Roland Legrand

Noem het een karakteriële zwakte van mij, maar ik ben nogal een fanboy in technologische aangelegenheden. Er zijn zo van die namen die vaak terugkomen in deze column, en nogal wat van die mensen kwamen de voorbije dagen met nieuws.

Tristan Harris bijvoorbeeld, ooit designethicus bij Google, nu voltijds voorvechter voor ‘goed bestede tijd’ op het internet. Die beweging gaat nu een stap verder. Harris schaarde een team rond zich en richtte het Center for Humane Technology op. Op humanetech.com worden de principes van een menselijk design van onlinediensten uitgelegd. Harris en zijn medestanders willen internetbedrijven, politici en consumenten (wij allemaal dus) bewustmaken en mobiliseren.

Ook Douglas Rushkoff, professor in mediatheorie en digitale economie in New York, volg ik van nabij. ‘Programmeer of wordt geprogrammeerd’ heette het eerste boek dat ik van hem las. Sindsdien schreef hij ook over het sociale protest in San Francisco tegen de grote techbedrijven. Ook in zijn werk komt het woordje ‘human’ veel voor. Zijn nieuws: er komt een nieuw boek, over de autonomie van de mens in het digitale tijdperk. Het zoomt vervolgens uit over het ‘antihumanisme’ in het Westen, waarbij technologie de recentste manier is om dat antihumanisme gestalte te geven.

Wat mijn helden me leren, is hoe computers niet enkel een zaak zijn van programmeurs, maar van ons allemaal, ‘de humans’.

Nog zo’n held is John Perry Barlow. Hij overleed deze week op zeventigjarige leeftijd. Ik had het onlangs nog over zijn tekst uit 1986: ‘The Declaration of Independence of Cyberspace’. Hij was medeoprichter van de invloedrijke Amerikaanse Electronic Frontier Foundation (EFF), die strijd voert voor de burgerrechten op het internet. De man was een meester van het woord, schreef songteksten voor de Californische cultband Grateful Dead en geloofde dat woorden de toekomst kunnen beïnvloeden. ‘Een goede manier om de toekomst uit te vinden, is ze te voorspellen’, zei hij.

Een nieuwe heldin is Christine Peterson. De experte in nanotechnologie kwam in het nieuws omdat ze - twintig jaar na de feiten - bekendmaakte dat zij de term ‘open source’ ingang deed vinden, met groot marketingsucces tot gevolg. Bij opensourcesoftware wordt de broncode beschikbaar gemaakt met een licentie die het recht geeft die code te bestuderen, te veranderen en verder te verspreiden. De opensourcebeweging is een wonder van vrijwillige menselijke samenwerking, maar is ook een bastion van mannelijke computerfanaten. Peterson moest dan ook op eieren lopen om als vrouw en niet-programmeur de benaming ‘open source’ aanvaard te krijgen.

Vorig weekend kwamen in Brussel duizenden opensourceontwikkelaars naar hun Europese congres, Fosdem. Op die bijeenkomst was er veel aandacht voor de geschiedenis van de computertechnologie. In die geschiedenis is niet alleen sprake is van vooruitgang, maar ook van het vroegtijdig stoppen van beloftevolle ontwikkelingen. Computerhistorici kunnen ons helpen vroegere inspiraties nieuw leven in te blazen.

Wat mijn helden, levende en dode, me leren, is hoe computers niet enkel een zaak zijn van programmeurs, maar ook van marketeers, songwriters, historici, politici en van ons allemaal, ‘de humans’. We moeten beslissen hoe we online willen leven, hoe concurrentie en samenwerking samenhangen, hoe een nieuw internet er moet uitzien. Die kwesties zijn te belangrijk om ze kritiekloos over te laten aan enkele mastodonten in Silicon Valley.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content