Scoren met big data

©AFP

Om hun winstkansen te verhogen jagen voetbalclubs steeds meer op slimme data. ‘Toch gaan die de coach nooit vervangen’, zegt de dataspecialist die de Duitsers mee de wereldbeker bezorgde.

Brazilië, juli 2014. In de halve finale van het wereldkampioenschap voetbal vernedert Duitsland gastland Brazilië met 7-1. Nochtans hadden de Brazilianen meer balbezit, schoten ze meer op doel en verstuurden ze meer passes dan de Duitsers. Maar de hyperefficiënte Duitsers, die vervolgens ook wereldkampioen werden, wonnen die halve finale met sprekend gemak, omdat ze de ruimte voor het Braziliaanse doel controleerden en met splijtende passes in één keer ettelijke tegenstanders uitschakelden.

Die tactiek dankten de wereldkampioenen deels aan de Duitse dataspecialist Daniel Memmert, die kind aan huis is bij die Mannschaft. ‘Met mijn onderzoeksteam analyseer ik al jaren hun wedstrijden’, zegt de 46-jarige directeur van het Instituut voor Trainingswetenschap en Sportinformatica van de Sportuniversiteit van Keulen.

Memmert, co-auteur van het boek ‘Revolutie in het profvoetbal’, belichaamt de honger naar big data in het topvoetbal. Big data zijn het nieuwe goud dat mee het verschil bepaalt tussen winst en verlies. ‘In alle Europese topcompetities azen clubs op data. De kapitaalkrachtige Engelse Premier League en de Duitse Bundesliga spannen daarbij de kroon.’

Als expert is Memmert druk gesolliciteerd. Onlangs was hij bij de Europese topclub FC Barcelona om er zijn aanpak uit te leggen. Hij werkte jaren als spelanalist voor de Duitse eersteklasser Hoffenheim.

Memmerts wetenschappelijke analyses maken korte metten met voetbalclichés als zou een elftal meer kilometers moeten lopen of meer lijf-aan-lijf duels moeten winnen om de tegenstander het nakijken te geven. Met zijn team focust Memmert op andere indicatoren, die wel de kans op winnen verhogen.

3 miljoen positiegegevens

‘In het moderne voetbal draait het eerst en vooral om de controle van ruimtes waarin je het verschil maakt. Wie meer controle heeft over de strook 30 meter voor het doel van de tegenstrever heeft een hogere kans om te winnen’, preciseert Memmert. Hij maakt daarom gebruik van videobeelden en positiegegegevens van spelers op basis van gps-coördinaten.

Met geometrische principes ontwikkelde Memmert een indicator die een voetbalveld onderverdeelt in 22 gebieden, vanuit de veronderstelling dat elke speler een stuk van het veld controleert. Als je al die data van een wedstrijd samenvoegt, geeft een overkoepelend percentage aan in welke mate een team het veld domineerde.

Voor zijn analyses put Memmert deels uit de databank van de Bundesliga, de Duitse eerste voetbalklasse. Daar registreren hogeresolutiecamera’s 25 keer per seconde de positie van de 22 spelers en van de bal op het veld. Aan het einde van een wedstrijd levert dat per speler 3 miljoen positiegegevens op. ‘We meten ook de teampressing’, vervolgt Memmert, ‘ofwel de agressiviteit en de efficiëntie waarmee een elftal de bal probeert te heroveren. Dat is ook een belangrijke succesindicator.’

Memmert benadrukt dat niet het aantal verstuurde passes het verschil maakt tussen winst of verlies in een wedstrijd, maar wel de kwaliteit ervan. ‘Het aantal tegenstanders dat door één pass wordt uitgeschakeld is een criterium voor de efficiëntie van een team.’

Memmerts team analyseert de druk die een tegenstrever uitoefent op de speler die een pass verstuurt en de ruimte die de ontvanger plots ter beschikking krijgt. ‘Zo meten we de vaardigheid van een speler om onder druk een efficiënte voorwaartse pass te geven.’ Gedroomde statistieken voor talentscouts, die via zulke data in een oogopslag de beste pasgevers kunnen identificeren.

Laptoptrainers

‘Clubs gebruiken onze data om gerichter spelers aan te werven, maar trainers gebruiken ze ook om spelvormen aan te leren op training.’ Ook tijdens de rust kunnen trainers hun spelers nog tactisch bijspijkeren. Memmert lacht: ‘Natuurlijk leveren onze analyses betere resultaten op. Anders zouden club er nooit voor betalen.’

De datarevolutie is zo diep doorgedrongen in het Duitse voetbal dat ze de spelers letterlijk op de huid zit: ‘Een paar eersteklasseclubs rusten de voetbaltruitjes van hun spelers uit met sensoren, die tijdens een wedstrijd allerlei fysieke data verzamelen.’

Over een paar jaar zetten voetbalclubs in spelerscontracten dat ze met sensoren in hun truitjes moeten spelen.
Daniel Memmert
voetbaldataspecialist

Heel wat spelers zijn er, wegens de privacygevoeligheid, allesbehalve mee opgezet dat hun lactaatwaarden (die de verzuringsgraad aangeven), hun hartslag en ademfrequentie voortdurend gemonitord worden. ‘Er is veel weerstand, dat klopt, maar dat ebt vanzelf weg. Over een paar jaar zetten clubs de monitoring standaard in de contracten, zodat spelers er niet meer onderuit kunnen.’

De dag dat data en niet langer de coach beslissen welke spelers tijdens een wedstrijd gewisseld worden, komt zo steeds dichterbij. Meteen rijst de vraag of de voetbalcoach binnenkort vervangen wordt door software. ‘Absoluut niet’, zegt Daniel Memmert. ‘De rol van coaches wordt alleen maar belangrijker, omdat zij de ervaring hebben om al die data goed te interpreteren. Computers kunnen dat niet. De coaches krijgen daar ook meer tijd voor, doordat de data-analyses al gebeurd zijn.’

Zullen data en laptoptrainers het voetbal dan niet klinisch en saai maken? ‘Helemaal niet’, countert Memmert. ‘Het spelletje wordt flexibeler, omdat trainers drie, vier keer per wedstrijd van spelvorm en tactiek kunnen veranderen. Je ziet steeds meer assistent-coaches met iPads en laptops in de dug-out. Zij bekijken in realtime data. Precies omdat teams hun tegenstander zo goed zullen doorgronden, worden creativiteit en onvoorspelbaarheid belangrijker dan ooit.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect