Nooit meer zonder

Een Japanse Apple-fan met een kussen van Steve Jobs, de ondertussen overleden bedenker van de iPhone. ©EPA

Tien jaar geleden stak een magere man in een zwarte coltrui een stuk plastic in de lucht als was het de heilige graal. Vandaag is de smartphone een scherp, tweesnijdend zwaard. ‘Hij heeft ons leven overgenomen.’

‘Ik ben niet constant op mijn iPhone bezig, maar wel heel veel. Ik hou hem bij me in bed: ik bekijk hem zodra ik wakker word tot net voor ik ga slapen. Ik stuur zo’n 100 berichten per dag, en 50 via sociale media. Ik ontvang er zowat evenveel. Tijdens een schoolstage heb ik mijn telefoon eens een dag niet gebruikt. Dat ging perfect. Maar een leven zonder kan ik me echt niet voorstellen.’ Sarah, 15.

Een 15-jarige heeft nooit anders geweten: een smartphone als levenslijn in de palm van je hand. 93 procent van de jongeren heeft een slimme telefoon. Doorgaans krijgen ze er één als ze naar de middelbare school gaan. Vaak gaat het om een afdankertje van mama of papa.

7
Zeven op tien Vlamingen hebben een smartphone. Dat is minder dan in de buurlanden.

Maandag wordt de iPhone tien. Voor de iets ouderen onder ons gaat die verjaardag gepaard met een trip down memory  lane. Weet u nog, die Eriksson, formaat baksteen? De Nokia 3310? De eerste Blackberry met handig toetsenbord?

En dan, 9 januari 2007: onder het gejoel van een overwegend mannelijk leger van yuppies en nerds presenteerde Steve Jobs de ‘revolutionary mobile phone’ die de wereld zou veroveren. Al kon niemand toen voorspellen dat hij zo diep in onze inti­miteit zou dringen.

Steve Jobs stelt eerste iPhone voor in 2007.

 ‘De impact van het toestel valt niet te over­schatten’, zegt Jeroen Lemaire, de CEO van de appontwikkelaar In The Pocket. ‘De iPhone heeft van Apple ’s werelds waardevolste bedrijf gemaakt. En hij heeft ons leven min of meer overgenomen. Je vraagt je af waarom hij eigenlijk iPhone heet. We bellen er amper mee.'

De iPhone is een dagboek geworden, een fototoestel, muziekspeler, wekker, planner, gps, encyclopedie, adresboek en portefeuille. Hij fungeert zelfs als personal coach, zenmeester en lijfarts.

Het toestel heeft werkelijk alles om ons slimmer, sneller en efficiënter te maken. En toch is het ook een bron van ergernis. Nooit eerder hadden we zo’n passionele haat-liefdeverhouding met een stukje technologie.

Smartphonegebruikers hebben de neiging om elk vrij moment op hun scherm te spenderen. ©REUTERS


‘Als ik ’s morgens opsta, heb ik soms meer dan 300 meldingen op mijn scherm. Vooral onnodige praat. Sommige klasgenoten gaan tot drie uur ’s nachts door op WhatsApp. Ik scroll door de reacties, check mijn berichten, lees de verhalen op Snapchat en Instagram. Ik denk dat ik zo’n 50 berichten per dag stuur. Ze zeggen soms dat ik verslaafd ben, maar ik vind van niet. Ik gebruik mijn telefoon enkel als het nodig is. Bij sommigen plakt hun telefoon echt aan hun hand. ’ Demi, 16 

Het genie van Steve Jobs is dat hij als geen ander be­sefte dat de verpakking en de inhoud primeerden op de technologie, zegt socioloog Ben Caudron. ‘Er bestonden al toestellen waarmee je online kon gaan, maar Jobs gaf een antwoord op de behoeftes waar de consument al lang hongerig naar was gemaakt: op je telefoon doen wat je met een desktop kan, altijd en overal.’

Wat toen een zegen leek - meer mobiliteit, meer vrijheid - is ook een gesel geworden. Altijd en overal betekent ook in de auto, op het toilet, in de slaapkamer, op restaurant, op de skipiste, tijdens een vergadering of op een festival. ‘Die continue bereikbaarheid heeft een grote schaduwzijde: ze normaliseert de dwang, de neurose om op elke prikkel te reageren’, zegt Caudron. 

70 procent van de tieners wordt fysiek ongemakkelijk als ze hun smartphone niet bij hebben. Dat lijkt op afkickverschijnselen.
Christophe Lafosse
Neuropsycholoog

Wie heeft nog nooit naar het icoontje gestaard dat verraadt of de ontvanger de boodschap al gelezen heeft? Naar de redenen van het negeren blijft het gissen voor de verzender: gebrek aan tijd, aan interesse, aan liefde?

‘De smartphone speelt gretig in op basale menselijke behoeftes’, zegt Caudron. ‘Zet daar de knapste systeemontwikkelaars op en je krijgt een toestel met applicaties die zo verslavend mogelijk zijn gemaakt. Want dat is het werkelijke kapitaal van een medium als Facebook: de tijd die een modale gebruiker op het platform doorbrengt.  Sharen, liken: je plaatst een bericht en gaat vijf minuten later kijken hoeveel reacties het heeft gekregen. Opzet geslaagd.’

3
Een op drie gebruikers spendeert dagelijks meer dan drie uur op z'n smartphone.

Facebook heeft een aura van commu­nity building. Maar dat is vals, vindt Caudron. ‘Het bedrijf is enkel uit op data­mining. Zijn verdienmodel heeft constant simulatie nodig, dan levert het meer op. Nogal wat mensen kiezen er helemaal niet voor hun iPhone te gebruiken. De iPhone kiest voor hen.’

'Als ik een melding krijg, ga ik er even helemaal in op. Ik merk dat het moeilijker is me te concentreren als ik aan het studeren ben. Meestal kijk ik toch even snel om te controleren of het belangrijk is. Een bericht is belangrijker dan een melding van Instagram. Het gebeurt dat iemand iets tegen mij vertelt, en dat ik die persoon niet hoor omdat ik met mijn telefoon bezig ben. Dat probeer ik te vermijden.’ Sarah, 15.

93 procent van de Vlaamse jongeren heeft een smartphone. ©Jaco Klamer / HH


Met elke technologische doorbraak gaan we korter maar meer communiceren. Nog niet zo heel lang geleden vormden lange, zorgvuldig met de hand geschreven brieven de enige levenslijn tussen geliefden, families en vrienden. De komst van de telefoon maakte de wereld een stuk kleiner en sneller. Vandaag voeren we wandelend een Skype-conversatie met Singapore of sturen we smileys en hartjes vanuit de wachtrij in de supermarkt. 

Die ‘emojisering’ van de samenleving jaagt pedagogen, psychologen en taal­kundigen angst aan. Sinds de smartphone gemeengoed is, verscheen een tsunami aan alarmerende berichten over digitale stress, ‘elektronische cocaïne’ en de dehumaniserende kracht van het immer oplichtende scherm. ‘Mensen die eraan gewend raken weinig te zeggen, raken eraan gewend aan weinig te voelen’, schrijft Jonathan Safran Foer in de Britse krant The Guardian. 

Is de smartphone van ons andere mensen aan het maken? ‘Natuurlijk’, zegt Rudi D’Hooge, biopsycholoog en geheugen­onderzoeker van de KU Leuven. ‘Net zoals de auto, de trein en de televisie ons ook hebben veranderd. De mens is een zeer kneedbaar organisme, dankzij onze bijzonder ontwikkelde hersenen. We worden geboetseerd door onze omgeving, en dus ook door technologie.’

De continue bereikbaarheid heeft een grote schaduwzijde: ze normaliseert de dwang, de neurose om op elke prikkel te reageren.
Ben Caudron
socioloog

Veel aandacht in het neurologisch onderzoek gaat naar de effecten van technostress op het brein. Sluitende resultaten zijn er niet. Leerkrachten klagen over kinderen met de spanningsboog van een fruitvlieg, aandachtsstoornissen maken opgang en op de werkvloer wordt overprikkeling gerelateerd met burn- en bore- outs.

D’Hooge hoedt zich voor rechtstreekse verbanden. ‘Wat we wel zeker weten, is dat het een slecht idee is aandacht te verdelen. En het is een feit dat onze aandacht steeds meer verdeeld wordt.’ 

Het werkgeheugen, dat in de frontale kwabben zit, kan maar een beperkt aantal elementen tegelijk aan. Met een bliepend, trillend en oplichtend toestel in de buurt loopt dat geheugen meteen vol. ‘Kijk naar de impact van het gebruik van smartphones in het verkeer’, zegt D’Hooge. ‘Het actief gebruiken van het werkgeheugen vraagt aandacht en actieve inspanning, het overzetten van kennis naar het lange termijngeheugen ook.’ 

70
Zeventig procent stuurt dagelijks een sms, meer dan de helft doet dat ook via chatdiensten zoals WhatsApp.

In de kamp om onze aandacht wint de smartphone altijd. Ons nieuwsgierige brein kan de verleiding van een kans om informatie op te nemen niet weerstaan. Erger nog, het wil steeds meer. Daarom grijpen we volgens een Britse studie tot 220 keer per dag naar onze telefoon, meestal onbewust. Dat is 220 keer een verspilling van ons werkgeheugen. 

‘Als we elektronica gebruiken om onze capaciteiten uit te breiden, vind ik dat een goede zaak. Bij veel artsen staat de computer tegenwoordig op tafel’, zegt D’Hooge. ‘Maar een toestel dat dient om je cognitieve capaciteiten te beperken door verstrooiing, zal je ook psychologisch verzwakken. Het geheugen werkt als een spier. Als je bepaalde hersenfuncties niet meer gebruikt, worden ze minder efficiënt. We weten intussen met grote zekerheid dat een actief geestelijk leven beschermt tegen verouderingsprocessen.’ 

Bingo-kasteffect

Ons brein kan wel tegen een stootje, mits het voldoende pauze krijgt. Maar wie moeite heeft met aandacht wordt door zo’n toestel uitgeput. ‘Sommige mensen hebben meer aanleg tot obsessief gedrag. Dat werkt een smartphone natuurlijk in de hand: hij zit altijd in je zak. Het is wat wij het bingokast-effect noemen: gedrag wordt enorm gestimuleerd door de mogelijkheid van een onvoorspelbare maar grote beloning. Dat bliepje moest maar eens een leuk berichtje van je partner zijn.’

Is dat het verslavende karakter? ‘Er komt inderdaad dopamine vrij bij processen van stimulering en beloning. In die zin werkt een smartphone op dezelfde hersencircuits als cocaïne of alcohol. Maar ik wil een alcoholverslaving, waar mensen aan sterven, niet vergelijken met obsessief smartphonegedrag.’ 

Je vraagt je af waarom hij eigenlijk iPhone heet. We bellen er amper mee.
Jeroen Lemaire
CEO In The Pocket

Neuropsycholoog Christophe Lafosse, verbonden aan het revalidatieziekenhuis RevArte, is formeler. ‘Er kan sprake zijn van afhankelijkheid of zelfs pseudo-verslaving, als de drang overslaat in dwang.’ Er is ook een lichamelijke com­ponent, stelt hij. ‘We zien dat 70 procent van de tieners fysiek ongemakkelijk wordt als ze hun smartphone niet bij hebben. Dat lijkt op afkickverschijnselen.’

Een volwassene die obsessief gedrag vertoont, is in staat dat te herkennen en te rationaliseren. 'Maar daar is het tienerbrein gewoon nog niet rijp voor’, zegt Lafosse. ‘Zij moeten dus wel degelijk worden beschermd. En dan heb ik het nog niet over de mogelijk nadelige effecten van straling, op je brein en je DNA. Ook daar is de wetenschap nog niet uit. Je houdt tenslotte een micro-oventje tegen je slaap.’

Een van de eerste Australische kopers van een iPhone 7 juicht na zijn bezoek aan de Apple store in Sidney. ©REUTERS

‘Ik moet mijn telefoon om acht uur s’ avonds wegleggen, hij mag niet mee op de kamer. Mijn ouders willen niet dat ik er de hele tijd mee bezig ben. Samen eten, studeren en huiswerk maken gebeurt zonder telefoon. Ik gebruik hem niet terwijl ik met iemand praat, een beleefdheidsregel. Op school leggen we bij het begin van elk lesuur de smartphones in een doos. Als er geen 23 telefoons in liggen, begint de leerkracht niet. Demi, 16 jaar

Door de razendsnelle opmars van de smartphone en het gebrek aan sociale regels is het toestel een algemene bron van ergernis. Bellende busreizigers, tieners die muziek spelen in de trein, kinderen die appen aan tafel, conversaties die stokken omdat de tafelgasten een inkomende melding niet kunnen weerstaan. Het irriteert. We voelen ons even ongewild betrokken. Of net buitengesloten, onbelangrijk, oninteressant.

‘In zekere zin zijn we de smartphone nog altijd aan het temmen, aan het domesticeren’, zegt Pieter Ballon, directeur van Imec en professor communicatiewetenschappen aan de VUB. ‘Hoe gebruik je je telefoon in groep, mag een jongere hem mee naar de slaapkamer nemen? Het zijn regels die op dit moment worden geschreven. Maar die regels zijn nooit puur individueel: technologie moet groeien in een maatschappij.’

25
Een kwart kan niet zonder sociale media. Minder dan drie procent wist zijn profiel op sociale media.

Er wordt eigenlijk nog veel te weinig over de smartphone gepraat, vindt Ballon. ‘We besteden veel aandacht aan de impact van sociale media, inclusief paniekberichten en oproepen tot meer ‘mediawijsheid’. Maar geen enkel stukje technologie zit letterlijk zo dicht op de huid als de smartphone en is zo diep doordrongen in ons persoonlijke leven.’

Hoe afleidend een smartphone werkt, is duidelijk bij onderzoek naar het gebruik van telefoons in het verkeer. ©Bloomberg

De opmars van mobiel betalen, gezondheidsapps - uw iPhone telt nu al uw stappen, tenzij u die functie actief hebt uitgeschakeld - en de inzet van geolocaties werpen nieuwe vragen op: wanneer en met wie deel je welke gegevens, en tegen welke prijs? ‘De smartphone wordt de afstandsbediening van de slimme stad, de portefeuille in de slimme winkel. Het is belangrijk de controle in handen te houden, over onze privacy en over de instellingen. Want met de volgende generatie technologie die eraan zit te komen, zal de impact nog groter zijn.'

Privacynachtmerrie

De piek van het mobiele internet en het gebruik van smartphones is volgens Jeroen Lemaire van In The Pocket nog niet bereikt in ons land. ‘De tijd en het budget dat we op onze smartphone spenderen, blijft stijgen. Dat is op zich contradictorisch, want de afgelopen vier jaar is de iPhone niet meer geïnnoveerd. Ontwikkelaars maken dus applicaties die steeds beter in ons leven passen. Maar ik denk niet dat we de twintigste verjaardag van de iPhone nog gaan meemaken. De grondstroom van innovatie zit elders.’

Medewerkers van een iPhonefabriek in China. ©Bloomberg

Zes jaar geleden maakte het Amerikaanse internetbedrijf Google van ‘mobile first’ zijn devies, vandaag is dat ‘artificial intelligence first’. In oktober presenteerde Google een rist producten die zijn uitgerust met kunstmatige intelligentie, van een telefoon tot een slimme luidspreker. ‘A personal Google, for everyone, every­where’, zei CEO Sundar Pichai. ‘En een nachtmerrie voor onze privacy’, luidde de kritiek meteen.

Het is een slecht idee om aandacht te verdelen.
Rudi D'Hooge
Geheugenonderzoeker

Lemaire situeert de volgende grote doorbraak precies daar: in artificial intelligence en augmented reality. 'De technologie begint te komen, maar het juiste product is er nog niet. Het is wachten op het ‘iPhone-moment’ voor de doorbraak.’ 

Hoe dat eruit zal zien? Lemaire: ‘Tien jaar is op technologisch vlak een eeuwigheid. Elke uitspraak die ik nu doe, is binnenkort vast weer achterhaald. Een bril of lenzen waar beelden op geprojecteerd worden, misschien? Holografische schermen die steeds andere vormen aannemen gebaseerd op de context waarin we ons op bevinden? Eén ding is zeker: de volgende ‘iPhone’ komt niet in de vorm van een bakske. En de gevoeligheden in de dis­cussie zullen dezelfde blijven.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content