interview

Goens: ‘Noem ons maar een productietuinhuis'

Eric Goens ©jonas roosens

Het productielandschap kiest volop voor schaalgrootte om weerwerk te bieden tegen de crisis. Niet zo bij productiehuis Het Nieuwshuis van reportagemaker Eric Goens. ‘Lang leve de niche.’

‘Vanwaar ken ik u?’ Wanneer Eric Goens onze fotograaf binnenlaat, is er een wederzijdse herkenning. Maar het duurt een paar minuten voor de twee elkaar kunnen thuisbrengen. Dan is er de klik. ‘Heb jij Elio Di Rupo niet gevolgd met een camera?’, vraagt de fotograaf. ‘Ik was erbij toen hij van hemd wisselde op de dag van de troonsafstand, maar ik mocht er eigenlijk niet zijn. Dus ben ik buitengegooid. Ik had verdomme goed kunnen verdienen aan dat beeld.’ Goens lacht smakelijk. ‘Sorry, dat was exclusief voor ons.’

Die blote rug van Di Rupo was vorig jaar het meest besproken moment van ‘Kroost’, de reeks waarin Goens een aantal bekende Belgen mocht volgen. Het programma deed het opvallend goed, met tot 700.000 kijkers. Een wat onverwachte hit voor Vier, omdat het geprogrammeerd stond tegenover de nooit geziene blockbuster ‘Wauters versus Waes’ op Een en VTM. ‘Daar ben ik kwaad om geweest. Razend zelfs. Ik heb bijna letterlijk het kot afgebroken bij Vier. Ik heb gedreigd te stoppen met monteren. Maar zelfs toen wilden ze niet plooien. (lacht) En ja, die gok heeft gerendeerd.’

Eric Goens ©jonas roosens

Dat onverhoopte succes maakt van ‘Kroost’ dit tv-seizoen een van de verwachte steunpilaren van Vier. Wordt u daar nerveus van?
Eric Goens: ‘De lat ligt hoog, daar ben ik me van bewust. En je weet dat als je dezelfde cijfers haalt, het bijna als een mislukking zal worden gezien. Dan zegt iedereen dat het eerste seizoen beter was. Ik zal u nu al zeggen: dit seizoen is beter. We hebben onwaarschijnlijke dingen gedraaid. I will deliver.’ (brede grijns)

Ligt u wakker van kijkcijfers?
Goens: ‘Ja. Dat zeg ik zonder enige schroom. Als je televisie maakt en je bent niet bekommerd om kijkcijfers, dan ben je fout bezig. Dat is zoals acteurs die genomineerd zijn voor een prijs en dan beweren dat het hun niets kan schelen of ze winnen. Bullshit.’

Hoe overtuigt u mensen om een vreemdeling met een camera zo diep in hun leven te laten kijken?
Goens: ‘Dat is iets waar ik enorm veel tijd in moet investeren. Maar dat is ergens positief, omdat ‘Kroost’ het moet hebben van vertrouwen. Een camera is eigenlijk een monster, hé. Als er hier een op ons zou staan, zouden we ons allebei totaal anders gedragen. Er moet eerst een vertrouwensband ontstaan. Daarom ook zeg ik aan de mensen dat ze nooit van bij het begin ‘ja’ mogen zeggen. Niet dat me dat al is overkomen.’

Eric Goens ©jonas roosens

‘Maar voor alle duidelijkheid, we duiken in ‘Kroost’ niet volop in de mensen hun privéleven. Doel is te kunnen vatten wat een mens echt maakt zoals hij of zij is. Wat je nog niet weet over mensen van wie je alles denkt te weten, dat is ‘Kroost’. In deze reeks zit bijvoorbeeld Jean-Marie Pfaff. Die is een decennium lang gevolgd met een camera, vijftig afleveringen per jaar. Daar valt werkelijk niets nieuws meer over te vertellen, hoorde ik overal. Jawel, dus. We zijn bijvoorbeeld met hem terug naar Beveren geweest, waar hij tot zijn 22ste of 23ste in een woonwagen heeft gewoond. Of we hebben hem meegenomen naar Mexico, voor het eerst sinds het WK van 1986. Hoe hij daar werd ontvangen, dat was onwaarschijnlijk. We kwamen daar in een tv-studio, waar vier commentatoren de finale van het WK voor clubs volgden. Wel, die hebben hemel en aarde bewogen om Jean-Marie mee aan hun tafel te krijgen. Hij heeft daar dus met een tolk die alles vertaalde wat hij zei commentaar gegeven op de Mexicaanse tv. Terwijl er hier in België vaak op hem wordt neergekeken. Dat contrast, en hoe hij zich daar zelf bij voelt, dat levert geweldige tv op die je nog nooit hebt gezien.’

Met in anderhalf jaar tijd ‘Kroost’, ‘Mijn dochter heet Delphine’, ‘Schild en vriend’ en ‘Het jaar van…’ op VTM is Het Nieuwshuis aan een aardig parcours bezig.
Goens: ‘En we zullen een debatprogramma maken voor Vier. En we praten met VTM en VRT. Het gaat hard, ja.’

Dat valt op in een productielandschap waar je vooral het woord ‘crisis’ hoort vallen. Merkt u daar dan niets van?
Goens: ‘Veel productiehuizen zitten nog met een organisatie waarin bij wijze van spreken de helft van de programmakosten al opgaat aan het betalen van de drie of vier bazen. Wij zijn anders. Ik noem ons soms een productietuinhuis, omdat onze organisatie en structuur zo licht zijn. Omdat ik zoveel zelf doe, hebben we geen overhead. Nul.’

‘Ik heb bij VTM tien jaar aan de top van de voedselpiramide gezeten. Dat was met veel plezier en liefde, maar ik wil nooit terug naar het runnen van een grote organisatie. Ik zal dus nooit tien projecten tegelijk aanvaarden. Want dan heb je mensen nodig om die allemaal op te volgen. Onze vaste kosten zijn vandaag nul, en dat moet zo blijven. Daar sta ik op. Daardoor kunnen we ook snel schakelen. Toen ik vorig jaar besliste om ‘Schild en vriend’ te maken, werd dat op maandag beslist en konden we op dinsdag in actie schieten. Dat kan maar omdat de lijnen kort zijn.’

‘Ik heb bij VTM tien jaar aan de top van de voedsel piramide gezeten. Dat was met veel plezier en liefde, maar ik wil nooit terug naar het runnen van een grote organisatie.’
eric goens
het nieuwshuis

U kiest daarmee vol voor de andere richting dan de rest van het productielandschap, dat vooral zoekt naar schaalgrootte als antwoord op de crisis.
Goens: ‘Ik geloof daar niet in. Ik kan niet de rekening maken van de collega’s, maar je merkt wel dat er vandaag te veel vet zit aan veel productiehuizen. Grote organisaties, daar kruipt een logheid in. Die is ons vreemd.’

‘Maar als we het goed doen in een moeilijk landschap, is dat vooral omdat we onderscheidend zijn. Zowat het hele productielandschap maakt, om het met een brede term te definiëren, entertainment. Daar is niets mis mee, voor alle duidelijkheid. Maar het is niet wat wij hier doen. Alles wat we maken, heeft een journalistieke grondslag. En daarmee zitten we in een niche. Dat merk ik vandaag aan de interesse die er ook van buiten Vier komt. Als VTM of Een morgen een quiz wil bestellen, gaan ze langs bij zeven productiehuizen. Als je iets wil maken met journalistieke relevantie, dan wordt de spoeling dun. Dan kom je al snel terecht bij het productietuinhuis.’

Tussen uw ontslag als directeur informatie bij VTM en de echte start van Het Nieuwshuis zat wat tijd. Hebt u lang getwijfeld welke richting het uit moest?
Goens: ‘Eigenlijk niet. Ik had meteen de intentie om dit te doen. Maar ik heb eerst nog een half jaar in opdracht van Wouter Vandenhaute onderzocht of het mogelijk was een nieuwsdienst op te richten voor Vier. Dat plan stond er, we hadden van de grond af een organisatie uitgedacht die veel goedkoper zou kunnen werken dan de gemiddelde nieuwsredactie. Maar het plan is uiteindelijk afgevoerd, iets wat ik zelf ook heb geadviseerd. Er is in dit medialandschap geen plaats voor een derde journaal, naast VRT en VTM. Het zou echt weggesmeten geld zijn geweest.’

‘Maar mee daardoor ontbrak het bij Vier in het begin wel aan urgentie. Toen de zender begon, was het vooral prettelevisie wat de klok sloeg. Daar zat weinig bij waar daags nadien over gepraat werd, iets wat een zender in het hedendaagse medialandschap absoluut nodig heeft. Zonder onbescheiden te willen klinken, denk ik dat onze programma’s daar vandaag mee voor zorgen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content