nieuwsanalyse

Er komt niet snel een traceerapp en het alternatief staat evenmin op punt

Minister Philippe De Backer verkiest voorlopig manuele tracering boven een app om besmette personen op te sporen. ©BELGA

Een traceerapp die bijhoudt met wie een besmet persoon in contact is gekomen, is geen prioriteit. Dat heeft minister van Digitale Agenda Philippe De Backer (Open VLD) donderdag duidelijk gemaakt.

'Contact tracing' is een van de pijlers van de exitstrategie. Wie besmet is met het coronavirus kan het virus al overdragen nog voor hij symptomen ontwikkelt. 'Terugtellen' en nagaan met wie je contact had de dagen voordien is dan belangrijk. Vooral de twee dagen voor er symptomen opduiken, zijn cruciaal, leerde Chinees onderzoek. 

Maar ons land kiest er in de eerste plaats voor die contacten manueel na te gaan. 'Contactonderzoek' verloopt al langer op die manier in de epidemiologie, zei De Backer donderdag voor de camera's van Villa Politica. 

Een app is om die reden geen prioriteit en hij zal er ook niet zijn als ons land begin mei, volgens het advies van de exitgroep, de eerste versoepelingen doorvoert. In een latere fase kan een app wel nuttig zijn, voegde de minister er nog aan toe. Hij zit met dat standpunt op de lijn van Wouter Arrazola de Oñate, die de exitgroep adviseert over het contactonderzoek, en Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V). 

Het alternatief dat de overheden in ons land naar voren schuiven, de manuele tracering, is ook nog niet sluitend. Ons land moet nog 2.000 corona-'speurders' aanwerven voor het traceerwerk. Dat is onbegonnen werk voor 4 mei, stelde Arrazola de Oñate.  4 mei komt volgens hem dan ook te vroeg.

Bluetooth

Een traceerapp verscheen eind maart als de deus ex machina op het toneel om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Een grote meerderheid van de bevolking draagt een smartphone bij zich. De bluetoottechnologie die de smartphone aan boord heeft, kan de afstand tussen twee smartphones bepalen. 

De smartphone kan zo 'zien' met wie u te intens contact heeft gehad. Technisch kan dat omdat twee smartphones, als ze te dicht bij elkaar komen, tokens uitwisselen. Het idee is dat als u positief test een arts dat in het systeem kan ingeven, waarna uw contacten een geanonimiseerde waarschuwing krijgen om ook op hun hoede te zijn.

Ondanks intense promotie wordt de in Oostenrijk ingevoerde app maar heel weinig gebruikt.
Philippe De Backer
Minister van Digitale Agenda

Uw smartphone checkt eens per dag of er in het centrale systeem tokens opgeladen zijn die overeenstemmen met diegene die hij zelf ook heeft geregistreerd. Zo'n 'match' betekent dat je in contact bent gekomen met een besmet persoon. Het systeem is privacyvriendelijk, want niemand kan de tokens tot een individu herleiden. 

Maar ons land deinst er dus voor terug dat systeem al te snel in te voeren. Dat is opmerkelijk, want in andere Europese landen is de technologie wel startklaar, nota bene met de hulp van Belgische expertise. Zwitserland kondigde dinsdag aan dat twee Zwitserse universiteiten met de hulp van lokale appbouwers tegen 11 mei, als de winkels en scholen weer opengaan, een app uitrollen. 

Zwitserland

De Zwitsers leunen daarvoor op een bluetoothstandaard die ontwikkeld is door het Europese consortium DP-3T. Daarin zit ook de KU Leuven, met de wereldvermaarde cryptograaf Bart Preneel, als een van de acht universiteiten aan de knoppen. In een reactie aan De Tijd zegt dat hij het perfect haalbaar is tegen midden mei een dergelijke app uit te rollen

Er is zelfs al een testapp, waarvan de parameters - zoals de afstand en de duurtijd van de contact - weliswaar nog verder afgesteld moeten worden. 'Er is ook nog een integratie met de bestaande federale gezondheidszorgsystemen nodig', zegt Preneel. 'Een arts moet in de app kunnen ingeven dat u besmet bent.' 

Verder is het wachten op de vorderingen van het gigaconsortium Google en Apple. Bij iPhones is het nog niet mogelijk dat een app bluetooth gebruikt als hij niet actief gebruikt wordt. Dat zou een serieuze hinderpaal zijn voor de effectieve slaagkansen van het systeem. Maar de twee techgiganten beloven tegen midden mei beterschap.

Een app kan maar nuttig zijn als voldoende mensen hem installeren. Een gebruiksgraad van 60 procent zou nodig zijn om effectief een verschil te maken. In Oostenrijk, dat als een van de eerste Europese landen op de proppen kwam met de Rode Kruis-app Stopp Corona, gebruiken 400.000 mensen hem.

De Backer wijst ook naar Oostenrijk om duidelijk te maken dat een app niet alleenzaligmakend is. 'Die app wordt na intense promotie heel weinig gebruikt.' Maar het moet wel opgemerkt worden dat Oostenrijk en Zwitserland effectief een app klaar hadden of zullen hebben bij de heropening van de winkels en de scholen. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud