'Ik heb mezelf wel een paar keer moeten knijpen'

Alexander Klöpping en Marten Blankesteijn, oprichters van Blendle. ©Merlijn Doomernik

De Nederlandse start-up Blendle - een 'iTunes voor journalistiek - kreeg miljoenen van media-iconen The New York Times en Axel Springer. 'Nu moeten we schaalgrootte creëren om rendabel te worden.'

Blendle is een idee uit de koker van de Nederlanders Marten Blankesteijn (27) en Alexander Klöpping (27). Het duo besloot om een digitaal platform op te zetten waar je losse kranten- of magazinestukken kunt kopen, zoals je vandaag via iTunes ook losse muzieknummers kan kopen zonder een heel album door je strot te krijgen.

Over het waarom van dat idee is Klöpping - die u misschien kent als de licht brutale technologiecommentator in praatprograma 'De wereld draait door' - duidelijk, in een interview met De Tijd. 'Pure ergernis. Het gebrek aan vernieuwingszin en het gebrek aan een liefde voor het internet bij uitgevers. We voelen veel romantiek voor het papieren journalistieke product. Maar even goed voor het digitale. En dat is iets dat bij veel uitgevers nog niet op dezelfde hoogte staat. Dus hebben we maar zelf iets gemaakt.'

Blendle is een online kiosk, waarin je losse artikels kan kopen, zonder aan een hele krant of magazine vast te hangen. Voorlopig vooral uit Nederlandse kranten en tijdschriften, maar ook al uit enkele Vlaamse titels en The Economist. 70 procent van de inkomsten gaan naar de uitgever, 30 procent naar Blendle. Wie niet tevreden is over de aangekochte lectuur, mag zijn geld terugvragen. Blendel heeft vandaag 130.000 gebruikers. 

‘We willen een aanvullende inkomstenbron zijn voor uitgevers’, zegt mede-oprichter Alexander Klöpping. ‘Vergelijk het met een glas wijn bestellen op restaurant. Als je een veeldrinker bent, kan je beter ineens een fles kopen. Maar als je graag verschillende soorten wijn drinkt, dan wordt het wat duur om flessen te kopen. Dan is het fijn als je ook per glas kan drinken.’

Dat 'iets' lokte op de zes maanden sinds de lancering al 130.000 gebruikers. En begin deze week ook twee nieuwe investeerders, met ronkende namen in de mediawereld: The New York Times en Axel Springer. 'Ik kan er ondertussen droogjes over vertellen, omdat ik er al een tijd mee bezig ben', zegt Klöpping. 'Maar ik heb mezelf wel een paar keer moeten knijpen.' 

Die namen moeten niet alleen het geld voorzien voor een internationale uitbouw van de Nederlandse start-up. Ze openen ook deuren. 'Ik heb net nog Le Monde gemaild', zegt Thomas Smolders, de enige Belg bij Blendle. 'Omdat ik daarbij kon zetten dat de NYT heeft geïnvesteerd, mag ik afkomen. Moest die investeerder één of andere rijke Rus zijn geweest, was het een ander verhaal geweest.'

Doel is nu om schaalgrootte te creëren met een internationale uitbreiding. Dat moet het bedrijf rendabel krijgen, iets wat enkel in Nederland niet zou lukken. 'Wij zitten in een business waarin we maar 30 procent verdienen op een stukje', legt Klöpping uit. 'Een paar cent per verkoop. Terwijl we hier ondertussen wel 15 programmeurs hebben zitten. Die doen dat niet gratis. Dus moeten we gewoon heel veel stukjes verkopen om uit de kosten te geraken.'

Hoeveel gebruikers blendle nodig heeft, ligt niet vast. Klöpping: 'Dat hangt af van hoe goed de dingen die we proberen aanslaan bij de gebruikers. We willen nu vooral een goed product maken, waar gebruikers blij mee zijn. Met hoeveel mensen we nodig hebben ben ik niet zo bezig.'

'Belangrijker dan het aantal gebruikers is de conversieratio: hoe veel gebruikers er na de 2,5 euro budget die ze cadeau krijgen ook gaan opwaarderen', zegt ook Smolders. 'Nu is dat één op vijf, wat blijkbaar al heel hoog is in vergelijking met diensten als Spotify. Aan dat cijfer moeten we nog verder werken.'

Lees vrijdag een uitgebreid interview met Alexander Klöpping en Thomas Smolders in De Tijd. 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud