interview

‘Het kan best dat ik een compromisfiguur ben, maar dat zal me niet tegenhouden'

VRT-topman Frederik Delaplace: 'Onpartijdigheid is gemakkelijk in te vullen op een slide, maar is in de praktijk veel moeilijker.' ©SISKA VANDECASTEELE

Op een dag was hij weg bij De Tijd en is dit nu de job van zijn leven? ‘Ik was eraan toe’, zegt Frederik Delaplace, sinds 1 augustus de nieuwe CEO van de VRT. Op de heetste nazomerdag zien we onze oude baas terug voor een wandeling. In kostuum. ‘Het kan me niet schelen waarom ze mij kozen.’

Zijn eigen radio kreeg Frederik Delaplace eerst op bezoek en aan het einde sprak hij in ‘Touché’ over ‘Het feest van de bok’, een boek van Mario Vargas Llosa. Dus rijden we op dinsdagmiddag naar de boekenwinkel voor een cadeautje: het nieuwe boek van Vargas Llosa, die ochtend in Humo goed voor vijf sterren, met een toepasselijke titel. ‘Bittere tijden.’ Met de grootste grijns ontvangt hij. ‘Bittere tijden, jaja’, zegt de CEO van de VRT. Maar voor hij daarover vertelt, zegt hij nog iets over dat andere boek. ‘Ik kreeg het van Isabel (Albers, redactiedirecteur van De Tijd, red.). Het is fictie over bedrog en intriges in de revolutionaire bewegingen in Zuid-Amerika maar oh boy, het is zo herkenbaar voor wat je privé en professioneel kan meemaken. Sommige mensen lachen in je gezicht en spugen je nadien uit. Soms zeggen ze ja en doen ze nee.’

Ook bij Mediafin en de VRT?

Frederik Delaplace: (nog breder lachend) ‘Het is absoluut niet zo dat in de media alleen maar crooks and criminals zitten, maar het is ooit gebeurd dat Isabel en ik aan het einde van een dag vergaderen elkaar sms’ten: ‘Het feest van de bok.’ Dan wisten we genoeg.’

We vermoedden dat het ‘bittere tijden’ zijn voor wie deze krant ruilt voor de openbare omroep.

Delaplace: ‘Na zeven weken ben ik nog altijd heel erg enthousiast. Ik was eraan toe, al merk je dat pas als je ergens weg bent. Ik zal altijd de grootste supporter van De Tijd en L’Echo blijven, maar wat we bij Mediafin op kleine schaal qua revolutie deden, wil ik bij de VRT proberen. Met tweeduizend mensen. Het zal niet in zes maanden lukken, maar wel op de langere termijn. Pas op: ik had ook mijn idee-fixen, maar die heb ik moeten bijstellen. Toen het nieuws bekend werd, kreeg ik veel gelukwensen, maar ook vaak: ‘Bonne chance’. Of: ‘Innige deelneming.’ Maar de goesting is groot en daar begint het mee.’

We zitten bij de bar 'Lou’s plek' aan de zijkant van het cultureel centrum De Westrand, waar in grote letters op de dakrand staat: ‘Dilbeek, waar Vlamingen thuis zijn.’ Omdat het nergens beter dan thuis is, wilden we graag bij hem afspreken, maar hij schreef: ‘Met een slecht opgevoede hond en twee rondhuppelende tieners? Nee, liever niet eigenlijk.’ Ex-baas blijft baas. Dus wandelen we door de Wolfsputten in Dilbeek. De dag begon om kwart voor 8 en die bracht: een gesprek met de redactie, een vergadering over de beheersovereenkomst, een over de nieuwe radio DAB+, een vergadering met de CEO van Belga, een telefoon met minister Benjamin Dalle (CD&V) en een afspraak om het directiecomité voor te bereiden. Om 16 uur staat dit interview in de agenda, om 16.14 uur lezen we zijn sms van 16.08 u dat hij er ‘over vijf minuten’ is, even later rijdt hij toch de parking op. Met excuses: ‘Drie kwartier gereden van aan de Reyerslaan.’

