Belgische ondernemers vechten met data tegen corona

Sebastien Deletaille maakt deel uit van het datateam van de overheid.

Hoe verspreidt het virus zich en welke groepen en regio’s lopen gevaar? En hebben de maatregelen effect? Belgische ondernemers gooien telecom- en ziekenhuisdata in de strijd om die vragen te beantwoorden.

‘De duivel kan snel demarreren, maar we zitten hem op de hielen.’ Die beeldspraak gebruikte Steven Van Gucht, viroloog en voorzitter van het wetenschappelijk comité dat de uitbraak van het coronavirus opvolgt, vorige week nog. Maar wat als je kan voorspellen waarheen die duivel koerst? Kan je hem dan inhalen en opwachten op de plaatsen waar hij opduikt? Of de opgelegde maatregelen daaraan aanpassen? Het is niet ondenkbaar. De overheid zette daarom vrijdag, naast eerdere medische en economische taskforces, ook een datateam op poten. Dat moet met data de duivel te lijf. 

We zetten hoelang mensen thuis zijn af tegen hoelang ze zich verplaatsen
Sebastien Deletaille
Datateam federale overheid

De kapiteins van het team zijn niet de minste: technologieondernemers Sébastien Deletaille en Frédéric Pivetta. Het duo stond mee aan de wieg van Real Impact Analytics (Riaktr), dat in 2014 en 2015 computermodellen en geanonimiseerde telecomgegevens in de strijd gooide bij de uitbraak van het ebola- en het zikavirus in West-Afrika en Brazilië. Partners waren toen de Verenigde Naties, de Gates Foundation, de plaatselijke ministeries van Volksgezondheid, Telefónica en Orange.

Gemeenten

Ditmaal woedt de oorlog veel dichter bij huis. Maar de aanpak blijft dezelfde, zegt Deletaille. De drie grote telecomoperatoren Proximus, Telenet en Orange Belgium leveren data over het verplaatsingsgedrag van hun klanten. Dat kan via de antennes waar onze smartphones nu en dan contact mee maken. Die data zijn geanonimiseerd en gebundeld op populatieniveau, zegt Deletaille meteen. ‘We kunnen niet zien wie zich waar wanneer bevond.’

Het datateam verwerkt de locatiedata zo goed als real-time, met één dag achterstand, en berekent op basis daarvan een soort van ‘mobiliteitsindex’. ‘We zetten hoelang mensen thuis zijn af tegen hoelang ze zich verplaatsen.’ 

‘Thuis’ is niet echt thuis. De data-analyse beperkt zich tot gemeenteniveau en geeft dus alleen maar inzichten in welke delen van het land er nog verplaatsingen zijn tussen gemeenten. ‘Het geeft ons informatie in hoeverre de maatregelen de verplaatsingen hebben doen teruglopen en kan lokale overheden helpen in te grijpen als te veel verplaatsingen plaatsvinden’, zegt Deletaille.

‘De teams die beleidsbeslissingen nemen voorzien van betere informatie is het hoofddoel’, zegt Joseph Fattouch, digitaal adviseur van verantwoordelijk minister Philippe De Backer (Open VLD). 

Verplaatsingsgedrag

Een tweede deel van de aanpak is de combinatie met epidemiologische data. De erkende labo’s geven al elke dag de nieuw bevestigde gevallen en de geografische verspreiding door, voor zover dat kan. Een honderdtal ziekenhuizen doen hetzelfde voor de hospitalisaties, het aantal mensen op intensieve zorg en het aantal dat beademd wordt. ‘Combineer de data over het verplaatsingsgedrag met de gegevens over besmettingen en er is veel meer mogelijk’, zegt Deletaille. 

Hoe meer data, hoe meer patronen en inzichten je kan ontwaren over bijvoorbeeld risicogroepen.
Georges De Feu
CEO Lynxcare

‘Je kan proberen te voorspellen waarheen het virus zich zal verspreiden en welke ziekenhuizen in welke regio’s een stijging van het aantal gevallen mogen verwachten.’ Zelfs als de piek van de huidige uitbraak al snel achter de rug is, blijft dat nuttige kennis. ‘We focussen nu op het afbuigen van de eerste curve, maar we vergeten dat later zeker nog een tweede golf kan volgen. Bij de Spaanse griep was die tweede golf erger.’ 

Epidemiologie

De vraag rijst wel of ziekenhuizen voldoende epidemiologische data doorgeven. Georges De Feu, CEO van de Leuvense start-up Lynxcare, vindt van niet. ‘Ziekenhuizen geven data over een beperkt aantal parameters door. Maar hoe meer data, hoe meer patronen en inzichten je kan ontwaren over bijvoorbeeld risicogroepen. Het struikelblok is dat medewerkers die data manueel moeten halen uit tal van consultatieverslagen, labrapporten en andere bestanden.’

Lynxcare ontwikkelde een intelligente zoekrobot die de data automatisch uit verschillende bestandsformaten plukt. De bot draait op artificiële intelligentie en zou een hogere accuraatheid halen dan de mens. 

Brengt die datahonger onze privacy niet in het gedrang? En verzeilen we niet snel toestanden als in China, waar al apps bestaan die je waarschuwen als je in de buurt komt van een besmet persoon of  een persoon die met een besmet iemand in contact kwam? Deletaille beklemtoont dat die angst ‘fictie’ is. ‘We werken onder strikt toezicht van de databeschermingsautoriteit. De data zijn op geen enkele manier terug te leiden naar een individu.’

De bezorgdheid om privacy is de reden waarom net zo vroeg over het project is gecommuniceerd, zonder dat al duidelijk is wat er allemaal mogelijk is, voegt het kabinet-De Backer daaraan toe. ‘Dat is gevoelig, we vatten dat.’ 


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud