interview

‘Wie bang is voor de toekomst, schat het heden te hoog in'

©M. Scott Brauer

We kunnen niet meer zonder onze smartphone, en tegelijk hebben we er een hekel aan. Voor die paradox zoekt de Belgische topwetenschapper Pattie Maes een oplossing aan het befaamde Massachusetts Institute of Technology. ‘Bewuste technologie zal van ons betere mensen maken.’

Een regenachtige ochtend in Cambridge. Het Media Lab van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) baadt in rust. Omdat studenten en onderzoekers vaak tot diep in de nacht doorwerken in hun laboratoria, komt de dag er meestal pas laat op gang.

Maar uit lokaal 548G klinkt gitaarmuziek, die de stilte doorbreekt. Zittend op een krukje tovert Sang-won Leigh een streepje blues uit zijn elektrische gitaar. Op het eerste gezicht lijkt de Koreaanse doctoraatsstudent doelloos een eindje weg te tokkelen. Maar als we hem naderen, wordt duidelijk waarom hij in een labo zit te pingelen. Terwijl zijn rechterhand het instrument beroert en zijn linkerhand akkoorden vormt, beweegt nog een derde hand bovenaan de hals van de gitaar. Mechanische vingers zetten zich afwisselend op verschillende snaren, om samen met de student nieuwe akkoorden te vormen.

Pattie Maes doet onderzoek naar de relatie tussen mens en technologie in het Media Lab van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology.

‘Zo’n systeem kan mensen helpen gitaar te leren spelen’, legt MIT-professor Pattie Maes (55) uit. ‘Of beter nog, het kan helpen nieuwe klanken uit een gitaar te krijgen, en zo straks muziek te maken die vroeger onmogelijk was.’ Voor Maes is dit soort futurisme dagelijkse kost. Al bijna dertig jaar is de van oorsprong Brusselse verbonden aan het Media Lab van het MIT, waar honderden briljante studenten met allerlei achtergronden in onderzoeksgroepen samenwerken aan één gemeenschappelijk doel: de wereld beter maken met technologie.

Alle tech-pioniers op een rijtje

Bekijk hier het volledige overzicht van de 50 Belgische tech-pioniers die De Tijd portretteert.

Silicon Valley mag dan de plek zijn waar de nieuwste innovaties commercieel doorbreken, het is in gebouw E14 van MIT dat de toekomst echt wordt vormgegeven.

Maes is niet meteen een bekende naam bij het brede publiek, maar in technologische kringen is de Belgische het equivalent van een rockster. Onder meer de Amerikaanse zakenbladen Forbes, Newsweek en Wired, het technologiemagazine FastCompany en het Wereld Economisch Forum loofden haar om haar pionierende visie op technologie. Een visie die ze intussen vormgeeft in haar eigen onderzoeksgroep binnen het Media Lab, het Fluid Interfaces Lab.

‘Wij proberen de menselijke relatie met digitale technologie te veranderen’, legt Maes haar mission statement uit. ‘De manier waarop we er vandaag mee communiceren, is verre van ideaal. Computers werden aanvankelijk gecreëerd om berekeningen uit te voeren. Die rol is geëvolueerd, vandaag maken ze een bijna onmisbaar deel uit van zowat elk aspect in ons leven. En toch is de manier waarop we ze bedienen, amper veranderd. Eigenlijk slaat dat op niets.’

BIO

Pattie Maes (55) doctoreerde in de computerwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Eind jaren tachtig verhuisde ze naar de Verenigde Staten om aan de slag te gaan als onderzoeker aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Ze schopte het snel tot prof en mocht in het prestigieuze Media Lab haar eigen onderzoeksgroep leiden. Ze herdenkt er met haar studenten de relatie tussen mens en technologie. Onder andere FastCompany, Newsweek en het Wereld Economisch Forum loven haar als pionier. Maes is getrouwd en heeft drie zonen.

‘Bedenk even hoe belangrijk je smartphone is in je dagelijkse leven. En vergelijk dat nu eens met hoe je zo’n ding bedient. Je gebruikt je twee duimen voor de input, en voor de output moet je terugvallen op een klein schermpje. En elke keer dat je het ding gebruikt, eist het je volledige aandacht op. Dat is geweldig inefficiënt en beperkend, en bovendien enorm storend voor je omgeving. In het Fluid Interfaces Lab herdenken we de manier waarop we technologie gebruiken, zodat die ons leven net kan verrijken. Technologie moet mensen helpen meer uit hun omgeving te halen, in plaats van minder.’

Hoe doe je zoiets?

Pattie Maes: ‘Smartphones zijn eigenlijk nog vooral dom. Of beter: ze zijn zich niet bewust van hun omgeving, van de context waarin ze functioneren. Mijn gsm weet bijvoorbeeld niet dat ik nu een interview aan het geven ben, en dus niet gestoord wil worden. We moeten toestellen meer bewust maken. Van het gedrag van de gebruiker, van zijn agenda, van zijn doelen in het leven, noem maar op. Als technologie de omgeving begrijpt, kan ze een actieve rol opnemen in ons leven en ons helpen betere beslissingen te nemen.’

Wat voor toepassingen zou zoiets mogelijk maken?

Maes: ‘Neem nu leren. Vandaag gebeurt dat nog altijd in een klaslokaal, om dat vervolgens te gaan toepassen in de echte wereld. In de toekomst zal leren een soort permanent proces worden, waarbij je aan de lopende band wordt gestimuleerd.’

‘Vandaag hebben wij een prototype klaar dat je een andere taal leert met augmented reality. Als je door een digitale bril kijkt, herkent de bril de dingen die je ziet en krijgen ze een label in de taal die je wil leren. En naarmate je beter wordt, zal de applicatie ook moeilijker woordengroepen aanreiken. (klopt op tafel) Dan staat hier niet meer ‘tafel’ bij, maar ‘witte tafel’. En nog later wordt het woord in een zin verwerkt. Zo kan je al levend een taal bijleren, in je eigen tempo en aangepast aan je niveau.’

‘Gelijkaardig kan je dat soort technologie gebruiken om beter te worden in je job. Omdat we onze toestellen permanent bij ons dragen, zijn ze in een unieke positie om te weten wat wij weten en niet weten. De meeste mensen krijgen een smartphone rond hun 14 jaar, en worden meteen onafscheidelijk. Die telefoon kan in principe de persoon beter leren kennen dan diens beste vriend, ouders of echtgenoot. Met wat meer sensoren kent een telefoon zelfs je zwakheden en werkpunten, wat je voorkeuren zijn, noem maar op. Stel dat ik gezonder wil eten. Een systeem zou me kunnen helpen om me bij te sturen waar nodig.’

Door je elektroshocks te geven als je chocolade koopt?

Maes: ‘Daar is al een product voor op de markt, Pavlok! (lacht) Dat is een armband die je schokken geeft om je te conditioneren tot betere gewoonten.’

De Guitar Machine, een soort robotische hand die mee gitaar speelt met de muzikanten. ©M. Scott Brauer

‘Maar er is veel meer mogelijk. Dit klinkt misschien wat angstaanjagend, maar onze telefoon zou eigenlijk kunnen experimenteren met ons. Stel dat ik minder suiker wil eten, dan zou een slimme applicatie kunnen uittesten voor welke boodschappen ik het meest vatbaar ben. Het systeem zou me feitelijke informatie kunnen aanreiken als ik een keuze moet maken voor de lunch. Als dat niet werkt, kan het emotionelere boodschappen gebruiken, of sociale technieken proberen aan te wenden om mijn gewoonten bij te sturen.’

Mijn telefoon die ‘dikzak’ naar me roept in de supermarkt, ik kijk er al naar uit.

Maes: (lacht) ‘Laten we hopen dat het zo ver niet moet komen. Maar het systeem zou me bijvoorbeeld kunnen toefluisteren dat mijn zus dat koekje dat ik in mijn mond wil steken wél zou laten liggen, als ik daar gevoelig voor ben. Het zou me zachtjes in de juiste richting porren met de techniek die het best werkt voor mij. Bewuste technologie kan veel betekenen voor persoonlijke groei en zelfontwikkeling. Het kan je helpen een beter mens te worden.’

‘Of stel dat ik woedeproblemen heb. In een nabije toekomst zal een draagbare device perfect mijn fysiologie kunnen analyseren of mijn hersengolven lezen. Die kan het vergelijken met data uit het verleden, en zo kan het perfect detecteren als ik boos aan het worden ben. Op zo’n moment kan het systeem me daarop wijzen en me aanraden anders te gaan ademen of even een blokje rond te wandelen.’

‘Boeken over zelfverbetering verkopen als zoete broodjes. Hoe je een betere vriend kan zijn, hoe je betere relaties aangaat, hoe je gezonder leeft, hoe je met stress moet omgaan, noem maar op. Nu koop je een boek, volg je een cursus of ga je langs bij een therapeut. Die hele wereld van zelfhulp is rijp voor disruptie, via wearable systemen die zich bewust zullen zijn van wat er gebeurt met de gebruiker. Omdat ze de hele tijd bij je zijn en je gedrag permanent kunnen opvolgen, kunnen ze je realtime coachen, wat veel effectiever is dan eender welke methode die je vandaag hebt.’

Wie u hoort praten, krijgt al gauw de indruk dat we vandaag in technologische middeleeuwen leven.

Maes: ‘Ergens is dat wel zo. We staan op het punt van een heuse transformatie. De technologie komt steeds dichter bij mensen. Eerst had je computers, die ergens vast stonden in een kamer. Dan had je laptops, die je al mee kon nemen voor bepaalde toepassingen. Toen kwamen de smartphones, waarmee we onafscheidelijk werden. Nu komen de wearables, die we op ons lijf gaan dragen. En in de toekomst zal technologie één worden met ons lichaam.’

Worden we allemaal cyborgs?

Maes: (knikt) ‘Mijn eigen werk gaat vooral over de cognitieve kant, over leren en geestelijke ontwikkeling. Maar het werk van sommigen van mijn collega’s gaat wel degelijk over het verbeteren van het menselijk lichaam met technologie.’

De tech van de toekomst

Guitar Machine is een soort robotische hand die mee gitaar speelt met muzikanten. Met die extra ‘hand’ (foto) wordt het mogelijk nieuwe klanken te creëren, die een muzikant in zijn eentje niet zou kunnen maken. De Zuid- Koreaanse doctoraatsstudent Sang-won Leigh bouwt ook aan mechanische vingers die mee kunnen tikken op een keyboard.
WordSense is een applicatie die een virtueel laagje over de realiteit legt en de dingen om je heen labelt in een taal die je wil leren. Engels, bijvoorbeeld. Als je door je bril naar een bloem kijkt, zet de applicatie er ‘flower’ bij. Heb je dat een paar keer gezien, dan vormt ze een woordgroep en wordt het ‘red flower’. Nog later wordt dat ‘the red flower is in the garden’. Zo leer je een taal terwijl je gewoon je ding doet.
EmotionalBeasts moet virtual reality een nieuwe dimensie geven. Student Guillermo Bernal bouwde in een VR-bril sensoren in die registreren hoe je als gebruiker iets ervaart. Gaat je hart sneller slaan? Frons je je wenkbrauwen? Zweet je? De software begrijpt wat dat soort fysiologische reacties betekenen, en gaat jouw virtuele versie aanpassen. Zo kan je avatar rood worden als jij boos bent. Toepassingen als deze, die het gedrag van mensen begrijpen, kunnen voor marketeers een interessante tool zijn.
Planten associëren we niet meteen met spitstechnologie, maar in het Media Lab van het MIT is geen idee te gek om te proberen. Student Harpreet Sareen laat er slimme - niet-schadelijke - sensoren groeien in planten. De sensoren moeten in staat zijn om te waarschuwen als de grond verontreinigd is. Sareen wil ze inzetten rond nucleaire sites of fabrieken.

‘Er werken hier mensen aan sensoren die je extra zintuigen moeten geven. Die vervuiling kunnen tonen, of je kunnen wijzen op een gevaarlijke situatie. Anderen kijken naar hoe ze onze motorische capaciteiten kunnen verbeteren. Een van onze labo’s wordt geleid door Hugh Herr, die op zijn 16de beide benen verloor bij een klimongeluk. Zijn levensmissie is om de gebrekkige protheses die we vandaag kennen, te vervangen door bionische protheses die niet gewoon lichaamsdelen moeten vervangen, maar die hem een voordeel moeten opleveren.’

‘Hugh draagt vandaag verschillende soorten benen, aangepast aan de situatie waarin hij zich begeeft. Benen om te lopen, benen om te klimmen, waarvan de voeten betere grip vinden op dunne richels, benen om te dansen. Als hij indruk wil maken heeft hij langere benen, als hij zich onderdanig wil opstellen kortere. Hij buigt zijn nadeel om in een voordeel. Ze bouwen er ook exoskeletons, die ons straks allemaal in staat kunnen stellen sneller te lopen of meer gewicht te dragen. Technologie om ons lichaam beter te maken.’

‘En ook ons brein wordt straks verrijkt met extra geheugen of andere toepassingen om onze hersenen beter te maken.’

Op dat laatste front gaat het de jongste tijd aardig hard.

Maes: (knikt) ‘De voorbije jaren was er al veel enthousiasme rond artificiële intelligentie. De ontwikkelingen in artificiële neurale netwerken maken veel toepassingen mogelijk, die computers vroeger hun petje te boven gingen. Daar was eerst veel angst voor, bijvoorbeeld voor jobverliezen. Maar de jongste zes maanden ligt de focus van de leidende futuristen en de visionairen - genre Elon Musk - toch meer op hoe artificiële intelligentie mensen kan verheffen, hoe het ook ons als mensheid slimmer kan maken. Het is niet meer mensen tegen machines, maar een soort supermensen die meer kunnen omdat er artificiële intelligentie in hun brein is geïntegreerd.’

We denken wel de gelijk na over de schaduw zijden van technologie. ‘Black Mirror’ is hier verplicht kijkvoer.

Robots nemen vandaag de taken over waarin ze beter en efficiënter zijn dan mensen. Is het geen kwestie van tijd voor artificiële intelligentie ons de facto overbodig maakt?

Maes: ‘Ik ben niet bang dat artificiële intelligentie ooit slimmer wordt dan wij als alleenstaand product. De vormen waaraan wordt gewerkt, zijn geïntegreerde systemen. In plaats van mens versus machine, wordt het mens mét machine. Kijk, mensen hebben altijd een beroep gedaan op externe zaken om zich beter en efficiënter te maken. Waarom is er ooit pen en papier uitgevonden? Omdat ons geheugen niet goed genoeg is om alles te onthouden, en we het dus moeten kunnen opschrijven. We hebben een natuurlijke neiging om onszelf te verbeteren. Daarvoor hebben we altijd middelen ingeschakeld, dus waarom geen technologie?’

Uw optimisme is verfrissend. Iedereen met wie ik vooraf over uw werk sprak, reageerde nerveus of zelfs angstig op de ontwikkelingen die ons te wachten staan. Die nervositeit is u blijkbaar vreemd.

Maes: ‘Niet helemaal. We zien het leven hier niet door een roze bril, we zijn ons bewust dat er bepaalde schaduwzijden bestaan aan technologische ontwikkelingen. Maar misschien schatten die mensen met wie jij sprak de huidige toestand eerder te rooskleurig in.’

‘Ik vind de situatie vandaag pas echt angstaanjagend. Ik heb tienerkinderen. Ik kan je zeggen: zij zijn zo vergroeid met hun telefoon dat ze amper nog hun omgeving in zich opnemen. Oogcontact, conversaties met de mensen rond hen, de fysieke wereld rond hen, het gaat veel te veel aan hen voorbij. Wat wij hier doen, moet daar verandering in brengen.’

‘Door technologie rijker te maken en ze de mogelijkheden te geven om interacties aan te gaan, zal het personen weer meer bewust kunnen maken van het echte leven. Wij gaan mensen net wegtrekken van hun schermen en weer in de echte wereld laten leven.’

Echt veel fantasie is er toch niet nodig om het fout te zien gaan. Hebt u ‘Black Mirror’ gezien, de dystopische sciencefictionreeks over de donkere kanten van technologische ontwikkelingen?

Maes: (enthousiast) ‘Ja! Dat is hier verplicht kijkvoer voor alle studenten. We praten heel veel over de mogelijke negatieve kanten van technologie, we willen ons er echt wel van bewust zijn dat ze bestaan.’

Wij gaan mensen net wegtrekken van hun schermen en hen weer in de echte wereld laten leven.

‘Het Media Lab is een unieke plek om over dat soort thema’s na te denken. We hebben hier niet gewoon een hoop computerwetenschappers en ingenieurs samengezet om nieuwe technologieën uit te denken. Die werken hier samen met biologen, neurowetenschappers, kunstenaars, designers én filosofen. Door die interdisciplinaire samenwerking ga je vragen vanzelf vanuit verschillende invalshoeken bekijken.’

Hebt u ooit een technologie totaal fout ingeschat?

Maes: ‘Zeker en vast. Dat hoort bij de omgeving. We moedigen hier risico aan: hoe gekker het project, hoe liever. Dan hoort het erbij om vaak op je bek te gaan. En dat is dan ook niet erg. Als je aan zotte ideeën werkt, zal meer dan de helft na verloop van tijd dom blijken te zijn.’

Dat neemt niet weg dat u het over de grote lijnen meestal bij het rechte eind hebt. Is het soms ook frustrerend om zo ver voorop te zitten op de werkelijkheid?

Maes: ‘Soms wel. Als projecten uit mijn onderzoeksgroep in een start-up uitmonden, is de timing toch vaak verkeerd en zou het beter zijn als ze pas tien jaar later zouden proberen. We willen niets liever dan dat onze technologie in de maatschappij terechtkomt, maar dat vergt altijd meer tijd dan dat ik vooraf inschat.’

‘Ook met mijn eigen bedrijf Firefly, dat technologie ontwikkelde om persoonlijke aanbevelingen te doen op basis van het aankoopgedrag van consumenten, waren we veel te vroeg. In die periode wisten bedrijven nog niet goed of ze wel aandacht moesten schenken aan het internet, laat staan dat ze dachten meer te kunnen verdienen met een gepersonaliseerde ervaring.’

‘Die hele technologie is uiteindelijk wel belangrijk geworden, maar veel later dan we dachten. We hebben er uiteinde-lijk nog wel aan verdiend (Firefly werd voor 40 miljoen dollar verkocht aan Microsoft, red.). Maar op dat moment was de consensus in de media dat e-commerce nooit een ding zou worden. Als we een jaar hadden gewacht, hadden we honderd of duizend keer meer kunnen krijgen.’ (lacht uitbundig)

U verliest er uw goed humeur niet door.

Maes: ‘Waarom zou ik? Ik maak graag deel uit van een creatief proces. In een bedrijf werken of een onderneming runnen is een pak minder opwindend dan wat ik hier doe. Ik ben wel vaak betrokken bij de opstart van een bedrijf, maar zodra de bal aan het rollen is, hou ik me meer op de achtergrond. Brainstormen, een idee mee vormgeven, een prototype bouwen, dat is wat ik graag doe. Briljante jonge geesten ontwikkelen en ze gidsen naar een rol als ondernemer of aan de universiteit.’

Donderdag 4 mei is Pattie Maes de centrale gast op het New Insights-event van De Tijd in Tour & Taxis.

Zaterdag 6 mei zit ‘Tijd 50’ bij de krant, een magazine met vijftig Belgische techpioniers.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content