De goesting kwam na de casestudy. Ook al wist ik dat er bij de VRT geen loondiscussie mogelijk was en ik dus moest inboeten tegenover Mediafin.

Opvallend: hij spreekt al over ‘we’, de VRT en ‘jullie’, De Tijd. Begin april kreeg hij telefoon van Hudson. ‘Het was paasvakantie en ik wees vriendelijk af. Ik zag mezelf niet bij de publieke omroep. Maar een week later belde die recruiter terug en in die week had Eva (zijn geliefde, red.) al gezegd: ‘Waarom zei je eigenlijk nee?’ Maar waarom zou ik weggaan bij Mediafin? Enfin, bij die tweede telefoon, zei ik al: ‘Een gesprek kan nooit kwaad.’

U moest van uw vrouw.

Delaplace (grijnst): ‘Ja! Na dat gesprek ben ik in mijn tuin in de zetel alles gaan lezen wat over de VRT te vinden was en aan documenten over de VRT is geen gebrek. Dan moest ik een hele dag wijden aan een casestudy en daar stapte ik buiten met een rugzak vol goesting. Ook al wist ik dat het de VRT was en dat er geen loondiscussie mogelijk was. Dat ik dus moest inboeten tegenover Mediafin. (glimlacht) Dat was ook een van de redenen waarom ik bij dat eerste telefoontje nee zei. Maar goed, ik was kandidaat en vanaf dan wist ik dat dat zou uitlekken.’

Dat gebeurde op 18 juni. Hoe vervelend is zo’n lek? Er waren nog drie kandidaten.

Delaplace: ‘Ik had een donkerbruin vermoeden dat Peter (Vandermeersch, red.) en Koen (Clement, red.) de twee anderen waren en ik dacht: ‘Shit, wat ga ik doen als ik het niet word?Maar veel tijd heb je niet. Vrijdagochtend om 8 uur moest ik op het kernkabinet verschijnen, waar ik me nog eens een uur gesmeten heb. Nadien ging ik naar huis en daar belde minister Dalle me met de vraag om naar zijn kabinet te komen. Dat was het begin van de meest hectische dag van mijn leven.’

U vertelde op de radio dat u van WhatsApp de vraag kreeg of ze uw berichten moesten filteren, wegens de grote hoeveelheid. Welke reacties vergeet u nooit?

Delaplace: ‘Peter en Koen (de twee tegenkandidaten, red.) hebben me allebei gebeld om me te feliciteren en ze klonken gemeend. Het meest ontwapenende was toen ik ’s avonds, na ‘Het journaal’, thuiskwam en Mathieu, een van mijn pluszonen, me vroeg: ‘Waar ben je nu ook weer CEO van geworden?’ Dat zette me met beide voeten op de grond.’

U weet ongetwijfeld dat verteld wordt dat u een compromisfiguur bent. Omdat de N-VA Peter Vandermeersch niet wilde en omdat Koen Clement te veel een stempel van DPG Media draagt.

Delaplace: ‘CEO van de VRT worden, is niet hetzelfde als CEO van een commercieel bedrijf. De publieke omroep heeft 6 miljoen aandeelhouders en in de procedure voel je dat ze niet alleen de sterkste kandidaat zoeken, maar ook wie volgens de Vlaamse regering de beste is. Eerlijk? Het kan me totaal niet schelen waarom ze me kozen.’

Nee?

Delaplace: ‘Echt. Het zou best kunnen dat ik een compromisfiguur ben en door hoe de politiek mee beslist, kan dat zelfs kloppen. Maar dat zal me niet tegenhouden. De eerste reacties na zeven weken wijzen erop dat ik iets kan losweken en dat dat andere reflexen zijn dan bij mijn voorganger. Waarmee ik geen kritiek geef. Ik heb enorm veel respect voor Paul (Lembrechts, red.). Ik denk alleen dat de CEO van de VRT media-ervaring nodig heeft. Wat gebeurde er in mijn eerste maand? DPG stak al zijn zenders onder het VTM-merk, SBS deed hetzelfde met VIER en VIJF, Streamz kwam er en godbetert KBC deed een bod op de voetbalrechten. Dan weet je dat het hard gaat in de media.’

Streamz was een van uw eerste beslissingen. Meteen discussie.

Delaplace: ‘Mijn eerste beslissing was het tekenen van het voetbalcontract, mijn duurste contract ooit. Streamz is een debat waarmee we aantonen dat de VRT niet de onwillige bruid is en ik sta er helemaal achter. Het is goed voor de VRT, het is goed voor de Vlaamse fictie en het is een signaal dat de publieke omroep een belangrijke rol wil blijven spelen. Tegenover Facebook, Google en een hoop Chinezen zijn we in Vlaanderen lilliputters. Ik zeg daarom: compete on content, not on technology. Streamz is daar een voorbeeld van. De kritiek dat nu betaald moet worden voor wat met belastinggeld gemaakt is, is onterecht. Er is nu al cofinanciering van Telenet, Proximus, het Vlaams Audiovisueel Fonds, de taxshelter en zelfs het Amerikaanse Netflix. We hebben dus al veel extra partijen nodig om dat te maken. We hebben lang onderhandeld om te kijken wat we in preview aan Streamz kunnen geven en ik ben heel blij dat we dat met Black-Out en Cheyenne et Lola kunnen doen.’

Zaterdag meldde Doorbraak.be dat de de raad van bestuur de beslissing over Streamz in de pers moest vernemen en dat vier van de twaalf leden not amused waren.

Delaplace: ‘Het klopt niet dat er in de raad van bestuur commotie over Streamz is. Maar meer ga ik daar niet over zeggen. Het is een goede zaak dat de VRT deelneemt aan Streamz en de deal was pas 24 uur voor de persconferentie rond. De communicatie had daardoor beter gekund en maandag zal ik de beslissing aan de raad van bestuur toelichten. Maar het klopt niet.’

Als je alles overweegt, de pro's en de contra's, is dat dan twijfelen? Het is niet mijn stijl rücksichtslos het grote plan-Delaplace op te dringen.

U kunt raden hoe dit interview voorbereid werd. Door onder meer met mensen te praten die met Delaplace hebben gewerkt. Bij Mediafin dus, dit bedrijf, de moeder van De Tijd. Hij werkte hier 26 jaar. Iemand die er al tien jaar werkt, zei: ‘Eigenlijk weet ik niet wie Fred is.’Fred, dat is hij dus, gekomen als journalist, Frederik die Fredje werd, later CEO. Maar na tien jaar dus: ‘Eigenlijk weet ik niet wie Fred is.’Anderen weten dat wel. Ze zeiden: principieel, als vriend loyaal, ‘een ego’, een keikop, bevlogen, een man met humor, schrander, enorm doorzettingsvermogen, intelligent. ‘Maar een twijfelaar.’ Daar komen we straks op terug. Iemand zei: ‘Hij was zo genadeloos kritisch voor de VRT.’

Hij glimlacht. En antwoordt (‘Als het wat moeilijker wordt, probeert hij er met een grapje van af te komen’, zei nog iemand)met een grapje. ‘Waarop denk je dat ik de voorbije jaren het meest gevloekt heb? Op De Tijd of op de VRT? Op De Tijd natuurlijk. Dat mijn liefde voor de VRT gegroeid is, is logisch. Maar ik ben niet blind voor de fouten. Je mag al mijn tweets over de VRT opzoeken, je mag ze zelfs afdrukken, ik zal erachter staan. Maar ik heb ook over Het Laatste Nieuws, De Standaard of RTBF getweet. Als je 26 jaar in de media zit, heb je een mening en dat is een virus waar je niet van geneest. Maar net zo goed als ik kritiek had op de VRT weet ik dat hier keihard gewerkt wordt met, en ik ga dat maar één keer zeggen in dit interview, bescheiden en dalende middelen. Maar ja, de VRT kan nog beter, ja.’

Toevallig hebben we wat tweets teruggezocht. Op 12 maart retweette u een bericht van collega Ben Serrure: ‘Zitten ze op de VRT nu te leuteren i.p.v. de belangrijkste persconferentie van het jaar te tonen?’

Delaplace: ‘Ja, we maken soms inschattingsfouten en soms zit het gewoon niet mee. Bij de rellen in Blankenberge stonden we live op het strand van Oostende. (glimlacht) Was dat topjournalistiek? Nee. Tegelijk, en zonder kritiek te geven op de collega’s van VTM of op de kranten: hoe zou Vlaanderen de coronacrisis doorgekomen zijn zonder de publieke omroep? En wie anders dan de VRT kan ‘De warmste week’ organiseren? We informeren, inspireren en verbinden.’

©SISKA VANDECASTEELE

‘Al vier jaar vragen ze mij: ‘Mis je de journalistiek niet?’ Ja, het is het mooiste vak ter wereld en als CEO van de VRT is dat niet anders dan als CEO van Mediafin. Ik verdedig de onafhankelijkheid van de redactie, maar ik wil wel dat de redacties over het project nadenken. Op Instagram heeft Nws.nws.nws bijna 100.000 volgers en daar mogen we apetrots op zijn. Dat is the way to go. Niet één jongere zit om 19 uur naar ‘Het journaal’ te kijken. We brengen het dus op een manier die hen aanspreekt. We moeten ook niet verwachten dat ‘Thuis’ in 2030 nog alleen uit lineaire afleveringen van 25 minuten zal bestaan. Over tien jaar hoop ik dat ik ’s avonds, hopelijk vanuit een nieuw VRT-gebouw, naar huis in Dilbeek kan vertrekken en dat als Waze me zegt dat mijn rit 38 minuten duurt, ik van de VRT een bericht krijg: ‘Mijnheer Delaplace, voor die 38 minuten hebben we voor uw profiel dit best mogelijke aanbod.’ Geen enkel ander mediabedrijf in Vlaanderen zal dat kunnen.’

Toch nog een tweetje. Op 8 september 2019, de screenshot van een Sporza-alert met de melding dat Wout van Aert voor het eerst een ritje met de fiets maakte. U schreef: ‘Breaking news. #getalife.’

Delaplace: ‘Vierde wolf gevonden in Limburg! Kijk, ik ben me er bewust van dat we heel breed moeten gaan, dat de VRT er voor alle Vlamingen is en dat Wout van Aert veel fans heeft. Maar ik zal blijven wijzen op principes en gevaren. (glimlacht) Alleen zal ik dat nu meer intern dan op Twitter doen.’

Vorige week postte u de speech van Tim Davie, de directeur-generaal van de BBC, aan zijn personeel. Hij pleitte onder meer voor onpartijdigheid. Hoe rijmt u dat met het wegknippen van het fragment uit ‘De ideale wereld’ waarin Geert Hoste een Hitlergroet bracht. Dat zou gebeurd zijn op aandringen van het Vlaams Belang-lid van de raad van bestuur.

Delaplace: ‘Onpartijdigheid is gemakkelijk in te vullen op een slide, maar is in de praktijk veel moeilijker. Maar kijk naar de Amerikaanse media en vergelijk dat met Vlaanderen. Ik denk dat de VRT, zonder arrogant te willen klinken, en dat is een belangrijke bijzin, de beste garantie op onpartijdigheid is.’

‘Dat fragment was een akkefietje dat nooit het publieke debat had moeten halen, maar het gebeurde wel omdat het de VRT is. Het begint met een heel slecht mopje dat later een publieke envergure kreeg. Dat was lastig. Maar de uitleg van Leo (Hellemans, als interim-CEO zijn voorganger, red.) maakte heel helder dat bij de VRT geen sprake is van censuur. Dat dat onder druk gebeurde, klopt helemaal niet.’

Maar slechte mopjes kunnen niet? Ik kan me voorstellen dat u als CEO van Mediafin ook kwade mensen aan de lijn kreeg na woorden van Kaaiman of een mopje van Faudt Nieuws.

Delaplace: ‘Dat is zeker gebeurd, maar ik zal altijd achter mijn redactie staan. Als Kaaiman eens te lang bepaalde mensen opvoerde, kreeg ik zeker bedrijfsleiders of advocaten aan de lijn. Dat eindigde soms met het neergooien van de telefoon omdat ik niet kon doen wat ze wilden. Maar dit is iets anders en ik volg Leo’s beslissing.’

Hoe lastig was het dat vorige week van drie BV’s naaktfoto’s en filmpjes uitlekten en daar een van de VRT-medewerkers bij betrokken was?

Delaplace: ‘Het is belangrijk te herhalen dat wat gebeurde een misdrijf is. Het lekken en verspreiden van privéfoto’s is strafbaar. Eerst hebben we erover gewaakt dat de VRT zelf geen actieve rol speelde in het verspreiden ervan en dan hebben we, zoals 99 procent van de media, gewacht tot het een publiek feit werd. Dat gebeurde toen Stan Van Samang een klacht indiende. Daar berichtten we op een correcte manier over.’

‘Peter (Van de Veire, red.) las op MNM een brief voor en dat deed hij met grote klasse op een moment dat hij de hele wereld over zich kreeg. Dit is een ongelooflijk moeilijke materie. Voor hem, maar ook voor een andere medewerkster die op Twitter en Instagram onterecht door het slijk werd gehaald als zogenaamde bron. Ook daar hebben we een hele week aan gewerkt. Ik heb uiteindelijk niet persoonlijk met ze gesproken, maar ik heb Peter wel gemaild om te zeggen hoe 'klasrijk' ik zijn reactie vond.’

Je kan de schoonheid van het leven niet vatten als je de tristesse niet kent. Dus luister ik met veel plezier weer naar 'Duyster' en haar depressieve platen.

Op een wit hemd zie je geen okselvijvers, op het blauwe van ons wel: wat is het warm. Hij, dit najaar 50, geeft geen krimp. Zijn zwarte haren worden niet drijfnat van het zweet. Op het aangelegde houten pad aan de Wolfsputten doet hij wat de fotografe vraagt. Hier even door dit licht wandelen. Ja, blijven staan. Nog eens terugkeren. Daarnet sprak hij van een virus en hij had het niet over corona. Wel over het mediavirus. Als kind zocht hij in de extra edities van Het Volk, die enkele uren na de aankomst van de Tour verkocht werden, in een cartoon van Thomas Pips naar het verborgen muisje. ‘De koers interesseerde me maar matig. Die muis vinden en hopen daarmee een prijs te winnen, was wat me boeide.’

Toch ook de krant zelf. ‘In het vijfde en zesde leerjaar hadden we twee leerkrachten die ons toelieten een halfuur per week aan een klaskrantje te werken. Met mijn drie vrienden Nick, Philippe en Koen, maakte ik dat krantje:  Niphifrekoe heette het dus. Een verzameling onzin, mopjes, cartoons en één verhaal over de school. Van dat virus ben ik nooit genezen. Toen ik 18 was, wilde ik pers en communicatie studeren, maar het PMS (nu CLB, red.) zei mijn ouders ‘dat er meer in zat’. Dat moet je in West-Vlaanderen maar één keer zeggen. Dus ging ik in Leuven toegepaste economie studeren. Nadien ben ik wel nog pers en communicatie gaan doen.’

