Roland Legrand

Twee filosofen analyseren het Kwade zoals zich dat manifesteert op internet.

Er heerst een apocalyptisch sfeertje bij internetexperten. Bloedstollende verhalen over ‘The Dark Net’ waar je online moordenaars, drugs en kinderporno kan bestellen, analyses over hoe de grote internetbedrijven ons heel berekend verslaafd maken, beschouwingen over hoe we ons laten opsluiten in echokamers die enkel ons eigen grote gelijk laten weerklinken, en een voortdurende stroom van nieuwsberichten over de online manipulatie van het publieke debat worden ons om de oren geslagen.

Toen ik het boek ‘Evil Online’ zag dacht ik dan ook: ‘Meer van hetzelfde’. Het boek is geschreven door de Australische filosoof Dean Cocking en Jeroen van den Hoven, professor Ethiek en Technologie in Delft. Het is echter niet gewoon een opsomming van wat er vandaag fout loopt op het internet.

Torrentianen

Het boek begint in de 17de eeuw, met een beschouwing over de schilder Torrentius, een zeer getalenteerd tijdgenoot van Vermeer. Wat we over hem weten heeft ons bereikt via de vele rechtszaken die tegen hem werden gevoerd wegens pornografie en losse zeden. Hij en zijn Hollandse volgelingen, de ‘Torrentianen’, vonden dat zij aan gene zijde van goed en kwaad stonden.

Op het internet moeten we aan niemand verantwoording afleggen, waardoor we de aard en de gevolgen van ons gedrag vaak slecht inschatten.

Tot zijn vele vrienden en volgers behoorde ook Jeronimus Cornelisz, een misnoegde apotheker uit Haarlem die later onderkoopman van de Verenigde Oostindische Compagnie werd. Hij voer met het schip de Batavia naar Nederlands-Indië, maar plande onderweg een muiterij om met de kostbare lading aan de haal te gaan. Daar stak een schipbreuk echter daar een stokje voor. Cornelisz strandde met zo’n 150 mensen op een eiland terwijl anderen met een roeiboot op zoek gingen naar hulp. Cornelisz en zijn handlangers namen de leiding en moesten aan niemand verantwoording afleggen. Ze vermoordden 120 mensen, waaronder vrouwen en kinderen, dikwijls gewoon omdat ze dat leuk vonden.

Dat fascinerende verhaal doet de lezer anders kijken naar de nieuwe online omgevingen, waar de stem van morele autoriteiten en sociale instituten te zwak lijkt om veel impact te hebben. Alles lijkt te kunnen en dus ook te mogen. Het zijn omgevingen waar mensen, die in het gewone leven behoorlijk normaal lijken, plots in een morele mist navigeren.

Morele mist

Aan concrete voorbeelden van het Kwade op het internet is er geen gebrek. Hackers die een site voor epilepsiepatiënten in handen krijgen en hem net gebruiken om epilepsieaanvallen te veroorzaken. Sites waar mensen worden vernederd met ‘wraakporno’, forums waar jongeren elkaar aanzetten tot extreem dieetgedrag of zelfmoord, online pesterijen die leiden tot depressie en zelfmoord. Chatrooms voor politieke extremisten van alle soort. Het boek geeft er een hallucinant overzicht van.

‘We geven gebouwen vorm, en nadien geven onze gebouwen ons vorm’, zei Winston Churchill ooit. Onze online ‘gebouwen’ zijn opgetrokken door Google, Facebook, Amazon, Microsoft en Apple. Er wordt nauwelijks ethisch of politiek nagedacht over de manier waarop die ‘gebouwen’ onze samenlevingen vorm geven.

Net zoals het gevaar en de onvoorspelbaarheid van een oorlogssituatie ons doen verzeilen in een morele mist, kunnen we online ook in zo’n mist terechtkomen waarin we de aard en de gevolgen van ons gedrag slecht of niet inschatten, zeggen de auteurs. De uitleg na wandaden op het internet blijft dan typisch beperkt tot ‘het was gewoon grappig’, ‘het was enkel maar een Twitter- of Facebookpost’ of - Jeronimus Cornelisz achterna - ‘ik deed het omdat het kon’.

In een cultuur van fake news, waar de waarheid en de werkelijkheid er niet meer toe doen, nemen internetgebruikers mekaar (en zichzelf) niet langer ernstig. ‘Evil Online’ geeft geen blauwdruk van een nieuw en moreel superieur internet. Het onderwerpt de stroom alarmerende berichten over het bestaande internet wel aan een systematische en grondige ethische reflectie. Dat alleen al is bijzonder waardevol.

‘Evil Online’, Dean Cocking en Jeroen Van den Hoven, uitgegeven bij Wiley Blackwell.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content