weekboek

Touwtrekken om de centen van de techreuzen

De OESO, de denktank van de westerse industrielanden, heeft een voorstel uitgewerkt om multinationals op een andere manier te belasten. Het touwtrekken om de centen van de techreuzen kan beginnen.

De OESO heeft afgelopen week samen met enkele andere industrielanden een voorstel gepubliceerd om techgiganten en multinationale ondernemingen anders te belasten. Het gaat om bedrijven die digitale diensten leveren, zoals Google, Amazon, Apple, Facebook, Spotify en Netflix, en om ondernemingen die in hun business over nationale grenzen heen jongleren met intellectuele rechten, zoals Starbucks of Fiat. Ze beschikken over de mogelijkheid om hun winsten te verschuiven naar een plek met een ‘aangenaam’ belastingklimaat, en maken daar ook duchtig gebruik van.

Dubbele belasting

De OESO heeft als westerse economische club altijd het voortouw genomen in de coördinatie van regels voor het belasten van internationaal opererende bedrijven. De organisatie vertrok daarbij van twee basisprincipes. Eén: vermijden dat nationale belastingautoriteiten het bedrijven onmogelijk maken op multinationale schaal te werken. Twee: erop toezien dat die multinationals, door gebruik te maken van de verschillen in nationale belastingsystemen, niet aan élke belasting ontsnappen. Het eerste principe leidde tot afspraken om het dubbel belasten van ondernemingswinsten te voorkomen. Daarvoor stelde de OESO een model van bilateraal belastingverdrag op. Het tweede principe mondde uit in regels over de verrekenprijzen die multinationals toepassen als een van hun filialen goederen of diensten verstrekt aan een ander filiaal van de groep.

Vooral sinds de grote recessie van 2008 is er grote publieke verontwaardiging over de belastingontwijking door de multinationals.

Die afspraken zijn inmiddels een paar decennia oud. Ze zijn niet, of maar heel gedeeltelijk, meegeëvolueerd met de veranderingen in de economie sindsdien, zoals de opkomst van techreuzen die niet-tastbare digitale diensten verkopen in landen waar ze niet noodzakelijk fysiek aanwezig zijn. Het fiscale regime van de OESO past niet op dat businessmodel. Daardoor kunnen bedrijven als Google en Apple zich zo organiseren dat ze hun winsten officieel boeken in een land - Ierland bijvoorbeeld - waar de belastingdruk laag is of waar ze speciale gunstregimes kunnen genieten. Geheel wettelijk allemaal.

Vooral sinds de grote recessie van 2008 is er publieke verontwaardiging over de belastingontwijking door de multinationals. In Europa heeft commissaris Margrethe Vestager de strijd daartegen aangebonden. Met beperkt succes evenwel, door de wankele juridische basis voor haar optreden.

Het toont aan dat het niet zo eenvoudig is paal en perk te stellen aan die praktijken. Het kan haast niet zonder de belastingregels te wijzen. Maar als een individueel land er zich alleen aan waagt, organiseert de multinational zich zo dat hij dat land simpelweg vermijdt. Enkele Europese landen, zoals Frankrijk met zijn Google-taks, hebben plannen om een belasting te heffen op de omzet die de techreuzen realiseren bij hun onderdanen. Pogingen om daar een Europees initiatief van te maken zijn op niets uitgedraaid, omdat sommige lidstaten niet meewilden en enkel heil zien in een bredere internationale demarche. In het raam van de OESO bijvoorbeeld, waarin ook de VS, Canada en Japan aanwezig zijn en waar landen als China en Rusland ook bij aanleunen.

Stap vooruit

De OESO stelt nu voor dat landen de winsten kunnen belasten die zulke bedrijven op hun markt realiseren, ook als de multinationals daar geen vestiging of juridische entiteit hebben. Dat moet gebeuren volgens geharmoniseerde regels. In functie van de op het grondgebied van het land gerealiseerde omzet bijvoorbeeld. Er zou ook een mechanisme komen om disputen - tussen landen, tussen landen en bedrijven - te beslechten. De OESO wacht de reacties op haar voorstel af en hoopt volgend jaar een internationale consensus te bereiken.

De internationale techgiganten zijn er als de dood voor dat elk land hen eigengereid belast.

Het e-commercebedrijf Amazon verwelkomde het OESO-voorstel als een belangrijke stap vooruit. De techreuzen zijn er als de dood voor dat elk land eigen belastinginitiatieven neemt. OESO-afspraken bieden hen een stabiel internationaal kader en rechtszekerheid. Het is echter afwachten of ze nog even enthousiast zijn als blijkt dat in het nieuwe regime hun totale belastingfactuur veel hoger uitvalt.

De belangrijkste hinderpaal lijkt het vinden van een consensus daarover tussen de landen. Het op een andere manier belasten van de winsten van de multinationals zal er onvermijdelijk toe leiden dat sommige landen meer belastinginkomsten ontvangen, andere minder. Er zullen winnaars zijn, maar ook verliezers. Als de nieuwe afspraken een gat slaan in de schatkist van een aantal landen, is dat voor hen een reden om niet mee te marcheren.

Hun bezwaar kan worden ondervangen door erop toe te zien dat geen enkel land verliest. Door de te verdelen belastingkoek groter te maken. Door de multinationals fors meer belastingen te doen betalen dus. Het is wel opletten voor de negatieve weerslag die dat kan hebben op de economie, als de multinationals dan de prijzen van hun producten en diensten verhogen of hun activiteiten terugschroeven. Het is een delicate evenwichtsoefening.

Lees verder

Tijd Connect