interview

‘AI zal alles hyperpersoonlijk maken'

©Debby Termonia

Als topvrouw bij de Amerikaanse techgigant IBM is de Vlaamse Sophie Vandebroek een belangrijke spreekbuis van de Big Tech. De controverse rond Facebook maakt haar niet minder optimistisch over de technologieën van de toekomst. ‘We staan aan het begin van een exponentiële curve.’

Met een elpee onder de arm arriveert Sophie Vandebroek in het Leuvense Museum M, het decor voor het driedaagse innovatiefestival And&. De Vlaamse topvrouw van de IT-reus IBM zal straks in haar betoog goochelen met futuristische technologie en een dito vakjargon. En die plaat? ‘Een cadeautje van de organisatie. Helaas heb ik geen platenspeler’, zegt ze glimlachend.

Vandebroek speelt een thuismatch. Ze is geboren in Leuven, en studeerde er ook. In 1986 verkaste ze als ingenieur naar de Verenigde Staten. Vandaag is ze een leading lady in de technologiewereld. Als nummer twee van de onderzoekstak van IBM stuurt ze wereldwijd 3.000 onderzoekers in 13 labs aan. Haar wacht de lastige taak om het bedrijf dat furore maakte met computerterminals mee te laten praten over artificiële intelligentie (AI), blockchain en kwantumcomputers.

Het is geen onbekend terrein. Voor Vandebroek begin 2017 naar ‘Big Blue’ overstapte, was ze chef technologie bij de printer- en kopieerreus Xerox. Ook die ging door de digitalisering door diepe dalen. Vandebroek is zo al jaren mee de spreekbuis van de Big Tech. Rond die grote technologiebedrijven hangt dezer dagen een waas van scepsis, door schandalen zoals datamisbruik. En het lijkt verre van zeker of de mens de controle behoudt over technologieën als AI. Maar Vandebroek bekijkt de toekomst zonnig. ‘Dit is technologisch een uniek moment, zoals je er maar één keer om de paar decennia een meemaakt.’

Wat maakt deze periode zo uniek?

Sophie Vandebroek: ‘AI, waarbij algoritmen menselijke taken kunnen verrichten, staat voor de grote doorbraak. Het bouwt voort op twee momenten van exponentiële groei. Vanaf de jaren zeventig verdubbelde elk anderhalf jaar het aantal transistors op een chip. Dat resulteerde in een gigantische rekenkracht, in supercomputers die alleen maar kleiner worden. Vanaf de jaren negentig kwam het internet, met connecties tussen mensen en toestellen. Hoe meer connecties, hoe waardevoller dat is. Er groeiden fors gewaardeerde bedrijven door het netwerkeffect, zoals Facebook. Mensen konden elkaar bereiken, foto’s en video’s delen. Dat resulteerde in enorme hoeveelheden data.’

‘De term artificiële intelligentie bestaat al sinds de jaren vijftig. Maar door de combinatie van enorme hoeveelheden data en gigantische rekenkracht is het nu pas ‘echt’. Die twee elementen laten je toe algoritmen te trainen voor bepaalde taken, zoals het herkennen van foto’s.’

Hoever kan die artificiële intelligentie gaan?

Vandebroek: ‘Het tijdperk dat zelflerende algoritme nog relatief beperkt waren, ligt net achter ons. Een zelflerend algoritmen kan via foto’s detecteren of je pakweg kwaardaardige vlekjes op je huid hebt. Maar het kan niet tegelijk met andere ziektebeelden aan de slag, of dat combineren met nog andere taken. Die beperkte artificiële intelligentie gaan we inruilen voor een veel bredere.’

Blockchain wordt voor transacties wat het internet voor informatie was.
Sophie Vandebroek
IBM

‘We zullen algoritmen kunnen trainen voor meerdere taken, en die integreren. Een algoritme zal zowel een foto van je huid kunnen analyseren als een geluidsopname van je stem. Dat gaat de gezondheidszorg stevig personaliseren. Maar ook in andere sectoren, waaronder het onderwijs, zal alles hyperpersoonlijk worden. De echte ‘algemene’ AI, waarbij het algoritme denkt als een mens en even creatief is, verwachten we niet voor 2050.’ 

In een eerder interview noemde u de maanlanding het wowmoment van uw jeugd. Wat wordt het wowmoment van uw drie kinderen?

Vandebroek: ‘De oudste wordt al dertig, dus het zijn niet echt kinderen meer. (lacht) Maar we staan nog maar aan het begin van een exponentiële curve. Een deel van ons labo is ingericht als een huis, met sensoren die kunnen horen en zien. Zelflerende algoritmen kunnen nu al op basis van je spraak detecteren of je de eerste symptomen van dementie vertoont. Dat maakt het mogelijk veel vroeger diagnoses te stellen en in te grijpen.’

U klinkt zo optimistisch over technologie. Nochtans doet de dagelijkse nieuwsstroom anders vermoeden.

Vandebroek: ‘Er is ‘good tech’ en ‘bad tech’. We leren als maatschappij dat we respect moeten tonen voor gegevens. Anders heeft technologie een negatieve impact. Ze kan de publieke opinie beïnvloeden, maar legt ook onze persoonlijke levens bloot.’

‘Bij IBM huldigen we drie principes. Data en algoritmen moeten mensen versterken. Ze moeten dokters helpen bij gepersonaliseerde behandelingen en leraren bij individuele coaching. Dat moet allemaal transparant en in vertrouwen gebeuren. Als we data van een bedrijf verwerken, is dat alleen om algoritmen voor dat specifieke bedrijf te trainen. Alles moet ook versleuteld zijn, zodat de informatie niet kan worden gehackt.’

‘We moeten er tot slot ook over waken dat mensen, zowel op de schoolbanken als op de werkvloer, vertrouwd blijven met fenomenen als data en artificiële intelligentie. We investeren daar fors in.’

Kunt u nog mensen verleiden om voor een ‘oud’ bedrijf als IBM te werken? Trekken die niet eerder naar Apple of Facebook?

Vandebroek: ‘Bij ons zijn er geen issues. We werken niet direct voor consumenten, waardoor we niet rechtstreeks persoonlijke data verwerken. We zijn een business-to-business-to-one bedrijf. We helpen bedrijven hun diensten maximaal te personaliseren. Dat maakt van ons een betrouwbare partner, onder meer voor banken.’

‘Een sleuteltechnologie is de blockchain. Die wordt voor transacties wat het internet was voor informatie. We hebben al verscheidene blockchainnetwerken opgezet om bedrijven en hun leveranciers transparant te laten samenwerken. We hebben een joint venture met de containergigant Maersk om miljoenen containers te kunnen traceren tijdens het transport. Bij zo’n operatie zijn veel derde partijen betrokken. Blockchain helpt om alles betrouwbaar en veilig te laten verlopen. Als ergens een lading vastzit in een haven, valt die meteen op te sporen.’

IBM zet ook stevig in op kwantum- computers. Wat zijn dat precies en wat verwacht u ervan?

Vandebroek: ‘Kwantumcomputers gaan ons helpen complexe, wiskundige problemen sneller op te lossen dan via traditionele rekenkracht. Een transistor heeft maar twee mogelijke inputs: nul of een, uit of aan. Een qubit, de ‘transistor’ van de kwantumcomputer, kan zich in verschillende inputs tegelijk bevinden. Dat maakt meer mogelijk, via interactie met andere qubits. Met een kwantumcomputer kunnen we over vijf tot tien jaar nieuwe moleculen ontwikkelen voor farmabedrijven, omdat zo’n computer de interactie met andere moleculen kan moduleren.’

BIO: Sophie Vandebroek

Sophie Vandebroek is geboren in Leuven. Ze studeerde af als ingenieur en trok in 1986 naar de Verenigde Staten. Sinds januari vorig jaar is ze de nummer twee van de onderzoekstak van de Amerikaanse IT-reus IBM. Ze leidt 3.000 onderzoekers, die jaarlijks 10.000 patenten afleveren. Voordien was ze 25 jaar aan de slag bij de printer- en kopieerreus Xerox. Op het einde was ze daar chief technology officer (CTO).

‘Maar kwantumcomputers zijn zo sterk dat ze de huidige encryptiemethoden, de digitale beveiliging, onder druk zetten. We zullen dus nieuwe manieren moeten vinden om informatie te versleutelen. We stellen onze kwantumtechnologie nu al vrij beschikbaar. 75.000 onderzoekers van over de hele wereld hebben samen al 4 miljoen experimenten uitgevoerd.’ 

Hoe rijmt u al die futuristische technologie met de dagelijkse bedrijfsvoering bij zo’n technologiegigant? Hoe vertaalt die zich in concrete producten en diensten?

Vandebroek: ‘Dat is mijn taak als COO. We hebben 3.000 onderzoekers, onder wie enkele Nobelprijswinnaars, die elk jaar 10.000 patenten verzilveren. Om die uitvindingen om te zetten in succesvolle producten en diensten werken we nauw samen met de verschillende business units. Een deeltje is exploreren, incuberen en de grenzen aftasten. We komen daarbij tot een zeer basic, uitgeklede vorm van een product. Het is vervolgens aan de business units om die om te zetten in betrouwbare en veilige platformen.’

U ademt de digitale toekomst. Hebt u ook nog tijd offline?

Vandebroek: ‘O, ik hou van tijd offline. Ik lees heel graag fictieboeken, maar heb er helaas niet veel tijd meer voor. Ik heb toch wel een maand of drie à vier nodig om een boek uit te lezen. Maar ik hou ook van wandelen of trekken. Ik vecht continu tegen mijn fitnesstracker. Ik moet vandaag nog aan mijn 10.000 stappen geraken.’ (lacht)

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content