Tussen Niphifrekoe en de Financieel-Economische Tijd, waar hij na een examen in 1994 kon beginnen nadat zijn beste vriend Bart Mouton een vacature had gezien en had ingezien dat het iets voor Delaplace was, liggen jaren van ontdekking. Het leven in Leuven, zeker, de brede smile toont dat hij daarvan genoot. Maar ook het afscheid van Oostrozebeke. Morrissey, een van zijn favoriete artiesten, zingt zeer melancholisch in ‘The Last Night on Maudlin Street’: ‘Goodbye House, Goodbye Stairs.’ ‘Ik heb veel goede herinneringen aan het huis waarin ik ben opgegroeid. Maar ondertussen leef ik 32 jaar buiten West-Vlaanderen en ik ben blij dat ik in Antwerpen en Brussel heb gewerkt en in Merelbeke gewoond heb en nu in Dilbeek. Ik wilde niet een heel leven in Oostrozebeke blijven, maar iets bindt je natuurlijk. We zijn wroeters en, zoals ik al zei, ook in deze job zal dat blijken.’

©SISKA VANDECASTEELE

Op de radio vertelde u over een auto-ongeval dat jullie overkwam toen u 7 was. U bleef zelf meer dan twee maanden in het ziekenhuis, uw moeder dubbel zolang. Hoe heeft dat jullie leven bepaald?

Delaplace: ‘Niet zo dat ik daar een dinsdagnamiddagfilosofie in een bos in Dilbeek kan over opzetten, want ik was nog heel jong. Onderweg naar huis, na een boswandeling in Beernem, werden we in Wingene aangereden. Mijn vader vertelde me dat ik net voordien, terwijl ik op de achterbank mijn strip zat te lezen, had gevraagd: ‘Papa, hoe komt het dat Kuifje nooit gekwetst is na een ongeval?’ Dat was mijn laatste zin. Ik had een hele zware hersenschudding en net als mijn moeder veel verwondingen. Heel mijn hoofd staat vol littekens. We danken onze levens aan de mensen die op dat kruispunt woonden en die bij mijn ma en mij het bloeden gestelpt hebben. Die mensen zijn goede vrienden van mijn ouders geworden en ik zal voor hen altijd door het vuur gaan, wat er ooit gebeurt.

Begin 1995 zaten we samen met Frederik Delaplace in een postacademische opleiding, door alle Vlaamse kranten georganiseerd als een soort nascholing voor jonge journalisten. Oud-BRT-journalist Miel Dekeyser gaf er les, iemand kwam over het internet vertellen en onze verhalen werden door een professor onder de loep genomen. Misschien was dat van hem wel het oudste dat terug te vinden is in Gopress: ‘Belgische beveks winnen terrein op Luxemburgse sicavs.’ Boeiend. 25 jaar later lopen we door een bos in Dilbeek. De ene bleef journalist, de andere werd CEO.

Zo gaat het leven dus.

Delaplace: (lacht) ‘Ik mag zeggen, denk ik, dat ik een redelijke pen heb. Maar mijn eerste chef liet me veel stukken herbeginnen. Vaak was mijn verhaal op woensdag beter dan op dinsdag.’

Iedereen in het vak maakt al eens een ongelooflijke blunder. U ook?

Delaplace (lacht) ‘Ooit moest ik in Antwerpen een reportage maken over een opleiding ‘Omgaan met lastige mensen’. Toen ik aan het schrijven was, kwam Nicole Hofkens, onze redactiesecretaresse aan mijn bureau staan. Die kon tegen een plaagstoot en ik zette boven mijn verhaal als titel en ondertitel: ‘Omgaan met lastige mensen. Nicole Hofkens, een casestudy.’ Dat was een weekendverhaal en gelukkig kwam de eindredacteur me enkele dagen later vragen: ‘Fred, die titel van je verhaal, ben je daar zeker van?’ Anders stond die dus in de krant.’

U sprak daarnet over die twee leerkrachten. Zijn dat mensen die stenen verlegd hebben?

Delaplace: ‘Zeker. Twee van die duizenden berichtjes na mijn aanstelling bij de VRT kwamen trouwens van die twee mensen. Twee dagen later kreeg ik ook telefoon van een man uit Antwerpen die op het Eilandje, voor het hip werd, een kruidenierszaak had gehad maar failliet was gegaan. Hij beweerde dat de bank hem dat gelapt had en hij spande een jarenlange procedure in. Ik ben ooit een keer of drie bij hem langs geweest en heb toen dat verhaal gebracht. Acht jaar later liet hij me weten dat hij gelijk had gekregen en toen ik CEO van de VRT werd, belde hij me nog eens op: ‘Ik ben je niet vergeten.’ Zeker 25 jaar jaar na dat verhaal. Maar om op je vraag te antwoorden: in de journalistiek heeft Marc Van Cauteren (tot 2006 hoofdredacteur van deze krant, red.) me vooruitgestuurd in de vaart der volkeren. Ik heb dat al eens verteld en nadien belde hij me: ‘En dat zegt ge me nu pas!’’

Een paar mensen vertelden dat u een keikop bent, maar ook dat u een twijfelaar bent.

Delaplace: ‘Arrogant, zeiden ze dat niet? Twijfelaar? Als je alles goed overweegt, de pro’s en de contra’s, is dat dan twijfelen? Ik heb dat ook bij mijn sollicitatie gezegd. Ik wil weten wat de gevolgen kunnen zijn van een beslissing. Better be sure.Het is niet mijn stijl om rücksichtlos het grote plan-Delaplace op te dringen.’

Is het moeilijk om mensen mee te krijgen?

Delaplace: ‘Ooit kreeg ik de kans een toer door Europa te maken langs kranten in Norrköping, Londen, Wenen en Bern. Toen ik terugkeerde, nam ik twee dagen om een nota te schrijven over hoe ik De Tijd zag evolueren. Radicaal voor digitaal kiezen, was daarbij belangrijk en in 2008 begonnen we onze webfirstpolicy. Op de redactie dachten velen toen: he’s gone mad. Maar de aandeelhouders volgden en een geluk bij een ongeluk: in 2008 brak de financiële crisis uit. Er was nood aan ons soort nieuws. Natuurlijk had het kunnen fout lopen.’

‘Bij de VRT voel ik veel goesting en de naam die ik de voorbije zeven weken het meest heb genoemd, is die van Dick Fosbury. Op de Olympische Spelen van 1968 was hij de enige hoogspringer die eraan dacht om achterwaarts over de lat te gaan en hij won goud. Drie lessen trek ik daaruit. Een: durf veranderen. Twee: maak gebruik van nieuwe technologie. Hoogspringers landden toen niet meer in een zandbak, maar op matten van kunststof. Zo kon Fosbury comfortabel op zijn rug vallen. En drie: pas op. Voor de Olympische Spelen van vier jaar later haalde Fosbury niet eens het Olympische team waarin ondertussen iedereen zijn techniek had gekopieerd.’

Toen u in 2006 hoofdredacteur werd, hebt u mensen moeten ontslaan. Kunt u dat gemakkelijk?

Delaplace: ‘Ik denk niet dat veel mensen dat gemakkelijk vinden en ik verfoei de dag waarop ik bij dat soort ingrepen geen emotie meer voel.’

Aan een man vraagt nooit iemand hoe hij de job van CEO combineert met die van vader. U hebt twee zonen en twee pluszonen. Hoe doet u dat?

Delaplace: ‘Ik denk niet dat mijn job mijn rol als papa in de weg heeft gestaan. Ik heb wel veel uren geklopt, maar ik maak ook tijd voor mijn gezin. Een van de zaken waarom ik deze job aankan, is net dat ik er niet onder gebukt ga. Als ik thuiskom, ben ik van de eerste seconde CEO-af. Aan tafel met Eva praat ik niet over de beheersovereenkomst.’

Zij werkt zelf bij Mediafin, een voordeel is dus dat u nu haar baas niet meer bent.

Delaplace (schatert): ‘Voorlopig! Nee, maar eigenlijk is dat nooit lastig geweest. Op een zeker moment moet je daar gewoon open over zijn en dat heeft nooit tot problemen geleid. Zeker omdat Eva een ongelooflijke meerwaarde is voor Mediafin.’

Wat hebt u eigenlijk ontdekt bij het opklimmen op de ladder? U begon als journalist, vandaag hebt u een chauffeur. Is dat fijn?

Delaplace: ‘Zo’n chauffeur hebben, daar moet je aan wennen. Maar het hoort bij de job en ik kan je nu al verzekeren dat het zeer handig is. Als CEO word je niet alleen verwacht op de Reyerslaan, je moet op veel plekken zijn. Ik was bij een opname van ‘Thuis’, morgen (dat was woensdagavond, red.) ga ik in Sint-Katelijne-Waver ‘Vive le Vélo’ bijwonen, en zo is er veel. Naar hier ben ik alleen gekomen. Ik wilde Ludo niet enkele uren op een parking in Dilbeek laten staan om me dan iets verderop thuis af te zetten. Maar morgenvroeg komt hij me halen en in de drie kwartier onderweg naar de VRT kan ik het directiecomité voorbereiden.’

Maar u gaat een ander leven leiden. Ook al zit u nog altijd op de tribune van Club Brugge en weet iedereen dat u graag frieten eet, allicht slaapt u ook al eens in een chique hotel in Abu Dhabi. Dat is toch een andere wereld.

Delaplace: ‘Dat was nooit een doel op zich, maar ik haat stilstand. Daarom ga ik ook niet graag naar dezelfde plaats op vakantie. Als CEO van de VRT ben ik niet anders dan de schrijvende journalist van 20 jaar geleden en ik besef heel goed dat veel contacten er nu alleen zijn omdat ik CEO ben. Ja, ik ga graag eten en met een ander budget permitteer ik me nu een mooiere fles wijn. Maar daarop kicken of erin zwelgen? Nee.’

Dat moet lastig geweest zijn in de lockdown. Hoe beleefde u die periode?

Delaplace: ‘Corona was professioneel een van de vijf heftigste stressperiodes, het was niet evident om elke dag een krant, zeker een gedrukte, te maken. Toen ik in maart een eerste corona-update naar het hele bedrijf stuurde met de melding dat een dag later niemand moest komen, was dat bijzonder ingrijpend. Maar voor het einde van het bedrijf heb ik nooit gevreesd. En zelf? Meteen na de lockdown zijn we goed op restaurant geweest, ja. (lacht) Ik was mijn eigen keuken beu gezien.’

Nog één vraagje. Voor mensen als u lijkt het pad alleen maar omhoog te gaan met steeds meer succes. Toch zult ook u wel eens een mindere dag hebben. Wat doet u dan?

Delaplace: ‘Muziek luisteren. En sporten. Niet dat ik alleen sport als ik problemen heb, maar toch. En ik vind een tegenslag niet erg. Je kan de schoonheid van het leven niet vatten als je de tristesse niet kent. Dus luister ik op zondagavond nu weer met veel plezier naar ‘Duyster’ en haar depressieve platen.’

Uren later, een sms: ‘Pagina 1 van Vargas Llosa intussen gelezen. De rest zal helaas nog even moeten wachten.’ Dat komt door de beheersovereenkomst en door het directiecomité van een dag later. Hopelijk sms’t hij naar niemand: ‘Het feest van de bok.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud