column

'Gedistribueerde cognitie'

Een van de redenen dat het werken op de Tijd-redactie best fijn is, zijn de nerdy gesprekken. Zo stond ik bij onze drankautomaat een moeilijke keuze te maken, toen een collega onverhoeds vroeg wat ik dacht over ‘gedistribueerde cognitie’.

‘Tja, kennis verdeeld over meer dan één brein, genetwerkte kennis’, probeerde ik, niet veel verder komend dan een soort parafrasering. Maar toen herinnerde ik me een prachtige paper van de Schotse filosoof Andy Clark en zijn Australische collega David Chalmers, ‘The Extended Mind’.

In die paper wordt het fictionele duo Otto en Inga ten tonele gevoerd. Otto lijdt aan de ziekte van Alzheimer en noteert allerlei nuttige feiten in een notaboek als prothese voor zijn haperend geheugen. Wanneer hij naar een museum wil, hoeft hij enkel even het adres op te zoeken - de paper is van 1998, presmartphone dus. Inga daarentegen kan gewoon een beroep doen op haar geheugen.

Clark en Chalmers zien nauwelijks een verschil: de ene gebruikt een biologisch brein, de andere een geschreven document (en ook voor een deel zijn brein). Het notaboekje is een extensie van het kennisvermogen van Otto.

En inderdaad, dankzij ons gesofisticeerd taalvermogen kunnen mensen ook elkaar als interactieve notaboekjes gebruiken. Gedistribueerde kennis is verspreid over objecten én mensen.

Het wordt moeilijker en moeilijker te zeggen waar de wereld stopt en de persoon begint.
Andy Clark
Filosoof

Wat in onze geest gebeurt, speelt zich niet exclusief af binnen het carcan van huid en schedelgebeente, zo beklemtoont Clark. In 2003 schreef hij het boek ‘Natural-Born Cyborgs’. ‘Naarmate onze werelden slimmer worden, en ons beter en beter leren kennen, wordt het moeilijker en moeilijker te zeggen waar de wereld stopt en de persoon begint.’

We leven al in een wereld met niet alleen biologische breinen en externe verlengstukken zoals geschriften, maar in een heel elektronisch netwerk waar ook kunstmatige intelligenties een grote rol spelen en waar het nog nauwelijks na te trekken is wie wanneer de hoofdrol speelt.

Clark is niet geobsedeerd door technologie, maar door de menselijke geest. Blijkbaar, zo stelt hij vast, is die speciaal juist omdat hij zo geschikt lijkt om zich te koppelen met andere breinen en technologische middelen.

Hierbij kunnen we denken aan een heel gamma ‘uitbreidingen en verbeteringen’, gaande van apparaten voor ogen en oren tot implantaten die onze hersenen ‘online’ brengen. Al die hulpmiddelen maken deel uit van de menselijke intelligentie.

Gekoppelde breinen

Inmiddels doen onderzoekers proeven waarbij de loutere breinactiviteit van de ene persoon via het internet de handbewegingen stuurt van een andere persoon die zich elders bevindt. We zijn nooit een ‘brein in een vat’ geweest, maar de mate waarin onze menselijke breinen zich verstrengelen met elkaar, met de omgeving en met ‘artificiële’ breinen gaat crescendo.

Toen ik aan de automaat converseerde over de Extended Mind kwam ik net terug van een fenomeen dat ‘gedistribueerde cognitie’ mooi illustreert: een hackathon. Hack Belgium is een evenement waar een duizendtal mensen brainstormen om de grote problemen van deze tijd te lijf gaan met de nieuwste technologie.

Sommigen beweren dat er een overkill aan hackathons is, maar zulke evenementen moeten net de standaardprocedure zijn om tot radicaal nieuwe en betere resultaten te komen. Als je ergens wil ervaren hoe ons brein zich wil ‘augmenteren’ met allerlei tuigen en de interactie met andere breinen, dan is een hackathon de juiste plaats.

Stel je het effect voor wanneer de breinen van de deelnemers direct met elkaar en met computers communiceren, zonder enige frictie. Mocht je hier al te enthousiast over worden, toch maar even herinneren aan het feit dat Facebook vorig jaar nog zei volop te werken aan brein-computercommunicatie, waarbij de computer je gedachten zou kunnen lezen. Iedereen weet hoe dat zal aflopen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content