Of ik mijn schoenen wil uitdoen. En of lichte aanrakingen OK zijn. Geen gebruikelijke vragen bij een theaterstuk, maar het is dan ook geen gewone productie. ‘Draw Me Close’ is een zogenaamde mixed-realityproductie in het Londense Young Vic Theatre, waarbij intens gebruik wordt gemaakt van virtuele realiteit (VR).

Ik krijg een HTC Vive opgezet, een headset voor virtuele realiteit. Ik sta voor, of beter gezegd in, een tekening van wat in het verhaal mijn ouderlijke woning is en word aangespoord de voordeur te openen. Wanneer ik aarzelend de hand uitsteek, voel ik een echte deurknop. Eenmaal binnen voel ik een echt tapijt onder mij. Een stem vertelt hoe mijn moeder thuiskomt in haar Toyota Corolla. Even later word ik door een echt menselijk wezen omhelst. Dat is best spannend, want ik ben het enige publiekslid en word verondersteld mee te spelen.

Wat VR nodig heeft, zijn grote kunstenaars die conventionele opvattingen aan hun laars lappen.

Ik zie de actrice als een realistische 3D-tekening in een virtueel interieur dat net echt is. De bewegingen van de actrice worden gecapteerd door gesofisticeerde VR-technologie en naadloos vertaald in de bewegingen van haar getekende voorstelling. Het theater streeft de ‘suspension of disbelief’ na en dat lukt volledig. Voor ik het weet, zit ik als vijfjarige op het tapijt met mijn moeder te tekenen. Ik teken met wat aanvoelt als een stift op een echt blad, maar de tekening zelf is virtueel.

Ik ben allerminst een geschoold acteur, maar het feit dat ik naar een soort avatar kijk, stelt mij gerust. Alsof het ‘toch maar een avatar is’, ook al weet ik dat er een mens van vlees en bloed tegenover mij zit. Het feit dat die avatar niet fotorealistisch, maar getekend is, lijkt ook het ‘uncanny valley’-fenomeen te voorkomen. Dat is een berucht effect bij heel realistische robots of avatars. Ze lijken net echt, maar net niet echt genoeg, wat een heel creepy gevoel geeft. Dat is hier zeker niet het geval. Al tekenend groeit in luttele minuten een vertrouwensband met ‘mommy’.

Draw Me Close | Behind the Scenes

Later word ik ondergestopt in een echt bed. Het fysieke meubel lijkt precies te staan waar mijn virtuele omgeving het toont. Het verhaal stemt niet vrolijk. Ik hoor hoe mijn moeder in een andere kamer wordt mishandeld door mijn vader, maar wat kan ik doen als vijfjarige? Er volgt nog een scène waar ik als kind met de griep in bed lig en met mijn moeder over de dood praat. Na moeilijke tienerjaren zit ik als 25-jarige tegenover mommy aan tafel. We houden elkaars echte handen vast terwijl ze vertelt over haar terminale kanker. Ik houd de handen en het lichaam van een getekend mens vast.

©Tekening van Teva Harrison

Haar beeld wordt steeds fragieler en lost uiteindelijk op. De hechte band, die op magische wijze tot stand kwam in een kwartier tijd, is verbroken. Het is de leegte die ik voelde bij het sterfbed van mijn echte moeder. De headset wordt afgezet, ik zie de actrice nu voor het eerst echt. Ik mag nog blijven om de volgende toeschouwer - of deelnemer - op de scène te zien komen. Ik zie de sensoren, het werk van een begeleider die ik tijdens ‘mijn’ voorstelling niet eens had gezien. De studio ziet er kaal uit met vooral een bed, een tafel met stoelen, een venster en een deur. Het observeren van de making-of helpt om opnieuw afstand te nemen en maakt duidelijk hoe magisch VR is.

Virtuele realiteit is een bijzonder sterk medium, zeker in combinatie met elementen uit de echte wereld. Het is wachten op nog meer grote kunstenaars om dat aan een breed publiek te tonen. Dat conventionele opvattingen, zoals de rol van de acteur en het publiek, op losse schroeven worden gezet, maakt het alleen maar interessanter.

Draw Me Close’ werd gecreëerd door de Canadese auteur en theatermaker Jordan Tannahill in een coproductie van de National Film Board of Canada en het Britse National Theatre. De tekeningen zijn van de hand van de Canadese Teva Harrison. Zij kreeg vijf jaar geleden te horen dat ze borstkanker had.

Meer Legrand Inconnu-columns vindt u hier

Lees verder

Tijd Connect