Roland Legrand

‘Artificial Stupidity’ heet het boek van de Gentse curator, auteur en dj Fredo De Smet. Als groot fan van Wikipedia zoek ik de uitdrukking op.

En zoals ik dacht, wordt 'artificial stupidity' gebruikt wanneer software die geacht wordt artificieel intelligent te zijn, mislukt in zijn taak. Bijvoorbeeld wanneer Siri, de virtuele assistent van Apple, je vraag niet begrijpt. Maar er is meer. Stel: je wil een game ontwikkelen waarbij de menselijke speler niet meteen wordt uitgeschakeld door de computer. De computer mag niet dom lijken, maar ook niet te ‘slim’, want aan beide scenario’s heeft de menselijke speler weinig. Het is, zeggen experten, een grote uitdaging om tot een slimme mate van kunstmatige domheid te komen.

Slimme strategie

Maar de artificial stupidity in het boek van Fredo De Smet dekt nog een andere lading. Het is niet alleen een listig middel voor computers om mensen te entertainen, maar ook een slimme strategie van mensen om te overleven in tijden van technologische disruptie. Verrassend genoeg start het boek niet met verhalen over technologische hoogstandjes, maar over Beethoven en Bach. Dat lijkt raar, tot je beseft dat de muziekindustrie bij de allereerste was om de impact van het internet voluit mee te maken. Denk bijvoorbeeld aan het illegaal downloaden van muziek of de opkomst van streamingdiensten. Het laat de auteur, die actief was als dj, toe om het boek heel persoonlijk te maken.

De Smet pleit voor een waardig ‘letting go’ waarbij je de controle deels uit handen geeft.

Want wat doet de muziekstreamingdienst Spotify met iemand die als beroep had om muziek te kiezen voor anderen? Spotify stelt muziekselecties voor die rekening houden met uw hoogst individuele muziekvoorkeuren. Moet je dan als muziekcurator proberen toch nog beter te worden dan Spotify door dag en nacht te zwoegen? Dat zou indruisen tegen de filosofie van de artificiële domheid. De Smet pleit voor een waardig ‘letting go’ waarbij je de controle voor een deel uit handen geeft. Accepteer dat Spotify het heel goed doet en geniet ervan. Maar kijk meteen ook over het muurtje: misschien hebben de concurrerende algoritmes van Apple of YouTube ook wel interessante voorstellen.

Gebruik de tijd die vrijkomt om andere dingen te doen. Een tentoonstelling maken of een boek schrijven bijvoorbeeld. Of gaan joggen, en daarbij letten op je ademhaling in plaats van te luisteren naar een podcast. Allemaal vormen van ‘artificiële domheid’ waarbij je op een waardige manier omgaat met technologische verandering. Ik zou het zelf eerder technologische judo noemen, waarbij je de kracht van de technologie niet probeert te blokkeren met futiele tegenkracht maar net gebruikt om jezelf te bevrijden. Dat veronderstelt wel dat je inzicht krijgt in de cultuur die samenhangt met de informatietechnologie.

Ambivalent

Artificial Stupidity

De Smet laat volop wetenschappers, filosofen, schrijvers en musici aan bod komen. Tot zijn grote helden behoren de econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen en de filosofe Martha Nussbaum. Zij staan voor een benadering waarbij de nadruk niet ligt op de toegevoegde waarde van goederen en diensten, maar op het vermogen dingen te doen. In welke mate kan je als mens je eigen ontwikkeling en vooruitgang sturen? Ik ga hier niet alle aanbevelingen verklappen, maar naast ‘letting go met waardigheid’ wil ik ook ‘koester ambivalentie’ aanstippen.

In dit soort boek over technologie is de verleiding immers groot om voor de uitersten te gaan: ‘leve de technologie, want ze maakt de mens op termijn onsterfelijk’, of ‘help, de technologie maakt de mensheid overbodig’. Dat doet De Smet niet. Hij pleit ervoor om de goede en de slechte mogelijkheden te zien. Hij ziet zowel wit als zwart en probeert in de grijze zone van de toekomst regels te ontwaren voor een artificiële domheid, die niets anders is dan een ethiek voor tijden van disruptie.

‘Artificial Stupidity’ is uitgegeven bij Lannoo Campus.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content