werd eind jaren 90 opgericht door Dirk Lodewyckx, huidig directeur Diederik Decraene kwam er nadien bij. Decraene werkte lang als eindredacteur voor ‘VTM Nieuws’ en lag begin jaren 90 mee aan de basis van de West-Vlaamse regionale tv-zender WTV. ‘Brandy was aanvankelijk vooral een consultingbureau. Onze eerste klant was de VRT, waarvoor we de doorstart van Radio Donna (de voorloper van MNM) begeleid hebben’, zegt Decraene. De productie van jingles groeide gaandeweg uit tot de hoofdactiviteit van Brandy, al combineert Decraene dat nog altijd met klassieke consultingopdrachten.

Achter de façade van het Schaarbeekse pand huizen naast enkele bureaus ook een kleine opnamestudio - voldoende voor een klein koortje of een sectie muzikanten - en verschillende montageruimtes. De komst van het bedrijf naar Brussel leidde acht jaar geleden tot wat onrust in de buurt, maar gecapitonneerde ruimtes en 1,5 meter dikke muren zorgen er letterlijk voor dat geen enkele nieuwe radiojingle vroegtijdig uitlekt. ‘Aanvankelijk werkten we met externe studio’s, maar we merkten dat een eigen studio toch efficiënter is. Onze technici kennen de sound van dit gebouw.’

Een van de producers van Brandy is de voormalige radiojournalist Tom Van der Biest. Tijdens ons bezoek is hij bezig met de afwerking van jingles voor Humor FM, een Russische radiozender. ‘De input die je voor zo’n project krijgt, is heel algemeen’, vertelt hij. ‘Ze geven wat informatie over hun playlist en over het publiek dat naar de zender luistert, en daarmee ga je aan de slag.’

Van der Biest en zijn collega’s moeten met elke jingle proberen het gevoel op te roepen dat past bij de identiteit van de radiozender. ‘Een zender als Q-Music is bijvoorbeeld iets gelikter en commerciëler dan MNM, dat meer een urban uitstraling heeft. Die identiteit moet doorklinken in de jingle.’

De productie van een pakket jingles - meestal worden er 10 à 15 per keer gemaakt - neemt van begin tot einde makkelijk een maand of twee in beslag. Een proces waarbij via mail en Skype ook flink gepingpongd wordt met de opdrachtgevers. ‘Voor deze jingle van Humor FM hebben we een Russische zangeres uit Londen laten overkomen, maar blijkbaar wijkt haar tongval iets te veel af van die in de regio waar de zender actief is. Daar moeten we nog wat aan werken’, vertelt Van der Biest.

Zo’n afgewerkt maatproduct heeft zijn prijs. Bij Brandy betalen zenders zowat 2.000 à 2.500 euro voor een jingle in topkwaliteit. Maar wie minder hoge eisen stelt, komt voor de helft van die prijs ook aan zijn trekken, zegt Decraene. ‘Dankzij het internet zijn we in staat opdrachten te doen voor radiozenders in landen als Indonesië en Rusland, maar omgekeerd komt de concurrentie nu ook uit de hele wereld. In de lage segmenten, zoals lokale radio’s en internetradio’s, zijn ook veel amateurs actief die een jingle op hun slaapkamer in elkaar knutselen.’

In dat marktsegment tiert de piraterij welig. ‘Alles in de gaten houden kunnen we niet, maar als een grote zender onze jingles pikt, treden we ertegen op’, zegt Decraene. Wanneer Brandy een jingle maakt, behoudt het de auteursrechten en geeft het aan de klant een exclusieve licentie voor een bepaald gebied.

Een andere bedreiging komt van grote Amerikaanse producenten die bijhuizen openen in Europa. ‘Vroeger lieten Europese radiozenders hun jingles maken in de VS. In Dallas is daar een hele industrie rond gegroeid. Maar nu ze steeds meer concurrentie ondervinden van Europese spelers zoals wij, komen de Amerikanen zelf naar hier.’ Een van die Amerikaanse spelers is Reel World, een dochter van de evenementenreus Clear Channel, die zich vestigde in het Britse Manchester. ‘Ze kunnen zeer kostenefficiënt werken, maar ze leveren vooral massaproducten af in pakketten die een beperkt aantal jingles bevatten. Omdat Amerikanen gemiddeld minder naar de radio luisteren, hebben de zenders ook wat minder afwisseling in hun jingles nodig.’

Ondanks de hevige concurrentie slaagt Brandy er, met een omzet van zowat 1,5 miljoen euro, nog in winstgevend te blijven. De groei zoekt Decraene in de eerste plaats in het buitenland. ‘We zijn in elk werelddeel aanwezig. En dankzij die internationalisering slagen we erin samen te werken met muzikanten die werken voor heel grote namen uit de popwereld, zoals Kelis, Basement Jaxx, Sam Sparro, Björk en Sister Sledge.’

Daarnaast speurt Decraene ook naar opportuniteiten buiten het radiolandschap. ‘We hebben al opdrachten gedaan voor de tv-zenders van Medialaan (VTM, 2Be,…). Daarnaast hebben we de knowhow in huis om ook voor merken auditieve brands te ontwikkelen. We krijgen die vragen ook meer en meer vanuit de reclamewereld. We hebben al een aantal commercials gemaakt, onder meer voor Brantano en Jetair. Ook de reclamewereld is erg competitief, maar ik denk wel dat we met onze invalshoek toegevoegde waarde kunnen bieden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud