‘Buitenland kent Vlaamse topincubator niet'

De medische start-up Ectosense uit Leuven. ©Dann

Vlaanderen heeft veel achterstand ingehaald bij de oprichting van nieuwe techbedrijven, mede dankzij de Leuvens-Gentse incubator imec.istart. Toch mag het best nog wat ambitieuzer.

Dat het goed gaat met het technologisch ondernemerschap in ons land bleek gisteren nog eens uit nieuwe cijfers over het aantal spin-offs van de Belgische universiteiten. In de afgelopen vijf jaar kwamen er 183 bij, bijna dubbel zoveel als verwacht, leert een telling door het advocatenkantoor Nauta Dutilh.

Uit gelijkaardige cijfers van het Expertisecentrum Onderzoek en Ontwikkelingsmonitoring van de Vlaamse Gemeenschap (ECOOM) blijkt dat de Leuvense en Gentse universiteiten veruit de grootste ‘spin-offfabrieken’ zijn, met elk meer dan 80 bedrijven op de teller sinds het eind van de jaren 90.

De medische start-up Ectosense uit Leuven. ©Dann

Niet verbazend dus dat ook de grootste incubator voor start-ups ontstond in de schaduw van beide universiteiten: het istart-programma werd in 2011 gelanceerd door het Gentse onderzoekscentrum iMinds, dat in 2016 zelf fuseerde met het Leuvense elektronica-onderzoekscentrum imec. Ondernemers die de selectie van imec.istart halen, worden er gedurende 12 tot 18 maanden begeleid bij het ontwikkelen van hun bedrijf, en mogen rekenen op een investering van 50.000 euro. Welke balans kan het startersprogramma eind 2018 voorleggen?

1 Meer start-ups dan ooit...

In pure aantallen ogen de resultaten indrukwekkend: sinds de start heeft imec.istart al 168 start-ups ondersteund, wat gemiddeld neerkomt op meer dan 20 per jaar. Volgens programmamanager Sven De Cleyn creëerden die bedrijven samen 800 jobs en halen ze een gezamenlijke omzet van meer dan 70 miljoen euro.

Tegenover die economische output staat een totale investering van 10 à 12 miljoen euro, deels door de Vlaamse overheid. In 13 gevallen kwam het intussen tot een exit (verkoop of managementbuy-out), en 27 bedrijven hebben hun activiteiten gestopt. Met een overlevingsgraad van 84 procent scoort imec. istart hoog in internationaal opzicht.

2 ...maar weinig uitschieters

Toch is dat lage sterftecijfer niet noodzakelijk iets om mee uit te pakken, zegt start-upspecialist Omar Mohout, die ook bestuurder is bij het incubatieprogramma. ‘Het kan ook betekenen dat er veilige keuzes worden gemaakt en dat er weinig risico’s genomen worden. De vraag is of een incubator er tegelijk in slaagt om een aantal ‘superheroes’ af te leveren.’

Van die superkampioenen, start-ups die erin slagen om de wereld te veroveren en tot een (middel)groot bedrijf uit te groeien, tellen we er niet zo heel veel. Een kleine 40 start-ups groeiden door naar 1 miljoen euro omzet of slaagden erin om 1 miljoen euro extra kapitaal op te halen, waarmee ze officieel als ‘scale-up’ gacatalogeerd worden. Maar als je de lat op 5 miljoen euro legt, blijft maar een handvol namen over.

Viloc uit Antwerpen produceert trackingsystemen. ©debby termonia

Alles samen haalden de startups van imec.istart door de jaren 120 miljoen euro vervolgkapitaal op. Dat lijkt heel wat, maar in Silicon Valley en China zijn er groeibedrijven die dat bedrag in één kapitaalronde aantrekken.

Het klopt dat de ambitie hoger moet’, zegt De Cleyn. ‘Tegelijk moeten we realistisch zijn over de rol die wij daarin kunnen spelen. We begeleiden de bedrijven vooral in een vroege fase - de helft van onze bedrijven is minder dan drie jaar oud. Daarna neemt onze impact af. Maar al bij al zien we vandaag een veel hoger ambitieniveau bij de starters dan 7,5 jaar geleden.’

Op de vraag wat de ambities vooral afremt, komen de bekende antwoorden: een tekort aan kapitaal - zeker voor grote bedragen - en aan talent. ‘Voor grote kapitaalrondes, vanaf pakweg 10 miljoen euro, blijft er een onderaanbod’, zegt De Cleyn. ‘Er is beterschap met de creatie van grotere investeringsfondsen en de stijgende interesse van buitenlandse fondsen en bedrijven, maar het mag nog meer zijn.’

3 Waar zijn de buitenlanders?

Hét grote werkpunt voor imec. istart zit in de bekendheid in het buitenland, zegt Mohout. ‘Als incubator scoort hij goed in internationale vergelijkingen, maar toch slaagt hij er nauwelijks in internationaal talent aan te trekken. En de vaststelling blijft dat het moeilijk is een bedrijf vanuit Vlaanderen op te schalen.’

Mealhero, een start-up uit Gent die inspeelt op de maaltijdbehoeften van millennials.

De Cleyn erkent dat. ‘De war for talent woedt ook internationaal, en dat zet een rem op onze groei. Daarom zijn we actief aan het werken aan partnerships met buitenlandse kennisinstellingen om talent naar hier te krijgen. Daarbij helpt het dat we het merk imec kunnen uitspelen, zeker in Aziatische landen.’

4 We moeten kiezen

Het is voor Leuven en Gent natuurlijk moeilijk opboksen tegen de aantrekkingskracht van steden als Berlijn, Parijs of Amsterdam, waar wel incubatoren zitten met internationale uitstraling.

‘Net daarom is het belangrijk dat de overheid, als grootste investeerder in het Vlaamse ecosysteem, duidelijker keuzes maakt’, zegt Mohout. ‘Momenteel doet iedereen in Vlaanderen maar wat. We missen een visie rond enkele topsectoren waarmee we internationaal kunnen uitpakken.’

Ugentec uit Hasselt, actief in de biotechsector. ©debby termonia

De wereldvermaarde Gentse biotechvallei is de beste illustratie dat ook een kleine regio in de spits kan lopen. Ook rond imec en de Vlaamse maakindustrie is er potentieel om zo’n ecosysteem te bouwen. Dan komt het internationale talent wel vanzelf naar hier, klinkt het. ‘Maar vandaag zien we toch dat een instelling als imec onder haar gewicht bokst.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect